Mantelzorg en werk: samenspel van verwachtingen, omstandigheden en eigen keuze

24 augustus 2021

In Nederland zijn er zo'n 5 miljoen mantelzorgers. 55% van deze groep is vrouw. Wie zijn deze vrouwen? Hoe ziet hun leven eruit en hoe denken zij over de verdeling van zorg voor hun naasten en werk? Movisie sprak voor de Alliantie Samen Werkt Het! met vier vrouwelijke mantelzorgers. ‘Hoe je het ook wendt of keert, als er iets geregeld moet worden, ben ik degene op wie het aankomt.’

Mantelzorgers verlenen zorg in hun sociale omgeving. Meer vrouwen dan mannenzorgen voor (schoon)ouders (57%), kinderen met een beperking (69%), andere familieleden (58%), vrienden of buren (62%). Het SCP geeft als mogelijke redenen hiervoor dat vrouwen minder vaak een (voltijd) baan hebben en zich vaker verantwoordelijk voelen voor zorgtaken. In hetzelfde onderzoek geven vrouwen bovendien vaker aan dat ze iemand kennen die hulp nodig heeft of dat ze aanvoelen of iemand hulp nodig heeft. Onder mantelzorgers die voor hun partners zorgen, zijn (oudere) mannen oververtegenwoordigd (59%). Dit kan komen doordat (oudere) vrouwen die de partnerhulp ontvangen vaker hulpbehoevend zijn dan mannen. Wat ook mogelijk een rol speelt, is dat (oudere) mannen het huishouden doen eerder zien als ‘hulp’, omdat zij minder gewend zijn om dit te doen, aldus het SCP.  

Wat is mantelzorg? 

‘Mantelzorg is alle hulp aan een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale omgeving. Ook minder intensieve hulp, de hulp aan huisgenoten en de hulp aan instellingsbewoners zijn meegenomen. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan de zogenoemde ‘gebruikelijke hulp’. 

Circa 5 miljoen mensen in Nederland gaven mantelzorg aan bekenden in 2019, dat is 35% van alle 16-plussers. Lees meer over de feiten en cijfers van mantelzorg in dit artikel

Divers gezelschap 

De groep vrouwelijke mantelzorgers is een divers gezelschap. Dat blijkt ook uit de verhalen van Linh, Nelleke, Shania en Amy. Zo zijn er verschillen in culturele achtergrond, opvoeding, zorgtaken, verwachtingen en twijfels. Het verschil zit ook in de mensen voor wie ze zorgen; een vader met dementie of Parkinson, een moeder met niet-aangeboren hersenletsel en een fysieke beperking of een zorgintensief kind. Daarnaast zijn er ook verschillen in hoe zij hun zorgtaken kunnen en willen delen met anderen. Ook blijken er verschillen te zijn in hun werksituaties: de een werkt wel of doet vrijwilligerswerk, de ander niet. 

Werken naast mantelzorg 

Wat helpt in het kiezen om weer of meer te gaan werken, iets anders te gaan doen of te gaan studeren naast je mantelzorgtaken? Uit de verhalen van Linh, Nelleke, Shania en Amy blijkt een steunende partner en/of stimulerende omgeving van cruciaal belang. De man van Linh was haar grootste stimulator om terug naar de PABO te gaan en een vriendin gaf Amy informatie over mogelijkheden om als vrijwilliger te werken. Nellekes moeder vindt het stiekem wel prettig dat Nelleke niet hoeft te werken en Shania’s vader sprong uiteindelijk wel bij toen de zorg voor haar moeder te veel werd. Zo had zij ruimte om een volgende stap in haar carrière te zetten.  

Ook (vrouwen)organisaties en gemeenten kunnen een rol vervullen bij het ondersteunen van vrouwen die een periode niet of minder hebben gewerkt en weer aan de slag willen in verband met zorg voor kinderen of mantelzorg. Zij kunnen ondersteunen bij vragen als: als ik weer wil studeren of werken, hoe start ik dan en welke mogelijkheden zijn er? Waar liggen mijn kansen? Hoe regel ik kinderopvang tijdens mijn studie of vrijwilligerswerk? Hoe laat ik mijn buitenlandse diploma herwaarderen en waarop wordt dat gebaseerd? Hoe vraag of accepteer ik hulp van mijn omgeving en geef ik de zorg met een gerust hart uit handen? Wanneer krijg ik kosten vergoed als mantelzorger? Ten slotte laten de interviews zien dat werkgevers die flexibele uren en werkplek bieden, een belangrijke voorwaarde zijn om (weer) aan de slag te gaan of meer uren te gaan werken. 

Even voorstellen 

Linh, 32 jaar, getrouwd en twee stiefkinderen 

Linh werkt sinds een half jaar tussen de 16 en 24 uur per week als leerkracht op een basisschool. Haar man werkt voltijd. De kinderen zijn de helft van de week bij hen thuis. Vroeger zorgde ze voor haar moeder, die net na haar bruiloft overleden is. Naast haar stiefkinderen zorgt ze nu 1,5 dag per week voor haar vader die dementerend is. Linh omringt zich graag met familie en vrienden en vindt het belangrijk dat de mensen om haar heen het fijn hebben. Sporten is het ding dat ze puur voor haarzelf doet.  

Nelleke, 57 jaar, getrouwd en vier kinderen 

Nelleke doet vrijwilligerswerk voor ouderen in haar kerkgemeenschap. Voordat ze haar eerste kind kreeg, dertig jaar geleden, werkte ze als secretaresse op een school. Haar man werkt voltijd. Haar jongste dochter woont nog thuis. Ze zorgt twee volle dagen in de week voor haar vader met Parkinson en haar moeder.  Nelleke zou de komende jaren eigenlijk wel weer willen werken, twee of drie dagen per week. Haar eigen inkomen verdienen en nieuwe mensen ontmoeten, dat lijkt haar heel leuk. Ze haalt veel energie uit creatief bezig zijn, zoals naaien.  

Shania, 32 jaar, woont samen 

Shania werkt sinds een half jaar 30 uur per week in de buitenschoolse opvang. Daarvoor werkte ze in de horeca. Omdat ze pas laat in de middag begon met werken, kon ze het combineren met de intensieve zorg voor haar moeder op dat moment. Haar vriend werkt voltijd. Haar moeder heeft sinds tien jaar een fysieke en mentale beperking. Shania helpt haar op haar vrije dag met alles wat zij nodig heeft. Vaak gaat ze ook nog een andere keer langs om de kooien van haar moeders vogels schoon te maken. Shania voetbalt wekelijks en spreekt graag af met vrienden. 

Amy, 33 jaar, getrouwd en twee kinderen 

Amy zorgt voor haar zoon en haar dochter met een fysieke beperking. Sinds haar dochter vier is, ontvangt ze voor die zorg persoonsgebonden budget. Ze zou graag vrijwilligerswerk willen doen, een paar uur per week terwijl haar kinderen naar school zijn. Haar man werkt voltijd. Snel nadat ze bevallen was van haar dochter, adviseerden de dokters op Aruba om naar Nederland te gaan. Hier konden specialisten meer voor haar doen. Op Aruba werkte Amy aan de balie van een notariskantoor, dat vond ze geweldig werk. Om te ontspannen leest Amy graag een boek. Elke maandagochtend, als de kinderen naar school zijn, gaat ze met haar man naar de film, ze hebben een abonnement.  

*  De gebruikte namen zijn om privacy-redenen gefingeerd. 

Verwachtingen van de omgeving en keuzes maken 

Drie van de vier vrouwen die we spraken, combineren hun mantelzorgtaken met de zorg voor kinderen. Twee van de vier, Linh en Shania, hebben nu een betaalde deeltijdbaan. 

Er zijn verwachtingen van hun omgeving en van henzelf over hoe je (als vrouw) het beste voor je kinderen en je familie zorgt. Die verwachtingen hebben invloed gehad op hoe ze hun leven inrichten, hoeveel ze werken en daarmee ook op hun kijk op hun mantelzorg.  

Weer aan de slag 

'Toen ik als jong meisje thuiskwam, hielp ik altijd mee in het huishouden. Mijn vader werkte. Mijn moeder bleef met ons thuis totdat ik twaalf was,' vertelt Linh, een vrouw met katholieke Vietnamese ouders. Bij haar leidden de verwachtingen van haar familie en opgroeien binnen twee culturen tot een tweestrijd: ’Mijn moeder werd ziek, dus stopte met werken en zorgde voor mijn moeder. Ik wilde gaan samenwonen met mijn vriend, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen dat tegen mijn ouders te  zeggen. Een worsteling: kies ik voor de liefde van mijn leven of kies ik ervoor om bij mijn ouders thuis te blijven wonen, zodat ik voor mijn moeder kan blijven zorgen?’ 

Uiteindelijk is ze, naar haar moeders grote wens, getrouwd en was haar moeder haar getuige. Vlak daarna overleed ze. Vanaf het moment dat ze daarna ging samenwonen waren er, in haar ogen, naast het verdriet, zoveel meer mogelijkheden. Er waren geen financiële zorgen omdat haar man goed verdiende en opeens had ze tijd over. Zo voelde ze, met haar man als grootste stimulator, de ruimte om de PABO af te maken en aan de slag te gaan als leerkracht. ‘Ik neem de zorg voor mijn stiefkinderen heel serieus, zij komen voor mijn werk op school. Daarom wil ik niet meer dan 24 uur per week werken.  Als ze onafhankelijker zijn, zo rond de 12 jaar, zou ik wel vier dagen willen werken. Net als mijn moeder, die ging ook weer aan de slag toen ik 12 werd.’ 

Deeltijdklem 

Er is sprake van een deeltijdklem voor vrouwen en een voltijdklem voor mannen. Onze alliantiepartner WomenInc publiceerde een alomvattende visie op de deeltijdcultuur: Nederland een mutsenparadijs? Het wordt tijd voor een alomvattende visie over onze ‘deeltijdcultuur’.

Onbewust gepusht 

Nelleke (57) en haar man groeiden op in gereformeerde gezinnen. Ook nu verkeert ze voornamelijk in een religieuze omgeving. Hoe beïnvloedt haar omgeving de keuzes die ze maakt, zoals het thuisblijven voor de kinderen? ‘We hebben er  altijd voor gekozen dat mijn man zijn carrière opbouwde, en niet ik. Het was gewoon niet aan de orde. Maar dat kwam ook door de omgeving waarin ik, hetzij onbewust destijds, werd gepusht om voor de kinderen thuis te blijven. Ik denk dat nu de helft van de meisjes op een christelijke school wel gaat studeren, misschien minder. Ik denk dat in onze kringen heel weinig meisjes fulltime werken.’ Toen de kinderen iets groter waren, heeft ze er wel over nagedacht weer te gaan werken. ‘Die gedachte kapte ik dan snel af. Dat was praktisch gewoon niet mogelijk: mijn man werkte vijftig of zestig uur per week, waar moesten de kinderen dan heen?’ Ze is in die tijd wel gastouder geworden. ‘Ik vond het leuk om daarmee wat eigen inkomsten te hebben.’  

Uit het gesprek blijkt dat haar opvoeding en de verwachtingen van haar omgeving meespelen in waarom ze mantelzorg verleent. ‘Ik wil gaan werken maar tegelijkertijd voel ik me ook verplicht om voor mijn ouders te blijven zorgen. Dat komt echt heel erg uit onze cultuur, denk ik. Zo'n calvinistische cultuur, waar het schuldgevoel een heel grote rol speelt.’  

Vanzelfsprekende taak 

Eerder onderzoek van Kennisplatform Integratie en Samenleving ‘Alleen slechte vrouwen klagen’ (2011) illustreert dat geïsoleerde vrouwelijke mantelzorgers met een migratieachtergrond* het verzorgen van een familielid ‘als hun vanzelfsprekende taak als vrouw’ zien. Dit komt voort uit wat zij als hun traditionele en religieuze morele plicht beschouwen. Hulp vragen zou betekenen dat ze als vrouw gefaald hebben.  

In de handreiking ‘Zorg voor de mantelzorger’ (2015) lees je meer over het bereiken en ondersteunen van geïsoleerde mantelzorgers met een migratieachtergrond.

De geïnterviewde vrouwen hadden een Turkse, Marokkaanse, Somalische en Eritrese migratieachtergrond. 

Uitgestelde toekomstplannen 

Shania (32) is opgegroeid met een Surinaamse moeder die een goede baan had en daarnaast doorstudeerde om hogerop te komen, en een Nederlandse vader die niet werkte. Haar vader bleef bij hen in huis wonen toen haar moeder een nieuwe vriend kreeg, op zolder had hij zijn eigen plekje. ‘Er is een lange periode geweest dat hij alles met me deed en mij overal mee naartoe nam. Ik was best wel een vaderskindje.’ 

Na haar hbo-studie bleef ze nog een aantal jaar bij haar moeder wonen om voor haar te zorgen. ‘Waarbij een normaal persoon gaat bloeien rond zijn tweeëntwintigste, ben ik stil gaan staan voor een jaartje of zeven. Ik kan de zorg voor mijn moeder heel moeilijk uit handen geven.’  

Het horecawerk dat ze deed, bood geen stabiel inkomen. Toen Shania met haar vriend ging samenwonen, spraken ze af dat ze het eerste jaar niet hoefde mee te betalen aan de vaste lasten. ‘Dat vond ik oké, maar ook een beetje moeilijk, om afhankelijk te zijn van iemand. Mijn moeder hamerde er vroeger zo op dat je financieel onafhankelijk moet zijn.’ Nu deelt ze alle kosten fiftyfifty met haar vriend. Nu ze bij de buitenschoolse opvang werkt en minder voor haar moeder hoeft te zorgen, denkt ze aan doorgroeimogelijkheden. Ook omdat ze zich mentaal stabieler voelt. Haar werk betaalt haar opleiding pedagogiek. ‘Ik wil graag doorgroeien en het financieel goed voor elkaar hebben als ik een kind krijg. Dan hoef ik uiteindelijk minder te werken voor hetzelfde inkomen.’ 

Onmogelijke combinatie 

Amy (33) wilde vroeger heel graag buiten Aruba studeren en meer van de wereld zien, maar dit mocht niet van haar ouders die best streng waren. Op Aruba deed ze een mbo-opleiding, daarna wilde ze doorgaan met de lerarenopleiding. Dat kon, ze had goede cijfers. In diezelfde tijd was ze zwanger van haar zoon. Ze was een maand voor de start van haar nieuwe opleidingsjaar uitgerekend. ‘Mijn docenten hadden de ervaring dat de opleiding lastig is voor moeders die net kinderen krijgen. Je slaapt niet goed, lekt melk, hebt pijn. Dus het zou beter zijn als ik het jaar erop zou beginnen.’  

Na de geboorte van haar zoon, raakte ze bewust zwanger van haar tweede kind. Na die zwangerschap was ze van plan om haar opleiding weer op te pakken. Maar haar dochter wordt geboren met een ernstige fysieke beperking. Samen met haar man heeft ze de keuze gemaakt om voor betere zorg van hun dochter naar Nederland te verhuizen. Toen ze net in Nederland waren, had ze veel zorgen om haar dochter. Haar zoon was ook nog klein. Haar man vond snel voltijd werk, hij werkt overdag. Ze zag het als onmogelijk om een baan te combineren met de zorg voor haar kinderen, ook omdat ze geen familie heeft om te helpen met oppassen. 

Wel of niet werken (in de toekomst) en hoeveel dan? 

Nelleke en Amy geven hun (mantel)zorgtaken de prioriteit over het doen van betaald werk en werken op dit moment niet betaald. Met de inkomsten van hun partners, plus voor Amy het pgb, komen ze rond. Nelleke zou wel betaald willen werken. Amy wil starten met vrijwilligerswerk. Los van een financiële noodzaak, lijkt een voorwaarde om te gaan studeren, solliciteren en werken: het ervaren van een balans tussen (mantel)zorgtaken en tijd voor jezelf. Oftewel: dat je het idee hebt dat je genoeg tijd hebt om te zorgen, te werken, de afspraken met je werkgever na kunt komen, en ook dan nog een beetje tijd voor jezelf overhoudt.  

Zo startte Linh weer met studeren toen ze ging samenwonen, haar zorgtaken minder werden en ze geen financiële zorgen meer had. Shania had ruimte om van baan te veranderen toen haar vader de zorg voor haar moeder meer had overgenomen en haar nicht haar overtuigde om te solliciteren bij de buitenschoolse opvang waar zij ook werkte. 

Tweestrijd 

Nelleke zou wel twee of drie dagen per week willen werken, maar wel zo dat het haar zorg- en  vrijwilligerstaken niet in de weg zit. ‘Een week of drie geleden dacht ik opeens: ik ga gewoon weer werken, ik wil zelf ook wat inkomsten genereren. Ik zag op Facebook dat Bol.com op zoek was naar personeel. Helaas bleek dat ik dan gelijk de week daarop moest beginnen. Dat kan in mijn situatie niet, ik kan niet zomaar tegen mijn ouders zeggen: volgende week ben ik er niet. Ik voel me toch verplicht om voor hen te zorgen.’ Nelleke is samen met haar familie wel bezig met het aanvragen van pgb, zodat zij minder zorg hoeft te dragen. ‘Dan voel ik geen tweestrijd meer, dan is er meer ruimte voor solliciteren en werken. Ik zou ingewerkt moeten worden, maar ik denk dat ik dat wel zou redden. Het is nu of nooit.’ 

Onzeker 

Toen Amy net vanuit Aruba in Nederland was, had ze veel zorgen om haar dochter en kreeg ze kort daarna haar zoon. Haar man vond al gauw voltijdwerk. Ze zag het als onmogelijk om een baan te combineren met de zorg voor haar kinderen. Ze hebben hier geen familie om te helpen met oppassen. ‘Het zou heel vervelend zijn om een baan te gaan zoeken en om telkens om verlof te moeten vragen en excuses te maken om dingen te regelen. Ik moest heel vaak naar het ziekenhuis, dat nam veel tijd in beslag.  Zo bleef het een aantal jaren. Ik werd onzeker van mijzelf, omdat ik zo lang al niet meer had gewerkt. Zou ik wel goed functioneren als ik ga werken?’  

Nu draagt Amy de meeste zorg voor haar dochter en ontvangt hier een persoonsgebonden budget voor. Op dit moment ziet ze dat als haar werk en wil ze het zo lang ze kan blijven doen. Daarnaast zou ze, de uren dat haar kinderen op school zijn, vrijwilligerswerk willen doen waarbij ze andere mensen kan helpen. ‘Ik wil met babystapjes beginnen. Ik heb twee vriendinnen met kinderen met een beperking, met hen kan ik relaten.’ Met hen praat ze over haar dipmomenten, dat ze zich soms niet nuttig voelt voor de maatschappij maar ook onzeker is over wat ze kan en dat ze nog extra diploma’s nodig zou hebben. Een van haar vriendinnen gaf haar wat informatie over mogelijkheden om als vrijwilliger te werken. Daar wil ze mee aan de slag. 

Hoe verdelen ze de zorg met andere familieleden? 

In balans 

Linh heeft in totaal zeven broers en zussen. Haar dementerende vader woont bij haar twee jongere zussen. Linh zorgt 1,5 dag per week voor haar vader, op de andere dagen wisselen haar vier zussen elkaar af in het zorgen. Haar broers hebben geen vaste dagen. ‘Ik heb via de rechtbank een beschikking dat ik mijn vaders mentor ben. Ik regel al zijn financiën en alle zaken die te maken hebben met zijn gezondheid. Eigenlijk zouden mijn zusjes dat kunnen doen, maar zij werken fulltime en ik parttime. Dus ik neem het allemaal wel op me.’ De zorg voor haar vader ervaart Linh als minder belastend dan toen ze mantelzorger voor haar moeder was. Haar moeder had lichamelijke en mentale zorg nodig, haar vader alleen mentale. Wat op een andere manier zwaar is: ‘Je weet dat hij elke dag stukje bij beetje zichzelf verliest.’ 

Op dit moment is Linh heel tevreden met haar leven, het voelt in balans. ‘Ik heb genoeg vrije tijd, leuk werk en genoeg tijd voor mijn vader en stiefkinderen. Wel voel ik me gestrest als ik er aan denk wat er zou gebeuren als een van mijn oudere zussen niet meer voor onze vader kan zorgen.’ Toch werkt zij dan liever een dag minder, dan dat haar zusjes minder gaan werken. ‘Die hebben het al zo zwaar. Ze zijn allebei vrijgezel en denken niet aan hun eigen toekomst, omdat ze alleen maar bezig zijn met mijn vader.’ 

Flexibel 

Nelleke deelt de zorg voor haar ouders met haar twee jongere broers en drie jongere zussen. Haar twee broers werken, een zus heeft zelf zeven kinderen, een andere zus heeft hersenletsel. Haar jongste zus woont naast haar ouders en heeft vier jonge kinderen. ‘Mijn zussen doen ook veel, maar ik ben het meest flexibel’, zegt Nelleke. Ze hebben met elkaar uitgesproken: er is evenredige bereidheid, maar geen evenredige beschikbaarheid. Daar laten ze elkaar vrij in. ‘Ik moet me soms wel inhouden. Als ik merk dat mijn broer vrij neemt om met onze moeder naar de oogarts te gaan, wil ik dat snel zelf doen. Maar dat mag ik niet zeggen van hen, want ze willen niet dat ik alles in mijn eentje doe.’ 

Ik stop ermee 

Shania deelt de zorg voor haar moeder alleen met haar vader. In het begin van haar moeders ziekte, lag alles op Shania’s schouders. Ze ging met haar naar het ziekenhuis, naar afspraken, als er iets geregeld moest worden, deed zij dat. ‘Ik heb ook veel familie die in de zorg werken dus die hebben in het begin op heel veel dingen gelet en daar tips en adviezen in gegeven. Ook wel echt geholpen, en ook mijn moeder daarin een beetje begeleid. Maar hoe je het wendt of keert, als het geregeld moet worden ben ik degene waar het op aan komt.’ Shania’s vader hielp wel af en toe, maar er kwam een punt dat ze het niet meer trok. Ze had geen geduld meer en was alleen maar geïrriteerd en boos. ‘Toen heb ik tegen mijn moeder gezegd: ”Ik stop ermee, ik doe het niet meer. Ik vind het heel vervelend maar het gaat gewoon niet.” Sindsdien is mijn vader meer gaan helpen.’ 

De afgelopen jaren heeft ze dus minder zorgtaken voor haar moeder. Haar vader is de eerste contactpersoon voor de therapie die haar moeder volgt en regelt doktersafspraken en andere dingen in huis. Ze woont in een aanleunwoning en eet in de eetzaal. Voor de verzorging die drie keer per dag komt, is Shania wel de eerste contactpersoon. Ook regelt ze de financiën, ‘ik had het niet echt fijn gevonden als er iemand in mijn moeders financiële gebeuren zou gaan wroeten’. Ik vind het moeilijk om de zorg uit handen te geven.’ Ze zou het fijn vinden als mensen vaker contact met haar moeder opnemen, wat vaker op bezoek gaan, met haar op stap gaan. Zij en haar vader maken reiskosten, om bij haar moeder langs te gaan en haar bijvoorbeeld naar verjaardagen te brengen, die lopen best op.  

Reiskosten 

Veel mantelzorgers hebben te maken met reiskosten. Soms betaalt de gemeente een deel van deze kosten. Sommige gemeenten vergoeden reiskosten voor mantelzorgers met een bijstandsuitkering. Alleen als je met degene die je verzorgt samenwoont, kun je de reiskosten van je belasting aftrekken als deze in een instelling verblijft. Lees meer op de site van MantelzorgNL.

Even rust 

Amy deelt de zorg voor haar kinderen met haar man. Omdat zij meer thuis is, doet zij meer in het huishouden en draagt ze de zorg voor haar kinderen. Als hun dochter ’s nachts roept, staat zij op om haar om te draaien, anders krijgt ze pijn in haar benen. ‘Mijn man werkt heel hard en soms komt hij moe thuis. Dan wil hij rust en heb ik die tijd met de kinderen.’ Als hij thuiskomt is alles, zoals het huiswerk, al klaar.’  Als Amy niet bezig is, zegt ze te veel na te denken. Over hoe haar dochter zich voelt, over haar zoon die het soms moeilijk heeft op school, of ze hen allebei wel genoeg aandacht geeft en over de toekomst. ‘Soms is het voor mij ook te veel,  dan wil ik ook wel eens even rust.’ 

Die rust vond ze, op Aruba op vakantie. ‘Dat was fijn, want iedereen hielp een klein beetje. Mijn tantes en schoonfamilie konden af en toe helpen. Maar iedereen heeft zijn zorgen en het kruis wat hij thuis draagt. Het was fijn dat mijn dochter af en toe mocht logeren bij iemand bij wie ik een goed gevoel had. Volgens mij zijn er wel families bij wie je je kind kan laten logeren, maar dat zou ik nooit durven. Ik vind haar te kwetsbaar. Ze wordt groter en haar lichaam is zich aan het vormen. Dus ik laat haar alleen achter bij mensen die ik vertrouw, maar dat zijn er maar weinig.’  

Dit werkt wel.nl

Dit artikel is gemaakt als onderdeel van Dit werkt wel.nl, het initiatief van een alliantie bestaande uit WOMEN Inc., Bureau Clara Wichmann, Movisie, WO=MEN en de Nederlandse Vrouwen Raad. Gezamenlijk streven wij naar een maatschappij waarin vrouwen en mannen daadwerkelijk gelijke kansen hebben om betaalde arbeid en onbetaalde zorg te combineren. Lees verder op www.ditwerktwel.nl.

Meer informatie

Voor professionals in zorg en welzijn

Voor werkgevers

Voor mantelzorgers