Meer tijd nodig voor verankeren burgerinitiatief

Een verkenning naar de duurzaamheid van burgerinitiatieven

22 januari 2019

Met het afbouwen van de verzorgingsstaat vallen in buurten en wijken steeds meer voorzieningen weg. De verwachtingen en verantwoordelijkheden van burgerinitiatieven lijken hierdoor toe te nemen. Wat belemmert en bevordert, in de ogen van actieve bewoners, de duurzaamheid van deze initiatieven? Uit een verkenning van de Universiteit voor Humanistiek (UvH) en Movisie blijkt onder andere dat burgerinitiatieven vaak te weinig tijd krijgen om écht te verankeren.

Burgerinitiatieven zijn er altijd al geweest. Ze zijn een uiting van kritische, misschien wel idealistische groepen mensen om dingen anders te doen en daarmee een vorm van (democratische) vernieuwing. In de huidige tijd krijgen burgerinitiatieven steeds meer verantwoordelijkheden. De overheid verwacht dat burgers meer voor elkaar gaan zorgen en hierin ook oog hebben voor meer kwetsbare burgers.

Download onderzoeksrapport

De ‘goede dingen’ doen

Onderzoekers Laurine Blonk van de UvH en Annette van den Bosch van Movisie spraken met negen kartrekkers van initiatieven op het terrein van zorg en welzijn die vijf jaar of langer bestaan. Daarnaast interviewden ze vier sleutelpersonen die expertise hebben op het gebied van burgerinitiatieven. De verkenning laat zien dat duurzaamheid een gelaagd begrip is dat veel verder gaat dan ‘het langdurig kunnen uithouden’. Van den Bosch: ‘We denken bij een duurzaam initiatief vaak aan een initiatief dat lang bestaat. Maar de initiatieven zelf hebben daar een heel ander beeld bij. Burgerinitiatieven vinden zichzelf duurzaam wanneer ze geworteld zijn in buurt, wijk of dorp en daar de ‘goede dingen’ doen.'

Burgerinitiatieven vinden zichzelf duurzaam wanneer ze geworteld zijn in buurt, wijk of dorp en daar de ‘goede dingen’ doen

Een dynamisch pad met kronkels en zijwegen

Het onderzoek maakt duidelijk dat ‘goede dingen doen’ geen bureaucratisch proces van a naar b, maar een dynamisch pad met kronkels en zijwegen is. ‘Die dynamiek is volgens de initiatiefnemers een voorwaarde om burgers, inclusief kwetsbare burgers, in buurt, wijk of dorp te vinden en te betrekken’, zegt Van den Bosch. ‘Zo ontstaat gaandeweg een stevige, in de lokale samenleving gewortelde gemeenschap met een eigen doel en identiteit. Wie iets verwacht van burgerinitiatieven moet ruimte geven aan het dynamische proces dat leidt tot duurzaamheid van burgerinitiatieven. Uit het onderzoek blijkt dat burgerinitiatieven deze ruimte niet altijd ervaren.’

Dat wat er is versterken

De reacties van de lokale partners, gemeenten en maatschappelijke organisaties zijn vaak grillig en bedreigend voor de duurzaamheid van het initiatief. ‘Wat uit de verhalen heel duidelijk naar voren komt, is dat de ondersteuning van burgerinitiatieven te snel stopt’, aldus Blonk. ‘Initiatieven krijgen vaak alleen een startsubsidie voor twee of drie jaar. Je ziet dat informele organisaties zich daarna in allerlei bochten gaan wringen om weer projecten te verzinnen, zodat ze nieuwe financiering krijgen.’ Van den Bosch: ‘Terwijl we willen dat initiatieven verduurzamen. We willen geen projectencaroussel, niet steeds het wiel opnieuw uitvinden, maar juist dat wat er is versterken. Dit komt niet overeen met het beleid dat fondsen en gemeenten hebben.’

Duurzaamheid onder druk

Andere knelpunten zijn de tijdelijkheid van een locatie of de slechte overdracht naar een nieuwe ambtenaar. Dit werkt door naar het netwerk in buurt, wijk en dorp dat nauw aan het initiatief is gebonden. Van den Bosch: ‘Het initiatief voelt zich hierdoor belemmerd om goede dingen te doen voor (kwetsbare) mensen die zij willen ondersteunen. De duurzaamheid komt daarmee volgens de initiatiefnemers onder druk te staan.’

Niet-meer-zomaar-te-stoppen

ACTIE-instrument

Om te analyseren welke factoren een rol spelen, verbonden de onderzoekers hun analyse met het ACTIE-instrument (Tonkens, Verhoeven & Bakker, 2012). Dit instrument is gebaseerd op theoretisch en empirisch onderzoek naar succesfactoren en knelpunten van burgerinitiatieven. Het ACTIE-instrument bevat vijf elementen waarin de belangrijke thema’s voor de positie en ondersteuning van burgerinitiatieven zijn samengevat: animo, contacten, toerusting, inbedding en empathie. De onderzoekers vonden bijvoorbeeld aanwijzingen dat de rol van animo verandert wanneer initiatieven verduurzamen. In de beginfase is doelgericht animo van de initiatiefnemers belangrijk om iets op te bouwen. Wanneer het initiatief duurzamer wordt, wordt de identiteit (wie je bent en wat je doet) van het initiatief zelf een belangrijke bron van motivatie. Een kanttekening hierbij is dat kartrekkers en vrijwilligers zichzelf niet moeten voorbijlopen.

Informeel karakter

Een dergelijke kanttekening is ook te plaatsen bij het informele karakter van het bestuur van een burgerinitiatief. ‘Dit is een kracht, maar als het gaat om duurzaamheid, roept het ook vragen op’, zegt Blonk. ‘Wat gebeurt er als er leden van een bestuur worden vervangen? Voor de initiatieven die wij hebben gesproken is dit ook nog een vraagteken, het bestuur bestaat vaak nog uit de eerste initiatiefnemers. Het is binnen een informele organisaties tenslotte geen kwestie van een vacature uitzetten. Een nieuw bestuurslid vinden, vraagt veel afstemming met elkaar. Het gaat er immers om het goede te blijven doen met en binnen het opgebouwde netwerk.’

‘Er is een spanning tussen de wens om een plek te creëren voor iedereen en de draagkracht van een initiatief'

Een plek voor iedereen?

De respondenten benoemen allemaal het belang van goede contacten voor het succes van een initiatief. Contacten met de bewoners, maar ook met andere organisaties en instellingen in de buurt. Maar ook hier zijn knelpunten te zien. Blonk: ‘Er is een spanning tussen de wens om een plek te creëren voor iedereen en de draagkracht van een initiatief. Diversiteit in contacten is waardevol, maar soms worden initiatieven geconfronteerd met buurtbewoners die te zware problemen hebben of te afwijkend gedrag vertonen.’ Van den Bosch: ‘Een initiatief dat wij spraken zei letterlijk niet als ‘afvalputje’ gezien te willen worden. Zij werden geconfronteerd met GGZ-cliënten die vanwege bezuinigingen binnen de GGZ geen plek hadden. Het kan niet de bedoeling zijn dat een initiatief zorg moet dragen voor een GGZ-cliënt, omdat er binnen de GGZ wordt gekort. Dat gaat de capaciteit van het initiatief te boven. Hieruit concluderen we echter niet dat een burgerinitiatief dit per definitie niet aan kan. We hebben ook initiatieven gezien die juist een heel brede groep kwetsbare mensen binnenhalen. Ieder verhaal is wat dat betreft anders.’

Positie in het speelveld

Een andere conclusie is dat het veroveren van een positie in het speelveld cruciaal is voor de duurzaamheid van de burgerinitiatieven. Dit gaat niet altijd zonder slag of stoot, het onderhouden van relaties met overheidsorganisaties, woningcorporaties, zorg- of welzijnsinstellingen en fondsen blijkt vaak ingewikkeld. ‘Soms is de samenwerking heel goed en haalt een burgerinitiatief hier ook ondersteuning of hulpbronnen uit’, vertelt Blonk. ‘Maar we hebben ook negatieve ervaringen gehoord, bijvoorbeeld dat een welzijnsorganisatie er met een idee van het initiatief vandoor ging. Concurrentie onderling en met professionele organisaties lijkt een grotere rol te spelen dan wij van tevoren dachten.’

Vervolgonderzoek

Bestaand onderzoek naar burgerinitiatieven gaat vooral over de totstandkoming van deze initiatieven. Kennis over de duurzaamheid van burgerinitiatieven en onder welke condities zij verduurzamen is nog schaars. De verkenning van de UvH en Movisie maakt deel uit van een groter onderzoek over dit thema door de UvH. Promovenda Maria van der Harst volgt de komende vier jaar in zowel de gemeente Apeldoorn als de gemeente Nijmegen zo’n 50 burgerinitiatieven om meer inzicht te krijgen in de levensloop van initiatieven. Dit vervolgonderzoek geeft meer duidelijkheid over onder andere de strategieën die burgerinitiatieven gebruiken om trouw te blijven aan hun eigenheid én tegelijkertijd te voldoen aan de verwachtingen en eisen van gemeenten en andere financiers. Ook diept het verder uit waar een diverse doelgroep de duurzaamheid van een initiatief bevordert en waar het gaat knellen. Daarnaast laat het onderzoek ook het perspectief vanuit de gemeente zien. Hoe beslissen zij naar welke initiatieven de subsidie gaat?

Download het rapport Niet meer zomaar te stoppen. Over duurzaamheid van burgerinitiatieven.