Middenmanager in welzijn moet meer speelruimte krijgen

Onderzoek naar de positie van middenmanagers
artikel - 26 september 2014
De vooruitgeschoven middenvelder

'Middenmanagers bij welzijnsorganisaties zitten op een belangrijk kruispunt, maar hun speelruimte is te beperkt.' Dat concludeert Vincent de Waal in zijn proefschrift ‘De vooruitgeschoven middenvelder’ dat eerder dit najaar verscheen. Samen met Movisie vraagt hij aandacht voor de positie van de manager in welzijn.

Vincent de Waal, onderzoeker bij Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht: 'Ik zie welzijnsorganisaties steeds platter worden. Ze maken teams zelfsturend maar een goede teamleider, een krachtige manager op het terrein van de uitvoering, is nog altijd nodig. Ik hoor dat ook terug van uitvoerende professionals. Ze hebben behoefte aan leiderschap. Een middenmanager moet volgens hen iemand zijn die een duidelijke koers kan uitzetten, die beschikt over een ruim wijknetwerk en die kennis en ervaring heeft op het terrein van nieuwe methodieken. Middenmanagers overzien het speelveld, ze weten wat er nodig is, beter dan hun directeur en beter dan lokale ambtenaren. Ze staan op een belangrijk kruispunt, maar toch is hun speelruimte beperkt.'

Directeuren

Vincent de Waal deed afgelopen jaren onderzoek naar de positie van middenmanagers in welzijnsinstellingen. Hij sprak daarbij ook met de directeuren en teamleden van deze managers. Wat valt op? 'Dat directeuren de neiging hebben om hun manager de organisatie in te trekken. Ze geven hen over het algemeen niet het podium om met hun teams in het lokale speelveld hun werk te doen. Middenmanagers kennen de lokale netwerken en processen en in hun positie komt veel informatie samen. Zij kunnen binnen hun eigen organisatie een scharnierfunctie vervullen tussen strategie en uitvoering en tegelijkertijd een sleutelpositie verwerven in de huidige lokale ontwikkelingen. Directeuren zijn er meer op gespitst om te zien hoe ze er in tijden van bezuinigingen als organisatie weer uit komen.'

Middenveld

Vincent de Waal adviseert om die reden de organisaties om middenmanagers een meer vrije rol te geven. 'Wedstrijden worden op het middenveld gewonnen en verloren. Je kunt nog zulke goede aanvallers en verdedigers hebben, als het middenveld niet goed functioneert, verlies je. Zo werkt het ook bij welzijnsorganisaties. Als je middenmanagers in de juiste positie zet, als vooruitgeschoven middenvelder, kom je allemaal verder.'

Toekomst

Volgens de onderzoeker zien welzijnsorganisaties er over vijf jaar heel anders uit. 'Ik vermoed dat dit soort organisaties dan niet meer bestaat. Er komen andere organisatievormen met meer ruimte voor burgerinitiatieven. Juist in deze omslag kunnen deze middenmanagers met hun teams een belangrijke rol spelen, gebruikmakend van de aanwezige (wijk)kennis.'

Afrekencultuur

'De valkuil is dat je je eigen organisatie gaat optuigen met protocollen en procedures en afrekensystemen. Dat is de dood in de pot. Die hele afrekencultuur is vanuit gemeenten ingezet maar daardoor zijn heel goede medewerkers vertrokken. Dit blijkt ook uit de interviews. De paradoxale ontwikkeling doet zich voor dat de groep uitvoerende professionals (met name die in het sociaal-culturele domein) die van oudsher het sterkst inzet op preventie en contacten met burgers – en in deze zin goed past in het hele burgerschapsdiscours - momenteel de grootste moeite heeft om zich overeind te houden. Ik raad alle middenmanagers aan om zich meer vrij te spelen op het lokale middenveld en vanuit die positie bij te dragen aan lokale vernieuwing.” 

Ondersteuning voor managers

Het proefschrift ‘De vooruitgeschoven middenvelder’ is verschenen bij uitgeverij Boom|Lemma en bevat concrete aanbevelingen om de positie van welzijnsmanagers te versterken. Kennisinstituut Movisie hielp Vincent de Waal bij het opstarten van dit onderzoek. Movisie biedt kennis, ondersteuning en advies aan welzijnsmanagers, specifiek in deze tijden van verandering.

 

Reacties

Reageer op dit artikel

14 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.