Movisie in de media juli 2025: Grote steden worstelen met straatintimidatie: 'Normverandering kost tijd'

Straatintimidatie is sinds een jaar strafbaar. Steden in het hele land nemen allerlei maatregelen om straatintimidatie en onveiligheid aan te pakken. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen vaker dan mannen vrezen slachtoffer te worden van criminaliteit. 25 Nederlandse gemeenten zijn daarom aangesloten bij het overheidsprogramma Veilige Steden, dat door Movisie gecoördineerd wordt en dat afgelopen maand landelijk in het nieuws kwam. Ook over andere sociale thema’s deelde Movisie weer kennis via de media.

Straatintimidatie is een jaar strafbaar, maar vaak wordt het geen zaak 

‘Het veiligheidsgevoel onder jonge vrouwen is niet verbeterd’, schrijft NOS Nieuws op 18 juli 2025. ‘Bijna de helft van alle vrouwen tussen 15 en 25 jaar loopt of rijdt soms om om plekken te vermijden die zij als onveilig inschatten, blijkt uit cijfers die het CBS heeft gepubliceerd. Steden in het hele land nemen allerlei maatregelen om straatintimidatie en onveiligheid aan te pakken. Uit het onderzoek, waarvoor in 2023 ruim 170.000 mensen zijn ondervraagd, bleek dat vrouwen vaker dan mannen vrezen slachtoffer te worden van criminaliteit. Vrouwen tussen de 15 en 25 jaar en 45 tot 65 jaar zijn hier het bangst voor.’ 

25 Nederlandse gemeenten zijn aangesloten bij het overheidsprogramma Veilige Steden, dat door Movisie gecoördineerd wordt. ‘Met campagnes, lesprogramma's en publieksvoorlichting werken ze aan meer veiligheid op straat. Ook de gemeente Den Haag is aangesloten bij het programma. In oktober vorig jaar zette de gemeente verschillende maatregelen in om straatintimidatie aan te pakken. Vandaag is het eerste voortgangsrapport gedeeld met de gemeenteraad.’ Movisie-adviseur Djoeke Ardon werd naar aanleiding van het rapport door diverse media geïnterviewd, waaronder NOS Stories (25 juli 2025): Ook Roos (14) heeft het afgelopen jaar zo'n ervaring gehad in het zwembad. 'We kwamen een man tegen en raakten met hem in gesprek. Opeens raakte hij mij aan, zonder dat ik dat wilde.' Roos vlucht naar de toiletten in het zwembad. 'Ik moest even bijkomen. Ik vond het gewoon niet oké.' Djoeke Ardon, die voor Movisie onderzoek doet naar seksuele intimidatie, zegt dat dit soort gebeurtenissen veel impact kunnen hebben. 'We weten uit onderzoek dat heel veel meiden hun gedrag aanpassen. Dat vind ik heel erg, omdat we in Nederland willen dat iedereen gelijk is en hetzelfde kan doen.'

Pride, een feest om jezelf te zijn is 'harder nodig dan ooit'

'In Amsterdam liet een Uber-chauffeur me laatst gewoon staan omdat ik make-up op had.'

Veel media besteedden in het kader van Pride aandacht aan Lhbtiqa+ emancipatie. Movisie kwam opvallend vaak terug in de berichtgeving. Een voorbeeld. RTV Utrecht (11 juli 2025): ‘Op de Pride in Amersfoort is ruimte voor feesten en jezelf zijn, maar het is volgens de organisatie ook een protest dat nog steeds hard nodig is. Knight merkt dat de sfeer op straat is veranderd. ‘Tien jaar geleden durfde ik nog als drag gewoon de straat op. Nu is dat veel lastiger. In Amsterdam liet een Uber-chauffeur me laatst gewoon staan omdat ik make-up op had.’ Ze maakt zich zorgen over de groeiende intolerantie. 'Mensen staren, roepen ‘homo’ of ‘flikker’. En dat terwijl ik juist hartstikke trots ben om bij deze community te horen. Waarom zou iemand daar iets negatiefs over moeten zeggen? ‘Dat de acceptatie van non-binare mensen achterblijft op de andere groepen blijkt ook uit onderzoek van Movisie. 'Lesbische en homoseksuele personen worden met 86% het meest geaccepteerd, gevolgd door bi+ personen met 66%. De acceptatie van non-binaire mensen blijft daar met 53% duidelijk bij achter.’

Verguisde inclusiebeleid roept juist een halt toe aan voorkeursbeleid

Het Nederlands Dagblad publiceerde op 18 juli 2025 een opinie van Movisie-adviseur Hanneke Felten. Daarin schrijft zij: ‘grote Nederlandse bedrijven passen hun diversiteitsbeleid aan vanwege Trump. Volgens de Amerikaanse president Trump zou inclusiebeleid discriminerend zijn en moeten medewerkers gekozen worden op basis van hun talent. De ironie is dat het vaak andersom is: als bedrijven geen inclusiebeleid hebben, discrimineren ze juist eerder en hebben ze informeel voorkeursbeleid. Namelijk voor witte mensen.’ Zij concludeert over de framing van Trump: ‘hij legt inclusiebeleid uit als voorkeursbehandeling voor vrouwen en mensen van kleur. Dat frame wordt te vaak zonder kritiek (door Nederlandse media) overgenomen. Zo wordt benadrukt dat bedrijven hun inclusiebeleid aanpassen en stoppen met quota of bonussen voor meer vrouwen aan de top. Maar inclusiebeleid (of antidiscriminatiebeleid) gaat over veel meer dan alleen topfuncties of quota: het draait om structurele inspanningen om gelijke kansen te creëren binnen álle lagen van een organisatie. Als dat beleid verdwijnt, vallen mensen al snel terug op onbewuste voorkeuren. Daarom is het zo belangrijk dat we blijven werken aan eerlijke werving en selectie, op basis van gelijke kansen en objectieve criteria. Dat kan onder de noemer van ‘inclusie', maar dat is niet noodzakelijk, zolang het doel maar helder blijft: talent moet de doorslag geven. En omdat we daar nog lang niet zijn, blijft actief beleid nodig, van mkb tot multinational.’

Gemeente zet boze bewoners buitenspel bij azc Vianen, is er ’gouden manier’ om het goed te doen? 

'Ga het gesprek aan met de mensen die het aangaat, burgers willen erkenning van hun zorgen.'

Ook Vianen krijgt een asielzoekerscentrum. Dat dit achter gesloten deuren werd besloten, leidt tot gefronste wenkbrauwen en weerstand bij omwonenden. Maar is er überhaupt een manier om geen gedoe te krijgen rond een azc? De Telegraaf sprak met bewoners en gaf op 13 juli 2025 een antwoord op de vraag: ‘Hoe? Onderzoekers van Movisie onderzochten een reeks netelige azc-discussies en schreven een handreiking voor gemeenten. 'Om de zorgen (deels) weg te nemen is allereerst tijdige en duidelijke informatie nodig, zo blijkt uit de ervaringen van gemeenten', schrijven ze. Transparantie over de plannen, ook als die weer veranderen, is belangrijk. Het kan helpen om te benadrukken dat het gaat om het opvangen van kwetsbare mensen en het minder vaak te hebben over potentiële problemen en onveiligheid. Uit de cijfers blijkt trouwens ook dat de weerstand tegen azc’s afneemt als er al eentje (lang) in de wijk staat. Misschien wel de belangrijkste tip van Movisie aan gemeenten: ga het gesprek aan met de mensen die het aangaat. 'Burgers willen erkenning van hun zorgen en inzicht in de afweging die hun overheid maakt.' Want, zo stelt het op basis van casussen uit het verleden: 'Inwoners zijn vaak niet zozeer ontevreden over een besluit, maar eerder over de manier waarop dat besluit is genomen.' Bewoners als Roy herkennen dat gevoel van buitensluiting. 'Doe zoiets gewoon op voorhand', zegt hij. 'Als je transparant bent en zegt wat je gaat doen, krijg je misschien ook gezeik, maar dan weet iedereen tenminste waar hij aan toe is.' Volgens hem voelt het proces nu 'achterbaks', omdat bewoners pas heel laat zijn geïnformeerd. 'Er is niemand die zegt: we zijn dit van plan, wat vinden jullie daarvan? Dan voel je je als inwoner gewoon niet serieus genomen.'

Waarom zit er in Nieuw-West geen enkele kringloop?

Kringloopwinkels dragen bij aan sociale cohesie in de buurt. Toch is er in Nieuw-West, het grootste stadsdeel van Amsterdam, geen kringloopwinkel te vinden. Hoe zit dat?’, vroeg Het Parool zich af (24 juli 2025): ‘Dat is jammer, want kringloopwinkels zijn van grote waarde voor een buurt, zegt Radboud Engbersen, expert sociale basis bij kennisinstituut Movisie. 'Kringloopwinkels worden vaker gebruikt door verschillende populaties. Denk aan mensen met een smalle beurs, maar ook middenklassegroepen die duurzamer willen leven. Zij zijn vaak geïnteresseerd in vintage. Wat vroeger werd gezien als oude meuk, gaat nu door voor hip.' Engbersen deed onderzoek naar kringloopwinkels met een buurthuisfunctie in Den Haag, waar bezoekers naast winkelen ook koffie kunnen drinken en aan activiteiten kunnen deelnemen. 'Dat bleken interessante ontmoetingsplekken. Veel mensen mijden officiële buurthuizen. De kringloop is een neutrale plek zonder stigma, je komt er in principe als consument.'

Langetermijnbeleid nodig om eenzaamheid structureel aan te pakken

Artikelen op Movisie.nl worden regelmatig met bronvermelding overgenomen door andere media. Zo werd een interview met Movisie-adviseur Hanneke Mateman overgenomen door het goed gelezen GGZ nieuws op 27 juli 2025. ‘Vooral onder jongvolwassenen is de stijging van eenzaamheid onrustbarend. De Wetenschappelijke Adviescommissie Een tegen eenzaamheid bood de staatssecretaris een advies aan. Mateman is adviserend lid van deze commissie.’ ‘De commissie adviseert de rijksoverheid en gemeenten om bij de aanpak van eenzaamheid meer gebruik te maken van de mogelijkheden die er daarvoor zijn in verschillende maatschappelijke sectoren:

  • Allereerst in het onderwijs, waar meer structurele aandacht nodig is voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, tieners en jongeren. Leren omgaan met emoties, samenwerken, vriendschappen sluiten – dat is minstens zo belangrijk als rekenen en taal. Scholen kunnen veilige plekken zijn waar kinderen leren verbinden.
  • Ook het werk kan een belangrijke rol spelen in het tegengaan van eenzaamheid. Werkgevers kunnen zorgen voor een cultuur waarin collega’s elkaar kennen, waarderen en steunen. Denk aan gezamenlijke lunches, buddy-systemen of ruimte voor persoonlijke gesprekken.
  • In zorg en welzijn kunnen professionals en vrijwilligers eenzaamheid signaleren en bespreekbaar maken. Niet als probleem dat ‘opgelost’ moet worden, maar als iets menselijks waar we samen mee om kunnen gaan.’

Het artikel in GGZ nieuws werd vervolgens weer overgenomen door websites als Element - Begeleid Wonen en de Nederlandse Federatie Gezondheidszorg. En met dit soort kennisverspreiding zijn we alleen maar blij.

Met deze regeling zet je cliëntondersteuning lokaal op de kaart

Movisie en het platform Zorg + Welzijn werken al jaren nauw samen. Dat leverde in juli weer enkele sterke en informatieve artikelen op. Op 18 juli 2025 bijvoorbeeld: ‘Cliëntondersteuning helpt inwoners hun weg te vinden naar passende hulp, maar is vaak nog te onbekend. In de gemeente Brummen wordt in samenwerking met Movisie de zichtbaarheid van onafhankelijk cliëntondersteuners nadrukkelijk vergroot. Met succes: ‘Hoe eerder een inwoner ons vindt, hoe effectiever de cliëntondersteuning kan zijn.’ Onafhankelijke cliëntondersteuning is een waardevolle voorziening binnen het sociaal domein. Het helpt inwoners om hun weg te vinden naar passende zorg of ondersteuning. Maar uit onderzoek van het RIVM blijkt dat lang niet alle mogelijke verwijzers – denk aan huisartsen en andere hulpverleners, maar ook vrijwilligers van de voedselbank of een schuldhulpmaatje – bekend zijn met cliëntondersteuning. 

'De verbindende rol van cliëntondersteuners is cruciaal.'

Dat gaat vlot veranderen als het aan Sjaan Steinmetz ligt. Zij is als projectleider werkzaam bij Movisie en doet onderzoek naar levenslange en levensbrede ondersteuning binnen het sociaal domein. Cliëntondersteuners vervullen daarbij een wezenlijke rol, vertelt Steinmetz. ‘Zij zijn de belangrijke schakel tussen de cliënt, de gemeente en zorgverlener. Die verbindende rol is cruciaal.’ Op 30 juli 2025 verscheen het artikel ‘Domeinoverstijgend samenwerken bij huiselijk geweld voorkomt afschuifcultuur’. ‘Zorg- en veiligheidsinstanties raken verwikkeld in een wirwar van regels, domeinen en protocollen. Terwijl een zesjarig meisje dringend hulp nodig heeft, wordt er eerst gesteggeld over wie er eigenlijk verantwoordelijk is. Domeinoverstijgend samenwerken klinkt logisch. Maar in de praktijk blijkt het een uitdaging. Wat gaat er mis? En belangrijker: wat is er nodig om het beter te doen? Wanneer we spreken van domeinoverstijgend samenwerken bij complexe problematiek zoals huiselijk geweld en kindermishandeling, hebben we het over de samenwerking tussen partijen uit verschillende domeinen: zorg, veiligheid, participatie, schuldhulpverlening, jeugdzorg, enzovoort. Nelleke Westerveld is senior projectleider bij Movisie. Zij heeft onderzocht waar de grootste knelpunten zitten als het gaat om domeinoverstijgend samenwerken. Want hoewel het op papier misschien simpel lijkt, blijkt het in de praktijk een uitdaging.’