Nieuwe artikelenserie: de toekomst van cliëntenparticipatie

artikel - 25 juni 2014

Met de decentralisatie van taken naar de gemeenten is cliënten- en burgerparticipatie in de gemeenten een urgent thema geworden. Hoe kunnen cliënten en burgers optimaal worden betrokken bij het nieuwe Wmo-beleid? Welke formele vormen van medezeggenschap zijn daarbij gewenst? Hoe kunnen ook minder mondige cliënten en burgers hun stem laten horen of voor hun belangen opkomen?

Op 23 september organiseert Movisie de werkconferentie ‘De toekomst van cliëntenparticipatie: vernieuwing in de praktijk’. In de aanloop naar de conferentie geeft een serie van zes artikelen alvast een overzicht van de verschillende aspecten van cliënten- en burgerparticipatie. Deel 1: wat is participatie eigenlijk?

Meest gebruikte termen

Participatie is een veelomvattend begrip en heeft verschillende inhoudelijke betekenissen. Participeren betekent letterlijk ‘deelnemen’, maar de invulling van dat ‘deelnemen’ verschilt nogal. In dit artikel behandelen we kort de meest gebruikte ‘participatie’-termen, met de focus op die vormen van participatie waarbij cliënten/burgers betrokken zijn bij het beleid en de uitvoering daarvan. Ook kijken we hoe deze vormen van beleidsparticipatie in de nieuwe Wmo worden verankerd.

Betrokken bij beleid en uitvoering: de begrippen

We gebruiken diverse begrippen wanneer we het hebben over meedenken over beleid, recht op inspraak en invloed uitoefenen op zaken waarbij je betrokken bent. Denk aan algemene begrippen als medezeggenschap, inspraak en belangenbehartiging.

  • Medezeggenschap gaat over het recht om mee te beslissen over zaken waar je bij betrokken bent.
  • Inspraak is de historische voorganger van het begrip participatie en betekent ‘de mogelijkheid tot mening geven over zaken waar je bij betrokken bent’.
  • Belangenbehartiging gaat over alle activiteiten die ervoor zorgen dat zaken die belangrijk zijn voor een bepaalde groep mensen aan bod komen. Het opkomen voor belangen staat hierbij centraal.

Medezeggenschap

Maar wat betekenen vervolgens begrippen als cliëntenparticipatie en burgerparticipatie en hoe verhouden die begrippen zich bijvoorbeeld tot een algemeen begrip als medezeggenschap? Het verschil zit vooral in de groep mensen die meedenkt en de belangen die zij hebben. Bij medezeggenschap gaat het bijvoorbeeld over werknemers die hun werkgever van advies voorzien of studenten die meedenken met het beleid van de onderwijsorganisatie. Maar ook cliënten van zorginstellingen bij wie de medezeggenschap sinds 1996 is geregeld in de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen.

Cliëntenparticipatie

In het verlengde daarvan kennen we het begrip cliëntenparticipatie. Hierbij gaat het om het betrekken van gebruikers, zoals cliënten en patiënten, bij zorg-, hulp- en dienstverlening waar zij een beroep op doen. Vanuit die hoedanigheid hebben zij belang bij een adequate zorg en dienstverlening. Denk aan de inbreng van cliënten in o.a. de jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, de Wmo en de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB).

Een veel gebruikte definitie voor cliëntenparticipatie is die van Edelenbos (2000): ‘Het vroegtijdig betrekken van einddoelgroepen bij de vorming van beleid en verbetering van de kwaliteit, waarbij in openheid en op basis van gelijkwaardigheid en onderling debat problemen in kaart worden gebracht en oplossingen worden verkend die van invloed zijn op het uiteindelijke besluit’.

Burgerparticipatie

Bij burgerparticipatie gaat het om de betrokkenheid van burgers bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van overheidsbeleid, in het bijzonder bij gemeentelijk (Wmo-)beleid. Denk aan Wmo-raden, burgerraadplegingen, maar ook burgerinitiatieven en -projecten. Het algemeen belang van burgers staat hierbij voorop. Belangrijk hierbij is dat het algemeen burgerbelang kan verschillen van de belangen van specifieke groepen gebruikers (bron: Modellen voor lokale participatie, Koepel Wmo-raden, Movisie, Zorgbelang Noord-Holland, 2013).

Overheidsparticipatie

Momenteel is overheidsparticipatie een steeds vaker gehoorde term. Met deze term wordt vooral de kantelende verhouding tussen overheid en burger weergegeven (horizontalisering). De overheid ondersteunt burgers bij hun activiteiten en initiatieven. De overheid doet met de burger mee in plaats van andersom. Het samenspel van overheidsparticipatie en burgerparticipatie geeft vorm aan de participatiesamenleving.

Nieuwe termen

De volgende termen worden ook steeds vaker genoemd in het kader van cliënten- en burgerparticipatie en de trends die zich daarbij voordoen:

  • Burgerinitiatieven: van het begrip ‘burgerinitiatief’ bestaat geen algemeen geaccepteerde definitie. De kern die in veel begrippen terugkeert, is echter: een activiteit vrijwillig opgestart door burgers dat een meerwaarde heeft voor andere burgers en/of de samenleving. De overheid is hier vaak bij betrokken in faciliterende zin, maar houdt zich niet bezig met de inhoud.
  • Doe-democratie: doe-democratie is een combinatie van politiek en sociaal burgerschap waarbij ‘doen’ ook een vorm is van meebeslissen. Het meedoen van burgers, bijvoorbeeld via burgerinitiatieven, staat in een doe-democratie voorop. Hiermee laten burgers zien waar zij voor staan (Raad voor het openbaar bestuur, 2012).
  • Burgerkracht: hiermee wordt het vermogen van burgers bedoeld om op eigen initiatief, maar zo nodig met hulp van overheid, instellingen en ondernemingen, zelf sociale en maatschappelijke problemen aan te pakken. Burgerkracht zie je bijvoorbeeld tot uiting komen in diverse burgerinitiatieven.

Cliënten- en burgerparticipatie in de nieuwe Wmo

Op welke manier wordt de betrokkenheid van burgers en cliënten bij beleid en dienstverlening in de Wmo vastgelegd? In 2007 is de Wmo opgezet, maar in 2015 komt er een nieuwe Wmo. Er is inmiddels een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. De regering wil met dit wetsvoorstel tegemoetkomen aan de veranderende eisen en omstandigheden. Het beoogt met de voorstellen de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning, houdbaarheid en zorg voor elkaar te doen toenemen. Hierdoor kunnen ook mensen die afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning van de overheid in de toekomst blijven deelnemen aan de samenleving en zo lang mogelijk in hun eigen vertrouwde omgeving blijven wonen (Concept Memorie van Toelichting Wet maatschappelijke ondersteuning 2015).

De verschillen en de consequenties

Zijn er verschillen in hoe cliënten/burgerparticipatie in de huidige Wmo is vastgelegd en hoe het in het nieuwe Wmo-wetsvoorstel 2015 staat beschreven en welke consequenties hebben die veranderingen?

Huidige Wmo (2007): Hierin staat beschreven dat gemeenten burgers en cliënten met een verordening moeten betrekken bij het opstellen van beleid rondom maatschappelijke ondersteuning. Hierbij moet ook aandacht zijn voor de behoefte van kleine doelgroepen en individuele burgers. De gemeente moet cliëntenorganisaties tijdig informeren, zodat zij met een voorstel kunnen komen, en jaarlijks een onderzoek naar cliënttevredenheid publiceren (artikel 11 & 12).

Nieuw Wmo-wetsvoorstel (2015): In de nieuwe Wmo is veel overgenomen uit de oude wettekst. Middels een amendement op de wettekst is ook toegevoegd dat zowel ingezetenen in een gemeenten betrokken moeten worden, maar uitdrukkelijk ook cliënten en hun vertegenwoordigers. Nieuw zijn verder de randvoorwaarden en de expliciete eis dat betrokkenen moeten worden ondersteund, zodat zij hun rol in het beleidsproces effectief kunnen vervullen. Met de nieuwe Wmo valt het borgen van kwaliteit van geboden zorg en voorzieningen onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. De gemeente stelt hiervoor verordeningen op. Ook moet het college jaarlijks de ervaren kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning blijven toetsen.

Veranderingen in de medezeggenschap bij zorgaanbieders

De nieuwe Wmo leidt ook tot veranderingen in de medezeggenschap bij zorgaanbieders. Op dit moment is de WMCZ nog van toepassing op alle zorgaanbieders. In deze wettekst staat o.a. dat zorgaanbieders in elke instelling moeten zorgen voor een cliëntenraad, het regelen van leden en materiële ondersteuning. Veel diensten van de huidige aanbieders van AWBZ-zorg vallen echter vanaf 2015 onder de Wmo. Dit betekent dat niet alleen de Wmo, maar ook de WMCZ wordt aangepast. Zo is deze wet nu van toepassing op ‘elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin zorg wordt verleend als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten’.

Term maatschappelijke ondersteuning wordt verwijderd

De term ‘maatschappelijke ondersteuning’ wordt uit de gehele wet verwijderd, omdat deze nu valt onder de Wmo (artikel 6). Dit betekent voor AWBZ-aanbieders die straks onder de Wmo gaan vallen, dat de wijze waarop zij nu hun cliëntenparticipatie organiseren straks niet meer bepaald wordt door de WMCZ, maar door de Wmo en de verordening die de gemeente daarvoor opstelt.

Meer lezen:

Deze artikelenserie is samengesteld door Marjoke Verschelling, Karin Sok, Anne Lucassen en Renee Gunst (Movisie) in samenwerking met Henk Beltman en Nienke van der Veen (Aandacht voor iedereen).

 

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 1 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.