Movisie doet onderzoek naar LHBTI-jongeren zonder thuis

artikel - 4 augustus 2017

In Nederland worden nog steeds lesbische, homo, biseksuele, transgender of intersekse (LHBTI) jongeren door hun familie afgewezen. Zij lopen weg of worden uit huis gezet. In opdracht van de gemeente Amsterdam en het Bestuurlijk Overleg Zwerfjongeren onderzoekt Movisie de problematiek van deze jongeren. Vijf vragen aan Michelle Emmen, projectleider vanuit Movisie.

Wat onderzoeken jullie precies?

Uit onderzoek in Frankrijk, Engeland en Canada weten we dat LHBTI-jongeren oververtegenwoordigd zijn onder de jongeren die dak- en thuisloos zijn; maar liefst 25 tot 40% is lesbisch, homo, bi of transgender. We weten uit Nederlands onderzoek dat jongeren die dak- en thuisloos zijn én jongeren die LHBTI-zijn tegen een hoop problemen aan lopen die op elkaar lijken. Wat we nog niet weten, is wat precies de ervaringen, problemen en behoeften zijn van deze groep, dus jongeren die én dak- en thuisloos én LHBTI zijn. En daarom doen we dit onderzoek. We gaan na of deze jongeren specifieke behoeften hebben die gerelateerd zijn aan hun LHBTI-zijn en zoeken uit of specifieke ondersteuning voor de groep wenselijk is en zo ja, hoe die er uit moet zien. Doel van het project is na te gaan wat er nodig is om LHBTI-jongeren goed te ondersteunen en te voorkomen dat zij dak- en thuisloos worden.

Om wat voor jongeren gaat het en hoe groot is de groep ongeveer?

Het gaat om jongeren die geen eigen woonruimte hebben; deze jongeren overnachten ofwel in de buitenlucht, in de noodopvang of tijdelijk bij vrienden of familie. Ook jongeren die residentieel dakloos zijn – die ingeschreven staan voor maatschappelijke opvang zoals nachtopvang – vallen onder de noemer dak- en thuisloze jongeren omdat opvang geen stabiele leefomgeving voor hen biedt. In 2011 waren zo’n 7.890 dak- en thuisloze jongeren tot 23 jaar geregistreerd. Het werkelijke aantal dak- of thuisloze jongeren ligt hoger. In dit onderzoek focussen we op jongeren die dak- of thuisloos én LHBTI-zijn; zij zijn homo, lesbisch, bi, transgender of hebben een intersekse conditie. Dat impliceert dat ze ‘anders’ zijn, vragen hebben over hun identiteit en te maken hebben met afwijzing door hun omgeving op hun identiteit en op hun (gender non-conform) gedrag. Als er net zoveel LHBTI’s zijn onder jongeren die dak- en thuisloos zijn als onder andere jongeren, dan gaat het om meer dan 1100 LHBTI-jongeren die dak- en thuisloos zijn. We verwachten bovendien dat ook in Nederland LHBTI-jongeren oververtegenwoordigd zijn binnen de groep jongeren die dak- en thuisloos zijn.

Tegen welke problemen lopen de jongeren aan?  

LHBT-jongeren die dak- en thuisloos zijn, verlaten gemiddeld  twee keer vaker het huis dan leeftijdsgenoten. Eén van de voornaamste oorzaken van het dak- of thuisloos worden, is dat LHBT-jongeren door afwijzing van familie zijn weggelopen of uit huis zijn gezet. Een derde van hen is fysiek, emotioneel of seksueel misbruikt. LHBT-jongeren hebben te maken met de uitdagingen van coming out en discriminatie en daarnaast met de kwetsbaarheden, dagelijkse moeilijkheden en overlevingsuitdagingen van het leven op de straat. LHBTI-jongeren lopen gemiddeld tegen meer problemen aan dan leeftijdsgenoten: zowel thuis, op school, als in hun sociale netwerk. Ook hebben ze meer kans om te maken te krijgen met middelengebruik en psychische problematiek, waaronder suïcidaal gedrag en trauma’s. Ook onder volwassen LHBTI’s komen vaker psychische problemen voor.

Het onderzoek gebeurt met behulp van mede-onderzoekers uit de doelgroep zelf. Hoe gaat dat in zijn werk?

We doen participatief actieonderzoek: LHBTI-jongeren die dak- en thuisloosheid hebben ervaren, zijn medeonderzoekers bij het individueel interviewen van jongeren en het bevragen van professionals in focusgroepen. Deze vorm van onderzoek blijkt twee voordelen te hebben: het verbetert de kwaliteit van het onderzoek en het ontwikkelt de medeonderzoekers. Aan de hand van de onderzoeksvraag ‘hebben dak- en thuisloze jongeren en (jong)volwassenen specifieke ervaringen, problemen en behoeften die gerelateerd zijn aan hun LHBTI-zijn en zo ja welke zijn dit? Is specifieke ondersteuning voor deze doelgroep wenselijk en zo ja hoe moet deze ondersteuning er uit zien?’ interviewen onze 12 getrainde medeonderzoekers uit de doelgroep andere thuisloze LHBTI-jongeren in Amsterdam. We praten ook met professionals in focusgroepen om een beeld te krijgen of specifieke ondersteuning nodig is ten aanzien van LHBTI dak- en thuisloze jongeren en (jong)volwassenen en zo ja hoe die ondersteuning er uit moet zien. Ook de ondersteuners in de stad zijn nauw bij het project betrokken: samen met een gedreven groep professionals en vrijwilligers die met jongeren in Amsterdam werken, zoeken we in iedere fase van het onderzoek naar de best mogelijke invulling. Zo leren we over en weer ontzettend veel!

Zwerfjongeren voeren een vorige keer met een boot tijdens de Canal Pride mee. Is dit soort ‘erkenning’ belangrijk?

Dit soort erkenning is niet alleen belangrijk, het is gewoon broodnodig. Meer aandacht voor het LHBTI-zijn van deze groep dak- en thuisloze jongeren zorgt ervoor dat zij gezien worden voor wie zij echt zijn. Zichtbaarheid door een boot op de Canal Parade vergroot het bewustzijn: deze groep jongeren is er en zij hebben het zwaar. Voor iedereen die met jongeren werkt, moet LHBTI-zijn een onderwerp van gesprek zijn. Uit onderzoek dat Movisie in 2015 onder 421 professionals in jeugdhulp en jeugdwelzijn deed, bleek echter dat LHBTI-gevoelens niet worden gesignaleerd, dat LHBTI-zijn geen onderwerp van gesprek is, er geen begeleiding wordt geboden aan LHBTI-jongeren en niet doorverwezen wordt naar specialistische hulpverlening. In het bijzonder voor transgenderjongeren is dit relevant maar zij worden niet of nauwelijks op die mogelijkheid gewezen. Jongeren met een intersekse conditie zijn voor professionals helemaal onzichtbaar: geen van de 421 professionals in een onderzoek in de jeugdhulp ontmoette ooit een jongere met een intersekse conditie. Professionals die met jongeren werken, willen het onderwerp niet bijzonder maken, er zo normaal mogelijk over doen en praten er daarom juist niet over. Wat zij over het hoofd zien, is dat LHBTI-zijn voor jongeren zelf juist wél bijzonder is. Zij lopen gemiddeld drieënhalf jaar met deze gevoelens rond voordat ze er met iemand over durven praten. Een deel van de lesbische-, homo- en bi-jongeren doet zelfs zijn best om niet herkend te worden en zou liever heteroseksueel zijn. Kwalitatief goede ondersteuning en hulp bieden aan LHBTI-jongeren betekent dat het LHBTI-thema niet langer genegeerd kan worden.

De resultaten van het onderzoek zijn gereed voor de zomer 2018. Houd Movisie.nl hiervoor in de gaten. De onderzoeksresultaten worden vertaald in het jeugdbeleid en in de Roze Agenda van de gemeente Amsterdam.

Reacties

Reageer op dit artikel

3 + 11 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.