Movisie ondersteunt gemeenten bij omslag

Van doelgroepenbeleid naar inclusiebeleid

23 maart 2020

Veel gemeenten ruilen doelgroepenbeleid in voor inclusiebeleid. Wat is dat en hoe geef je dat vorm? Hoe bereik je daarmee al je inwoners? En hoe krijg je de hele gemeentelijke organisatie mee? Movisie ondersteunt gemeenten bij deze vragen. Senna Bouteba van Movisie vertelt hoe en waarom Movisie dat doet.

Serie over gemeentelijk inclusiebeleid

De komende tijd publiceert Movisie een kleine serie portretten van gemeenten die de omslag maken van een doelgroepenbeleid naar een inclusiebeleid. Hoe zijn ze hiermee aan de slag gegaan, waar lopen zij tegenaan en welke keuzes maken ze hierin?
In dit inleidende artikel gaan we kort in op het verschil tussen een doelgroepenbeleid en een inclusiebeleid en wat nodig is om succesvol een inclusiebeleid van de grond te krijgen. Rond die vraag heeft Movisie ook een leernetwerk opgezet met verschillende gemeenten.  Dat leernetwerk loopt door tot eind 2020. Na afloop van dit traject komt een door dit netwerk getoetst stappenplan beschikbaar voor andere gemeenten die hiermee aan de slag willen.
In deze serie verschenen tot nu toe de volgende artikelen:

 

Bij gemeenten leven veel vragen over inclusiebeleid, merkt Movisie aan het aantal telefoontjes dat de organisatie erover krijgt. Er is nog weinig kennis over beschikbaar en er zijn weinig voorbeelden van gemeenten die er al langer mee bezig zijn. Reden voor Movisie om gemeenten hierin te ondersteunen door kennis, tools en trainingen te ontwikkelen. ‘We hebben een stappenplan ontwikkeld en zijn een leernetwerk gestart met zes gemeenten, waarin we het stappenplan toetsen en uitbreiden’, vertelt Senna Bouteba, extern adviseur van Movisie.

Heldere definitie

De eerste stap is helder krijgen waarom je als gemeente kiest voor een inclusiebeleid en wat je daaronder verstaat. ‘Het is een enorm containerbegrip’, legt Bouteba uit. ‘Als je niet met elkaar benoemt waar je het precies over hebt en wat je ermee wilt bereiken, is het lastig om het proces goed in te richten.’ In de definitie van Movisie is het doel van inclusiebeleid een samenleving waarin iedereen optimaal mee kan doen op alle terreinen. Onafhankelijk van bijvoorbeeld leeftijd, gender, seksuele oriëntatie of beperkingen.

‘De problemen waar groepen inwoners tegenaan lopen, lopen uiteen. Bij het doelgroepenbeleid, dat in gemeenten lange tijd gangbaar was, werd gedacht vanuit deze verschillende groepen’, vertelt Bouteba. ‘Maar dan loop je het risico dat je voor sommige groepen wel een aansluitend aanbod hebt, en voor anderen niet. Dat roept weerstand op: 'Waarom zij wel en ik niet?' Bij inclusief beleid denk je andersom.’ Als voorbeeld noemt ze het domein van de arbeidsmarkt. ‘Voorheen begon je bij een doelgroep en ging je onderzoeken waar deze groep tegenaan loopt. Nu begin je bij de arbeidsmarkt zelf. Wat hebben mensen nodig om mee te kunnen doen? Hoe zorg je dat je het beleid op dit domein afstemt op al je inwoners en niemand buiten sluit of over het hoofd ziet?’

Denken vanuit het domein

Door vanuit het domein zelf te denken in plaats vanuit doelgroepen wordt duidelijk dat verschillende groepen tegen dezelfde problemen aanlopen. In het voorbeeld van de arbeidsmarkt gaat het dan bijvoorbeeld om uitsluiting en discriminatie. ‘Zowel mensen met een migratie-achtergrond als mensen met een lichamelijke beperking kunnen daarmee te maken krijgen’, legt Bouteba uit. ‘Vervolgens ga je in je aanpak natuurlijk wel weer differentiëren. Want wat voor de ene groep werkt, werkt bij de andere groep misschien niet.’

Inclusiebeleid gaat over het proces om tot een aanpak en beleid te komen, benadrukt Bouteba. ‘Dat is dus een stuk abstracter dan het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken zelf. Het gaat over hoe je als gemeente je organisatie inricht en hoe je als beleidsadviseur te werk gaat.’ Dat begint dan ook bij je algemene visie als gemeente. ‘Als gemeente sta je ten dienste van je inwoners. Dat is je bestaansrecht. Je hebt een ondersteunende rol en moet zorgen dat je beleid aansluit bij al je inwoners.’ Door dat vast te leggen in je collegeakkoord geef je als gemeente al aan dat je er voor iedereen bent, op alle domeinen.

Inmiddels werkt ongeveer de helft van de Nederlandse gemeenten met een inclusiebeleid, schat Bouteba, of is dat aan het ontwikkelen. De overgang van doelgroepenbeleid naar inclusiebeleid is een fundamentele verandering, stelt ze. ‘Het kan ook lastig zijn. Het vraagt van een gemeente om de inwoners in al hun diversiteit te zien en ermee verbonden te zijn. Daar heb je andere vormen van meepraten en meebeslissen voor nodig. Je moet zorgen dat iedereen gehoord en gezien wordt.’

Evalueren en borgen

Ook het draagvlak binnen de gemeentelijke organisatie zelf is een belangrijke voorwaarde voor succesvol beleid, zegt Bouteba. ‘Zowel binnen het ambtelijke als het bestuurlijke apparaat. Bij gemeenten die ermee aan de slag gaan, zijn het bestuur en de raad er al mee akkoord gegaan. Daarna moet het overgedragen worden aan het ambtelijk apparaat en dat is best wel een uitdaging. Want inclusiebeleid raakt aan alles. Als beleidsadviseurs dat niet tussen de oren hebben zitten, gebeurt het dus niet. Daarom moet het intern voortdurend geagendeerd blijven en moeten er meerdere ‘thema-eigenaren’ zijn. En het is van belang om samenwerkingspartners en inwoners erbij te betrekken.’
Een andere uitdaging ligt op het vlak van het evalueren en borgen van het beleid. ‘Dat kan je alleen goed doen als je aan het begin van het proces duidelijk hebt gemaakt waar je naartoe werkt. Als die eindbestemming niet duidelijk is, kan je ook niet beoordelen of het gelukt is.’ En daarmee zijn we volgens Bouteba weer terug bij die eerste, belangrijke stap: ‘Je eigen visie en doelen helder krijgen. Dat is het startpunt van je inclusiebeleid.’

Auteur: Rinske Bijl