Verhaal van een mantelzorger: ‘Ik bén mantelzorger, het is een stukje van mij’

Maria vertelt

6 januari 2020

Uit onderzoek blijkt dat mantelzorg verlenen depressie en ziekteverzuim kan veroorzaken. Sociale steun kan zorgen dat je overeind blijft. Maria ervoer weinig steun, maar mantelzorg zit haast in haar genen. ‘Als mijn maatje mij nodig heeft, is het fijn als er begrip is van een leidinggevende.’

Maria (56) is geen klassieke mantelzorger. Officieel verleent ze bezoek- en oppasservice, zoals dat heet, maar volgens haar coördinator is ze gewoon mantelzorger. Inmiddels heeft ze vijf maatjes gehad, zoals ze hen noemt. Sinds drie jaar ondersteunt ze de mantelzorg voor een mevrouw van in de negentig. Dat doet ze een paar uur per week; meestal twee á vier uur per keer, en als het nodig is, twee keer per week. Zij woont in een seniorenwoning met zorg aan huis. Maria: ‘Soms kom ik op afroep, als het nodig is, bijvoorbeeld als mevrouw gordijnen wil ophangen. Voor sommige dingen vraagt ze niet haar kinderen, mij. Ze voelt als een vriendin. We gaan samen wandelen, boodschappen doen en ik geef haar soms advies bijvoorbeeld over een gelegenheidskaartje. Ik vraag haar waar de persoon aan wie ze een kaartje wil sturen van houdt, en dan kies ik iets uit. En op verjaardagen help ik met koffie en thee schenken, opruimen en afwassen.’

Fysiek is de zorg best zwaar, geeft Maria aan. Als ik haar rolstoel duw, voel ik mijn onderrug. Daar train ik bewust voor. Ik span de buikspieren aan als wij een stuk omhoog moeten. Vaak ren ik een stukje met de rolstoel om vaart te maken, en daarbij weet ik dan zeker dat ik m’n rug goed aanspan.’

Suriname

In 1996 begon Maria met mantelzorg voor een meneer die hulpbehoevend werd. Dat ontstond spontaan, op haar eigen initiatief. ‘Hij woonde bij mij in de straat. In Suriname, waar ik vandaan kom, bestaat mantelzorg niet zoals het hier gaat. Daar regelt de familie alles, tenzij je één van de schaarse plekken in een bejaardentehuis kunt bemachtigen. Daarom zorgt mijn familie nu dag en nacht voor mijn bedlegerige broer. Omdat de zorg daar weinig voorstelt, heb ik voor hem een rolstoel opgestuurd. In Suriname gaat zorg voor de ander vanzelf. De deur staat altijd open, letterlijk; als je langs het huis van je buren loopt, roep je om te checken of ‘ie thuis is. Buren wisselen vaker ongevraagd hun eten uit. Gaat iemand niet naar het werk, dan valt dat op, gezien het leven veel buiten is.’

Tips van Maria: 

  • Steun van je directe naaste(n) is essentieel
  • Informeer je werkgever dat je mantelzorg doet
  • Word mantelzorger, want je helpt een ander heel concreet en het geeft jezelf voldoening

‘Sommige mensen in mijn omgeving kijken neer op mantelzorg’

Manager hield geen rekening met emoties

Tot drie jaar geleden had Maria er een vaste baan bij, in de financiële administratie. Ze mocht nooit werkdagen ruilen, later inhalen of thuiswerken, als dat qua mantelzorg goed uitkwam. ‘Dan zei mijn manager: ‘Hier ben je net zo hard nodig’, terwijl ik mijn werk prima thuis kon doen. Hij hield geen rekening met mijn emoties. Ik mocht ook jarenlang niet naar uitjes van de mantelzorgorganisatie waarvoor ik werkte. Als mijn maatje acuut hulp nodig had, bijvoorbeeld na een val, nam ik maar vakantie-uren op. Want als mijn maatje mij nodig heeft, is het fijn als er begrip is van een leidinggevende. Temeer omdat ik geen familie ben, blijkbaar heeft ze een goede reden om me toch te bellen. Als je familie je tijdens een werkdag nodig heeft, dan ga je toch ook? Ik bén mantelzorger, het is een stukje van mij. Sommige mensen in mijn omgeving kijken neer op mantelzorg. Ze vragen of ik het niet al druk genoeg heb. Maar het geeft mij voldoening. Mijn man staat achter mij en helpt waar nodig. In mijn omgeving is hij de enige van wie ik steun ervaar. Als hij me niet zou steunen, zou ik geen mantelzorger kunnen zijn.’

Moeilijk om te stoppen

Maria voelt niet de neiging om te stoppen. Er staat niemand klaar om haar werk over te nemen, al heeft ze haar omgeving vaak genoeg laten weten dat mantelzorgers hard nodig zijn. ‘Ik heb best een volle agenda. Sinds 2004 heb ik een dansschool, en momenteel studeer ik weer. Daarom zei ik in 2018 tegen deze mevrouw dat ik liever eens in de twee weken wilde afspreken, maar dat is toch wekelijks geworden. Na verloop van tijd ben ik mijn planning maar gaan aanpassen, waardoor het alsnog wekelijks lukt om haar te bezoeken. Ik houd mezelf voor: zij heeft dit nodig. Als ik in haar schoenen zou staan, zou ik dat ook fijn vinden wekelijks even eropuit te gaan.’

Fotografie: Sahil Aamir