Kennis over goede ketenzorg voor zwerfjongeren in Nederland

artikel - 20 november 2013
Afbeelding bij Kennis over goede ketenzorg voor zwerfjongeren in Nederland

In Nederland zwerven op jaarbasis ongeveer 9000 jongeren (Brummelhuis et. al. 2011). De zogenaamde centrumgemeenten hebben de verantwoordelijkheid om voor deze diverse groep voorzieningen te treffen. In 2012 en 2013 hebben gemeenten met ondersteuning van de Tour Zwerfjongeren belangrijke verbeteringen doorgevoerd. Jongeren worden sneller geholpen naar passende huisvesting, scholing en werk. Toch blijft aandacht nodig voor de behoeften van deze gevarieerde doelgroep, die nog te vaak tussen wal en schip belandt. Inmiddels is veel (ervarings)kennis beschikbaar die kan helpen om betere ketenzorg te realiseren voor zwerfjongeren.

Zwerfjongeren zijn feitelijk of residentieel daklozen onder de 23 jaar met meervoudige problemen (VWS 2011a). Feitelijk dakloos betekent dat een jongere geen eigen woonruimte heeft en daar ook geen uitzicht op heeft. Hij of zij overnacht ofwel in de buitenlucht, in een noodopvang, of tijdelijk bij vrienden of familie. Jongeren die in de maatschappelijke opvang verblijven (residentiële daklozen) vallen eveneens onder de definitie van zwerfjongeren. De voorzieningen (zoals pensions, nachtopvang) hebben namelijk een tijdelijk karakter en bieden geen stabiele basis voor jongeren (VWS 2011b).

Wie zijn zwerfjongeren

Om zwerfjongeren goed te kunnen helpen, is het belangrijk te weten om wie het gaat en welke achtergronden zij hebben. Uit onderzoek is bekend wat risicofactoren zijn die samenhangen met een verhoogde kans op dakloosheid. Problematische gezinsomstandigheden hebben een belangrijke invloed. Het gaat dan bijvoorbeeld om huiselijk geweld, verwaarlozing, verslavingsproblematiek en schulden. Ook (dreigende) schooluitval en het vertrek, bij 18 jaar, uit de jeugdzorg zonder verdere vervolgbegeleiding, spelen een belangrijke rol (Van Deth et. al. 2009).

Drie groepen

Zwerfjongeren verschillen onderling nogal in hun beperkingen en mogelijkheden. Globaal worden drie groepen onderscheiden. Er zijn jongeren die tijdelijk ondersteuning nodig hebben, maar zich dan vlot zelf weer kunnen redden, bijvoorbeeld dankzij hun eigen netwerk, voldoende opleiding en kans op werk. Er is ook een zogenaamde vallen-en-opstaangroep. Het gaat dan om jongeren die meerdere problemen hebben en regelmatig terugvallen op de hulpverlening. Tot slot is er een groep van zeer kwetsbare jongeren met ernstige psychiatrische en verslavingsproblematiek in combinatie met gedragsstoornissen. Het maken van onderscheid met behulp van deze profielen, helpt om te komen tot maatwerkoplossingen voor zwerfjongeren (Snoek et. al. 2008; www.1stapvooruit.nl, juli/aug 2013).

Snelle hulp en één trajectplan

Goede ketenzorg voor zwerfjongeren begint met een toegankelijk en centraal meldpunt. Vervolgens moeten jongeren snel geholpen worden met een eerste opvang, gescheiden van volwassenen zodat de kans op negatieve invloeden beperkt wordt.

Veel zwerfjongeren blijken gebaat bij directe én kortdurende, lichte, georganiseerde opvang en daarbij passende begeleiding, waarmee ze snel weer op eigen benen kunnen staan. Dit soort lichte vormen van formele opvang bestaat echter nog nauwelijks in Nederland. In Groot-Brittannië wordt gewerkt met gastgezinnen volgens de methodiek Night-stop. Movisie, stichting Zwerfjongeren Nederland, Federatie Opvang, Humanitas, Campus Diep (Groningen), Provincie Zeeland en GIDSnetwerk proberen deze aanpak naar Nederland te halen. Zie ook het verslag van een bijeenkomst hierover in het voorjaar van 2013.

Bij de zorg voor zwerfjongeren zijn veel partijen betrokken, daarom is afstemming in één trajectplan voor elke zwerfjongere van belang, evenals centrale regie en begeleiding door één cliëntmanager.

De gemeente als regisseur

Niet alleen opvang- en zorginstellingen moeten hun werkzaamheden op elkaar afstemmen, ook de gemeentelijke diensten kunnen veel beter samenwerken om zwerfjongeren te helpen. Bijvoorbeeld op het gebied van inkomen en schulden. Daarnaast kan een gemeente maatschappelijke partners zoals woningcorporaties en zorgverzekeraars tot samenwerking bewegen om adequate zelfstandige woon-ruimte en passende ambulante woonbegeleiding te realiseren. Door partijen op het terrein van onderwijs en opleidingen hierbij te betrekken, kan een gemeente bewerkstelligen dat er, tegelijk met huisvesting, ook mogelijkheden zijn om te leren, werk op te pakken of een combinatie van beiden in een passend leerwerktraject.

Zwerfjongeren praten mee

Door zelf in gesprek te gaan met zwerfjongeren, kunnen gemeenten en zorginstellingen gericht beleid en aanbod ontwikkelen in aansluiting op de noden van zwerfjongeren. Lees hier meer informatie over

Meer informatie en bronnen

Reacties

Reageer op dit artikel

7 + 1 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.