Moed en lef binnen de aanpak van geweld

Huiselijk geweld is verraderlijk en complex

30 maart 2020

Om huiselijk en seksueel geweld en kindermishandeling terug te dringen, lijken professionele moed en lef belangrijker dan ooit. Hoe geven professionals dit vorm en met welke dilemma’s krijgen zij te maken? Movisie dook de literatuur in en bevroeg een viertal professionals, werkzaam in sociale wijkteams en bij Veilig Thuisorganisaties naar hun ervaringen en tips. 

‘Professionals moeten de moed en energie hebben om buiten de lijntjes te kleuren’, schrijft Jan Dirk Sprokkereef, programmadirecteur van Geweld hoort nergens thuis (GHNT) in zijn column, waarin hij terugblikt op het eerste jaar van het programma dat tot 2021 loopt. Het accent dat Sprokkereef legt, vinden we ook terug in verschillende andere documenten, zoals het manifest van de Kring van Veiligheid (2016). Hierin luiden prominente Nederlanders de noodklok over huiselijk en seksueel geweld en kindermishandeling. Bovendien houden zij een krachtig pleidooi voor meer ruimte voor professionals, zodat zij in acute gevallen de grenzen van hun formele taak kunnen overschrijden. 

De boodschap van het tonen van moed en lef klinkt ook door in de aanbevelingen uit een recent advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS), het overheidsprogramma Geweld Hoort Nergens Thuis, de verbeterde meldcode en de publiekscampagne van de overheid om huiselijk geweld te melden. 

Normstellend durven zijn tegen geweld

Binnen het sociaal domein lijkt er overeenstemming te zijn over het belang van moed en lef in de aanpak van huiselijk en seksueel geweld. Maar wat is moed en lef nu eigenlijk? Normstellend durven te zijn tegen geweld, waarbij je optreedt tegen plegers en slachtoffers beschermt. Moed en Lef is ook collega’s, van andere organisaties, aanspreken op falen en verantwoordelijkheid nemen tot de zaak is opgelost. 

Afwijken van protocollen en procedures

In de praktijk lijken professionals zich soms te verschuilen achter regels en protocollen. Die zijn inderdaad belangrijk, omdat ze het werk van sociaal professionals structureren, maar de protocollen zijn geen doel op zich. Het is juist belangrijk dat sociaal professionals als dat nodig is de grenzen opzoeken van hun formele taken om een gezin ook op andere leefdomeinen, denk aan de aanpak van armoede, schulden en/of verslaving te helpen. 

Mag ik dit wel doen of zeggen?

Maar in hoeverre kunnen professionals daadwerkelijk van protocollen en procedures afwijken? Uit het literatuuronderzoek en de interviews met professionals en ervaringsdeskundigen blijken dat vooral beginnende professionals deze vraag als een dilemma ervaren. ‘Mag ik dit wel doen of zeggen?’, denken nieuwe collega’s vaak. Het is bij de meeste maatschappelijke organisaties belangrijk om te werken volgens bepaalde regels. Maar er lijkt een spanningsveld te zijn tussen regels en protocollen volgen en onorthodoxe oplossingen aandragen als een situatie erom vraagt. Regels en protocollen bieden zekerheid ten aanzien van de kwaliteit en continuïteit van de hulpverlening, maar ze kunnen ook worden ervaren als een keurslijf. 

Een geïnterviewde hulpverlener zegt hierover: ‘Protocollen kunnen ervoor zorgen dat je in een kramp schiet en denkt: Ik doe het maar niet, want dadelijk wordt er een klacht tegen mij ingediend of wordt iemand boos.'

Uit de interviews blijkt dat professionals het als helpend ervaren als ze dit soort dilemma’s in casusoverleg met collega’s kunnen bespreken. Daarnaast blijkt dat hoe vaker professionals buiten de lijntjes kleuren in gevallen waarin standaard oplossingen niet meer werken, hoe meer dit genormaliseerd wordt. Deze professionals vormen rolmodellen voor andere professionals.

Durf een fout te maken of risico te nemen

Wie neemt de verantwoordelijkheid voor het geheel?

Huiselijk geweld is verraderlijk en complex. Bij een gezin zijn vaak meerdere hulpverleners betrokken en iedereen werkt aan een stukje van de puzzel. Maar wie neemt de verantwoordelijkheid voor het geheel? Mede daardoor bestaat een kans dat je als professional geen oplossing voor handen hebt of geen beslissing neemt.

Handelen met de juiste intentie

Vaak moeten pijnlijke keuzes gemaakt worden zonder garantie op succes (Besouw & Dijkstra 2018). Om deze reden is er een risico dat professionals eerder zullen wegkijken van problemen, in plaats van er op af te gaan. Toch blijkt uit de interviews dat professionals best bereid zijn een risico te nemen, zeker wanneer zij voelen dat zij niets te vrezen hebben wanneer zij hebben gehandeld met de juiste intenties. 

Geïnterviewde: ‘Als je het hebt over moed en lef denk ik in het geval van moeilijke situaties: ‘Dan komt er maar een klacht. Ik ben daar niet bang voor, want als ik naar eer en geweten heb gehandeld, dan durf ik een klacht ook wel aan. Bovendien een klacht kán gegrond zijn. Ik vind het belangrijk dat je het kunt toegeven wanneer je iets niet goed hebt gedaan. Ik heb inmiddels veel ervaring en wordt daar niet meer zo heel zenuwachtig van. Maar ik kan mij voorstellen dat je er wel zenuwachtig van wordt als je net met dit werk begint.’

Je eigen weg zoeken in de professionele ruimte

Andere professionals onderkennen deze gevoelens van onzekerheid, zo blijkt uit het onderzoek ‘Erop af en dan?’ waarin is gekeken naar hoe Utrechtse buurtteams de aanpak van huiselijk geweld vormgeven (Besouw & Dijkstra 2018). Daaruit blijkt dat er moed nodig is om te besluiten af te wijken van protocollen en procedures in het belang van de cliënt. Er is professionele lef nodig om je eigen weg te zoeken in de professionele ruimte zonder houvast van beproefde procedures en protocollen. Dit lijkt zich vooral te manifesteren in gevallen van acuut geweld. 

Geïnterviewde: ‘Laatst had ik een casus van een vrouw die thuis werd mishandeld. Door haar omstandigheden kreeg ik sterk het gevoel dat haar situatie wel eens ernstig zou kunnen zijn. Opvang in de noodplek was er niet meer. Normaal gesproken zou je het er dan voor dat moment bij laten zitten, maar ik kon dat niet over mijn hart verkrijgen. Dus heb ik via mijn leidinggevende toch nog ergens een plekje kunnen vinden.’ 

Professionele moed en lef tonen, gaat dus verder dan het afvinken van hokjes, het heeft veeleer te maken met naast een gezin staan en je soms zelfs extra inspannen om een acuut onveilige situatie te stoppen. 

Morele dilemma’s en het beroepsgeheim

Toch is het lang niet in alle gevallen duidelijk wat je als hulpverlener moet doen. Morele dilemma’s, denk aan geheimhouding, liggen continue op de loer. Wat doe je als je ouderenmishandeling signaleert, maar weet dat het slachtoffer afhankelijk is van de pleger? Heb je de moed en het lef om dan aangifte te doen? 

Een hulpverlener zegt hierover: ‘Je weet dat dit voor alle betrokkenen veel gevolgen heeft. Bij dit soort morele dilemma’s voeren we uitgebreid intern overleg. We hebben ook een keer een moreel beraad georganiseerd. Zo’n groot besluit neem je in ieder geval niet alleen. Verder werken wij met gedragswetenschappers: dit soort grote beslissingen wordt altijd bij hen  getoetst.’

Een worsteling die aanverwant is met morele dilemma’s is dat van het beroepsgeheim. Uit interviews in ‘Morele spanningsvelden in het ambulant sociaal werk’ (Andriessen et al. 2014) blijkt dat professionals hier niet altijd raad mee weten. Veel professionals lijken gevangen in de regels en weten niet dat de regels rondom geheimhouding flexibeler zijn dan zij denken. 

Geïnterviewde: ‘De cliënt was achteraf boos op mij, omdat ik hem had verlinkt’, aldus een geïnterviewde professional. ‘Daar zit je ook weer tegen een stukje ethiek aan. Maar het zou levensbedreigend kunnen zijn als die informatie niet bekend zou zijn. Dus toen heb ik wel gedacht: nu maar even tegen de tevredenheid van de cliënt in. Geheimhouding is dan ondergeschikt op dat moment.’ 

Collegiale uitwisselingen van groot belang

Wat duidelijk naar voren komt uit de interviews is dat professionals zelfreflectie inzetten om moed en lef vorm te geven, al naar gelang de situatie. Afwijken van regels en protocollen wordt soms gezien als noodzakelijk juist in het belang van de cliënt  Maar morele dilemma’s maken dit ‘afwijken’ niet gemakkelijk. Steun vanuit collega’s, bijvoorbeeld in de vorm van collegiale uitwisselingen blijft van groot belang. Daarbij lijkt te gelden: hoe langer iemand in dienst is, hoe meer iemand geneigd is moed en lef te tonen, al is het maar omdat die professional opgewassen is tegen vragen en eventuele weerstand vanuit de organisatie die het buiten de lijntjes kleuren kán oproepen.

Drie tips voor organisaties

Hoe kun je als organisatie het tonen van moed en lef ondersteunen? Op basis van de bevindingen zijn er de volgende drie tips:

  1. Faciliteer moreel beraad waarin professionals zich met elkaar buigen over morele dilemma’s en onorthodoxe oplossingen. Als dit vanuit de organisatie wordt ondersteund en als een groep een beslissing draagt, sta je sterker, ook als je de randen van de wet opzoekt.
  2. Koppel een junior medewerker aan een senior medewerker, zodat zij kennis en ervaring kunnen uitwisselen, waarbij de senior medewerker een meer coachende rol kan nemen in het denken buiten de lijnen.
  3. Moedig zelfreflectie aan, zodat alle medewerkers leren te reflecteren op hun eigen handelen en deel geleerde lessen organisatie-breed. 

Bovenstaand artikel is onderdeel van een tweeluik over moed en lef onder sociaal professionals. Deel twee gaat over moed en lef bij de inzet van het ervaringsverhaal bij huiselijk en seksueel geweld.