Kan het buurtteam radicalisering bestrijden?

artikel - 24 november 2015

De aanslagen in Parijs hebben de discussie aangewakkerd over de aanpak van radicalisering in wijken en buurten. Van sociaal werkers, buurtteams, wijkagenten en bewoners wordt veel verwacht. Maar werken aan de wijk gaat niet vanzelf. Dat vergt een duurzame, doordachte aanpak. Onderzoek, met name kwalitatief onderzoek, is daarbij hard nodig.

Een algemene trend van radicaliserende jeugd in de grote steden van Europa roept de vraag op wat werkt bij het tegengaan van radicalisering. Is de wijk of de buurt eigenlijk wel een goed aanknopingspunt voor het tegengaan van radicalisering? Kan radicalisering bestreden worden door het buurtteam, de wijkagent, de lokale hulpverlener, de actieve bewoners? De Belgische wijk Molenbeek wordt nu aangewezen als een ideaal broeinest voor radicalisering; hier ontmoetten de daders van de Parijse aanslag elkaar voordat enkelen van hen naar Syrië afreisden.

Molenbeek

De Brusselse wijk is – volgens (ex-)bewoner en antropoloog Teun Voeten – rommelig gebouwd, anoniem en de politiek grijpt niet in omdat zij het probleem niet durft te adresseren. De Parijse buitenwijken zijn eveneens anoniem en delen van de wijk vormen getto’s waar wantrouwen tegen andere bevolkingsgroepen makkelijk de kop op kan steken. In Nederland lijken de omstandigheden om radicalisering in de wijken te bestrijden beter. Het gaat om kwalitatief hoogwaardige, gemengde wijken waar verschillende bevolkingsgroepen relatief veel contact met elkaar hebben. Wat is er nodig om wantrouwen en radicalisering te voorkomen?

Etnische diversiteit leidt niet tot onderling wantrouwen

Vorige week werd bekend dat de resultaten van een belangrijke studie over werken in de wijk niet kloppen. De vermaarde Amerikaanse politicoloog Robert Putnam concludeerde acht jaar geleden dat een gemengde etnische samenstelling van de wijk leidt tot onderling wantrouwen. Naar deze stelling is sindsdien veel onderzoek gedaan. Op basis van dit onderzoek wordt de stelling van Putnam verworpen: etnische diversiteit leidt niet tot onderling wantrouwen, sommige etnische groepen staan sowieso wat wantrouwiger tegenover de buurt. Dit heeft Putnam over het hoofd gezien. Is het erg dat onderzoeksresultaten bij nader inzien niet blijken te kloppen. Nee, natuurlijk niet. Juist door nader onderzoek ontstaat een genuanceerd beeld, in dit geval over etniciteit en wantrouwen in de buurt, een belangrijk gegeven om te betrekken bij het bestrijden van radicalisering. Zo worden we langzaam wijzer.

'De politiek grijpt niet in omdat ze het probleem niet durft te adresseren'

Alleen menging is niet voldoende

Onderzoek zoals dat van Putnam en zijn opvolgers dragen bij aan de kennis over wat werkt. Etnische menging leidt op zich niet tot wantrouwen tussen groepen. Het is dus goed om menging in wijken na te streven. Maar dat is niet voldoende, zo leert het gemengde Molenbeek. Het probleem is dat sommige bevolkingsgroepen sowieso meer tot wantrouwen neigen. En dat geldt op dit moment in het bijzonder voor kleine groepen moslim-jongeren. Hoe betrekken we deze jongeren blijvend bij de samenleving. Alleen menging is niet voldoende.

Vertrouwen is nodig

Van werkers in de wijk wordt veel verwacht. Zij moeten zorgen voor het in stand houden van het weefsel van de wijk. Door slimme vormen van contactleggingskunde en informatie-inwinning moet kennis over de buurt en haar bewoners worden vergaard. Vervolgens moeten mogelijke gevaarlijke tendensen in een vroeg stadium worden onderkend en aangepakt. Daarvoor is vertrouwen nodig. Vertrouwen tussen organisaties en burgers die actief zijn in de buurt. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, zo blijkt uit veel onderzoek naar werken in de wijk. We vragen dus nogal wat van actieve bewoners en werkers in de wijk.

Hoe signaleer je voedingsbodems in de wijk?
Ervaren discriminatie of achterstelling, een ontwrichte thuissituatie of een gebrekkige kennis van de islam. Schokkende beelden van het conflict in het Midden-Oosten die door jongeren worden uitgewisseld via social media. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van voedingsbodems en triggerfactoren die volgens onderzoek de kans op radicalisering bij jongeren met een islamitische achtergrond kunnen vergroten. Dergelijke voedingsbodems of ‘triggerfactoren’ zijn lokaal te signaleren door professionals en sleutelpersonen in de wijk. Zij kennen immers hun inwoners en gemeenschappen. Deze signalen komen echter niet gestructureerd bij de gemeente terecht, zo blijkt uit een verkenning van Kennisplatform Integratie & Samenleving. Men gaat af op afzonderlijke gegevens, een gevoel over de wijk of gegevens over het aantal uitreizigers. Kennisplatform Integratie & Samenleving onderzoekt momenteel of gemeenten behoefte hebben aan een gestructureerd instrument dat voedingsbodems in wijken inventariseert. Op basis van zo’n ‘gestructureerde check’ kunnen gemeenten beslissen of ze extra preventieve maatregelen in een wijk inzetten.

Wat kunnen we doen?

Parijs houdt de gemoederen terecht bezig, ook in Nederland. Wat kunnen we doen? Overheden op alle niveaus moeten tot actie overgaan. Zowel op het terrein van preventie als op het terrein van beveiliging. Maar dat neemt niet weg dat die actie zoveel mogelijk gebaseerd moet zijn op kennis over duurzame buurtontwikkeling. We weten daar in Nederland al veel vanaf. Het gaat erom deze kennis slim toe te passen op radicaliserende jongeren. Hoe sporen we hen op? Hoe reageren we op tekenen van radicalisering? Hoe winnen we vertrouwen? Hoe betrekken we deze jongeren van jongs af aan bij hun directe omgeving? Tegelijkertijd is verder onderzoek nodig. Hoe werkt een wijk? Wat zijn de randvoorwaarden voor werkers en actieve bewoners om gewelddadige vormen van radicalisering te kunnen voorkomen? Daar valt – in navolging van Putnam – nog een wereld te winnen.

Reacties

Ik onderstreep het verhaal van Ellen. Daarin staat de kern van de waarheid vermeld. De professionals zijn bang om de situatie bespreekbaar te maken. Zij gaan liever de trainingen volgen om te zeggen; zie je ik ben al daarmee bezig i.p.v. persoonlijk in gesprek te zijn met de jongeren en hun ouders. Er wordt in mijn persoonlijk beleving bijna geen menselijke energie in gestopt. Alles wordt op papier uitgewerkt. Juist dat kunnen die jongeren helaas niet lezen en begrijpen. Dan komt de vertrouweling bij kijken, die met de jongeren spreekt en mogelijk zijn eigen college geeft. Hij kan doen en laten wat hij maar wil.

Het is allemaal weer wijsheid achteraf en nog even en we krijgen als land, als volk, als het ware de schuld van alles. Maar als ik nog een tolk nodig heb voor een redelijk gesprek met de vader van een gedetineerde (die hier al 35 jr is) omdat die jongeman niet meer thuis mag komen en ik krijg op de vraag: "waar heeft u gewerkt" een reactie, alsof ik vloek in de kerk, dan weet ik zeker, dat we al heel lang iets verkeerd hebben gedaan.Of liever: we hebben NIETS gedaan.Iedereen zou het boek van Fayza Oum'Hamed eens moeten gaan lezen om een begin van inzicht te gaan krijgen en de naïviteit eens af te gaan leggen.Dan pas kunnen we werkelijk iets gaan doen. Nu is het alleen praten en niet eens beseffen waar we mee bezig zijn.Onze regeringen proppen de landen vol met kanslozen die voor het grootste deel NIETS met ons hebben en niets met ons willen hebben.Vorig jaar is hier maar 2% naar de inburgering gegaan.Is er iemand die er achteraan is gegaan? Is er iemand die zich af heeft gevraagd waarom voor een groot deel mensen wél eindeloos procederen,om hier te kunnen blijven en er verder niets voor willen doen.Ik zie jonge mensen die niet eens hun naam kunnen schrijven. Daar is al achterstand en dat betekent ook, dat hun informatie niet door lezen en schrijven tot hen is gekomen, maar via het gesproken woord.Zij gaan niet op onderzoek uit,lezen niet. En als de kennis van de begeleiders dan ook nog niet verder reikt dan die van hen, dan schieten we niets op.Wij moesten bij de theologische studie wel degelijk de Koran lezen om te weten waar we over spraken.Zou voor iedereen een hulp zijn om te weten waar de ander het over heeft.Je kunt van politie niet ALLES verwachten, daar is een takenpakket wat heel wat anders bevat,dan maatschappelijk werker zijn en veel meer dan dat zijn.Iedereen draait om de hete brij heen ,durft niets bij de naam te noemen, we roepen ach en wee over degene die dat wel doet en demoniseren de persoon veel liever, dan dat we de verantwoording gaan nemen voor de aanleiding daartoe: het zaken niet bij de naam durven noemen en daarop hulp aan te bieden of desnoods sancties te hebben.We laten liever alles op zijn beloop. En dus neemt bijna geen mens ons serieus, vind het maar een raar. wegkijkers, angsthazen,ignoranten, we zijn al heel ver verwijderd van een leefbare gemeenschap.Ik ben opgegroeid in een stad met vele nationaliteiten, maar die stad was niet onleefbaar. Integendeel.

Radicalisering is misschien niet zo een goed woord......de jongeren worden overspoeld met mythische verhalen die veel interessanter klinken dan het verslag van de feiten, De mythen bedekken het geweld. De mythen worden al van jongs af aan doorgegeven. Alleen in de vorm van een gesprek is het mogelijk de mythen achter zich te laten, Zo een gesprek moet beginnen met respectvol luitsteren naar hun verhalen, pas daarna kan men proberen de feiten naar boven te brengen - een lang proces.

Ik ben benieuwd naar het onderzoek waar dit artikel op gebaseerd is. Zou u mij hierover kunnen informeren?
Bij voorbaat dank.

Beste Yvonne,

Het gaat met name om de volgende twee bronnen:
Tom van der Meer & Jochem Tolsma, ‘Unity in diversity: Ethnic diversity and its effect on social cohesion’, a review of 56 empirical studies’, Annual Review of Sociology 40, 2014, pp. 459-478.
Robert D. Putnam, Bowling alone. The collapse and revival of American community. New York: Simon & Schuster, 2000.

Hartelijk dank!

Reageer op dit artikel

4 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.