Mensen uit de dagbesteding kunnen aan de slag in de wijk

Interview Marjet van Houten, Movisie
artikel - 21 februari 2014
Afbeelding bij Mensen uit de dagbesteding kunnen aan de slag in de wijk

De overgang van de begeleiding uit de AWBZ naar gemeenten en de uitvoering van de nieuwe Participatiewet moeten in elkaar grijpen. Maar de meeste gemeenten zijn nog maar net begonnen met gesprekken over de meest kwetsbare groep mensen: zij die werken in de arbeidsmatige dagbesteding.

De arbeidsmatige dagbesteding dreigt het kind van de transitierekening te worden, vreest Marjet van Houten, adviseur Participatie bij Movisie. Het huidige systeem van uitkeringen heeft mensen in hokjes geplaatst, zegt zij. Van de uitkeringsgerechtigde in de bijstand tot de medewerker bij de Sociale Werkvoorziening in loondienst. De nieuwe Participatiewet geeft de mogelijkheid om de stempels op die verschillende doelgroepen te doen vervagen, denkt Van Houten. Alle uitkeringsgroepen worden samengevoegd, of je nu in de bijstand zit, in de Wajong-regeling valt of in de sociale werkvoorziening werkt. Vervolgens moeten mensen naar de reguliere arbeidsmarkt worden geleid, of -wie geen betaalde arbeid kan verrichten- naar de (onbetaalde) arbeidsmatige dagbesteding. Dat alles moeten gemeenten regelen vóór 1 januari 2015 onder een bezuinigingstaak van 25 procent.

Aankloppen

Kansen zijn er zeker, volgens Marjet van Houten, voor mensen die uit een uitkering in betaalde arbeid terecht kunnen. Maar grote problemen hangt een zeer kwetsbare groep boven het hoofd: de mensen die afhankelijk zijn van de arbeidsmatige dagbesteding. Het gaat vooral om mensen met een verstandelijke, fysieke of meervoudige beperking, voor wie juist het werk een nuttige en sociale invulling van de dag is. Verder verwacht Van Houten problemen met alle mooie en goede projecten die de laatste jaren zijn opgezet om mensen met een beperking in te zetten. Bijvoorbeeld als medewerker in de buurtsuper, of in de drukkerij, in de bediening in het restaurant of als clean-team bij het busbedrijf. Zorg- en welzijnsinstellingen, die dit soort projecten hebben opgezet, moeten na 2015 bij de gemeenten aankloppen voor budget.

Om in beeld te krijgen wie dagbesteding nodig heeft, moeten gemeenten ook contact maken met de zorgaanbieders

De participatiegedachte is een prima uitgangspunt, vindt Van Houten, ‘en overigens ook niet nieuw. Instellingen zijn daar de laatste jaren al mee bezig geweest. Daar zijn veel leuke projecten uit voortgekomen.’ Op 1 januari 2015 moeten gemeenten klaar zijn met de overgang van AWBZ-begeleiding en de voorbereidingen voor de uitvoering van de Participatiewet. Dan zal de transitie een feit zijn. ‘Om nieuwe vormen van dagbesteding op te zetten,’ zegt Van Houten, ‘moeten gemeenten weten welke mensen gebruikmaken van deze specifieke begeleiding.’ Dat is nog niet het geval en dat maakt het lastig om te beginnen met de inrichting van de 'nieuwe dagbesteding'. ‘Gemeenten kunnen alleen indicaties bij het Centrum Indicatiestelling Zorg opvragen, maar die zijn niet naar personen te herleiden.’

Weinig zicht

Het grootste probleem: sommige gemeenten zijn nog niet begonnen met nadenken over nieuwe vormen van arbeidsmatige dagbesteding. ‘Deze gemeenten hebben te weinig zicht op welke doelgroepen er zijn en wat hun taak is in de dagbesteding,’ zegt Van Houten. Om in beeld te krijgen wie dagbesteding nodig heeft, moeten gemeenten ook contact maken met de zorgaanbieders, die de vernieuwende projecten graag willen voortzetten. Spoed is volgens Van Houten geboden: ‘Mijn zorg is dat gemeenten niet in de gaten hebben dat ze de dagbesteding goed moeten regelen. Uiteindelijk is aan het eind van dit jaar bij de transitie niets geregeld. Een grote groep kwetsbare mensen raakt de voor hen zo belangrijke dagbesteding kwijt. Dat is hun structuur en hun eigen sociale leven.’ Het perspectief is niet overal slecht. Er zijn, weet Van Houten, verschillende gemeenten die wel degelijk bezig zijn om een nieuw traject voor de doelgroep in te richten. ‘De vraag is of je arbeidsmatige dagbesteding voor specifieke groepen organiseert of dat je verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld gehandicapten, ouderen, psychiatrische patiënten, bij elkaar plaatst.’ Vooral gemeenten die van oudsher een actief sociaal beleid voeren en goede contacten hebben met zorgpartners, zijn bezig met de inrichting van nieuwe trajecten van arbeidsmatige dagbesteding.

Arbeidsmatige dagbesteding biedt welzijnsinstellingen een kans om zich te ontwikkelen tot een ondernemende organisatie

Welzijnsorganisaties kunnen een belangrijke rol spelen bij de organisatie van arbeidsmatige dagbesteding, vooral als er wijkgericht wordt gewerkt. Welzijnswerkers kunnen putten uit hun brede ervaring, want sociale activering is van oudsher hun tak van sport. ‘Tussen zorg en arbeid zit welzijn,’ zegt Van Houten. ‘Welzijnswerkers kennen de omgeving waarin mensen met een uitkering zich bevinden. En zij kennen de wijk. Ik denk dat de arbeidsmatige dagbesteding een prima kans biedt voor welzijnsinstellingen om zich te ontwikkelen tot een ondernemende organisatie. Ik zou zeggen: Leg verbindingen tussen partijen, sociale ondernemers, bedrijven, zorg en burgers en ondersteun zo wijkactiviteiten voor ouderen, een café in de buurt of een clean-team. ‘De welzijnsorganisatie wordt dan door de gemeente betaald voor de begeleiding van de mensen die de activiteiten uitvoeren, niet voor de activiteit zelf. De focus verschuift van activeren naar het begeleiden van kwetsbare groepen om een daadwerkelijk rol te spelen in de wijk.’

Overigens denkt Van Houten dat deze nieuwe vormen van dagbesteding in eerste instantie niet bepaald goedkoop voor gemeenten zullen uitvallen. ‘Mensen moeten eerst competenties opdoen, voordat ze ingezet kunnen worden. Dat wordt een traject van ontwikkeling. Dus moet er eerst worden geïnvesteerd in de dagbesteding om mensen later in te kunnen zetten.’ Dat is het ideale scenario. Maar met de bezuinigstaak van 25 procent en met de achterstand die sommige gemeenten nu al hebben bij het opzetten van de arbeidsmatige dagbesteding, vreest Van Houten dat de arbeidsmatige dagbesteding kind van de rekening kan worden.

Meer weten

Op 12 februari organiseerde Movisie het congres 'Iedereen aan de slag – Meedoen naar vermogen' over invoering van de Participatiewet en de overheveling van de AWBZ – begeleiding naar de Wmo. Tijdens het congres werd aan staatssecretaris Jetta Klijnsma het eerste exemplaar aangeboden van Werken aan economische participatie. In deze publicatie staan beschrijvingen van 29 inspirerende projecten, die hebben meegedongen naar de Movisie Participatieprijs met het thema 'Help iedereen aan een baan'. Bekijk ook de brochure Arbeidsmatige dagbesteding met aansprekende actuele projecten en laat u inspireren door de praktijkvoorbeelden van Leerwerkbedrijf Relim en Pameijer.

Dit artikel verscheen eerder in Zorg en Welzijn magazine van 31 januari 2014 (jaargang 20). Tekst: Carolien Stam.

Reacties

Reageer op dit artikel

6 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.