Liever commerciële ‘burenhulp’?

Blog van Kitty van den Hoek, Movisie

3 maart 2014

‘Huur een buur’: het kan tegenwoordig. Je betaalt gewoon voor hulp en gezelschap - je hoeft je niet meer schuldig of afhankelijk te voelen. Maar hoe verhoudt zich dat tot het ideaal van een zorgzame samenleving? Reduceert dat vrijwillige thuishulp tot gratis hulp voor de lage inkomens? Of heeft onbetaalde hulp meerwaarde ten opzichte van ‘gezelligheid op bestelling’?

Even een apparaat aansluiten, het aquarium schoonmaken, samen koffiedrinken of hulp bij het doen van boodschappen: daar kun je ook iemand voor inhuren tegenwoordig. In zekere zin kun je stellen: je huurt een vriendelijke buur in. En dat is ook precies waar verschillende jonge ondernemingen zoals De Buren, Home Instead Thuisservice en Vertroeteljeouders.nl zich mee afficheren. Ze bieden ‘gezelligheid’, ‘metgezelschap’, maar ook ondersteuning bij klussen in en om het huis.

Van boer naar buur

Is het nieuw, deze commerciële variant van burenhulp? Ja en nee. Het traditionele nabuurschap (of naoberschap / noaberschap) kwam ook ooit voort uit de economische belangen van boeren – waar het woord buren immers vanaf geleid is. Er waren jaarlijks terugkerende tradities waarin men elkaar hielp, bijvoorbeeld rond het dorsen, en daarnaast was er de incidentele hulp bij calamiteiten – losgebroken vee, een ongeval op het erf, een defecte trekker. Wie voor deze zaken niet op burenhulp kon rekenen, kon zijn bedrijf wel opdoeken.

Vóór het doe-het-zelf tijdperk

Ook in de sfeer van klusjes bij particulieren is er niets nieuws onder de zon – vóór de explosie van de bouwmarkten in de jaren ’70 was het normaal dat aannemers tegen betaling kleine klusjes deden bij mensen thuis. Doe-het-zelven was nog lang niet zo ingeburgerd als nu. Maar wie vandaag de dag even een stopcontact vernieuwd wil hebben, heeft waarschijnlijk grote moeite daar een welwillende aannemer voor te vinden.

Gezelligheid ‘op bestelling’

Wel nieuw lijkt de vercommercialisering van (platonisch) gezelschap. Of, zoals de Gelderlander schreef over Vertroeteljeouders.nl, het ‘bestellen van gezelligheid’ (De Gelderlander, 11 januari 2014). De juiste match is hierbij van groot belang, benadrukken verschillende aanbieders. Zo neemt Vertroetel je Ouders alleen dienstverleners aan die 40+ zijn en hoger opgeleid. Er wordt zoveel mogelijk gematcht op gedeelde interesses. Het ingehuurde gezelschap kan de cliënt voorlezen, vergezellen naar de specialist of met hem / haar een voetbalwedstrijd kijken op tv. De mogelijkheden zijn eindeloos en het kan een hele verlichting zijn voor mantelzorgende kinderen of partners die hiermee een betrouwbare aanvulling organiseren op het zorgnetwerk.

Groeimarkt

Het is moeilijk te zeggen hoe groot het volume aan commerciële niet-medische hulp momenteel is. Het lijkt alsof dit type ondernemingen als paddenstoelen uit de grond schiet. Er is in elk geval een aanzienlijke (groei)markt van mensen die, ook bij toenemende hulpbehoeften, zelfstandig willen blijven wonen zonder al te veel beroep te moeten doen op buren of kinderen. Onder hen zijn steeds meer alleenstaanden, maar ook ouderen die kinderloos zijn gebleven. Er is dus potentie voor een grootschalige vermarkting van ‘burenhulp’.

Zorgzaamheid en geld

Dat roept bij mij een aantal vragen op. Ten eerste: hoe strookt dit met het ideaal van de saamhorige samenleving? Als onderzoeker op het terrein van informele zorg probeer ik erachter te komen wat mensen nodig hebben om onbetaald voor elkaar te kunnen zorgen. Die zorgzaamheid – en dan hebben we het dus echt over lichte vormen van hulp - organiseer je niet met geld. Of is dat te kort door de bocht? Een professionele dienstverlener kan immers heel oprecht en liefdevol zijn in de hulp die hij of zij geeft. Dat daarvoor betaald wordt, ondermijnt nog niet de persoonlijke betrokkenheid die hij of zij voelt en toont in de dienstverlening. Onder zekere randvoorwaarden kunnen saamhorigheid, zorgzaamheid en geld prima samengaan.

De bestaansgrond van vrijwillige hulp

Ten tweede vraag ik me af wat deze ontwikkeling betekent voor de status en bestaansgrond van vrijwillige hulp. Wie voldoende geld heeft, schakelt geen buur of vrijwilliger in, maar een betaalde professional: dat zou al een dominante opvatting kunnen zijn. Zijn zorgvrijwilligers dan eigenlijk alleen ‘bedoeld’ voor mensen met een laag inkomen? Is nabuurschap alleen nog noodzakelijk als je niet de middelen hebt om hulp te betalen? Zo redenerend, wordt vrijwillige hulp gereduceerd tot gratis hulp, niet meer. Sommige vrijwilligersorganisaties hanteren inderdaad een inkomensgrens voor aanvragers van hulp. Terwijl ik ervan overtuigd ben dat vrijwillige hulp iets anders biedt dan professionele hulp, een eigen intrinsieke meerwaarde heeft (of zou moeten hebben) ten opzichte van betaalde zorg.

(Geen) omzien naar elkaar in een voorstandsbuurt

Een praktijkvoorbeeld illustreert dit: De wijkraad van de Haarlemse Koninginnebuurt benaderde mij om iets te komen vertellen over het onderwerp sociale samenhang. Ik vond het een intrigerend verzoek, omdat het hier een voorstandsbuurt betrof – krap 5000 inwoners, met een gemiddeld persoonlijk jaarinkomen van ruim 50.000 euro en een gemiddelde woningwaarde van ruim 500.000 euro. Maar die mooie, welvarende buurt, zo leerde ik van bewoners, omvatte ook een aantal minder gewaardeerde eigenschappen. ‘Allemaal nette mensen’, maar veelal op zichzelf gericht, zo omschreef een bewoner het. ‘Ik woon hier al 40 jaar, maar heb sommige buren in de straat nog nooit gesproken.’ En dat scheen niet uitzonderlijk te zijn. Men was graag op zichzelf, onafhankelijk. Er was consensus: genoeg bewoners zouden, later als ze oud en gebrekkig werden, kiezen voor betaalde thuishulp om zoveel mogelijk onafhankelijk te blijven. Maar dat was niet ieders eerste keuze. Ten eerste niet voor de mensen die überhaupt geen keuze hadden – ook in een voorstandsbuurt kunnen natuurlijk mensen wonen met een laag inkomen. Ten tweede niet voor de mensen die wel het geld hadden, maar andere idealen: een zorgzame buurt, waarin wederkerigheid, prettig onderling contact en solidariteit de sfeer bepaalden. Onbetaalde hulp had in hun beleving een sociale en symbolische meerwaarde ten opzichte van betaalde hulp.

De meerwaarde van vrijwillige hulp

Zo bezien staat vrijwillige hulp dus niet op zichzelf als tegenhanger van betaalde hulp. Betaalde hulp betreft primair een resultaatgerichte inspanning. Maar vrijwillige hulp is meer dan de hulp op zich. Het heeft ook een belangrijke symbolische waarde, maakt deel uit van een persoonlijke kijk op kwaliteit van leven en samenleven in een buurt of dorp. Het kan bijdragen aan het gevoel deel uit te maken van een lokaal sociaal verband.

Wie lichte vormen van hulp nodig heeft, moet daarin kunnen voorzien. Niet iedereen heeft de luxe om ‘gezelligheid op bestelling’ in te huren. Maar wat als dat je enige mogelijkheid is? Omdat je geen bindingen hebt opgebouwd in je woonomgeving en je inkomen te hoog is om vrijwillige hulp te mogen inschakelen? Is dat niet ook een vorm van armoede? De vercommercialisering van burenhulp is een positieve ontwikkeling omdat het mogelijkheden toevoegt. Maar onbetaalde hulp van lokale vrijwilligers of buren uit de straat blijft waardevol en belangrijk. Je deel voelen van een lokaal sociaal verband, dat is volgens mij niet verkrijgbaar ‘op bestelling’.

Kitty van den Hoek is onderzoeksmedewerker bij het team Sociale Zorg van Movisie.