MEE en gemeente: cliëntondersteuning in 2015 en verder, deel 1

Vijf praktijkvoorbeelden en een achtergrondartikel over samenwerking tussen gemeenten en MEE-organisaties
artikel - 26 maart 2014
Afbeelding bij MEE en gemeente: cliëntondersteuning in 2015 en verder

In het najaar van 2013 maakte Movisie een vijftal beschrijvingen van samenwerking tussen gemeenten Dordrecht, Amsterdam, Goirle, Zeist en Parkstad en MEE-organisaties. In dit samenvattende artikel beschrijven we een aantal opvallende zaken uit de praktijkvoorbeelden en kijken we vooruit naar 2015 en verder. Het volledige artikel kunt u downloaden onderaan deze pagina.

Vanaf januari 2015 worden de middelen voor cliëntondersteuning die voorheen voor MEE-organisaties beschikbaar waren, toegevoegd worden aan het deelbudget sociaal van het gemeentefonds. Ook treedt de nieuwe Wmo in werking. In de wettekst van de nieuwe Wmo wordt cliëntondersteuning beschreven als ondersteuning met informatie en advies die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie.

De rol van MEE

Het College van B&W moet er voor zorgen dat cliëntondersteuning voor ingezetenen beschikbaar is en dat het belang van betrokkenen voorop staat. Cliëntondersteuning wordt gezien als een algemene voorziening en hoort daarom kosteloos beschikbaar te zijn. MEE leverde van oudsher cliëntondersteuning voor mensen met een beperking. We hebben vijf praktijkvoorbeelden beschreven om te laten zien in welke rol MEE ook in de toekomst ingezet kan worden bij het ondersteunen van kwetsbare inwoners.

Praktijkvoorbeelden uit verschillende steden

De intensiteit van de huidige samenwerking tussen gemeenten en MEE-organisaties verschilt. Dit heeft met name te maken met de taken die de MEE-organisatie al dan niet in opdracht van de gemeente uitvoert. In de praktijkbeschrijvingen onderaan dit artikel leest u de voorbeelden uit Dordrecht, Amsterdam, Goirle, Zeist en de regio Parkstad. In de analyse van samenwerkingsafspraken tussen MEE en gemeenten, die Movisie op basis van de CVZ-rapportages heeft gemaakt is het verschil tussen de diverse gemeenten ook te zien.

Meerwaarde MEE

De meerwaarde van MEE ligt hoofdzakelijk op twee terreinen: de kennis van de doelgroep en de manier van werken waarbij een sterke focus is op het betrekken en versterken van het sociale netwerk. We zien ook een grote rol voor MEE-medewerkers in het overbrengen van hun werkwijze en manier van kijken, zowel naar collega’s met een andere beroepsachtergrond als naar cliënten en hun familie.

Blik op de toekomst

Gemeenten zijn in het kader van Wmo 2015 verplicht om cliëntondersteuning te bieden. Er zijn meer aanbieders van cliëntondersteuning, zowel professioneel als vrijwillig. Denk aan ouderenbonden en cliëntenorganisaties en sociale wijkteams. De gemeente moet nu bepalen hoe en waar het beschikbare budget het best besteed wordt.

Generalist

De praktijkvoorbeelden bieden een doorkijk op mogelijkheden voor de positionering van MEE binnen het lokale sociaal domein. Uit deze beschrijvingen blijkt dat MEE bij de gemeenten niet zozeer primair gezien wordt als onafhankelijk cliëntondersteuner, maar meer als generalist zoals gemeenten die op het oog hebben, voor het voeren van het keukentafelgesprek en/of deelname in sociale wijkteams.

Veranderingen

De positie en inhoud van de taak van een MEE-medewerker zullen veranderen. Dit vraagt iets van de professionals en de MEE-organisaties. De mate waarin de MEE-organisaties in deze verandering mee kunnen zal in de toekomst beantwoord moeten worden. Een tweede vraag is of MEE’s als organisatie in de toekomst nog blijven bestaan, of dat ontwikkelingen zoals de verbreding van de dienstverlening in Dordrecht vaker zullen voorkomen. Deze ontwikkeling geldt overigens niet alleen voor MEE, maar voor alle aanbieders van zorg en welzijn. 

Cliëntondersteuning wordt complexer

Cliëntondersteuning zal in de toekomst nog belangrijker worden met name voor mensen met complexe hulpvragen. Het sociale domein is ingewikkeld en onafhankelijke ondersteuning in het zoeken naar een antwoord op een ondersteuningsvraag is cruciaal. Dit vraagt dus iets van de competenties en kennis van de cliëntondersteuner en de plek van cliëntondersteuning in het traject van ondersteuning. Om gemeenten te adviseren bij het maken van de juiste keuzes rondom cliëntondersteuning heeft het Transitiebureau een handreiking geschreven Cliëntondersteuning in het sociale domein. Deze zal in begin 2014 verschijnen op www.invoeringwmo.nl.

Meer samenwerking tussen MEE-organisaties

De verwachting is dat in 2014 gemeenten en MEE-organisaties elkaar meer zullen opzoeken om te verkennen wat de mogelijkheden zijn tot samenwerking en hoe MEE zich verhoudt tot de andere aanbieders in het veld van maatschappelijke ondersteuning. De praktijken die wij hier hebben beschreven bieden bij deze verkenning aanknopingspunten voor het verder vormgeven van de samenwerking.

Lees meer over de voortgang in deze gemeenten: MEE en gemeente: cliëntondersteuning in 2015 en verder, deel 2.

 

DownloadsTypeGrootte
Gewoon DOEN! in Parkstad Limburg pdf380.93 KB
Het Gesprek in gemeente Zeist pdf388.55 KB
Het Loket in Goirle pdf312.61 KB
Maatschappelijke ondersteuning in Dordrecht pdf235.84 KB
Rapport CVZ analyse MEE en gemeenten pdf487.49 KB
Samen DOEN in de buurt in Amsterdam pdf511.81 KB
Volledige artikel MEE en gemeente docx95.59 KB

Reacties

Reageer op dit artikel

3 + 7 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.