Jongvolwassenen en de kostendelersnorm in de participatiewet

21 maart 2019

Onwetendheid over de kostendelersnorm, de wijze waarop deze door de gemeente wordt toegepast, en de angst om gekort te worden op de bijstandsuitkering, maken dat familie of vrienden een jongere om die reden geen onderdak durven te bieden. Ook is de norm vaak aanleiding voor conflictsituatie binnen gezinnen. De norm vergroot het risico op dak- of thuisloosheid onder jongvolwassenen.

Uit cijfers van het CBS uit 2016 blijkt dat de invoering van de kostendelersnorm ook daadwerkelijk aan een stijging van het aantal jonge daklozen heeft bijgedragen. 

Bij de kostendelersnorm telt het aantal huisgenoten vanaf 21 jaar mee voor de hoogte van iemands bijstandsuitkering. Krijgt een eenpersoonshuishouden 70% van de bijstandsnorm, bij twee volwassenen heeft een ieder recht op nog maar 50% van de bijstandsnorm, bij vijf volwassenen is dit gedaald tot 38%. De achterliggende gedachte is dat wanneer personen een woning delen zij ook de woonlasten kunnen delen. Jongeren vanaf 21 jaar kunnen dus ook met de kostendelersnorm te maken krijgen.

De kostendelersnorm biedt in tegenstelling tot haar voorganger in de WWB wel een individueel recht op een bijstandsuitkering. De inkomens van de medebewoners tellen niet mee voor het recht op bijstand. Je kunt bijvoorbeeld als jongere de woning delen met iemand die een ton verdient en toch nog recht op een bijstandsuitkering hebben. Zolang je tenminste geen gezamenlijke huishouding voert en bijvoorbeeld samenwoont met een echtgenoot of voor de wet daaraan gelijkgestelde partner. De andere kant van de medaille is dat als een huisgenoot tijdelijk geen inkomen heeft, hij/zij toch blijft meetellen voor de kostendelersnorm.

Er zijn nog een aantal uitzonderingen op de kostendelersnorm. De belangrijkste zijn studenten met recht op studiefinanciering en wanneer er sprake is van een aantoonbare huurder-verhuurder relatie met een commercieel huurcontract en een commerciële huurprijs.

Bijeenkomst 16-27

Het NJi en Movisie organiseerden op 12 maart een bijeenkomst waarbij mensen uit de uitvoeringspraktijk bij elkaar kwamen en aan de hand van een tweetal casussen bespraken welke gevolgen kwetsbare jongeren (16-27) kunnen ondervinden van de kostendelersnorm en vooral ook welke oplossingen er mogelijk zijn om schrijnende gevallen te voorkomen. Behalve de kostendelersnorm bespraken de deelnemers ook andere financiële problemen waarmee kwetsbare jongeren te maken kunnen krijgen.

Een tweetal casussen

  1. Een 21-jarige zoon wil nog thuis blijven wonen bij zijn alleenstaande moeder. Samen met de hulpverlener worden afspraken gemaakt over hoeveel de zoon zal bijdragen aan de woonlasten nu de kostendelersnorm ingaat. Daarnaast hebben zowel moeder als zoon echter schulden. De bewindvoerder van de moeder wil alleen meewerken als hij ook de bewindvoerder wordt van de zoon. Moeder en zoon gaan daarmee in eerste instantie akkoord. Drie maanden nadat de zoon 21 is geworden, lopen de discussies over de bijdragen van de zoon aan de huur en aan de kosten voor de bewindvoerder zo hoog op, dat de zoon in de maatschappelijke opvang belandt.
  2. Een zwangere dochter verhuist terug naar het adres van haar moeder en schrijft zich daar ook in. Zij vraagt een uitkering aan, maar gedurende de aanvraagperiode (van ongeveer drie maanden) heeft zij geen inkomen en kan zij dus ook niet bijdragen aan het huishouden. De kostendelersnorm houdt echter geen rekening met het wel of niet hebben van een inkomen van huisgenoten en de korting op de uitkering van de moeder gaat dan ook in op het moment van inschrijving. De moeder geeft aan van haar lagere uitkering niet rond te kunnen komen en dreigt de dochter uit huis te zetten.

De probleemanalyse

De deelnemers aan de bijeenkomst kwamen tot een aantal conclusies die voor beide casussen gelden:

  • De kostendelersnorm werpt een drempel op bij familie en vrienden om jongeren in huis te nemen. Zij zijn bang gekort te worden op hun eigen uitkering. Deze angst zorgt ervoor dat ook  jongeren onder de 21 waarop de kostendelersnorm niet van toepassing is, hier last van ondervinden. Het kan tot spanningen in een gezin leiden. Ouders oefenen dan druk uit op de jongere om het huis voor hun 21e verjaardag te verlaten. Jongeren kunnen daardoor op straat belanden.
  • De kostendelersnorm vooronderstelt dat huisgenoten woonlasten delen. De participatiewet heeft echter niet geregeld dat de huisgenoten ook een evenredige bijdrage aan de woonlasten leveren. De overheid gaat er van uit dat medebewoners er in onderling overleg uitkomen. In de praktijk is er echter vaak sprake van conflicten waardoor jongeren in de maatschappelijke opvang terecht kunnen komen.
  • Het toepassen van de kostendelersnorm kan de gemeente besparingen opleveren. Maar wanneer het toepassen tot gevolg heeft dat jongeren in de maatschappelijke opvang belanden, dan zijn de maatschappelijke kosten (en ook de kosten voor de gemeente) vele malen hoger.
  • Van de mogelijkheid tot maatwerk die de participatiewet biedt, wordt in de gemeentelijke praktijk lang niet altijd gebruik gemaakt. De keuze voor maatwerk moet in elk individueel geval onderbouwd en gemotiveerd worden en vereist veel expertise en tijd van klantmanagers. Lang niet alle klantmanagers zijn daartoe in staat of bereid, wat weer willekeur tot gevolg heeft. De houding van de verantwoordelijke wethouder ten opzichte van maatwerk bepaalt ook in belangrijke mate in hoeverre er voor maatwerk wordt gekozen.
  • De laatste jaren is de problematiek van de jongeren die aankloppen bij gemeenten voor ondersteuning steeds complexer geworden. Vaak is er naast de kostendelersnormen sprake van andere met elkaar samenhangende problemen. De huidige participatiewet is onvoldoende toegerust op deze doelgroep. De wetgeving gaat nog te veel uit van een gemiddeld gezin met ‘gemiddelde problematiek’.
  • Veel expertise op de werkvloer gaat verloren door groot verloop onder medewerkers en door het steeds meer inschakelen van zzp’ers, die vaak onvoldoende op de hoogte zijn van gemaakte afspraken.
  • Burgers zijn vaak onvoldoende voorgelicht over de in en outs van de kostendelersnorm.
  • De kostendelersnorm kan tot ongewenste situaties leiden: Fraude, wanneer jongeren zich uitschrijven bij hun ouders maar niet daadwerkelijk verhuizen. Spookjongeren, wanneer jongeren na uitschrijving geen vast verblijfadres meer hebben, raken zij uit beeld bij hulpverlenende instanties. Wanneer zij na verloop van een aantal jaar alsnog aankloppen bij hulpverlening, is er vaak sprake van exponentieel toegenomen problematiek.

Andere problemen en risico’s

Naast de kostendelersnorm kwamen nog een aantal andere financiële risico’s voor kwetsbare jongeren ter sprake.

  • Moment uitbetalen toeslagen: De uitbetaling van toeslagen valt meestal niet samen met het moment waarop huur, premie zorgverzekering en studiegeld moeten worden betaald. Het risico bestaat dat de toeslagen voor andere doeleinden worden ingezet. Dit kan leiden tot een neerwaartse financiële spiraal, schulden en zelfs huisuitzetting.
  • Te lage uitkering voor 18-21 jarigen: De bijstandsuitkering voor 18-21 jarigen is te laag om een zelfstandig huishouding van te voeren. De wetgever gaat er van uit dat de ouders van 18-21 jarigen een onderhoudsplicht hebben. Wanneer de jongere geen ouders meer heeft, of de ouders niet in staat zijn om aan deze onderhoudsplicht te voldoen, komt de jongere in grote financiële problemen

Aanbevelingen

De deelnemers kwamen tot de volgende aanbevelingen:

  1. Kennisuitwisseling om te voorkomen dat bestaande expertise door verloop van medewerkers verloren gaat, niet alleen op de werkvloer, maar ook tussen gemeenten en tussen gemeente en hulpverlening.
  2. Het opstellen van criteria door de gemeente voor de gevallen waarin maatwerk moet worden toegepast. Het opstellen van dergelijke criteria voorkomt dat steeds opnieuw moet worden nagedacht/besloten over het al dan niet toepassen van maatwerk en voorkomt willekeur. De gemeente kan bijvoorbeeld afspreken dat bij (ernstige) schulden er altijd sprake moet zijn van maatwerk.
  3. Kijk vooral naar duurzame oplossingen voor de lange termijn en voorkom dat goedkoop duurkoop wordt. Door de kosten van alternatieve scenario’s door te berekenen, voorkom je dat een kleine besparing (kostendelersnorm) uiteindelijk veel duurder uitvalt (maatschappelijke opvang).
  4. Zorg dat de communicatie naar de burgers toe ook voor laaggeletterden begrijpelijk is.

Deze bijeenkomst over 16-27 is onderdeel van een serie bijeenkomsten. De eerste bijeenkomst ging over de vier weken zoektermijn en scholingsplicht.

De volgende en laatste bijeenkomst over praktijkleren vindt plaats op 9 april. 

Meer informatie en aanmelden