De meerwaarde van outcome indicatoren in de praktijk

Ondertussen in de Limburgse gemeente Horst aan de Maas
artikel - 13 augustus 2015

De Limburgse gemeente Horst aan de Maas wil de ‘collectieve kracht’ van zijn inwoners versterken. Maar wat is dat eigenlijk? En hoe weet je of je daarin slaagt? Samen met aanbieders en betrokken inwoners ontwikkelde de gemeente outcome indicatoren. Horst is al zo tevreden dat sommige indicatoren worden opgenomen in een grootschalige enquête onder inwoners.

Dit is het laatste artikel in een reeks van vier. Lees het eerste, inleidende artikel over effecten meten van geleverde zorg, het tweede artikel: Outcome indicatoren ontwikkelen is niet gemakkelijk en het derde artikel: Kun je zelfredzaamheid meten?

De voorbije jaren zijn vele projecten tot stand gebracht door inwoners van Horst aan de Maas: dorpscoöperaties (voor zorg en ontmoeting), repair café's (ter reparatie van kapotte spullen), netwerken voor boodschappen doen en ramen wassen, collectieven voor het inkopen van zonnepanelen, tot woningbouwprojecten om de eigen jongeren te behouden aan toe.

De gemeente wil stimuleren dat de burgers samen zorgen voor leefbaarheid en welzijn in hun gemeenschap.

De Noord-Limburgse gemeente bestaat uit de kern Horst, dat wijkcomité’s heeft, en vijftien omliggende kerkdorpen waarvan het merendeel actieve dorpsplatforms kent. 'Zeker in de kleinere dorpen leeft van oudsher een sterk gevoel van saamhorigheid,' zegt Inge Nabbe, medewerker leefbaarheid van wooncorporatie Wonen Limburg. 'Maar het staat onder druk. Vooral in de kleinere dorpen lopen de voorzieningen terug. Daarom kunnen de inwoners wel wat ondersteuning gebruiken.’

Collectieve kracht

De genoemde initiatieven zijn te scharen onder de noemer 'collectieve kracht', een thema dat al langer op de agenda staat in Horst aan de Maas. Het werd dan ook gekozen als het te meten algemene doel bij het ontwikkelen van outcome indicatoren. Anders gezegd: de gemeente wil stimuleren dat de burgers samen zorgen voor leefbaarheid en welzijn in hun gemeenschap. Maar hoe stel je vast dat het gevoerde beleid de collectieve kracht inderdaad versterkt?

Gezamenlijk wensbeeld

Samen met enkele welzijnsaanbieders ontwikkelde Horst aan de Maas eerder al enkele outcome indicatoren. 'Maar daar waren we niet helemaal tevreden over,' zegt beleidsmedewerker Judith van de Haterd. Deelname aan een proeftuin van Movisie bood twee duidelijke voordelen: ook de cruciale derde partij, de burgers, wordt betrokken bij de totstandkoming van de indicatoren; bovendien is de aanpak grondiger en gestructureerder.

Zo werd tijdens de eerste bijeenkomst van gemeente, aanbieders en betrokken inwoners uitvoerig gesproken over het wensbeeld. Stel dat er maximale collectieve kracht is, hoe ziet dat er dan uit?

Doel formuleren

'Alleen al die discussie was bijzonder waardevol,' zegt Van de Haterd. 'We hebben samen geformuleerd wat nu eigenlijk het doel is. We hebben vastgesteld naar welk punt we proberen toe te sturen. Het lijkt misschien alsof dat punt vanzelfsprekend is, maar dat is het niet. Het komt ook niet vaak voor dat je met deze drie partijen zo uitgebreid over zoiets fundamenteels zit te praten.'

Eigenlijk komt dat nooit voor, zegt Mieke Cruijsberg, jongeren- en opbouwwerker van welzijnsinstelling Synthese. 'Natuurlijk hebben wij voortdurend contact met inwoners, en ook met de gemeente. Maar dan gaat het altijd om de projectinhoud. Je praat vrijwel nooit met een helikopterblik over het werk, in elk geval niet met drie partijen tegelijk.'

Bovendien gebeurt dat onder leiding van externe procesbegeleiders. 'Dat heeft grote meerwaarde,' zegt Van de Haterd. 'Als wij het gesprek zelf zouden leiden, heb je geen gelijkwaardigheid van deelnemers.' Hay Arts, die deelnam als vertegenwoordiger van de dorpsraad Hegelsom, beaamt dat: 'Iedereen kon op een gelijkwaardige manier zijn mening geven. Dat maakt de discussie vrij en open.'

Een nieuwe aanpak voor gemeenten
U wilt resultaten boeken als het gaat om het versterken van eigen kracht, participatie en collectieve kracht. Maar hoe weet u of het gewenste doel van het Wmo-beleid is bereikt? In de brochure Concrete outcome, gedragen indicatoren (pdf) leest u over een nieuwe, effectieve aanpak om deze resultaten te meten.

Eye opener

Waar de deelnemers eensgezind over zijn: de uitwisseling van ideeën en opvattingen, is minstens zo waardevol als de uitkomst van de bijeenkomsten, de formulering van indicatoren. Het was verrassend soms, waar bewoners mee kwamen, zegt Van de Haterd. Zo droegen zij 'trots' aan. Trots op de eigen gemeenschap, als een uitvloeisel van collectieve kracht. 'Daar zouden wij nooit zijn opgekomen.'

Bovendien stelden de burgers het beeld bij van het belang van verenigingen. Horst aan de Maas kent een rijk verenigingsleven. Alleen het dorp Hegelsom telt al dertig clubs. 'Die zijn en blijven belangrijk, maar versterken niet per se de collectieve kracht,' zegt Van de Haterd. 'Dat was voor mij een eye opener. De voetbalvereniging is er voor het voetbal, de muziekvereniging voor de muziek, de carnavalsvereniging voor het carnaval. Ze zijn vaak gericht op een specifiek, eigen belang.'

Wie staat aan het roer?

De bijeenkomsten maakten Inge Nabbe van Wonen Limburg bewust van de rol waar zij en haar collega’s nog steeds inschieten. 'Het nadenken voor de burger. Problemen naar je toetrekken bij je houden. Zo was het altijd en de neiging daartoe blijft groot. Maar onze rol is veranderd. Wij moeten vaker vragen: Wat kunnen jullie daar zelf aan doen? Wij kunnen contacten leggen en laten zien hoe het elders gaat. Wij kunnen aanjagen en bijsturen. Maar de mensen in de buurt moeten het dragen. Zij zijn verantwoordelijk.'

'De kanteling is dat we het niet meer vóór de mensen moeten bedenken, maar mét de mensen.'

Het proces is minstens zo belangrijk als het resultaat, zegt Annette van den Bosch, procesbegeleider van Movisie. Gemeenten en semi-overheidsinstellingen hebben in de ‘participatiesamenleving’ een andere rol. Daarvan is nog niet iedereen doordrongen. 'Je ziet de kanteling tijdens de bijeenkomsten plaatsvinden. De kanteling is dat we het niet meer vóór de mensen moeten bedenken, maar mét de mensen.'

De deelname van cliënten/burgers is daarom cruciaal. ‘Het gaat tenslotte over hen,’ zegt Inge Nabbe. ‘Ze kunnen de gemeente en aanbieders een spiegel voorhouden: dit hebben we nodig, maar dat helemaal niet. Dat is heel verfrissend.’

‘Prima als we zelf meer aan het roer moeten staan,’ zegt Hay Mulders, dorpsondersteuner in America. ‘Maar dan moet er wel naar ons geluisterd worden. Wij hebben inzage in wat de kracht is van mensen. We weten ook welke initiatieven al zijn genomen en welke ondersteuning nodig is.'

Argwaan

Van tevoren leefde bij sommige aanbieders wel enige argwaan, voortkomend uit de vraag of outcome indicatoren niet vooral zijn bedoeld ter afrekening. 'We hebben het open en eerlijk besproken: zit er geen verborgen agenda achter de bijeenkomsten?’ zegt jongeren- en opbouwwerker Mieke Cruijsberg. ‘Onze zorgen zijn op een overtuigende manier weggenomen. Het vergroten van collectieve kracht is een opdracht die we gezamenlijk proberen te vervullen. Dan moet je het ook durven te meten.'

Bij Inge Nabbe leefde veeleer de vraag of zoiets abstracts als collectieve kracht überhaupt wel te meten valt. En of de factoren die eraan bijdragen niet zo complex zijn, dat ze niet zijn te onderscheiden. 'In de loop van de bijeenkomsten ben ik overtuigd geraakt van de waarde. De indicatoren die we hebben geformuleerd zeggen zeker niet alles, maar wel iets. Ze zijn een aanwijzing. Voor de stand van zaken of een trend.’

Indicatoren opgenomen in leefbaarheidsonderzoek

Aan het slot van de derde bijeenkomst werden vijftien indicatoren geformuleerd. Zoals: het percentage burgerinitiatieven waarbij bewoners de regie houden is toegenomen. Of: het percentage bewoners dat trots is op hun gemeenschap is toegenomen. Of: het aantal bewoners dat wel eens hulp krijgt van anderen (niet-professionals) is gegroeid. De deelnemers aan de bijeenkomsten zijn er eensluidend positief over. ‘Het is echt een gezamenlijk product van de drie deelnemende partijen,’ zegt Hay Mulders.

Evengoed zijn de uitkomsten eerder een ‘aanzet tot’ dan een definitieve versie van outcome indicatoren, zegt Annette van den Bosch van Movisie. Een indicator behoeft vaak operationalisering. ‘Het is te ambitieus om te denken dat je in drie bijeenkomsten tot pasklare outcome indicatoren kunt komen. Sommige moeten nog scherper geformuleerd, sommige kun je alleen in context met andere gebruiken. Andere zijn misschien toch minder geslaagd. Voordat ze echt worden gebruikt, bijvoorbeeld worden vertaald naar vragen voor een vragenlijst, zou je nog een slag moeten maken.’

Trots op de gemeenschap

De gemeente Horst aan de Maas heeft op basis van enkele indicatoren vragen geformuleerd die zijn opgenomen in het leefbaarheidsonderzoek, een grote enquête die elke vijf jaar wordt gehouden onder achtduizend inwoners. Bijvoorbeeld de indicator over trots op de gemeenschap. ‘We kunnen straks zien of er verschil bestaat tussen de dorpen, zegt beleidsmedewerker Judith van de Haterd. ‘En of er ontwikkeling zit in de tijd.’

Van de Haterd ziet een grote meerwaarde in outcome indicatoren. ‘Je probeert echt grip te krijgen op het effect dat je wilt bereiken. In plaats van dat je de output meet, bijvoorbeeld het aantal bijeenkomsten dat is georganiseerd, meet je wat je moet meten: wat het oplevert voor de bewoners.’

Proeftuinen 26 november
De afgelopen jaren gingen gemeenten, uitvoerende organisaties en burgers met elkaar in gesprek over onderwerpen als: het versterken van eigen kracht, de inzet van het netwerk, zelfregie, participatie en collectieve kracht. Samen stelden zij vast welke effecten gewenst op deze thema’s gewenst zijn en welke indicatoren hiervoor gebruikt zouden kunnen worden. Met deze ervaringen in het achterhoofd is het tijd om de balans op te maken: waar moeten we ons op richten als het gaat om aandacht voor en sturen op outcome? Wat helpt gemeenten verder? Wilt u meedenken? Kom dan naar de werksessie op 26 november!

Dit artikel werd geschreven in samenwerking met journalist Marcel van Engelen.

Reacties

Reageer op dit artikel

17 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.