Monitor over de sociale inclusie van Roma en Sinti in Nederland

artikel - 19 november 2013
Afbeelding bij Monitor over de sociale inclusie van Roma en Sinti in Nederland

Movisie heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek gedaan naar de sociale inclusie van Roma en Sinti in Nederland. In de monitor wordt aandacht besteed aan de volgende thema’s: onderwijs, arbeid, wonen, gezondheid en veiligheid. Op advies van de Europese Commissie ontwikkelen alle EU-lidstaten een dergelijke monitor. Lees het volledige onderzoeksverslag onderaan dit artikel. Het ministerie communiceert verder over het rapport, maar voor Movisie.nl legden we de projectgroep een aantal vragen voor.

Waarom is het onderzoek gedaan?

In Europa wonen naar schatting zo’n 11 miljoen Roma en Sinti. Zij zijn vaak slachtoffer van racisme, discriminatie en sociale uitsluiting. Roma en Sinti leven dikwijls in armoede zonder dat men toegang heeft tot gezondheidszorg en fatsoenlijke huisvesting. Tegelijkertijd zien we grote verschillen in de situatie van mensen met een Roma- en Sinti-achtergrond in de verschillende Europese landen. Volgens de Europese Unie hebben de EU-lidstaten de eerste verantwoordelijkheid iets te veranderen aan deze situatie en het is aan de lidstaten (waaronder Nederland) de taak om maatregelen te nemen om Roma en Sinti te ondersteunen

Uit het EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie of set van beleidsmaatregelen met betrekking tot de Roma en Sinti tot 2020 vloeit voort dat alle lidstaten waaronder Nederland zich moet inspannen om de sociale inclusie van Roma en Sinti te bevorderen. De inzet van Nederland, richt zich vooral op gelijke behandeling. Om te weten te komen of deze inzet voldoende resultaten oplevert vraagt de Europese Unie van iedere EU-lidstaat een monitor uit te voeren om vast te stellen hoe de huidige en bij vervolgmetingen de toekomstige woon- , werk- en leefsituatie van Roma en Sinti op dit moment is.

Movisie is door het Ministerie van Sociale Zaken Werkgelegenheid benaderd deze monitor uit te voeren en een rapportage aan het ministerie uit te brengen. In de projectgroep Monitor Inclusie werken medewerkers van Movisie samen met andere professionals die ruime ervaring hebben met projecten ten behoeve van mensen met een Roma- en Sinti-achtergrond.

Hoe hebben jullie onderzoek gedaan?

Er is voor gekozen om een monitor te ontwikkelen waarbij is gesproken met de Roma en Sinti zelf en met de professionals die veel met deze doelgroep werken. Er is daarbij niet gewerkt met enkel gestandaardiseerde enquêtes, maar met werksessies (een soort groepsgesprekken) en individuele en groepsinterviews waarbij de deelnemers de ruimte hadden om onderwerpen van diverse kanten te belichten en zelf ook nieuwe onderwerpen aan te kaarten.

Hoeveel mensen hebben meegedaan aan het onderzoek?

Aan dit kwalitatieve onderzoek hebben 99 verschillende personen deel genomen waarvan bijna een derde Roma en Sinti. Van de deelnemende professionals werkt het merendeel met of voor Roma/Sinti.

Waarom kwalitatief onderzoek?

Movisie wilde daarbij de mensen zelf aan het woord laten en hen de ruimte bieden om hun eigen visie te geven. Een kwalitatief onderzoek geeft een goed beeld van de verschillende ervaringen en opvattingen. De monitor geeft inzicht in hoe verschillende mensen denken – Roma en Sinti zelf en professionals die met hen werken – over de indicatoren en wat hierin de verschillen zijn. Maar het geeft geen inzicht in hoeveel mensen dit precies denken. Antwoorden op vragen hoe vaak een bepaald probleem of juist succes voorkomt onder Roma en Sinti kunnen op basis van dit rapport dan ook niet worden gegeven. Zoals passend bij kwalitatief onderzoek zijn de resultaten van deze monitor dan ook indicatief.

In de keuze van de respondenten is zoveel mogelijk getracht recht te doen aan de heterogene samenstelling van de Roma- en Sinti-gemeenschappen in Nederland. Ondanks deze aanpak zullen er Sinti en Roma zijn die zich niet herkennen in het geschetste beeld. Dit geldt overigens ook voor professionals. Er bestaan grote verschillen tussen gemeenten.

Welke groep is onderzocht?

Roma en Sinti die al geruime tijd in Nederland wonen. De monitor betreft vooral Roma en Sinti die zich ruim voor de Tweede Wereldoorlog vestigden in Nederland en Roma die in de jaren zestig en zeventig vanuit toenmalig Oost-Europa naar Nederland kwamen, zowel degenen die een verblijfsvergunning kregen als de groep staatlozen.

Roma die als vluchteling in de jaren 90 vanuit de Balkan naar Nederland trokken en  Roma die zich zeer recentelijk als vluchteling hebben gevestigd in Nederland vanuit Oost Europa, zijn minder meegenomen in deze monitor. Ook gaat het onderzoek niet over Roma uit Oost-Europa die recentelijk naar Nederland zijn gekomen, bijvoorbeeld als arbeidsmigrant.

Wat zijn de resultaten?

Onmogelijk om kort te beantwoorden omdat de situatie zeer divers is: er zijn namelijk grote verschillen tussen Roma en Sinti onderling en tussen de verschillende groepen en families. Ook zijn er grote verschillen tussen gemeenten, tussen de generaties, tussen hoger- en laagopgeleiden, tussen staatloze personen en anderen, en binnen families. Wel zijn er een aantal ontwikkelingen: op sommige punten zien de mensen die mee deden aan dit onderzoek verbetering maar tegelijkertijd zijn er veel zorgen.

Op vrijwel alle thema’s (onderwijs, arbeid, wonen, gezondheid en veiligheid) bestaat de indruk bij verschillende geïnterviewden dat er voorzichtige verbeteringen zichtbaar zijn: steeds meer Roma kinderen maken hun school af, steeds meer jongeren zijn hoger opgeleid zijn, de leeftijd van de eerste zwangerschap gaat omhoog en vrije partnerkeuze wordt vanzelfsprekender. Tegelijkertijd zijn er ook zorgen bij de respondenten, bijvoorbeeld over de kwetsbare positie van staatlozen, discriminatie vanuit (stage)bedrijven, soms grote armoede, slechtere gezondheidssituatie (en mogelijk een veel lagere levensverwachting) en overlast of onvrede over en heen tussen Roma families en andere buurtbewoners.

Een andere tendens is dat het voor Sinti/Roma moeilijk is zich te ontworstelen aan de beeldvorming die er over hen bestaat. Negatieve berichten komen direct naar boven en krijgen disproportionele aandacht, terwijl de ‘good practices’ en positieve ontwikkelingen te weinig aan bod komen. Beeldvorming, of de referentie daaraan, komt vaak aan bod in gesprekken met zowel Sinti en Roma en professionals als met ‘buitenstaanders’. Veel respondenten (zowel Sinti en Roma als niet-Sinti en niet-Roma) geven aan dat er in de maatschappij een (negatief) beeld van ‘de zigeuner’ bestaat, waardoor de inclusie van Roma en Sinti bemoeilijkt wordt. De grote verschillen tussen de twee groepen – de Roma en de Sinti – tussen de verschillende gemeenten, tussen de generaties, tussen hoger- en laagopgeleiden, tussen staatloze personen en anderen, en binnen families lijken niet altijd zichtbaar.

Zo worden veel Roma en Sinti geassocieerd met criminaliteit terwijl dat voor hen niet speelt. In de monitor maken enkele respondenten kenbaar dat hun indruk is dat onder sommige specifieke families criminele activiteiten voorkomen zoals winkeldiefstal. Dat betekent volgens hen echter niet dat dit geldt voor de hele groep maar in de beeldvorming worden vaak alle Roma en Sinti wel vaak over één kam geschoren. Voor veel Roma en Sinti is deze beeldvorming een doorn in het oog. Goede voor-beelden en de positieve verhalen kunnen mogelijk een rol spelen in het tegengaan van deze negatieve beeldvorming: verschillende malen wordt benadrukt door respondenten dat er grote behoefte is aan zulke voorbeelden en verhalen.

Hoe zien jullie de toekomst? 

Wat duidelijk is geworden in deze eerste 0-meting is dat er grote uitdagingen voor de toekomst zijn maar dat verandering zeker niet onmogelijk is. Er zijn al jaren vele projecten (op gemeenteniveau en overkoepelend: Platform Roma-gemeenten en Proeftuingemeenten) ten behoeve van de inclusie van Roma en Sinti.

Veranderingen lijken de meeste kans van slagen te hebben wanneer de Roma en Sinti zelf hier de spil in vormen. Veel Roma en Sinti hebben het gevoel niet mee te mogen beslissen over hun eigen situatie. Het gevoel heerst vaak dat mensen ‘van buiten’ niet naar hun zorgen, wensen en behoeften willen luisteren. In hun beleving wordt er veel over hen in plaats van mét hen gesproken? Het zit veel Sinti en Roma dwars dat er allerlei deskundigen zijn ten aanzien van hen als doelgroep maar dat zij zelf niet altijd mogen meepraten. De ‘buitenwereld’ ervaart op hun beurt de Roma en Sinti vaak als erg gesloten. Tegelijkertijd laten de vele goede voorbeelden die naar voren kwamen in deze monitor zien dat goed contact tussen deze twee leefwerelden wel degelijk mogelijk is: het vraagt echter de nodige tijd en betrokkenheid van beide kanten.

Download hieronder het rapport. Voor meer informatie kijk op rijksoverheid.nl of neem contact op met Paul van Yperen, Communicatie, via p.vanyperen@movisie.nl, 030-22 35 of 06-47345751.

DownloadsTypeGrootte
Rapport Monitor Inclusie Nulmeting pdf1.51 MB

Reacties

Reageer op dit artikel

1 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.