Netwerkgericht werken in de praktijk

artikel - 26 februari 2014
Afbeelding bij Netwerkgericht werken in de praktijk

Cliënten/bewoners moeten meer hun eigen netwerk inzetten op het moment dat ze een hulp- of ondersteuningsvraag hebben. Dat is de mores die geldt vanuit Welzijn Nieuwe Stijl en het bouwen aan de participatiesamenleving. Maar wat is dan van belang bij het inzetten van de eigen contacten? En is het altijd mogelijk om de eigen contacten in te zetten? Movisie praat tijdens een expertmeeting met een aantal professionals over deze vragen.

Er verandert veel in het sociale domein en sommige cliënten hebben al jarenlang ondersteuning. In veel gevallen wordt de langdurige ondersteuning ingekort. Het is de rol van de professionals om de cliënten voor te bereiden op de veranderingen, bijvoorbeeld via Het Keukentafelgesprek.

Aandachtspunten inzetten eigen netwerk

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten wanneer je het eigen netwerk in wilt zetten:

  • Het belang van wederkerigheid: iets vragen is makkelijker als je ook iets terug kan doen.
  • Stel minimaal 2 vragen: ‘wat beteken jij voor anderen’ naast de vraag ‘wie ondersteunt jou’.
  • Breng de contacten letterlijk in kaart
  • Er is een verschil tussen alleen zijn en je eenzaam voelen. Zoek goed uit bij je cliënt wat er aan de hand is, wat de wens is en welke strategieën de meeste kans van slagen hebben.
  • Soms betekent netwerkgericht werken ook dat je cliënten vaardigheden aanleert, bijvoorbeeld sociale vaardigheden.
  • Sta als professional stil bij je eigen ervaringen, waarden en normen over ‘je netwerk’. Stel jezelf de vraag: als je in een afhankelijkheidssituatie zit, hoe is het dan voor jou als de ander voorstelt je netwerk te betrekken.

Wat zijn eigen contacten

Eigen contacten zijn niet alleen familieleden, maar iedereen waar iemand contact mee heeft; buren, vrienden, kennissen, hobby-genoten, contacten uit clubjes, kerk, sport, toevallige contacten in de buurt of supermarkt, via via-contacten, sociale media, moeders van school, contacten van cursussen. En ook vrijwilligers, hulpverleners en andere professionele contacten. Waar iemand woont heeft hier ook invloed op. In sommige gemeenschappen is veel meer informeel contact dan in bijvoorbeeld stedelijke gebieden. Ook de kwaliteit van contacten kan zeer verschillend zijn. 

Geen netwerk?

Veel professionals hebben de ervaring dat àls ze vragen naar het eigen netwerk, het antwoord is dat er niemand is. De ervaring leert ook dat als je samen op zoek gaat, er veel meer blijkt te zijn dan mensen denken. Door voorzichtige, kleine stappen te nemen, kan dit netwerk betrokken worden bij de situatie. Maar professionals zijn niet altijd gewend naar het netwerk te vragen. Eén organisatie doorzocht het registratiesysteem om te onderzoeken wat zij vastgelegd hadden over relaties. Dat bleek zeer beperkt: alleen gezinsgegevens in de meeste gevallen. Zij hebben nu het voornemen stelselmatig met alle clienten het netwerk in kaart te brengen én de relaties te duiden.

Schaamte- en schuldgevoelens

Er zijn ook mensen die hun situatie niet met hun netwerk willen bespreken. Omdat er teveel gebeurd is, vanwege schaamte- of schuldgevoelens. Mensen uit het netwerk hoeven ook niet direct benaderd of ingeschakeld te worden: het proces van onderzoeken en inzicht krijgen in het netwerk en de functie van het netwerk is de eerste stap. Een voorbeeld van netwerkgericht werken bij schuldhulpverlening: mensen die hulp ontvangen gaan zelf ook iemand ondersteunen. Als iemand te kwetsbaar is om dat te doen, wordt iemand uit het netwerk gevraagd dit te doen. Als er echt helemaal niemand in het netwerk is, wordt er iemand gezocht. Zo ontstaat er gelijk een nieuw contact.

In de wijk

Organisaties die vanuit een intramurale setting de wijk in gingen, leerden dat dit proces een lange adem nodig heeft. Soms kostte het  jaren om deuren open te zetten en activiteiten te organiseren van binnen naar buiten én vice versa. Uiteindelijk leidde het wel tot een uitwisseling met de buurt. Het gaat niet van de ene op de andere dag. Wat is nodig?

  • Vasthoudendheid.
  • Vindingrijkheid en creativiteit om samen met de cliënten, bewoners, burgers. passende vormen te bedenken.
  • Durf te experimenteren.
  • Laat de handen wapperen, ga aan de slag.
  • Neem risico.
  • Soms moet je risico nemen, want je weet niet precies hoe je experiment zal aflopen. Laat het gebeuren.
  • Leer van commercieel denken. Dat is namelijk ook krachtgericht denken: wat kan je wel, wie heeft daar wat aan, wat levert het op.
  • Werk samen met andere partijen. Dit is niet altijd gemakkelijk, maar blijf in contact en ga samen iets doen. Dan leer je elkaar kennen, weet je wat je aan elkaar hebt.
  • Zet ervaringsdeskundigen in, ook dit is netwerk creëren.

De functie van het inzetten van het netwerk

Het is té vanzelfsprekend dat professionals veel doen. In de ideale situatie worden professionals zoveel mogelijk overbodig, in de meeste gevallen zijn zij passanten. Vrijwilligers kunnen ook veel doen, en dat heeft dubbel effect: de vrijwilliger heeft baat bij mogelijkheden zich te ontplooien en zinvol bezig te zijn. Net als de cliënt kunnen de contacten bijdragen om zich volwaardig lid van de maatschappij te voelen. Professionals hebben de rol bij een goede matching. Leren om dichtbij hulp te vragen is empowerment en bovendien is eigen contact écht contact. Niet op afspraak, voorwaardelijk en (machts-)ongelijk. 

En de hulpverlener zelf?

Wat kan de hulpverlener zelf doen bij netwerkgericht werken?

  • Wat jij doe als je in de problemen zit? Vraag eens iets aan iemand wat je echt nodig hebt. Ervaar hoe is het om hulp te vragen zodat je je goed kan inleven in de situatie van de cliënt.
  • Bevrijd je van het helpen-virus. Veel hulpverleners zijn hiermee besmet. Ze regelen of lossen graag dingen op voor mensen Dat virus is contraproductief voor netwerkgericht werken. In het zoeken naar de mogelijkheden in een netwerk met de cliënt, laat je de regie ook bij de cliënt/bewoners.
  • Motiverende gespreksvoering past goed bij netwerkgericht werken.
  • Van hulpverlener naar coach: de cliënt is aan het voetballen en jij staat langs de lijn. Dat betekent dat je minder helper bent en meer bemiddelaar, vertaler tussen zender en ontvanger. Rollen als coach, ondersteuner, koppelaar, onderhandelaar, docent (psycho-educatie), spiegel, mediator.

Weerstand bij collega’s

Hoe zorg je ervoor dat collega’s meer netwerkgericht gaan werken? Er wordt snel gezegd: ‘dat doen we al’.

  • Maak gebruik van overlegmomenten om het aan bod te laten komen: functioneringsgesprek-ken, werkbegeleiding, themabijeenkomsten, teamoverleg, intervisie, etc.
  • Erken de vele veranderingen in het werk.
  • Deel je ervaringen, wees een inspiratiebron en een voorbeeld voor anderen.
  • Vraag aan collega’s wat ze al doen met netwerkgricht werken. Hoe kan het anders?
  • Onderzoek wie welke competenties heeft in het team en hoe die optimaal ingezet kunnen wor-den. Stel een overzicht van kwaliteiten en passies van teamleden samen. Maak gebruik van elkaar.

Meer informatie

Advies of een specifieke vraag of reactie?

Neem contact op met Anouk Poll via a.poll@movisie.nl of Ton van Elst, via t.vanelst@movisie.nl.

Reacties

Reageer op dit artikel

10 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.