Leren van Sterk Sociaal Werk in Vlaanderen

12 juni 2018

Op donderdag 24 mei, vond in Brussel de eerste Vlaamse Sociaal Werk Conferentie plaats: Sterk Sociaal Werk. Sterk Sociaal Werk is sociaal werk dat werkt aan het realiseren van mensenrechten en sociale rechtvaardigheid. Movisie-adviseur Mariël van Pelt ging naar het congres en raakte geïnspireerd door de aanpak van onze zuiderburen.

Sociaal werk wordt in Vlaanderen gezien als praktijk, beroepenveld, discipline en opleiding en de visie en uitwerking van sterk sociaal werk betreft dus ook alle vier. Sterk Sociaal Werk trok een indrukwekkend aantal deelnemers: 1000 in totaal: docenten, onderzoekers, studenten, beleidsmedewerkers, directeuren, maar vooral heel veel sociaal werkers uit het veld. En dan stonden er ook nog 400 op de wachtlijst. De lage deelnameprijs, 25 euro vormde natuurlijk ook geen drempel.

Gedeelde basis van het sociaal werk

Het doel van de conferentie was om de gedeelde basis van het sociaal werk te expliciteren en de mensenrechtenbenadering van het sociaal werk te verduidelijken, concretiseren en versterken. Het vertrekpunt daarbij is de globale internationale definitie van het sociaal werk. Dit is uitgewerkt in een eindrapport, dat op de dag gepresenteerd en gelanceerd werd. Bijzonder mooi is het fotoboek ‘Trots’ dat iedere deelnemer op de dag kreeg. De foto’s van Philippe Swiggers vangen op een prachtige manier sociaal werkers en de mensen voor wie en waar mee ze werken.  

Nothing about us, without us

De Vlaamse minister Vandeurzen (Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) nam het initiatief voor de conferentie. Vervolgens startten drie Vlaamse masteropleidingen sociaal werk (Antwerpen, Gent en Leuven) een anderhalf jaar durend traject. Daarin bespraken zij eerst met meer dan 120 sociaal werkers uit heel Vlaanderen en uit allerlei sociaal werk praktijken de brede basis van het sociaal werk en het werken vanuit een mensenrechtenbenadering. Het gaat hier dus om professionalisering waarin praktijkwerkers zelf een zeer belangrijke rol spelen oftewel een mooie vorm van ‘nothing about us, without us’. Vervolgens analyseerden onderzoekers de uitkomsten van de werkgroepen,  koppelden die aan wetenschappelijke kennis, en legden die op verschillende momenten voor aan diverse stakeholders.

Dat de Vlaamse minster er vervolgens voor koos om sociaal werk nadrukkelijk te stimuleren is uniek

Vrijwel ondenkbaar voor Nederland

De directe aanleiding voor het organiseren van de conferentie is de constatering dat het realiseren van sociale rechtvaardigheid, de ‘finaliteit’ van het sociaal werk, in de Vlaamse samenleving  momenteel onder druk staat. Dit komt door allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, zoals migratie, de groeiende kloof tussen laag- en hooggeschoolden, de toenemende pluraliteit van gezinsvormen, de kloof tussen arm en rijk. Maar ook door beleidsveranderingen; de overheveling van een aantal bevoegdheden en verantwoordelijkheden naar het lokale niveau, vermaatschappelijking, het grotere appel op informele zorg, vrijwilligerswerk en de lokale gemeenschap, en de toenemende aandacht voor marktwerking, verantwoording en veiligheid. Ontwikkelingen die zeer vergelijkbaar zijn met die in Nederland. Dat de Vlaamse minster er vervolgens voor koos om sociaal werk nadrukkelijk te stimuleren is uniek. In Vlaanderen, maar zeker in Nederland, waarin zoiets toch vrijwel ondenkbaar is. 

Sterk-sociaal-werk

© Philippe Swiggers

Het realiseren van mensenrechten en sociale rechtvaardigheid

In de visie op sterk sociaal werk kiezen de Belgen voor mensenrechten als referentie-en handelingskader. Niet alleen omdat dit volgens hen de essentie is van sociaal werk, maar ook omdat de mensenrechten in Vlaanderen onder druk staan en rechten van burgers niet langer gewaarborgd zijn. Dit heeft te maken met drie beleidsevoluties. De eerste is responsalibering, waardoor burgers meer aangesproken worden op hun eigen verantwoordelijkheid en gedrag. De tweede tendens is conditionalisering: mensen moeten bijvoorbeeld eerst voldoen aan bepaalde eisen voordat ze ergens aanspraak op kunnen maken. De derde is sanctionering of criminalisering, waarbij mensen de schuld toegewezen krijgen voor de situatie waar ze zich in bevinden en sancties worden opgelegd aan personen die niet het juiste gedag laten zien.     

Het DNA van het sociaal werk

De brede basis van het sociaal werk bestaat uit vijf, met elkaar verbonden, krachtlijnen die samen de sterkte en specificiteit van het sociaal werk vatten. Ze vormen het DNA van het sociaal werk en zijn de lijn waarlangs mensenrechten en sociale rechtvaardigheid gerealiseerd kunnen worden.

  1. Nabijheid en laagdrempelig werken. Dit impliceert dat sociaal werkers aanwezig zijn in de leefwereld van mensen in een kwetsbare positie. Daarbij gaat het zowel om fysiek aanwezig zijn als mentaal aanwezig zijn: de agenda en het traject worden altijd samen met de betrokkenen bepaald.
  2. Proceslogica van het sociaal werk. De uitkomst van de inzet van sociaal werk ligt niet op voorhand vast. Er wordt ingespeeld op de concrete situatie én de ervaringskennis van betrokkenen wort gebruikt.  Inspraak en participatie van de betrokkenen, en vooral de gebruiker, staat centraal. Omdat de proceslogica niet goed past bij klassieke verantwoordingsmechanismen wordt er een pleidooi gehouden voor alternatieve, bijvoorbeeld meer narratieve vormen, van verantwoording.
  3. Generalistisch sociaal werk. Het gaat hierbij allereerst om integraal werken: de generalist plaatst de persoon in een bredere context en heeft oog voor de gehele situatie en dus alle levensdomeinen. Daarnaast wordt de generalist gezien als een ‘brugfiguur’ of  ‘kruispuntwerker’, heeft goed zicht op de sociale kaart en zet actief in op netwerkvorming.
  4. Verbindend werken. Dit heeft drie componenten. De individuele component is gebaseerd op het empowerment-paradigma. Het gaat om het versterken van individuen om greep te krijgen op hun leven en betekenisvol te kunnen deelnemen aan de samenleving. Dit vraagt ook van de samenleving om hulpbronnen vrij te maken. De collectieve kant verwijst naar het werken aan verbinding in buurten en op het lokale niveau om het samenleven te versterken. In een superdiverse samenleving is het van groot belang om verbindingen te leggen tussen mensen met verschillende achtergronden en belangen, die regelmatig ook conflicteren. De derde component gaat over het verbinden met  maatschappelijke basisinstituties zoals onderwijs, gezondheidszorg en de arbeidsmarkt. Het gaat daarbij niet alleen om het verzekeren van de toegang tot die instituties maar ook om het collectiviseren van problemen bij deze toeging.   
  5. Politiserend werken. Inspirerend en opvallend is dat de minster aan het eind van de conferentie de visie op Sociaal Werken de uitwerking daarvan in vijf krachtlijnen bekrachtigt. Daarmee maakt hij zich ook sterk voor de vijfde krachtlijn: politiserend sociaal werk en accepteert en ondersteunt hij kritisch sociaal werk en ‘tegensprakelijkheid’. Politiserend sociaal werk draagt actief bij aan het waarborgen van sociale rechten, zodat mensen ook daadwerkelijk gebruik kunnen maken van hun rechten en sociale voordelen en onderbescherming wordt aangepakt.  Maar poliserend werken houdt ook in dat sociaal werk wijst op structurele mechanismen die sociale problemen, ongelijkheid en onrechtvaardigheid veroorzaken én op de verantwoordelijkheid van de samenleving én het sociaal werk om hier iets aan te doen. Het is de krachtlijn die op dit moment in het Nederlandse Sociaal Werk nog het minst tot uitdrukking komt. Niet voor niets hield  Margot Scholte hier een pleidooi voor in haar recente Marie Kamphuislezing ‘Op de barricaden’ tijdens de Dag van de Sociaal Werker in maart 2018.  In het zomernummer 2018 van Zorg + Welzijn laten Margot Scholten en drie andere experts zich uit over politiserend sociaal werk.

Lessen voor ons

Het Vlaamse sociaal werk heeft  in anderhalf jaar een resultaat van formaat neergezet, waar we in Nederland veel van kunnen leren, zowel qua proces als inhoud. In dat kader zou een Vlaams-Nederlandse vervolgconferentie een goed idee zijn. Vooralsnog is het voorstel om een Vlaams sociaal werkplatform op te richten. Het platform moet de krachtlijnen gaan uitwerken in een actieplan gericht op de uitvoering van het sociaal werk, maar ook op de invulling van de opleidingen en de onderzoekagenda. Ook krijgt zij de opdracht een taskforce op te richten die de implicaties van hervormingen in Vlaanderen voor het sociaal werk in beeld moet brengen vanuit zowel een beleidsgericht als praktijkgericht perspectief. Tot slot moet dit platform een nieuwe sociaal werk conferentie voorbereiden de dan in mei 2022. Tijdens de conferentie zijn over de vervolgplannen kritische geluiden te horen. Er is een kans dat de energie en beweging die nu op gang is gebracht stopt doordat de praktijkwerkers te weinig betrokken worden bij het platform en de taskforce en 2022 te ver weg is. Daarbij speelt mee dat er in Vlaanderen in het voorjaar van 2019 verkiezingen zijn en het maar zeer de vraag is of er weer een minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin die het Sociaal Werk net zo’n warm hart toedraagt als de huidige minister Vandeurzen. 

Mariël van Pelt werkt samen met onderzoeker Marcel Spierts aan een vervolgartikel over dit onderwerp voor het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.