Leren van het verleden

Meeste problemen en dilemma’s zijn niet nieuw
artikel - 15 maart 2016

De geschiedenis laat zien dat de onderlinge verhouding tussen de sociaal werker, burger en overheid voortdurend in beweging is. Maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden de werkwijze van de sociale professional en de politiek bepaalt in belangrijke mate de voorwaarden voor het sociaal werk. Wat hierin opvalt? Het verleden laat een golfbeweging waarin verschillende ontwikkelingen, in een meer of minder gewijzigde vorm, steeds opnieuw terugkeren. We bespreken er hier vier.

1. Afstand en nabijheid

Door de jaren heen is er een golvende beweging te zien van afstand en nabijheid van sociaal werkers tot burgers. Van 1945 tot in de jaren tachtig staan sociaal werkers dichtbij de burger (‘aan de voor-deur)’. Vanaf de jaren zeventig vindt outreachend werk minder plaats. Het sociaal werk heeft last van het paternalismesyndroom en neemt daardoor in de jaren daarna afstand tot de burger. Er komt een meer zakelijke houding in de relatie tussen burgers en sociaal werkers.

Mensen die écht hulp nodig hebben worden niet bereikt

Het sociaal werk verliest het zicht op wat er werkelijk speelt in de leefwereld van mensen. Hierdoor worden mensen die écht hulp nodig hebben niet bereikt. Dit wordt eind twintigste eeuw opgepakt door probleemgezinnen weer actief te benaderen. Op basis van de Wmo worden 8 bakens voor de sociale sector geformuleerd: Welzijn Nieuwe Stijl. Baken 3 ‘direct erop af’ is te zien als een terugkeer naar de hulp achter de voordeur en het afleggen van huisbezoeken.

2. Activering/Eigen kracht

Uit de brochure Wij en de wijkgedachte uit 1948 blijkt dat activering van mensen in de wederopbouw-fase al aan de orde is. Ook in andere periodes is er aandacht voor activering. Zo beschrijven Biemans en De Lodder in 1987 in de publicatie Leren in sociaal-cultureel werk de methodische aspecten van activering. In de Wmo en de bakens van Welzijn Nieuwe Stijl wordt activering van mensen opnieuw sterk benadrukt.

Er komt meer nadruk te liggen op de mens-tot-mens relatie

Ook de gerichtheid op de eigen kracht van mensen hebben we al eerder gezien in de geschiedenis van het sociaal werk. Met de introductie van het social casework na de Tweede Wereldoorlog komt in de werkwijze van de sociaal werker meer de nadruk te liggen op de mens-tot-mens-relatie en respect voor de zelfstandigheid van de hulpvrager. Meer aandacht voor eigen motivatie en initiatief van mensen met problemen zien we ook terug in de jaren zestig.

3. Wijkgericht werken

De werkwijze van de OBS-teams (Opbouwwerk in Bijzondere Situaties) kun je in grote lijnen vergelijken met de sociale wijkteams van nu. Deze OBS-teams werden in de jaren zestig in het leven geroepen als reactie op de onmaatschappelijkheidsbestrijding. Ze bestaan uit peuterspeelzaalwerk, wijkverpleging, maatschappelijk werk, jeugd- en jongerenwerk en opbouwwerk. Het idee is dat de hele buurt betrokken wordt bij de emancipatie van zwakkere gezinnen. Bij de sociale wijkteams liggen natuurlijk andere accenten, maar beiden stimuleren burgerinitiatief, versterken de eigen kracht en zelfredzaamheid van mensen, zorgen voor korte lijnen tussen sociaal werkers en bewoners en gaan ‘direct erop af’.

4. Verhouding formeel/informeel

Vroeger vond de zorg, de opvang van kinderen, de vrijetijdsbesteding et cetera vooral plaats binnen het gezin, bij familieleden of bij buren. Veel van deze activiteiten in de informele setting zijn gedurende de twintigste eeuw vervangen en/of aangevuld door wet- en regelgeving en professionele organisaties. De reden daarvoor geeft onder andere Minister Klompé. Zij wil dat mensen niet meer afhankelijk zijn van de kerk, familie en buren en de daarbij behorende beklemming en willekeur.

‘We hebben de verantwoordelijkheid bij ons zelf, onze familie, onze buurt weggehaald’

Minister Brinkman luidt in 1982 weer een tegenbeweging in met zijn visie: ‘We zijn erg gaan leunen op professionele instellingen. ‘We hebben de verantwoordelijkheid bij ons zelf, onze familie, onze buurt weggehaald’. De verhouding tussen formeel en informeel staat met de introductie van baken 4 – formeel en informeel in optimale verhouding – weer expliciet op de agenda.

Aanjager & coach

Bondgenootschap en samen optrekken kenmerken de huidige relatie tussen de burger en de sociaal werker. Wat de burger, samen met zijn omgeving, zelf kan betekenen bij het aanpakken van ondersteuningsvragen staat centraal. Sociaal werkers zijn niet meer zoals in eerdere tijden 'helper' of 'buurthuiswerker'. Ze zijn de aanjager, de coach, de ondersteuner, de inspirator en de doorzetter.

Meer lezen over de geschiedenis van het sociaal werk? In Leren van het verleden vindt u een kort historisch overzicht van de veranderende rollen van de sociaal werker in relatie tot de burger en de overheid.

Reacties

Ja mooi artikel. Nog mooier zou zijn als die sociaal werker en die actieve wijkbewoner meer mandaat zouden krijgen.

Mooi en overzichtelijk artikel. In de laatste alinea lees ik dat bondgenootschap en samen optrekken de huidige relatie tussen sociaal werker en de burger kenmerken.Sociaal werkers zijn de aanjager, de coach, de ondersteuner, de inspirator en de doorzetter.

Wat ik mij afvraag: Hoe zit het met de relatie sociaal werker-overheid? Veel sociaal werkers zijn/komen in dienst van gemeente(n). In hoeverre geldt: wie betaalt bepaalt? Hoe vrij is een sociaal werker om vanuit zijn vak te handelen?

Wat mij betreft zijn sociaal werkers, naast de rollen die in het stuk genoemd staan, ook klokkenluiders. Zetten zij vraagstukken (gevraagd en ongevraagd) op gemeentelijke en politieke agenda's, verrichten zij praktijkonderzoek, publiceren zij hierover, zijn zij niet alleen beleidsuitvoerders maar ook beleidsadviseurs en beleidsmakers.

Beste Elsbeth,
Dank voor je leuke reactie. Ik ben het helemaal met je eens. In onze publicatie Sociale professional: van verlegen naar invloedrijk (januari 2016) pleiten we ook daarvoor. Sociaal werkers zouden zich meer moeten laten horen in het politieke debat over wat zij zien en meemaken in de dagelijkse praktijk. Discussies aanjagen over de nadelige effecten van het huidige beleid is ook hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Veel sociaal werkers geven aan dat ze dat moeilijk vinden. (zie bijvoorbeeld de opmerkingen bij het artikel https://www.movisie.nl/artikel/sociale-professional-verlegen-naar-invloe... ) en onze reactie daarop.

Beste Corrie,
Dank voor je reactie.
Inderdaad helder dat veel sociaal werkers het moeilijk vinden terug te praten naar beleid. Ook begrijpelijk.
Is het niet zo dat er (in ieder geval) 2 zaken spelen:
- Sociaal werkers weten niet goed hoe terug te kunnen praten naar beleid en
- Sociaal werkers zitten in een machtsrelatie: wat staat er op het spel als je terug praat naar opgesteld beleid? Hoe vrij ben je om het gestelde beleid van je opdrachtgever (organisatie/gemeente) ter discussie te stellen als je afhankelijk van haar bent voor inkomen? Botsende waarden: reageer je vanuit persoonlijk perspectief of vanuit vakperspectief juist wel/niet?
Vanuit welk belang handel je?

Beide boeiende vraagstukken waar ik me afvraag wat (toekomstige) sociaal werkers kan ondersteunen bij het omgaan met deze vraagstukken. Met name ten aanzien van het tweede punt, positie innemen als sociaal werker in een machts/afhankelijkheidrelatie.
Iemand ideeën?

Ik gooi een balletje op: een soort van detachering vanuit het Ministerie zodat je meer onafhankelijk bij een organisatie/gemeenten kan werken?

Ik kijk uit naar andere ideeën .

Beter idee:

Het realiseren constructief samenspel. Hoe? door een sociaal vraagstuk centraal te zetten en gezamenlijk, met betrokken partijen (dus sociaal werkers, mensen in kwetsbare situaties en gemeenten/organisaties) op zoek te gaan naar dat wat, gezien omstandigheden en mogelijkheden, het beste aansluit en werkt.

Op en top sociaal werk dus ;-)

Hallo Elsbeth,

Een paar dagen terug kwam ik deze uitnodiging tegen voor de opzet van een netwerk van ervaringswerkers m.b.t. geweld achter de voordeur [ https://www.movisie.nl/agenda/bijeenkomst-netwerk-ervaringswerkers-gewel... ].

Ik reageerde:

Ik ben er graag bij.

Mijn achtergrond is de advocatuur en de rechtspraak. Daarin bestaat een groot gebrek aan kennis en vooral sensitiviteit omtrent culturele verschillen. Daardoor wordt vaak niet herkend - en evenmin erkend - wat zich soms 'werkelijk' achter die voordeur afspeelt. In en rondom de rechtspraak moet de informatiepositie veel en veel beter. Het gebrek hieraan heeft soms tot gevolg dat er beslissingen worden genomen in strijd met de wet, de mensen- en de kinderrechten.

En nu schrijf jij:

Het realiseren constructief samenspel. Hoe? Door een sociaal vraagstuk centraal te zetten en gezamenlijk, met betrokken partijen (dus sociaal werkers, mensen in kwetsbare situaties en gemeenten/organisaties) op zoek te gaan naar dat wat, gezien omstandigheden en mogelijkheden, het beste aansluit en werkt.

Zo zou het ook in en rondom de Rechtspraak moeten werken. Wat mij betreft sla je dus de spijker op z'n kop. Precies ook de intentie achter die uitnodiging voor de 14e april: het vraagstuk centraal en vervolgens met alle betrokken partijen op zoek gaan naar...

Kom je ook, de 14e?

Wie weet tot dan!

Beste Jaap Bakker,
Dank je wel voor je reactie. Interessant om het verzamelen van betrokken partijen rondom een vraagstuk vanuit de rechtspraak te bekijken. Heel graag was ik naar de bijeenkomst van 14 april gegaan. Waardevol thema en goed initiatief. Helaas kan ik niet. Wie weet ontmoeten we elkaar bij een andere bijeenkomst.

Hallo Elsbeth,

Dank voor je reactie.
Ik denk dat er inderdaad een tamelijk grote lacune bestaat in het 'vanuit de rechtspraak' bekijken van vraagstukken. 'Betrokken partijen' zijn het soms snel eens, maar dan.

De regelgeving zorgt voor vaak - en niet onterecht vaak - voor obstakels, de handhaving is nog ook nog niet helder... et voila, de spraakverwarring begint. Er liggen dus kansen in het sneller betrekken van de multidisicplinaire blik, waarbij je de jurist haast niet KAN overslaan. Omdat zijn of haar insteek vaak het noodzakelijke bruggetje vormt naar 'kan en mag dit wel?' 'Wordt dit al ergens gedoogd?' Is al bekend hoe rechters hierover denken? Begrijp me goed: ook juristen verschillen vervolgens weer van mening, maar toch. Het gaat om het in een zo vroeg mogelijk betrekken van ook die invalshoek. En dus ook het vroegtijdig opbouwen van een stukje juridisch specialisme.

Wie weet inderdaad tot een volgende keer!

Hartelijke groet, Jaap Bakker

Reageer op dit artikel

8 + 6 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.