Jongvolwassenen en de knelpunten rondom het praktijkleren

24 april 2019

Het met succes volgen van onderwijs is een belangrijke voorwaarde om een duurzame plek op de arbeidsmarkt te verwerven. Maar een significante groep jongvolwassen raakt door een te schoolse en theoretische opzet van het onderwijs gedemotiveerd. Zij willen liever leren door het opdoen van kennis, competenties en ervaring op de werkvloer. Dit wordt ook wel praktijkleren of leerwerkervaring opdoen genoemd. Jongvolwassenen krijgen door het praktijkleren een grotere kans op het vinden van duurzame arbeid. Helaas zijn er op dit moment een aantal drempels en knelpunten waardoor nog te weinig jongvolwassenen kunnen profiteren van dit alternatief.

De belangrijkste drempels en knelpunten

  1. Een gebrek aan BBL-leerbanen. De BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg) is binnen het Mbo de leerweg die het meest gericht is op het opdoen van werkervaring in de praktijk. Bij de BBL is de jongeren in dienst bij een werkgever, werkt 4 dagen per week en gaat 1 dag naar school. En juist aan BBL-leerbanen is een gebrek, onder andere omdat het aantal BBL-leerbanen de afgelopen jaren fors gedaald is. Werkgevers vinden deze constructie vaak te duur. Als reactie hierop is de minister in 2017 samen met SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven een zogenaamd BBL-offensief begonnen en lijkt de trend hiermee enigszins te keren.
  2. Een gebrek aan ondersteuning bij het vinden van een BBL-leerbaan. Jongvolwassenen zijn zelf verantwoordelijk voor het vinden van een BBL-leerbaan. Niet iedere jongvolwassene is daartoe in staat. Bijvoorbeeld door het ontbreken van het juiste netwerk. Zij hebben ondersteuning nodig, en daaraan ontbreekt het nu nog te vaak. Vindt de jongere geen BBL-leerbaan, dan mag hij/zij niet starten met een BBL-opleiding.
  3. Lang niet alle jongeren komen in aanmerking voor praktijkleren of leerwerkervaringsplekken. Niet alle jongeren volgen Mbo-onderwijs. En juist voor kwetsbare jongeren die voortijdig afhaken of helemaal geen onderwijs volgen, zijn er nauwelijks reële mogelijkheden om leerwerk-ervaring op te doen.
  4. Meer aandacht nodig voor begeleiding op de werkplek waardoor onnodige uitval wordt voor-komen. Met name voor jongeren in een kwetsbare positie is het van belang dat de leerplek een plek is waar je ook gesteund wordt wanneer je meer moeite hebt met het vinden van werkzaamheden die bij je passen en/of zich knelpunten voordoen op andere levensgebieden, zoals bijvoorbeeld het hebben van schulden.

In een door het NJI en Movisie georganiseerde bijeenkomst kwamen mensen uit de uitvoeringspraktijk bijeen. Ze bespraken aan de hand van een drietal casussen welke gevolgen kwetsbare jongeren (16-27) kunnen ondervinden van de knelpunten rondom het leren in de praktijk en vooral ook welke oplossingen er mogelijk zijn.

Een drietal casussen

Een 17-jarige jongen is vanwege gedrags- en motivatieproblemen uitgevallen op het reguliere VMBO en terecht gekomen op een VMBO-leerwerktraject. In deze constructie moet hij 2 dagen per week naar school gaan en loopt hij 3 dagen per week stage. Al gauw bleek de jongen nauwelijks te motiveren om naar school te gaan en verzuimde regelmatig, terwijl het lopen van de stage wel succesvol was. Desondanks bleef de jongen lang volhouden dat hij op deze manier zijn VMBO diploma wilde halen en wees, vermoedelijk onder druk van zijn sociale omgeving, verschillende meer op de praktijk gerichte alternatieven af. Uiteindelijk moest hij erkennen dat het hem op deze manier niet zou lukken het diploma te halen.

Een 24-jarige jongen met verschillende problemen (geen diploma, geen contact met familie, schulden, drugsverleden) vraagt een bijstandsuitkering aan. Omdat hij geen startkwalificatie heeft, hanteert de gemeente de scholingsplicht. De jongere is daartoe bereid en omdat hij graag in de praktijk aan de slag gaat, meldt hij zich aan bij een BBL-opleiding. Hij wordt aangenomen, maar moet zelf een BBL-plek regelen. Dit lukt hem ondanks vele pogingen niet. Hij gaat daarom maar aan de slag als uitzendkracht,  maar valt terug in zijn drugsgebruik en verliest zijn uitzendbaan. Zonder opleiding of perspectief meldt hij zich opnieuw bij Werk en Inkomen.

Een bestuurslid van een lunchroom waar mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt werken, is bezig om dit te combineren met een opleidingscentrum MBO Horeca niveau 2. Hierdoor kunnen jongeren die extra begeleiding nodig hebben hun startkwalificatie halen. Door het leren in de daadwerkelijke praktijk van een commercieel bedrijf, te laten plaatsvinden, en niet in een gesimuleerde praktijk of een afgezwakte vorm van een commercieel bedrijf, worden de jongeren ook aantrekkelijker voor andere werkgevers. Bij het opzetten van deze vorm van praktijkleren, stuit hij naast de gebrekkige motivatie van jongeren en de negatieve uitstraling die dit op potentiele werkgevers heeft, op veel administratieve rompslomp.

De probleemanalyse

De deelnemers aan de bijeenkomst kwamen tot een aantal conclusies die voor alle drie de casussen gelden:

  1. Het reguliere onderwijs in Nederland is nog te veel ingericht op de overgrote meerderheid aan leerlingen die in staat zijn tot het volgen van schools en theoretisch onderwijs. Ook de opleiding voor in het onderwijs werkzame professionals is te veel op deze vorm van onderwijs gericht. Leerlingen voor wie deze vorm van onderwijs niet geschikt is, komen er bekaaid van af. De nadruk op het volgen van regulier onderwijs en het behalen van de startkwalificatie pakt voor deze laatste groep vaak averechts uit.
  2.  Er bestaan maatschappelijke vooroordelen over de waarde van diploma’s, waardoor ouders hun kinderen stimuleren tot het volgen van een opleiding die minder geschikt voor hen is.
  3. Veel jongeren worstelen met motivatieproblemen. De beloning voor het succesvol afronden van een opleiding (een diploma naar vier jaar) staat letterlijk te ver af van veel jongvolwassenen, die vaak een korte termijn perspectief hanteren.
  4. Met name oudere jongeren maken minder kans op een BBL-plek doordat werkgevers de kosten te hoog vinden.
  5. Er is gebrek aan regie en samenwerking tussen verschillende partijen als onderwijsinstellingen, gemeenten, UWV, leerwerkloketten, werkgevers etc. Dit geldt zowel voor de ondersteuning bij het vinden van een BBL-leerbaan als bij het oplossen van de multiproblematiek waar jongeren in kwetsbare posities vaak mee worstelen.
  6. Het inrichten van het onderwijs in zogenaamde profielen zorgt er voor dat een aantal sectoren en beroepen buiten beeld blijven voor BBL-leerbanen.
  7. Jongeren in de participatiewet kunnen geen of onvoldoende gebruik maken van de mogelijkheid om te werken met behoud van uitkering of om stage te lopen om leerwerkervaring op te doen als opstap naar regulier werk.

Aanbevelingen

De deelnemers kwamen tot de volgende aanbevelingen:

  1.  De opleiding en deskundigheidsbevordering voor professionals moet niet alleen gericht zijn op het regulier onderwijs, maar ook aandacht schenken aan andere vormen van onderwijs.
  2.  Ouders moeten beter voorgelicht worden over de mogelijkheden en kansen die het praktijkleren biedt.
  3. Bij het stimuleren van de motivatie van jongeren moet veel meer de nadruk komen te liggen op wat ze wel kunnen in plaats van wat ze nog niet kunnen. Ook het regelmatig vieren van successen (en dus niet wachten tot dat ene moment van de diploma uitreiking) kan bijdragen aan de motivatie. Tenslotte kan een inspirerend rolmodel een grote rol spelen.
  4. Het instellen van jobcoaches om de begeleiding op de werkplek te waarborgen.

Daarnaast ontstond er discussie over het meer dan nu gebeurt vrijstellen van de leerplicht en het loslaten van het behalen van de startkwalificatie voor jongvolwassenen. Voorstanders betoogden dat sommige jongeren op een bepaald moment meer gebaat zijn bij rust en ruimte dan aanhoudende dwang. Tegenstanders betoogden dat dit tot loslaten van de jongere leidt die daardoor sneller buiten beeld geraakt.

Een tweede discussie punt was beloning in de vorm van loon. Voorstanders wezen erop dat het uitbetalen van loon vanaf de eerste dag een uitstekende motivator van jongeren blijkt te zijn. Tegenstanders wezen erop dat de hoge kosten (waaronder loon) nu al een van de belangrijkste redenen zijn waarom werkgevers huiverig staan tegenover BBL-plekken

Een mogelijke oplossing

De bijeenkomst werd afgesloten met een presentatie van Monique Mol van SBB over praktijkleren met  praktijkverklaring. Praktijkleren met praktijkverklaring in het mbo is een route voor werkzoekenden en werkenden zonder startkwalificatie waarvoor een route mbo-diploma (incl. Entree) of mbo-certificaat (nog) niet haalbaar is. De praktijkscholing vindt plaats in een erkend leerbedrijf. De praktijkverklaring wordt afgegeven wanneer werkprocessen voldoende uitgevoerd kunnen worden. De praktijkverklaring is geen diploma, maar vormt naast het Mbo-diploma en Mbo-certificaten wel onderdeel van de Mbo kwalificatiestructuur. In het najaar van 2018 zijn de eerste pilots rond deze vorm van erkenning gestart. Een mogelijk knelpunt kan de bekostiging zijn. Het is de bedoeling dat gemeente en/of werkgevers opdraaien voor de kosten. Meer informatie is te vinden op de website van SBB

Deze bijeenkomst over 16-27 is onderdeel van een serie van drie bijeenkomsten.