Laat je meerwaarde als professional zien!

Geslaagde conferentie Wmo-werkplaatsen op 10 oktober 2014
artikel - 28 oktober 2014
Laat je meerwaarde als professional zien

Grijp de decentralisatieoperatie als kans aan om je meerwaarde als sociaal werker te laten zien. Dat was de belangrijkste boodschap tijdens de conferentie Wmo-werkplaatsen die op 10 oktober 2014 werd gehouden. Veel sprekers benadrukten ook het belang van de Wmo-werkplaatsen voor de praktijk.

De samenwerking tussen professionals en burgers stond centraal bij de bijeenkomst in Utrecht. De belangstelling was groot; er waren 250 bezoekers van vooral hogescholen, welzijnsorganisaties en enkele gemeenten. Zij kregen een afwisselend programma met lezingen en een debat voorgeschoteld. Ook waren er twee ronden van tien workshops waarbij de dertien Wmo-werkplaatsen hun werk presenteerden.

Leggen van verbindingen

De positie en rol van sociale professionals is het thema van het debat dat onder leiding staat van Marcel Ham, hoofdredacteur Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken en de site www.socialevraagstukken.nl. Hierover zijn recent twee belangwekkende rapporten van de Gezondheidsraad en de Verkenningscommissie hoger sociaal agogisch onderwijs verschenen. Doekle Terpstra, vertrekkend bestuursvoorzitter van Hogeschool InHolland, gelooft in de drie decentralisaties van het kabinet. ‘Ik ben zeer positief over de richting: dichter bij mensen en dichter bij het lokale bestuur. Het gaat om integraliteit. Daarvoor zijn professionals nodig die verbindingen kunnen leggen.’

Cultuuromslag

Volgens Lies Korevaar, lector Rehabilitatie Hanze Hogeschool en projectleider Wmo-werkplaats Noord, komt er meer aandacht voor de praktijk bij het onderwijs. ‘De bron van ervaringskennis wordt toegevoegd aan wat er nu al is.’ Agnes Wolbert, lid van de Tweede Kamerfractie van de PvdA, spreekt over een echte cultuuromslag. ‘Het type werk wordt heel anders. Professionals staan straks voor de uitdaging om onder meer vrijwilligers en mantelzorgers gedurende een zeer lange periode te ondersteunen. De kernbegrippen zijn kennen en gekend worden.’ De verandering is een kwestie van lange adem, aldus Wolbert. ‘De cultuuromslag is niet over vijf jaar af.’ Zij waagt zich op verzoek van Ham aan een voorspelling van het aantal sociale professionals over vijftien jaar. ‘Ik denk dat er dan een kwart minder nodig zal zijn.’

Innovatie nodig

Lies Schilder, directeur van de beroepsvereniging NVMW, is een voorstander van de decentralisaties. Zij maakt wel een kanttekening. ‘Erg veel professionals zijn nu al zeer goed in het stimuleren van de eigen kracht van mensen. Dat is nog te weinig zichtbaar in officiële circuits. Voor een zelfbewuste beroepsgroep is vertrouwen nodig.’ In zijn reactie zegt Terpstra niet te twijfelen aan de professionaliteit van de professional, maar er moet wel worden geïnnoveerd. Hij roept op tot een assertieve houding. ‘Wees regisseur van het veranderingsproces!’

Aandacht voor de transitie zelf

Kitty de Laat, voorzitter Verdiwel en directeur-bestuurder Vivaan, vindt dat op het moment ten onrechte de focus ligt op de vorm van de sociale wijkteams. ‘Wanneer is er aandacht voor de transitie zelf?’ Zij vindt dat professionals hun meerwaarde moeten tonen. Schilder wijst hierbij op de inbreng van de Wmo-werkplaatsen. ‘Wij kunnen zo onze kunde en kennis etaleren.’

Vanuit en samen met de praktijk

Ook op andere momenten tijdens de conferentie wordt de waarde van de Wmo-werkplaatsen benadrukt. Volgens dagvoorzitter Paul Vlaar, senior adviseur Vakmanschap bij Movisie, zijn de werkplaatsen heel snel zeer populair aan het worden. Hij noemt in dit verband de samenwerking tussen professionals en de vele verschillende categorieën burgers. ‘Wij moeten scherp krijgen hoe we deze samenwerking het beste kunnen vormgeven.’ De Wmo-werkplaatsen werken vanuit de praktijk en samen met de praktijk, stelt Theo Roes, voorzitter van het Overleg Wmo-werkplaatsen. ‘Het gaat niet alleen om het bijscholen van professionals, maar het is ook belangrijk dat de onderwijsmodulen van de hogescholen sterk inzetten op de praktijk.’ De Gezondheidsraad is voor een landelijk dekkend systeem van regionale kenniscentra, vertelt Roes. ‘Mijn hoop is dat de Wmo-werkplaatsen daarvan de kern vormen.’

Duidelijke beroepsidentiteit

Wat zijn de consequenties van de ontwikkelingen in het sociaal domein voor het beroepsonderwijs? Dat onderwerp behandelt professor Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut en voorzitter van de Verkenningscommissie hoger sociaal agogisch onderwijs, in zijn presentatie. Hij vindt het belangrijk dat de sociaal werker een duidelijke beroepsidentiteit heeft. ‘Weet wat je bent, weet wat je te bieden hebt.’ Het hbo heeft volgens hem een meerwaarde ten opzichte van mbo en wetenschappelijk onderwijs. ‘Enerzijds grondige kennis op basis van de sociale wetenschappen, anderzijds de reflectieve houding van de eigen persoon tot de samenleving.’ Boutellier pleit voor een goede kennisnetwerkstructuur op nationaal, regionaal en lokaal niveau.

De vraag van de burger moet bepalend zijn

Martha van Biene, lector Lokale dienstverlening vanuit klantperspectief bij de Hogeschool Arnhem-Nijmegen, houdt een presentatie over ‘het belang van anders’. Het huidige referentiekader voldoet niet meer, zegt zij. ‘De vraag van de burger moet bepalend zijn. Daarom is samen leren leren in het sociale wijkteam niet vrijblijvend.’ Pas op met het problematiseren van vragen, waarschuwt Van Biene. ‘Kijk heel open of iets in de omgeving kan worden opgepakt. Eerst arrangeren, dan indiceren.’ Van Biene wijst op de effectencalculator waarmee professionals kunnen voorkomen dat zij onnodig dingen doen. ‘Je kunt dit handige instrument vinden op de site van de Wmo-werkplaatsen. Het is een mooi voorbeeld van waar de Wmo-werkplaatsen allemaal mee bezig zijn.’

Bulletin conferentie

Naar aanleiding van de conferentie is een bulletin verschenen. Hierin kunt u nog eens nalezen welke onderwerpen aan de orde kwamen en hoe de dag is verlopen.

Presentaties lezingen

 

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 12 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.