Ik ben geen freak!

Het leven van transgenders in Nederland
artikel - 7 oktober 2013
Afbeelding bij Ik ben geen freak!

Sommige mensen zijn als man geboren, maar voelen zich vrouw. Anderen zijn als vrouw geboren, maar voelen zich man. Veel van deze transgenders besluiten op enig moment in hun leven om via hormonen en operaties hun geslacht te laten aanpassen. De laatste jaren is er meer aandacht voor deze groep. Maar er is nog weinig bekend over hoe het met hen gaat. Op wat voor leeftijd worden zij zich bewust van hun 'trans-zijn'? Hoe open zijn ze erover en welke reacties levert dat op? Hoe is het gesteld met hun psychische gezondheid? Om deze vragen te beantwoorden is een enquête gehouden onder ruim 450 transgenders.

In dit artikel een samenvatting van de belangrijkste resultaten.

Definitie term 'transgender'

De term ‘transgender’ duidt op een variatie aan mensen bij wie het geboortegeslacht niet of niet helemaal overeenkomt met hun genderidentiteit (het gevoel man of vrouw te zijn) of genderexpressie (de uiterlijke manifestatie van de genderidentiteit, zoals kleding, gedrag, haardracht, enz.). Een van de groepen die hieronder valt, zijn travestieten. Bij hen is de genderidentiteit gelijk aan het geboortegeslacht, maar zij willen zich soms kleden en gedragen zoals leden van de andere sekse dat doen. Bij een andere groep daarentegen is de genderidentiteit niet (helemaal) gelijk aan het geboortegeslacht. Een deel van hen wil het geboortegeslacht helemaal of deels veranderen, via hormonen en/of operaties.

Hoeveel transgenders zijn er?

Een vaak gestelde vraag is hoeveel transgenders er in Nederland zijn. Kuyper (2012) komt tot de conclusie dat 0,6% van de mannen en 0,2% van de vrouwen een ambivalente of incongruente genderidentiteit rapporteert in combinatie met onvrede met het eigen lichaam en een wens tot (gedeeltelijke) aanpassing van het geboortegeslacht door middel van hormonen en/of operaties. Op de Nederlandse bevolking van 15 tot 70 jaar gaat het dan om ruim 48.000 personen (Keuzenkamp 2012).

‘De oudste bewuste gedachte die ik me kan herinneren was: ik zit in het verkeerde lichaam’

Bewustwording

Vaak waren de respondenten zich er al op jonge leeftijd van bewust dat er iets aan de hand was, maar niet wat dat was. Ongeveer de helft wist al voor het 10de levensjaar dat er iets niet klopte en nog eens een kwart voor het 15de jaar. Maar voor de meeste respondenten was het lastig een specifieke leeftijd te noemen waarop zij zich bewust werden van hun trans-zijn. Ze voelden zich vaak al anders en het proces van bewustwording verliep geleidelijk. De puberteit veroorzaakte vaak een doorbraak, aangezien de geslachtskenmerken zich dan duidelijk gaan ontwikkelen.

Zelfacceptatie

In een samenleving waarin de seksedichotomie zo sterk is verankerd, is het voor transgenders niet makkelijk te accepteren dat zij daar niet zonder meer in passen. Het is verwarrend en onaangenaam. Sommige respondenten schreven dat ze in feite altijd al wisten transgender te zijn, maar daar niet aan te willen. De stap om de grenzen van de seksedichotomie te overschrijden, vergt moed. Zich gaan kleden en gedragen conform de andere sekse is niet iets dat men lichtvaardig doet en dat geldt zeker ook voor het besluit een geslachtstransitie te ondergaan. Er kunnen allerlei negatieve consequenties uit voortvloeien. Zo schreef een van de transgenders: ‘Ik heb geprobeerd er niet aan toe te geven, in de hoop het uit te kunnen houden, tot aan het einde van ons huwelijk, tot aan de dood’ (Keuzenkamp 2012, p. 38).

In of uit de kast

Lang niet alle transgenders zijn  ‘uit de kast’ en leven conform hun genderidentiteit. De meerderheid van de respondenten (71%) gaf aan (bijna) altijd volgens de genderidentiteit te leven, 9% doet dat (bijna) nooit en 20% af en toe. Transgenders leven vooral thuis en bij het uitgaan conform hun genderidentiteit; op school of werk houdt bijna de helft het trans-zijn verborgen. Zoals gezegd gaat het bij dit onderzoek niet om een representatieve steekproef. Nadere analyses doen vermoeden dat in werkelijkheid het aandeel transgenders dat ‘in de kast’ zit groter is. De meest genoemde reden om niet uit de kast te komen is de privésituatie. Getrouwde transgenders willen hun partner en eventuele kinderen niet belasten met hun gevoelens. Bovendien zullen ook die te maken kunnen krijgen met negatieve reacties uit de omgeving. De angst om de partner en eventuele kinderen te zullen verliezen, speelt eveneens een rol. Datzelfde geldt voor het gebrek aan acceptatie in de samenleving en de angst voor negatieve reacties.

Reacties van de omgeving

Hoewel dat niet altijd van meet af aan het geval was, melden de respondenten dat hun naaste omgeving over het algemeen positief heeft gereageerd op hun coming-out. Bijna de helft (42%) van de respondenten kreeg in het jaar voor bevraging één of meer negatieve reacties vanwege het trans-zijn. Bij de helft van hen ging het om een enkele keer, de rest had er vaker mee te maken gehad. De meeste negatieve reacties komen voor in de openbare ruimte. Meestal ging het dan om afkeurende blikken en flauwe grappen. Fysiek geweld komt minder voor, maar de cijfers zijn toch niet verwaarloosbaar. Zo werd 5% van de transgenders die uit de kast zijn in het afgelopen jaar in de openbare ruimte bedreigd, 5% werd seksueel geïntimideerd, van 2% werden eigendommen vernield en 2% werd aangevallen. Vooral degenen die in transitie zijn, krijgen relatief vaak te maken met negatieve reacties. Van de schoolgaande of werkende transgenders rapporteert 21% daar één of meer negatieve reacties te hebben gekregen.

Welbevinden

Een belangrijke determinant voor het welbevinden is het hebben van goede sociale contacten. Als die er niet of weinig zijn, of van oppervlakkige aard, kan dat gevoelens van eenzaamheid oproepen. Veel transgenders zijn eenzaam. Op basis van meting via de ‘eenzaamheidsschaal’ van De Jong Gierveld en Kamphuis (1985) blijkt dat twee derde zich eenzaam voelt, een kwart zelfs in (zeer) sterke mate. Dat is aanzienlijk meer dan onder de Nederlandse bevolking, waar 30% eenzaam is en 10% (zeer) sterk eenzaam is.

Psychische gezondheid

De overgrote meerderheid van de respondenten (81%) heeft naar eigen zeggen in het algemeen gesteld een goede tot uitstekende gezondheid. Meer problemen zijn er met de psychische gezondheid. Van de respondenten blijkt de helft psychische problemen te hebben; 14% is ernstig psychisch ongezond te noemen. Onder de Nederlandse bevolking zijn de percentages veel lager: 14% heeft psychische problemen en 2% is ernstig psychisch ongezond (Driessen 2011).
De enquête wees uit dat meer dan twee derde van de respondenten er ooit aan had gedacht om uit het leven te stappen; 21% deed ooit een zelfmoordpoging en 3% deed dat in het afgelopen jaar. Onder de Nederlandse bevolking van 18 tot 65 jaar heeft 8% er ooit aan gedacht, heeft 2% ooit een poging ondernomen en deed 0,1% dat in het afgelopen jaar (Ten Have e.a. 2011).

Tips voor beter  transgenderbeleid

Uit het onderzoek zijn verschillende thema’s naar boven gekomen die aandacht van de beleidsmakers vragen: 

  1. Vergroting van de acceptatie en meer voorlichting
    Dat zou het leven van transgenders een stuk gemakkelijker maken. Een respondent: ‘De samenleving beoordeelt mensen te veel op hun uiterlijk en niet op hun innerlijk.’ (Keuzenkamp 2012, p. 83) Hier ligt duidelijk een taak voor de overheid, maar ook voor transgenders zelf en voor transgenderorganisaties.
  2. Verbetering van de medische en psychische zorg en begeleiding
    Vooral verkorting van de wachtlijsten bij genderteams en betere vergoedingen voor het aanpassen van de secundaire geslachtskenmerken zijn veel genoemd. Maar ook uitbreiding van de psychosociale zorg, die zowel de transen zelf als de maatschappij veel kan opleveren.
  3. Juridische zaken
    Zo zijn er  in het onderzoek suggesties gedaan voor betere wettelijke verankering van het verbod op discriminatie op grond van genderidentiteit en betere juridische bescherming. Vele respondenten benadrukten het belang van het vergemakkelijken van de procedure om de geslachtsaanduiding te wijzigen in de GBA.
     

Wat kunnen gemeenten en lokale organisaties doen voor transgenders? Lees de Handreiking LHBT-emancipatie - Aandacht voor de T in LHBT-beleid voor meer informatie.

Onderzoek: Worden wie je bent

De gegevens waarop het SCP-rapport Worden wie je bent: het leven van transgenders in Nederland (en dit artikel) is gebaseerd, zijn verzameld via een online-enquête. Deze werd van september 2011 tot april 2012 gehouden. Het gaat niet om een representatieve steekproef. Er staat nergens geregistreerd wie transgender is, dus het trekken van een aselecte steekproef was niet mogelijk. Daarom zijn transgenders geworven via oproepen op allerlei kanalen. De aandacht ging alleen uit naar de groep waar sprake is van een discrepantie tussen het bij de geboorte toegewezen geslacht en de genderidentiteit. Travestieten zijn dus buiten beschouwing gelaten. 459 transgenders vulden de vragenlijst in. Aanvullend zijn met tien respondenten interviews gehouden.

Literatuur

  • Driessen, M.; 2011. Geestelijke ongezondheid in Nederland in kaart gebracht. Een beschrijving van de MHI-5 in de gezondheidsmodule van het Permanent Onderzoek. Leefsituatie, Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek
  • Geerdinck, M.; L. Muller, C. Verkleij & C. van Weert, 2011. Transseksuelen in Nederland. Is er sprake van ongelijkheid?, Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek
  • Ten Have, M., S. van Dorsselaer, M. Tuithof & R. de Graaf, 2011. Nieuwe gegevens over suïcidaliteit in de bevolking. Resultaten van de ‘Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2 (NEMESIS-2)’, Utrecht: Trimbos-instituut
  • Keuzenkamp, S.; 2012. Worden wie je bent. Het leven van transgenders in Nederland, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau
  • Kuyper, L.; 2012. ‘Transgenders in Nederland: prevalentie en attitudes’, Tijdschrift voor Seksuologie (36) 2012-2, p. 129-135.
     

 Dit artikel is een samenvatting van een eerder verschenen artikel met dezelfde titel in Justitiële verkenningen, jrg. 39, nr. 5, 2013

 

Reacties

Hartelijk dank voor uw reactie. Het klopt dat Movisie niet expliciet aandacht besteedt aan travestie/crossdressing. Echter, het overkoepelende thema genderexpressie is wel degelijk onderdeel van onze focus, naast genderidentiteit en seksuele oriëntatie. Zo organiseerden wij bijvoorbeeld een debat over gender-nonconform gedrag tijdens het laatste Utrechtse Midzomergracht festival. Ik kan u laten weten dat er ruim aandacht besteed wordt aan genderexpressie en gender-nonconformiteit in onze nieuwe publicatie voor sociale professionals en hulpverleners: Kijken door een Roze Bril. Deze wordt in 2016 verwacht.

PS. Er worden veel bijdragen aan De Roze Gemeentegids opgesomd, maar onbegrijpelijk genoeg mis ik toch heel nadrukkelijk bijdragen van Paula Vennix en Mik van Es, beide toch autoriteiten op dit terrein.

Zelf crossdresser zijnde en op zoek naar informatie over hulpverlening, m.n. in de zorg, aan oudere crossdressers stuitte ik op uw document, De Roze Gemeentegids. En ofschoon het aantal travestieten en crossdressers in Nederland vele male groter is dan het aantal trans-mensen, gaat ook uw document uiteindelijk alleen over deze laatste groep.
Laat ik duidelijk zijn, ik vind dit op zich van heel groot belang, maar tegelijk ook een gemiste kans. Want uit de SCP onderzoeken weten we nu dat er nog altijd een groot aantal Trans-mensen in de kast zitten. Maar bij de travestieten/crossdressers ligt dit aantal zo mogelijk nog veel hoger. Ik hoop en dan ook dat de De Roze Gemeentegids, over niet al te lange tijd in de aangestipte lacune gaat voorzien.

Reageer op dit artikel

15 + 4 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.