‘Ik heb behoefte aan iemand die mij helpt, maar ik heb nergens recht op’

1 maart 2021

Lisette is een gescheiden moeder van twee kinderen. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden heeft ze een belastingschuld die voor veel problemen zorgt. ‘Steeds loop ik weer tegen de regels aan. Ik heb het, vanwege mijn eigen huis, volgens de instanties net te goed. Ik heb nergens recht op.’

Lisette is sinds een paar jaar gescheiden. Haar man verliet het gezin en Lisette bleef met haar twee kinderen achter in hun koophuis. Tijdens die periode gaat er iets fout rondom haar toeslagen, waardoor ze teveel geld ontvangt van de belastingdienst. Lisette zit sowieso al krap bij kas, maar raakt door deze belastingschuld nog meer in de problemen. Lisette: ‘Mijn ex komt onze afspraken rondom de kinderen ook nog eens niet na, waardoor ik moest stoppen met mijn werk in de zorg. Hij kwam meerdere keren niet opdagen en dat zorgt voor veel stress en problemen. Ik kan er nu geen baan naast hebben en zit daarom in de WW. Mijn voormalig werkgever gaf me vanuit een goede bedoeling een bedrag mee, maar dat creëerde alleen maar meer problemen bij de belastingdienst.’ Doordat Lisette een koopwoning (eigen vermogen) heeft voldoet ze niet aan de eisen om hulpverlening te krijgen.  

Inwoners kunnen met allerlei hulpvragen terecht bij de gemeente. Maar wat als mensen niet weten waar ze precies heen moeten, niet goed doorverwezen worden of niet efficiënt geholpen worden? In een reeks portretten delen we ervaringsverhalen rondom de toegang tot ondersteuning en zorg bij gemeenten.  

Behoefte aan hulp

Lisette probeerde haar problemen eerst zelf op te lossen. ‘Ik heb ontzettend veel informatie opgezocht om alles goed uit te puzzelen. Gelukkig heb ik mijn eerste belastingachterstand zelfstandig opgelost door twee jaar lang periodiek af te lossen. Mijn administratie is ook op orde, dus daar heb ik geen hulp bij nodig. Ik heb vooral behoefte aan iemand die mij helpt, maar ik heb nergens recht op. Ik loop steeds tegen de regels aan, want vanwege mijn eigen huis heb ik het volgens de instanties net te goed.’

Op zoek naar hulp bij de gemeente

Om verder te komen is Lisette zelf op zoek gegaan naar hulp. Ze meldt zich bij de gemeente. ‘Ik kwam bij het Geldloket van de gemeente. Dit contact was prettig, je voelt je gezien. Ze zijn heel aardig en vriendelijk, maar het bracht me niet verder. De regels van de hulpinstanties zijn op mensen in een huurwoning gericht. Een eigen huis wordt als vermogen gezien, maar het verkopen van mijn huis zou me in verdere financiële problemen brengen.’ Lisette komt met de (beperkte) overwaarde van haar koophuis niet in aanmerking voor een sociale huurwoning. Met een huurhuis in de particuliere sector zou ze maandelijks veel duurder uit zijn, dan ze nu aan hypotheek betaald. ‘Het zou wel een manier zijn om snel door mijn eigen vermogen heen te raken, zodat ik in aanmerking kom voor ondersteuning en sociale huur. Maar dat zou ook betekenen dat we drie keer moet verhuizen en dat wil ik mijn kinderen niet aandoen.’ Financieel gezien kan de gemeente Lisette niet verder helpen. Wel wordt geregeld dat de kinderen via Het Jeugdfonds sport & cultuur kunnen sporten. ‘Daar ben ik erg dankbaar voor. Eerlijk gezegd zou ik zelf ook wel willen sporten, omdat ik zoveel last heb van alle spanningen. Maar dat is helaas niet mogelijk.’

'Ik loop steeds tegen de regels aan'

Doorverwijzing met weinig effect

Ook verwijst de gemeente Lisette door naar een instantie waar ze terecht kan voor hulp bij schulden. ‘Eenmaal daar merkte ik dat de professional minder wist dan ikzelf, terwijl ik juist behoefte heb aan de kennis en ideeën van een ander. Ze zei dat het misschien zou helpen om mijn schuld op te laten lopen tot boven de overwaarde van mijn huis. Dan zouden ze me wel kunnen helpen.’  

Voedselbank 

Lisette leest in de krant over de voedselbank en besluit daar hulp te zoeken. ‘Ik vond dat enorm confronterend. De drempel om daar aan te kloppen was heel hoog. Ook het ophalen van het pakket is elke keer weer moeilijk. Er gelden bepaalde gedragsnormen. Zo sta je bijvoorbeeld in de rij met een wasknijper op je jas. De kleur daarvan geeft aan waar je recht op hebt. Verschrikkelijk vind ik dat.’ Het intakegesprek met coördinator Gerda was wel prettig. Gerda merkt al snel dat Lisette meer hulp nodig heeft. ‘Gerda denkt met me mee en komt met praktische oplossingen. Bijvoorbeeld het vervangen van de band van mijn lease bakfiets, waardoor ik weer een vervoersmiddel heb. Gerda denkt altijd in mogelijkheden biedt hulp op maat. Ze kijkt wat nodig is en gebruikt haar netwerk om het voor elkaar te krijgen. Ze heeft bijvoorbeeld bij de kerk geïnformeerd of zij iets voor mij kunnen betekenen. De kerk betaalt nu het laatste deel van het leasebedrag van de bakfiets en regelt voor daarna ook een nieuwe fiets.’ Gerda helpt Lisette ook door te kijken of kwijtschelding van gemeentelijke WOZ waarde belasting mogelijk is. En ze spreekt allerlei fondsen aan voor leuke activiteiten voor het gezin. In haar woonplaats bestaat namelijk geen Stadspas. 

Huidige situatie 

Lisette’s hoogste prioriteit is het afbetalen van de schulden aan de Belastingdienst. In januari verwacht ze deze af te betalen. Ze heeft in totaal twee jaar recht op een WW-uitkering. ‘Op dit moment ben ik tijdelijk vrijgesteld van sollicitatieplicht. Ik wil de zorg uit, omdat het werk slecht te combineren is met mijn kinderen. Omscholing mag niet, omdat er een groot tekort is in de zorg en er juist behoefte is aan mensen zoals ik. Het liefst ga ik aan de slag als opruimcoach, om mensen te helpen hun huishouden op orde te krijgen. Ik wil daar een training voor volgen, maar heb daar nu helaas geen financiële ruimte voor.’ 

De gebruikte namen in dit interview zijn vanwege privacyredenen gefingeerd. 

Reflectie vanuit MIND

Nic Vos de Wael, beleidsadviseur: ‘Het verhaal van Lisette laat zien dat achter iedere hulpvraag een eigen rijke geschiedenis zit. Het eerste wat mij opvalt is de veerkracht van Lisette zelf. Op eigen houtje heeft ze veel geregeld. Waar ze goede hulp kreeg, kwam die vaak uit onverwachte hoek. De Voedselbank, in de persoon van Gerda, en de kerk boden praktische oplossingen en gaven financiële steun. 

Maar wat te zeggen van de rol van de gemeente en andere formele instanties? Ze ontvangen Lisette hartelijk – dat is een heel goed begin - en ze denken met haar mee, maar ze lopen vast in allerlei vreemde regels. Het is ontzettend frustrerend als iemand, vaak na lang zelf proberen, hulp vraagt en dan te horen krijgt dat hij of zij net buiten de regeltjes valt om hulp te mogen ontvangen. Het is ook absurd als iemand met schulden de boodschap krijgt, dat de schulden eerst verder moeten oplopen voordat er zicht komt op een oplossing. Lisette is niet de enige. En we zien dit patroon niet alleen in de schuldhulpverlening. Ook in de zorg gebeurt het nog te vaak dat hulpzoekers de boodschap krijgen: jouw probleem is nog niet ernstig genoeg. Daarmee neem je de hulpvraag niet serieus en je laat het moment voorbijgaan waarop iemand gemotiveerd is om hulp te ontvangen. 

Het is goed dat de gemeente heeft geholpen om het sporten voor de kinderen mogelijk te maken. Aandacht voor de positie van kinderen bij hulpvragen is altijd belangrijk; armoede kan ook hen in een sociaal isolement plaatsen of leiden tot een ongezonde leefstijl. Lisette zou zelf ook geholpen zijn bij mogelijkheden om te sporten. Ze geeft aan dat ze veel last heeft van spanningen. Het is bekend dat spanningen en stress ook een negatief effect hebben om het vermogen van mensen om adequaat met eigen problemen om te gaan. Daarom des te meer bewondering voor de manier waarop Lisette een weg gevonden heeft langs alle obstakels die ze in haar leven is tegen gekomen.

Tot slot iets over de verhouding tussen gemeenten en algemene voorzieningen. In het verhaal van Lisette speelt de Voedselbank een belangrijke rol. In andere situaties is dat een inloopcentrum, een buurthuis of een zelfregiecentrum. De gemeente moet dit soort voorzieningen koesteren en ondersteunen; en ze moet er zoveel mogelijk mee samenwerken. Maar dit soort voorzieningen mogen nooit een excuus zijn om je als gemeente terug te trekken en geen individueel maatwerk te leveren aan mensen die bij jouw loket komen aankloppen om hulp.’