Movisie in 2019: voor een positieve verandering

Werkprogramma 2019

28 januari 2019

Het werkprogramma dat Movisie jaarlijks voor het ministerie van VWS uitvoert is bekend. In 2019 wil Movisie intensiveren op thema’s als kwaliteit en effectiviteit van wijkteams, effectieve strategieën voor de aanpak van eenzaamheid, verbeteren van het integraal werken in de wijk en het versterken van de sociale basis en benutting van collectieve aanpakken.

De rol van Movisie hierbij is het zorgen voor versnelling van lerende praktijken. 'En om te leren van die praktijken, zodat we die kennis kunnen verspreiden en ook anderen die op hun beurt kunnen benutten. Zo kunnen overheden, professionals en andere betrokkenen trefzeker komen tot zichtbare en blijvende verbeteringen van de kwaliteit van leven van mensen in een kwetsbare positie', schrijven Janny Bakker-Klein en Saskia Keuzenkamp in het nieuwe werkprogramma 2019.

Lees het Werkprogramma 2019

Aandachtspunten en accenten in 2019

Op verzoek van de samenwerkingspartners van Movisie is het werkprogramma 2019 meer op hoofdlijnen geschreven dan in voorgaande jaren. Het programma geeft een duidelijk overzicht van waar Movisie zich de komende jaren mee bezig houdt en welke accenten in 2019 worden gelegd. Op basis van onze contacten met stakeholders, actuele beleidsnota’s en rapporten en kennis over ontwikkelingen in de leefsituatie van de bevolking heeft Movisie begin 2017 een aantal maatschappelijke opgaven gedefinieerd die bepalend zijn voor de keuze van vier kernprogramma’s. Het gaat om vraagstukken die een lange adem vragen en een samenhangende, integrale aanpak: het bevorderen van participatie en zelfredzaamheid, meer zorgen voor elkaar en benutting van sociale netwerken, problematiek rond veiligheid en huiselijk en seksueel geweld, inclusie van kwetsbare burgers en het vergroten van effectiviteit en vakmanschap op deze gebieden.

Met het aantreden van het nieuwe kabinet Rutte-III in 2017 en de installatie in 2018 van nieuwe colleges van B&W in de meeste Nederlandse gemeenten, zijn accenten in het beleid gelegd, die doorwerken in de accenten in het Movisie werkprogramma voor 2019.

Movisie intensiveert naast op de bovengenoemde thema’s ook op andere thema’s: Randvoorwaarden voor langer en weer thuis wonen, Integrale veiligheid (versterken van samenhang sociaal domein en veiligheidsketen), Implementatie VN-verdrag voor mensen met een beperking en Grenzen aan burgerkracht. Deze thema’s worden uitgewerkt in vier programma’s: Programma integraal (lokaal) sociaal domein, Programma Sociale basis, Programma Effectiviteit en vakmanschap en Programma Kennisinfrastructuur sociaal domein. Lees in het Werkprogramma wat we met deze programma’s willen bereiken, wat daarbij onze speerpunten zijn en wat we in 2019 gaan doen.

Integraal (lokaal) sociaal domein

Veel mensen met een verhoogde kwetsbaarheid willen graag zo zelfstandig mogelijk wonen, hun eigen leven leiden, erbij horen en naar eigen behoefte, mogelijkheden en wens participeren. Integraal werken en lokaal maatwerk worden daarom steeds belangrijker. Nog te vaak komt het voor dat een bestaande invulling van professionaliteit zorgt voor hokjesdenken, wat het leggen van dwarsverbanden in de weg staat. De gevolgen kunnen ernstig zijn: waar niemand zich verantwoordelijk voelt voor het geheel, vallen mensen tussen wal en schip. Gemeenten kunnen vanuit de Wmo, Participatiewet en Jeugdwet ondersteuning op maat inrichten en daarmee kansen op participatie en zelfredzaamheid vergroten en hun aanpak van eenzaamheid, armoede en schuldenproblematiek effectiever maken. Sommige noodzakelijke voorwaarden, zoals een echt integrale aanpak, vertrekkend vanuit de leefwereld van de burgers, lijken hardnekkige knelpunten in beleid en regelgeving te zijn en echte transformatie in de weg te staan.

Sociale basis

Burgers doen steeds meer zelf in het sociaal domein, enerzijds omdat ze zich willen inzetten voor hun medemens, buurt of omgeving, anderzijds omdat het door een terugtrekkende overheid of verminderde professionele inzet aan hen gevraagd wordt. Gemeenten hebben er met de decentralisaties veel taken bij gekregen en zijn bezig hun dienstverlening rond zorg en ondersteuning, participatie en jeugdhulp te vernieuwen en te verbeteren. De meeste aandacht ging daarbij uit naar het organiseren en bieden van individuele zorg en ondersteuning. Recent ontstaat meer aandacht voor de sociale basis: wat doen we met en voor elkaar om te bevorderen dat mensen in een kwetsbare positie een goede kwaliteit van leven kunnen genieten of dat degenen die in zo’n positie (dreigen te) geraken zo goed mogelijk worden ondersteund? Een stevige sociale basis vergt een duurzame inzet en samenwerking van alle betrokkenen op lokaal niveau, zowel formele als informele spelers.

Effectiviteit en vakmanschap

Het werkveld waarin professionals en beleidsmakers die zich bezighouden met ondersteuning van kwetsbare burgers zich begeven is flink in verandering. Grenzen tussen beroepen vervagen. Er worden andere vaardigheden gevraagd, en er komen andere aanbieders en nieuwe vormen van opdrachtverlening en sturing. Gemeenten hebben een omslag te maken naar een meer responsieve overheid. Er is al veel bekend over 'wat werkt' bij de zorg en ondersteuning van mensen in kwetsbare posities. Daarbij gaat het zowel om kennis over de aanpak (effectiviteit) als om kennis over vaardigheden (vakmanschap). Ook over de randvoorwaarden is veel kennis beschikbaar. In het geheel van afwegingen kan deze kennis beter worden benut. Dit draagt bij aan professionalisering. Weten wat werkt is belangrijk, maar doen wat werkt is waar het uiteindelijk om gaat. Tegelijkertijd vergen nieuwe ontwikkelingen ook innovatieve kennis. Er is een grote roep om kennis en ervaring uit te wisselen in lerende praktijken. Tegelijkertijd is er de vraag hoe lerende praktijken zo goed mogelijk vorm te geven en hoe de kennis die daar wordt opgedaan kan worden verrijkt en gedeeld met anderen, om zo collectieve leerprocessen te versnellen.

Kennisinfrastructuur sociaal domein

Kennisinstituten staan voor de opgave om lerende praktijken te faciliteren en om waar nodig ook nieuwe settings te creëren waarbinnen samen met alle betrokkenen kan worden geleerd. Daarvoor is het zaak te participeren in die praktijken (hetgeen is beschreven in de inhoudelijke programma’s) en te zorgen voor een kennisinfrastructuur die borgt dat de kennis overdraagbaar wordt en blijft stromen. Ook die kennisinfrastructuur zelf behoeft voortdurend onderhoud en vernieuwing om zo goed mogelijk aan te blijven sluiten bij actuele vraagstukken en om de samenwerking met onze partners daarin optimaal te benutten.

Lees het Werkprogramma 2019