Jeugdsector helpt LHBTi-jongeren onvoldoende

‘Het is onmogelijk om iets te herkennen waar je niet bekend mee bent’
artikel - 5 januari 2015
Jeugdsector helpt LHBTi-jongeren onvoldoende

Bijna de helft van de professionals die met jongeren werken, ziet niet of nauwelijks dat LHBTi-jongeren worstelen met hun gevoelens. Uit nieuw onderzoek blijkt dat ze deze groep jongeren niet herkennen, dat ze niet met hen praten over hun gevoelens en hen geen hulp kunnen bieden. Deze professionals schrikken voor het onderwerp terug en vinden het lastig om jongeren te begeleiden bij hun coming out. NJi en Movisie concluderen dat er kennis ontbreekt in de sector, en dat deze groep jongeren - die het al moeilijk heeft - nog te vaak geen hulp krijgt.

Het Nederlands Jeugdinstituut deed samen met Movisie in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onderzoek onder 421 professionals naar de aandacht in de jeugdsector voor jongeren die lesbisch, homo, bi of transgender zijn en jongeren met een intersekse conditie (LHBTi-jongeren). Wat zijn de conclusies? En belangrijker: wat kan de jeugdsector hiermee?

Signaleren kun je leren

Bijna één van de tien professionals ontmoette nog nooit een lesbische, homo- of bi-jongere, bijna de helft ontmoette nog nooit een transgenderjongere en geen van de respondenten ontmoette ooit een jongere met een intersekse conditie. Niet waarschijnlijk met het oog op de cijfers, dus zij zien de doelgroep over het hoofd. Heel vreemd is dat niet. Eén op de vier jongens en één op de acht meisjes spannen zich in om hun gevoelens te verbergen en niet als lesbo, homo of bi herkend te worden.

'Je gaat het pas zien als je het doorhebt' – Johan Cruijf

Juist die worsteling biedt de mogelijkheid om signalen op te vangen. Maar professionals geven aan dat ze er eenvoudigweg niet aan denken dat een jongere LHBTi kan zijn. Scholing in de vorm van training of E-learning kan helpen om signalen te leren herkennen en het thema op het netvlies te krijgen. Bijvoorbeeld door het oefenen met casussen. Denk aan een jongen die heel hard roept over ‘lekkere wijven’, extra stoer gedrag vertoont maar geen vriendinnetje heeft en niet goed in zijn vel zit. Dan kun je je af vragen: kan het misschien dat deze jongen op jongens valt?

LHBTi-gevoelens staan niet los van andere vragen en problemen

De meeste professionals geven aan dat zij bekend zijn met het vaker voorkomen van depressie en zelfmoordgedachten en -pogingen onder LHBT-jongeren: de helft van de LHB-jongeren denkt wel eens aan zelfmoord en 12% heeft een poging gedaan. In de praktijk leggen zij geen verband tussen deze problematiek en het LHBT-zijn van jongeren. Wanneer een jongere behandeld wordt voor een depressie, maar de LHBT-gevoelens die hiervan de oorzaak kunnen zijn niet besproken worden, heeft de behandeling van de depressie weinig zin.

'Praten over LHBT-gevoelens doe ik als het relevant is voor de problematiek waarvoor ik in contact ben met de jongere'

Tips voor signaleren van en praten over LHBTi

Een goede zet is om in een eerste gesprek of intake open vragen te stellen over relaties, verliefdheid en identiteit: ‘ben je weleens verliefd geweest, of vind je weleens iemand leuk? Is dat meestal een jongen of een meisje? Of allebei?’ En als je naar genderidentiteit wil vragen: ‘hoe zie jij jezelf? Meer als jongen of meer als meisje, of er tussenin?’ Deze vragen zorgen ervoor dat jongeren die twijfelen over hun seksuele voorkeur of genderidentiteit zich uitgenodigd voelen om die te benoemen. Als je met groepen jongeren werkt, kun je praten over LHBTi door het Samen Anders diversiteitsspel te gebruiken.

 

LHBTi-gevoelens zíjn bijzonder, dus daar ligt een rol voor de professional

Als professionals vermoedens hebben dat een jongere LHBT is, maakt zes van de tien professionals die vermoedens niet of alleen soms bespreekbaar. De meerderheid doet dat niet omdat een niet-heteroseksuele voorkeur voor hen geen taboe is maar juist heel ‘gewoon’. Zij denken dat het beter is om niet over het thema te praten om het zo ‘niet meer bijzonder te maken dan het is’.

'Soms heb ik een vermoeden, maar zie ik dat de jongere er nog niet aan toe is. Soms zie je een jongere worstelen. Ik wil dat proces niet gaan verspoedigen'

Voor jongeren zelf is het juist bijzonder om te ontdekken dat zij deze gevoelens hebben. Zij lopen meestal enkele jaren met deze gevoelens rond voordat ze er met iemand over durven praten, en een deel van hen zou liever heteroseksueel zijn. Ook beginnen professionals niet zelf over het onderwerp omdat ze vinden dat een jongere er ‘eerst voor zichzelf uit moet zijn’. Meer dan de helft begeleidt bijvoorbeeld niet of maar soms jongeren die uit de kast willen komen. Transgenderjongeren worden nog veel minder vaak gezien en geholpen. De ‘bal’ voor het ontdekken en het gaan praten over LHBT-zijn met de omgeving ligt bij de LHBT-jongeren zelf.

Tips voor het creëren van een open klimaat

Jongeren die LHBTi-gevoelens bij zichzelf ontdekken, accepteren dat zelf in eerste instantie niet. Zelf-acceptatie is dus niet vanzelfsprekend, en uit de kast komen al helemaal niet. Net als andere jongeren hebben zij veel vooroordelen over LHBTi-zijn. Ook denken jongeren vaak dat ze al zekerheid moeten hebben over hun LHBTi-zijn als ze er met anderen over gaan praten. Ofwel jongeren kunnen hierin de nodige ondersteuning gebruiken. Je kunt als professional eenvoudigweg die rol pakken door open vragen te stellen en er normaal over te doen: maak duidelijk dat LHBT-gevoelens net zo oké zijn als heterogevoelens en niet-transgender-zijn, maar dat ze alleen minder vaak voorkomen. Laat merken dat jullie ook kunnen praten over de dingen die je nog niet zeker weet, door expliciet aan te geven dat twijfels normaal zijn en dat jij er bent om te helpen.

 

Vraag professionals wat ze willen leren

Een opmerkelijk groot aantal professionals wil meer leren over het thema LHBTi: 81%. Het gros heeft in hun opleiding en nascholing geen kennis en competenties geleerd over het omgaan met jongeren die lesbisch homo of bi zijn, transgenderjongeren en jongeren met een intersekse conditie. Dat minder dan de helft van de professionals beperkt LHBTi-gevoelens herkent, over het onderwerp praat en jongeren helpt is dus verklaarbaar. 81% van hen wil dan ook meer leren, onder meer over wat transgender zijn inhoudt en wat het betekent om een intersekse conditie te hebben. Ook willen ze leren hoe ze jongeren zelf vaardiger kunnen maken in het praten over LHBT-zijn in hun eigen netwerk.

'Ik zou willen weten hoe problemen die de jongere heeft ten aanzien van de eigen seksualiteit een rol kunnen krijgen in behandeling zonder gevoelens te problematiseren'

Tips voor beleidsmakers en organisaties

Professionals laten handelingsverlegenheid zien en gebrek aan kennis en handelingsperspectief. Zorg ervoor dat de scholing die er is daarop ingericht wordt. Zorg bijvoorbeeld voor het vergroten van kennis door een A-Z: wat is wat? te gebruiken zodat jij en al je collega’s in ieder geval weten wat LHBTi inhoudt. Handelingsverlegenheid kan worden verminderd door te werken aan bewustwording: professionals zijn zich vaak niet bewust van de impact van LHBTi-zijn op de levens van jongeren. Werken met casussen en ervaringsdeskundigen helpt dan. Handelingsperspectief kan worden vergroot door in trainingen praktische handvatten te geven over hoe te signaleren dat een jongere LHBTi-gevoelens heeft, en hoe daar vervolgens over te praten.

 

Meer informatie

  • Seksuele diversiteit in de jeugdhulpverlening. Bij organisaties in de jeugdhulpverlening krijgt het onderwerp seksualiteit meestal veel aandacht. Maar hoe zit het met seksuele diversiteit? Om de antwoorden op deze vragen in kaart te krijgen, deden drie studenten van de Hogeschool Utrecht een onderzoek waarvan je in dit artikel een samenvatting leest.
     
  • Roze bril voor hulpverleners. Lesbo’s, homo’s, bi’s en transgenders zijn net als andere cliënten, maar het is belangrijk meer over hen te weten aangezien ze meer risico lopen in een kwetsbare positie te verkeren. In Kijk jij al door een roze bril? staan daarom tips uit de praktijk die je helpen om de ondersteuning aan deze doelgroep vorm te geven.
     
  • Ik wou dat ik dood was. Het boekje Ik wou dat ik dood was helpt je als professional om zelfmoordgedrag onder lesbische, homo-, bi- en transgenderjongeren te voorkomen. Dit boekje geeft antwoord op 10 veel gestelde vragen van professionals als: hoe komt het dat zij vaker zelfmoord overwegen, en hoe krijgen we dit aantal omlaag?

Dit artikel is een samenvatting van een kwantitatief vragenlijstonderzoek onder 421 professionals in jeugdwelzijn, jeugdzorg, jeugd-(L)VB en jeugd GGZ, ondersteund door literatuuronderzoek en een kwalitatieve beschouwing door een groep experts.
 

Op speciaal verzoek van het Journal of Social Intervention schreef het team achter het onderzoek 'Jong en anders' een bijdrage voor het wetenschappelijk platform Journal of Social Intervention. Het artikel dat double peer reviewed werd, staat online.
 

 

 

Kennisdossier
Trefwoorden

Reacties

De tekst gaat uit van veronderstellingen die er wellicht helemaal niet zijn. Als een jongen stoere praat verkoopt "kan het misschien dat deze jongen op jongens valt?". Wat een onzin!
En dan dit: "Bijna één van de tien professionals ontmoette nog nooit een lesbische, homo- of.." maar verderop: "De meeste professionals geven aan dat zij bekend zijn met het vaker voorkomen van depressie en zelfmoordgedachten en -pogingen onder LHBT-jongeren". Volkomen tegenstrijdig verhaal.

Mij stoort de gang van zaken dat LGBTi jongeren wordt aangepraat (zoals in bovenstaande tekst) in een pubertijdfase waarin jongeren toch al worstelen met seksualiteit. Het aantal mensen die worstelt met LGBTi is bijzonder laag.
De aandacht voor deze groep is overdreven hoog, terwijl er zijn ook andere groepen burgers zijn die aandacht verdienen, maar het niet krijgen of geen geld voor is.
Slechte zaak.

Beste William,

Dank voor uw reactie!

De professionals in het onderzoek geven nu en dan inderdaad tegenstrijdige antwoorden, scherp. We wijden hier op pagina 53 van het onderzoeksrapport zelfs een conclusie aan (7.7). Wat we daar onder meer zeggen: "Uit de vragenlijst valt op dat de professionals hun kennis over behoeften, problemen en risico’s van LHBTi-jongeren hoog inschatten". Maar ook tegenstrijdige uitkomsten zijn uitkomsten: het laat zien dat professionals denken dat ze voldoende van de thematiek afweten, maar in de praktijk de gevolgen van LHBT-zijn op het leven van jongeren onderschatten.

U heeft het bij het rechte eind als u zegt dat jongeren in de pubertijd worstelen. Zij zitten in een fase van identiteitsontwikkeling met een hoop peer pressure. In die fase wil je liever niet anders zijn. En dat is precies wat LHBTi-jongeren zijn: anders. Minderheidsstress als gevolg van dat anders zijn, komt bovenop de stress en onzekerheden die jongeren in deze fase sowieso hebben.

Heeft u het SCP-onderzoek gezien naar ‘Jongeren en seksuele oriëntatie’ dat vandaag is uitgekomen? Hieruit blijkt dat LHBTi jongeren worstelen met hun seksuele- en genderidentiteit, waardoor zij o.a. 4 keer vaker aan zelfmoord denken (http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2015/Jongeren_en_seksuele_oriëntatie). Meer hierover kunt u lezen in het artikel ‘LHBT-jongeren: van kwetsbaar naar weerbaar’ (https://www.movisie.nl/artikel/lhbt-jongeren-kwetsbaar-tot-weerbaar).

Hartelijke groet,
Michelle

Juist nu, in deze tijd waar gemakshalve vaak wordt aangenomen dat seksuele diversiteit geen echt issue meer is, is het van groot belang om het gesprek er over aan te gaan. Het feit is dat we in de steden een meerderheid hebben van niet Nederlandse afkomst, waar het onderwerp seksuele diversiteit een groot en heet hangijzer is, een taboe waarover moeilijk gesproken wordt, laat staan voor uitgekomen. Niet alleen onder de jongeren, maar ook onder de volwassenen, die vaak pas op latere leeftijd zich van hun gevoelens bewust worden. Zwijgen is geen optie, evenals het opdringen van 'onze' mening en standpunten. Het is de dialoog die de ruimte moet creëren voor de acceptatie van een natuurlijk gegeven, waarvan de persoonlijke ontdekking vaak met veel weerstand en problemen vergezeld gaat. Het is aan ons om die last te verlichten door het gesprek aan te gaan en het onderwerp seksuele diversiteit op de agenda te zetten.
Succes toegewenst, Harry Derksen

Beste Harry,

Bij uw pleidooi voor de dialoog sluiten wij ons helemaal aan! En wat betreft de extra aandacht voor mensen met een andere culturele- of religieuze achtergrond natuurlijk ook.

Vandaar dat wij in dit artikel over LHBT-jongeren aan het einde ook pleiten voor specifiek onderzoek daarnaar.www.movisie.nl/artikel/lhbt-jongeren-hebben-ons-nodig-aan-slag

En wij organiseren een werkconferentie over bi-culturele LHBT's in de gemeente www.movisie.nl/agenda/werkconferentie-biculturele-lhbt%E2%80%99s-gemeente Welicht zien we elkaar daar?

Hartelijke groet,
Maurits Boote

Heel goed dat dit artikel er is. Homo en transgender jongeren staan vaak in de kou. De hele jeugdsector heeft hier nauwelijks benul van. Jongeren die nog gevoelens hebben die ze niet kunnen duiden komen hier ook vaak niet mee voor de dag. Neem jongeren die het slachtoffer van een pedofiel zijn die hebben met hetzelfde te maken, angst, schaamte en van daaruit niet durven ermee voor de dag te komen. Ik ben het dan ook met Erwin Heyl eens, die stelt dat hij het jammer vind dat het alleen om homo en transgender jongeren gaat. Een schone taak voor de gemeente te erkennen dat de wet participatie hier steken heeft laten vallen. Want aan de keukentafel zal deze jongeren uit angst, schaamte en gebrek aan vertrouwen en daarbij met gevolg een negatieve zelfbeeld zijn ware aard niet willen en niet kunnen bloot leggen. Ongelukken liggen dan op de loer die ook niemand wil, gevangen in een vicieuze cirkel.

Beste Tonie,

Dank voor uw compliment, en reactie op het artikel. Het onderzoek was gelukkig breder dan de titel in de nieuwsbrief doet vermoeden. Vorm ging in dit geval voor inhoud, maar het onderzoek ging over LHBTi-jongeren.

Net als jij concluderen we in het onderzoeksrapport dat er werk aan de winkel is voor alle professionals die met jongeren werken: het signaleren van en praten over seksuele- en genderdiversiteit moet beter. Zie ook onze aanbevelingen voor de praktijk vanaf pagina 58 (https://www.movisie.nl/sites/default/files/Onderzoeksrapport_Jong_en_and...). We zetten ons in voor een vervolg!

Hartelijke groet,
Michelle

Als vrijwilliger bij het coc limburg, hoor ik dat jongeren vaak niet terecht kunnen bij hun professionele hulpverlener als het gaat om LHBT gerelateerde onderwerpen. De jongeren die ik ontmoet hebben de weg naar het COC en hun lotgenoten al gevonden. Ik hoop echter dat andere jongeren de hulp krijgen die ze nodig hebben of worden door verwezen naar het COC.
Groet
John
Jongerencoördinator
Coc limburg

Dankjewel voor je reactie John!
We herkennen je signaal dat helemaal aansluit bij het onderzoek.

Ken je de website www.iedereenisanders.nl? Met heel veel info, tips en bijvoorbeeld erva-ringsverhalen en doorverwijzingsmogelijkheden voor LHBT-jongeren.

Geweldig dat je je inzet voor de jongeren in Limburg. Misschien heb je iets aan onze handreiking Niet Alleen Anders (www.movisie.nl/artikel/lhbt-jongeren-zijn-niet-alleen-anders) over het stimuleren van ontmoetingsmogelijkheden. En staat COC Limburg al op de kaart via www.nietalleenanders.nl?

Hartelijke groet,
Michelle

Goed dat dit ertikele er is en dat het integraal ook aandacht besteedt aan biseksuele jongeren en jongeren met een intersekse conditie.
Maar wel erg jammer dat het in de publiciteit wordt gebracht met deze titetl: "Jeugdsector vergeet homo- en transgenderjongere" als zijnde dat het alleen gaat om homo- en transgenderjongeren.

Hee Erwin.

In een nieuwsbrief met maar 6 woorden in de titel gaat de vorm soms voor de inhoud. Maar biseksue-len en jongeren met een intersekse conditie blijven zeker goed op ons netvlies.

Dankjewel dat je ons weer scherp houdt!
Hartelijke groet, Maurits

Goed dat dit is onderzocht en nu op de kaart staat. Nog een aanvulling wellicht ten overvloede: LHBTi hulpverleners kunnen zelf een belangrijke rol spelen door open te zijn over hun eigen situatie. Mijn persoonlijke ervaring is dat dit goed werkt en jongeren over een drempel kan helpen.

Dank voor deze waardevolle aanvulling Myra.

In interviews met jongeren geven zij inderdaad aan dat zij eerder naar een hulpverlener stappen waarvan ze weten dat deze hun LHBTi-gevoelens accepteert.

Dat kan zijn doordat deze volwassene zelf open over is over LHBT-zijn, maar ook doordat hij of zij open vragen stelt (ben je wel eens verliefd geweest, op en jongen of een meisje?) of positieve opmerkingen maakt (ik was dit weekend bij het huwelijk van mijn zus en haar vriendin, wat is liefde toch mooi).

Zelf open zijn verlaagt de drempel voor jongeren om erover te beginnen: heel scherp!

Hartelijke groet,
Michelle

Reageer op dit artikel

1 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.