Leernetwerk outcomegericht werken: strakke structuur schept ruimte voor het goede gesprek 

Meld je vóór 19 december aan voor het leernetwerk Outcomegericht werken

Outcomegericht werken levert veel op: in de samenwerking tussen gemeente en partners én qua effecten voor de inwoners. In Utrecht helpt de strakke structuur om als gemeente en maatschappelijke partners te bespreken wat er echt toe doet. Teammanager Joop van der Zee: ‘Ons model is consistent, ondanks bestuurlijke en ambtelijke wisselingen.’ Wil je ook aan de slag met outcomegericht werken? Je kunt je nog tot 19 december aansluiten voor ons leernetwerk.

Meer weten over het leernetwerk Outcomegericht werken

Op 18 september 2025 kwamen in Utrecht zo’n tien duo’s van gemeenten en welzijnsorganisaties als leernetwerk bij elkaar. Zij hebben gemeen dat ze al een aantal jaar outcomegericht werken. Een van de praktijken die in de schijnwerpers stond was Utrecht. Joop van der Zee werkte daar tot voor kort als adviseur betekenisvol sturen. In die rol droeg hij bij aan de implementatie van het Utrechtse sturingsmodel, dat al tien jaar stevig staat en vertrekt vanuit leidende principes. ‘Dat zorgt voor houvast bij de gemeente en de partners. Het model is consistent, ondanks bestuurlijke en ambtelijke wisselingen. Wel investeren we elke vier jaar opnieuw in het meenemen van de nieuwe gemeenteraadsleden. Bijvoorbeeld door consequent vanuit het model te werken in documenten voor de raad.’

Monitoring

In Utrecht zijn er met het oog op de monitoring duidelijke afspraken over wie wanneer welke data aanlevert. Van der Zee: ‘Die afspraken leggen we vast in een bijlage bij het contract met de partner. Maar het is vooral belangrijk hoe we het gesprek over de data voeren. Want in de dialoog ontstaat pas de betekenis om van te kunnen leren en verbeteren. Dat doen we bijvoorbeeld tijdens zogeheten SNACK-gesprekken: Samen NAar de Cijfers Kijken. Deze gesprekken hebben geen formele status, maar ze zijn wel heel belangrijk voor het partnerschap. Vaak bespreken we verdiepende thema's, bijvoorbeeld aan de hand van cijfers en trends.’

Het goede gesprek

Onderdeel van deze manier van werken is dat er voor het hele jaar een tijdschema vaststaat. Elke periode van vier maanden kent naast de al genoemde informele SNACKs in totaal ruim twintig peildata, deadlines voor het aanleveren van rapportages en formele gesprekken met aanbieders. Die strakke structuur voorkomt dat er tijd en energie verspild wordt aan randzaken en geeft zoveel houvast dat er daardoor ruimte ontstaat voor het goede gesprek.

Rijker verantwoorden in Almelo

In de gemeente Almelo loopt het project Rijker Verantwoorden, dat de beweging van het programma Zorg en Veiligheid inzichtelijk maakt. De gemeente streeft naar een rijkere manier van verantwoorden, waarbij resultaten (output en outcome) vanuit verschillende perspectieven worden belicht. Om dit te doen maken de betrokken onderzoekers Rinske Wolters (ReflectieWijs) en Crystal Ziel (Natuurlijk Inclusief) gebruik van persona’s: fictieve personen gebaseerd op feitelijke casuïstiek. ‘Een van deze persona’s’, vertelt Wolters, ‘is een verslavingsgevoelige man van in de vijftig die in een kwetsbare wijk woont. Hij is een lonewolf die kan exploderen, maar dankzij ondersteuning is hij nu relatief stabiel.’ Aan deze persona is relevante data gekoppeld, zoals Wmo-indicaties, Wlz-cijfers, politiemeldingen en meldingen van zorgwekkend gedrag. Ook inzichten van woningcorporaties, welzijnsorganisaties en handhaving hebben de onderzoekers meegenomen. Dit beeld is vervolgens verder uitgesplitst naar de wijken waar extra inzet plaatsvindt vanuit het programma Zorg en Veiligheid. In gesprekken met betrokkenen zoals bemoeizorg, wijk-GGD, wijkagent, wijkregisseur en gemeentecoaches is het beeld vervolgens gezamenlijk geduid. Volgens Wolters ervaren betrokkenen dit als zeer waardevol: ‘Het koppelen van data aan een persona brengt cijfers tot leven en maakt zichtbaar waar gezamenlijke actie nodig is.’
 

Lastig te herleiden

Overigens is het bepalen van wie welke data aanlevert volgens de Utrechtse strategisch onderzoeksadviseur Robin Tromp makkelijker gezegd dan gedaan: ‘Zeker in de context van de beweging naar meer hulp en ondersteuning in de sociale basis. Hoe verzamel je wat? Krijgen we daarmee wel zicht op de impact van de beweging naar voren? En op wat investeren aan de voorkant scheelt aan kosten aan de achterkant?’ Wat het bovendien niet eenvoudiger maakt, is dat de data bij de indicatoren op het stedelijk of stelselniveau nogal algemeen zijn, zoals ‘meedoen en voor elkaar zorgen’, of ‘prettig samenleven’. ‘Dat maakt dat ze niet een-op-een te herleiden zijn tot concrete inzet. Als mensen ‘meer meedoen’ kan daar van alles op van invloed geweest zijn. Hetzelfde geldt voor het gevoel van veiligheid. Als dat is afgenomen kan dat een gevolg zijn van de oorlog in Oekraïne en meet je dus niet het effect van extra lantaarnpalen.’ Omdat er zoveel invloeden kunnen zijn, zijn causale verbanden tussen inzet en effecten op dit niveau dus moeilijk te leggen.

Focus verlegd

In Utrecht hebben ze om die reden de focus van de monitoring verlegd. Behalve op het meten van de effecten ligt de nadruk nu meer op het goed zicht krijgen op het probleem, dus op de opgave die opgelost moet worden. Tromp: ‘In de SNACK-gesprekken proberen we daar met de aanbieders meer zicht op te krijgen. Wat is er aan de hand en wat kan daaraan op welke manier verbeterd worden? We praten dan dus ook over een verandertheorie: wat wil je bereiken met een interventie? De hoog-over effectindicatoren blijven er wel, maar we proberen daarnaast een extra stroom aan data te creëren die gericht is op bereik en ervaring. Samen met de partners, op basis van de verandertheorie en op basis van een plan met specifieke interventies. Met indicatoren die daarbij aansluiten meten we onder de deelnemers wat zij als effect ervaren.’ De relatie tussen aanpak en effect is op dit niveau directer dan bij de het monitoren op samenlevingsniveau.

Zicht krijgen op wat er speelt met een Luisterpanel

Werken met een Luisterpanel bleek voor een van de aanwezige gemeenten een effectieve manier om een reëel beeld te krijgen van wat er speelt onder de inwoners. Een sessie met een luisterpanel gebeurt in een studio die op locatie wordt opgebouwd en die bestaat uit twee ruimtes. In de ene ruimte voeren de inwoners een gesprek onder leiding van een gespreksleider. Dit gesprek duurt ongeveer twee uur en heeft altijd een concreet thema, in dit geval over wat er beter kan in de buurt. De gemeentelijke medewerkers en eventueel vertegenwoordigers van samenwerkingspartners kijken en luisteren mee vanuit de andere ruimte. Als het gesprek is afgelopen, gaan de inwoners naar huis. De professionals gaan onder begeleiding aan de slag met de uitkomsten. Direct na afloop én in vervolgsessies, zodat het gesprek ook echt leidt tot verandering en verbeteringen. Het luisterpanel in deze gemeente maakte duidelijk dat het beeld dat zij had van wat er nodig was in deze buurt, sterk verschilde van het beeld van de inwoners. De sociale samenhang en betrokkenheid bleek onverwacht groot. Dankzij het luisterpanel werd duidelijk dat het mogelijk volstaat om die betrokkenheid en energie als gemeente te ondersteunen met de inzet van een enkele opbouwwerker.
 

Kennis benutten 

De achterliggende gedachte bij het nadenken het probleem of de opgave en welke aanpak daarbij het beste past, is om de kennis over wat werkt te gebruiken. Als je kennis over werkzame elementen benut en bewezen effectieve interventies inzet, dan mag je ervanuit gaan dat je aanpak een positief effect heeft. Dan hoef je dat niet per se bij elke inwoner te meten, maar dan volstaat het op zich als je data hebt over hoeveel mensen je bereikt hebt met die interventie. Tromp tipt behalve Movisie organisaties als Platform31, het SCP, SEO en Verwey Jonker als kennisbronnen op dit vlak.

Illustratie: Jeroen Krul