Multiprobleemgezinnen helpen kan nog veel beter

artikel - 16 september 2016
 644 keer gelezen

Worden multiprobleemgezinnen sinds de decentralisaties beter geholpen? Ja, stellen Albert Jan Kruiter en Sandra Klokman in het boek 'Hoe de verzorgingsstaat verbouwd wordt'. Maar, het kan nog beter. Sandra Klokman is één van de keynote sprekers van het Participatiedebat op 10 oktober 2016 waarin de verhalen van deze gezinnen centraal staan.

De afgelopen jaren hielden wij ons als onderzoeker en professional intensief bezig met gezinnen die meer problemen hebben dan ze aankunnen. Dat deden we achter de voordeur in verschillende grote steden en kleinere gemeenten. We verwachtten veel van de decentralisaties. Maar zijn die verwachtingen al ingelost? Helpen we mensen met meerdere problemen doortastender dan dat we voor 1 januari 2015 deden?

Veel soorten teams

De meeste steden richten teams op waarin uitvoerende professionals van diverse pluimage samenkomen. Van jongerenwerkers tot welzijnswerkers, van schuldhulpverleners tot opvoedondersteuners, van WMO-experts tot wijkverpleegkundigen. Toch lijkt er geen team hetzelfde te zijn. Ze verschillen van stad tot stad en soms zelfs binnen steden. Dat maakt generaliserende uitspraken over ‘de sociale wijkteams in Nederland’ bij voorbaat ingewikkeld. Toch zien we een paar ontwikkelingen terugkomen.

Participatiedebat: waar wringt de participatiemaatschappij?

Voor sommige groepen mensen pakt de participatiemaatschappij zeer nadelig uit. Gezinnen met zorgintensieve kinderen bijvoorbeeld dreigen kopje onder te gaan. In het Participatiedebat op 10 oktober staan de verhalen van deze groepen centraal. Meld u aan voor deze gratis bijeenkomst en praat mee!

 

Het idee om te werken in teams van professionals met diverse expertises is in theorie goed te begrijpen. Een casusoverleg over een gezin met meerdere problemen werkt beter als er professionals met verschillende knowhow en bekwaamheden om tafel zitten. Maar de professionals zouden niet alleen als teamlid gaan functioneren, maar ook als generalist. Ze zouden hun specialisme behouden, maar als generalist aan het teamoverleg deelnemen en naar buiten treden. Een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige zou niet meer alleen sociaalpsychiatrische zorg leveren, maar ook naar de financiële situatie van mensen kijken bijvoorbeeld. Niet alleen de teams als geheel, maar ook de teamleden zouden dus generalistisch werken.

Generalistische professionals zien we nog maar mondjesmaat

Dat laatste zien we slechts mondjesmaat gebeuren. Generalistische professionals komen we wel tegen, maar die werkten ook al generalistisch voor de decentralisaties. Een nieuwe generalistische professional zien we nog maar sporadisch. Wat we wel zien is dat het generalistisch functioneren in het team voor sommige professionals bevrijdend werkt: ze hoeven hun specialisme niet af te leren maar kunnen het benutten in het generalistische team.

Juist in het betrekken van bewoners bij de uitdagingen waar de buurt voor staat, schuilt de kracht van het wijkgericht werken

Wat ons vooral opviel in dit eerste decentralisatiejaar is dat teamleden het heel druk hadden met hun individuele caseload. Ze probeerden de mensen die zich bij het team meldden, zo goed mogelijk te helpen. Daar ging een groot deel van hun tijd aan op. Daarnaast voerden ze geregeld casuïstiek-overleggen en volgden ze af en toe een training of reflectiesessie. De teams kwamen minder toe aan het ontwikkelen van collectieve oplossingen voor de wijk, laat staan aan collectieve oplossingen en initiatieven ontwikkelen samen met burgers en vrijwilligers uit de wijk. Terwijl juist daarin ook de kracht schuilt van het wijkgericht werken: het betrekken van bewoners bij de uitdagingen waar de buurt voor staat.

Op mensen afgaan

Daarnaast zouden teamleden vooral ‘op mensen afgaan’, ze thuis bezoeken. Dit in contrast met instellingen die voorheen nog weleens bevolkt werden door professionals die in spreekkamers afwachten tot mensen zich melden. Spreekkamers in de letterlijke zin van het woord komen we inderdaad zelden tegen bij wijkteams. In veel teams is het ‘normaal’ dat je bij mensen op bezoek gaat. Ook hier werkt de samenstelling van het team bevorderend. Professionals die dat al gewend waren, nemen anderen op sleeptouw. Dat betekent nog niet meteen dat mensen die niet onmiddellijk op hulp zitten te wachten (de zogenaamde zorgwekkende zorgmijders bijvoorbeeld) direct bereikt worden. Als mensen iets vragen waaraan een teamlid niet kan voldoen (het aflossen van schulden, het wegsturen van de jeugdbeschermer, het regelen van een ander huis), is het nog steeds moeilijk om niet met een standaard aanbod te komen (‘Ik kan wel een paar gesprekken met u voeren’). Met andere woorden, we zien dat teamleden vaker op gezinnen afgaan, maar ook daadwerkelijk vanuit de logica van een gezin werken is ingewikkeld. Vaak komt dat omdat professionals niet de instrumenten hebben om aan de vraag van gezinnen te voldoen.

Lees verder op de website van Sociale Vraagstukken. Dit is een fragment uit het hoofdstuk dat Albert Jan Kruiter (Instituut voor Publieke Waarden, bestudeerde multiprobleemaanpakken in de grote steden) en Sandra Klokman (Dankers & Klokman, geeft samen met professionals, beleid en bestuur vorm aan de transfomatie) schreven voor het boek Hoe de verzorgingsstaat verbouwd wordt.

Reacties

Interessant artikel. Het deel over de generalistische professional interesseert me in het bijzonder. Met name de observatie dat generalistisch werken nog maar mondjesmaat tot stand komt.
Het lijkt erop dat met het instellen en inrichten van sociale teams wordt verondersteld dat generalisme het motief voor professionals is om te komen tot multidisciplinaire samenwerking. Je zou echter ook de omgekeerde situatie kunnen veronderstellen. Namelijk dat specialisme de drijvende kracht is achter gezamenlijk werken over de grenzen van het eigen vakgebied.
Interessant is in dit verband een artikel uit Medisch Contact over een studie van Bloem c.s. naar het multidisciplinaire netwerk van ParkinsonNet, verschenen 30-3-2011

Reageer op dit artikel

2 + 1 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.