De lessen van afzwaaiende ggz-coach Doppy den Ouden

‘Ik probeer samen met bewoners hun gebruiksaanwijzing te schrijven’

24 maart 2020

Doppy den Ouden is ggz-coach bij GGZ in de Wijk. Nog even, want ze gaat met pensioen. Alle reden om haar werkwijze en filosofie onder het vergrootglas te houden. Hoe is ze te werk gegaan? En wat geeft ze anderen mee die zich aan dezelfde missie wijden: hoe laat je mensen met psychische problemen zich welkom voelen in de wijk?

Doppy den Ouden is ggz-coach bij GGZ in de Wijk. Het project is een samenwerking tussen het stadsdeel Zuid in Amsterdam, haar werkgever GGZinGeest, team ED (ervaringsdeskundigen) en welzijnsorganisatie Dynamo. Met als doel om bewoners met psychische klachten zich (weer) thuis te laten voelen in wijk en buurt. Doppy is hierbij een belangrijke schakel. Voor de betreffende bewoners zelf én als schakel tussen hen en bijvoorbeeld hulpverleners, vrijwilligers, activiteitencentra en de ggz.

Die inspanningen zijn belangrijk. Voor mensen die vanwege psychiatrische problemen in een kwetsbare positie verkeren verandert er namelijk veel. Naast beschermd wonen is er steeds vaker een andere vorm van wonen: in hun eigen huis met ambulante hulpverleners. Dat maakt meedoen in de samenleving beter mogelijk. 

Lees ook het boekje: GGZ in de wijk: verhalen over een buurt waar iedereen welkom is.

Nonchalance en wijsheid

In haar verhalen en adviezen schuilt een verrassende combinatie van scherpzinnigheid, nuchterheid en wijsheid. Ze is gedreven, empathisch en down to earth tegelijkertijd. In hoe ze te werk gaat en wat ze anderen adviseert. Ze is als ggz-coach een pionier en één van de eersten die in de praktijk de verbinding heeft gemaakt tussen de (openbare) geestelijke gezondheidszorg en het maatschappelijk werk, het welzijnswerk en de wijk.
 
In haar werk als ggz-coach heeft Den Ouden te maken met drie perspectieven:

Perspectief 1: de bewoner

Het perspectief van de bewoner die weer participeert in de wijk. ‘Ik spreek het liefst thuis bij hen af’, zegt ze. Zo’n huis geeft aanknopingspunten voor een gesprek. Staan er boeken, muziekinstrumenten, planten? Is het netjes of juist rommelig?’ Overigens staat de wens van de klant, zoals ze die zelf noemt, centraal. ‘Als die liever in een koffietentje om de hoek afspreekt, dan is dat prima.’

Persoonlijk contact en tijd nemen om kennis te maken is de essentie. ‘Erachter komen hoe ze zijn. Wat zijn iemands hobby’s, wensen en dromen? Ik probeer met bewoners als het ware hun gebruiksaanwijzing te schrijven. Dat is van belang om te weten wat ze nodig hebben en hoe het contact met anderen kan zijn. En het is ook belangrijk dat de professional ook wat over zichzelf vertelt, dat breekt het ijs.'  

‘In het contact met de bewoner is het ook zaak om zicht te krijgen op het zelfstigma’, zegt ze. ‘Ik vraag dan: “hoe denk je dat andere mensen jou zien?” Denk je dat mensen je niet mogen? Waar maak je dat uit op? Als er in een groep gelachen wordt, denk je dan dat ze om jou lachen, of zou het ook kunnen dat het om iets anders gaat. Probeer niet te snel te oordelen en jezelf niet te veroordelen, zeg ik dan.’ Taal is daarbij belangrijk. ‘Het woordje nog kan een groot verschil maken. Kun je iets niet of kun je iets nóg niet?’ 

In het gesprek met de bewoner komt ook diens voorgenomen deelname aan een activiteit aan bod. Dat kan gaan om een kookles, een schilderles of een andere activiteit met andere buurtbewoners. ‘We lopen dat samen door. Ik maak daarbij duidelijk dat ze als nieuwkomer daarbij invloed uitoefenen op de groepsdynamica. Dat is namelijk altijd zo, wie je ook bent. Alle nieuwkomers verstoren of veranderen de orde die er daarvoor was. Het is erg belangrijk om mensen daarvan bewust te maken, ook de begeleiders trouwens!’ 

Den Ouden bespreekt ook altijd de beruchte “de tweede keer”. ‘Mensen peppen zich namelijk vaak op om naar een buurtactiviteit te gaan. Dat lukt vaak één keer wel maar daarna haken ze af. Bijvoorbeeld omdat er iemand uit de groep niet aardig tegen hen deed. Geef jezelf de tijd om te wennen, zeg ik dan.’

 

Perspectief 2: de ontvangende partij

Het tweede perspectief is wat Doppy den Ouden de ontvangende partij noemt. Daarbij kan het gaan om de begeleider van de buurtactiviteit, zoals de eerdergenoemde kookles of schilderles. De tips voor de bewoners die hierboven staan, zijn ook deels voor de begeleider van belang. Los daarvan: De begeleider moet zich volgens Den Ouden erg bewust zijn van de groepsdynamiek op het moment dat een bewoner meedoet die in een kwetsbare positie verkeert. ‘Bedenk of je hem of haar kunt koppelen aan een andere deelnemer die een soort buddy kan zijn. Kan de bewoner iemand uit de groep bellen als hij of zij niet komt? Het is belangrijk dat de begeleider ook maatwerk levert en rekening houdt met de “gebruiksaanwijzing” van de bewoner die weer meedoet aan een activiteit.’

Perspectief 3: GGZ in de wijk

Den Ouden begon haar loopbaan ooit als creatief therapeut in de psychiatrie. Ze bleef lang werkzaam binnen de hekken van instellingen, zoals ze dat zelf noemt. ‘Alles gebeurde voorbij de slagbomen, in een wereld buiten de “gewone” wereld.’ Op een gegeven moment bedacht ze, samen met anderen, dat het anders kon en moest. Dat mensen met een ggz-achtergrond ook gewone wijkbewoners zijn en mee (kunnen) doen in de buurt en wijk, werd het devies. Zo is GGZ in de wijk geboren. 

Optrekken in samenwerking met andere hulpverleners, actieve buurtbewoners en ervaringsdeskundigen is een belangrijk uitgangspunt van GGZ in de wijk. Den Ouden fungeert daarbij als kwartiermaker, om het proces van ‘normaliseren’ te begeleiden. Daarnaast is ze een rasverbinder. Zo laat Den Ouden in Het Huis van de Wijk mensen “landen” in een kookgroep, een koor of tekengroep. Vervolgens trekt ze zichzelf dan voorzichtig terug. Of dat iemand bij een ondernemer in de buurt kan werken, dat ze allerlei vormen van deskundigheidsbevordering verzorgt. Daarbij gaat het niet om uitleg over ziektebeelden, maar over gedrag en hoe daarmee om te gaan (zie ook het filmpje onderaan).

Een ander voorbeeld, van de vele activiteiten waar die verbinding wordt gelegd, vormen de zogenaamde Wijktafels. Tijdens die wijktafelbijeenkomsten wisselen deelnemers samen met de andere wijkzorgpartners kennis en ervaring uit. De filosofie is om daarmee steeds meer inwoners aan effectieve oplossingen te helpen. Gedurende de bijeenkomsten - ongeveer om de zes weken georganiseerd – treffen maatschappelijk werkers, consulenten, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen elkaar. Ze voorzien elkaar van tips, verdiepen zich per aflevering op een specifiek thema (bijvoorbeeld stigma en vooroordelen) en reflecteren op dilemma’s die de deelnemers bij de begeleiding van bewoners ervaren. Ze voorzien elkaar daarbij van handelingsperspectief en nieuwe inzichten. Ook hierbij is taal weer van belang, vindt Den Ouden. ‘Dat we spreken over burgers en bewoners van de wijk en niet over patiënten.’

Lees ook het artikel Amsterdam-Zuid: een ggz-vriendelijke wijk.