‘De nieuwe deelnemers vragen specifieke aandacht’

Collectief werken in Utrecht

Net als een groeiend aantal andere gemeenten, streeft Utrecht naar meer collectief werken in het sociaal domein. Ook de samenwerkende uitvoeringspartners delen die ambitie. De Samen Welkom bijeenkomsten blijken een effectieve vorm, maar het gaat niet vanzelf. Wat is er nodig om uit te kunnen breiden naar de rest van de stad?

Collectief werken gaat over collectieve oplossingen vinden voor veelvoorkomende problemen in de wijk. Dus individuele vragen niet langer standaard een-op-een oplossen, maar waar mogelijk groepsgewijs. In de Utrechtse wijk Overvecht is er sinds eind 2023 twee keer per week een Samen Welkom bijeenkomst. ‘Elke inwoner die zich bij het buurtteam meldt, krijgt daarvoor een uitnodiging’, vertelt Linda Timmermans, programmaregisseur van de buurtteamorganisatie Sociaal Utrecht. ‘Bij de Samen Welkom bijeenkomsten zijn gemiddeld een kleine tien inwoners, en zij kunnen daar kennis maken met het aanbod van onder andere twee welzijnsorganisaties, de stedelijke sportstimuleringsorganisatie en een vrijwilligerscentrale.’  

Sporten en een maatje  

Veel inwoners blijken goed geholpen met de groepsactiviteiten waar ze via de Samen Welkom bijeenkomst naartoe geleid worden. Soms krijgen ze daarnaast ook nog individuele begeleiding van een buurtteammedewerker. Timmermans vertelt aan de hand van een voorbeeld van een wat oudere vrouw hoe het in zijn werk kan gaan. ‘Deze mevrouw was recent haar man verloren en ze ging naar de huisarts omdat ze zich geen raad wist. Nu de zorg voor haar man wegviel had ze ineens te veel tijd om te vullen. Bovendien deed hij altijd de administratie, maar zij kon dat niet zomaar overnemen. Deze mevrouw is inmiddels lid van een naaigroep en ze is gaan sporten. Voor de administratie is ze gekoppeld aan een vrijwilliger, een maatje die de boel samen met haar op orde houdt.’ 

Positieve ontwikkeling  

Tom Schrurs, die als manager bij de stedelijke sportstimuleringsorganisatie SportUtrecht werkt, ziet door de Samen Welkom bijeenkomsten het aantal deelnemers aan beweegactiviteiten toenemen. ‘Er worden best veel oudere mensen naar de beweegactiviteiten geleid. Dat is een positieve ontwikkeling, want we hebben tegenwoordig een goed gevulde groep voor de stoelyoga.’ Deze voorbeelden laten zien dat door de Samen Welkom bijeenkomsten de druk op de professionele en individuele hulp afneemt. De vragen van inwoners blijken veelal laagdrempelig en dichtbij opgelost te kunnen worden. 

Uitbreiding  

Het is de bedoeling dat op termijn in de hele stad Utrecht dit soort collectieve startbijeenkomsten gehouden gaan worden. Dat past bij de gemeentelijke ambitie om altijd groepsgericht te werken en alleen individueel als het nodig is. Maar die uitbreiding is geen kwestie van het copy-pasten van de aanpak in Overvecht. Want deze manier van werken vraagt een behoorlijke tijdsinvestering van de samenwerkingspartners en werpt bovendien nieuwe vraagstukken op. Er gaat behoorlijk wat tijd zitten in twee keer per week bij de bijeenkomsten aanwezig zijn, plus het matchingwerk dat erbij komt kijken. Bovendien, en dat is een belangrijk inhoudelijk vraagstuk, verandert de samenstelling van bestaande groepen als daar steeds meer mensen via de Samen Welkom bijeenkomsten bij aansluiten. 

De voordelen van collectief werken

Collectief werken gaat over collectieve oplossingen vinden voor veelvoorkomende problemen in de wijk. Dat kan door individuele vragen niet langer een-op-een op te lossen maar groepsgewijs, maar het kan ook vorm krijgen in (bewoners)initiatieven die het omzien naar elkaar versterken en preventief werken. Er komen steeds meer voorbeelden van collectieve aanpakken die de voordelen laten zien voor inwoners, de uitvoerende partijen en de gemeente: voor inwoners is bijvoorbeeld de herkenning bij elkaar en daarmee de normalisering van vraagstukken heel waardevol. Voor de uitvoerende partijen zorgt collectief werken idealiter voor betere afstemming en duurzamere oplossingen. Het kan ook helpen het hoofd te bieden aan personeelstekorten. Dit voordeel geldt evenzeer voor gemeenten, en voor hen komt daar nog bij dat collectief werken de inzet van actieve inwoners stimuleert, evenals het samenspel tussen formele en informele initiatieven.

Extra aandacht  

Deelnemers die via Samen Welkom komen, hebben vaker dan gemiddeld een rugzak. Dat kan bijvoorbeeld te maken hebben met fysieke beperkingen, met beginnende dementie of andere mentale kwetsbaarheden, of met een licht verstandelijke beperking. Daar kunnen ze bij sociaalwerkorganisatie DOCK over meepraten. Leo Noteborn vertelt over een activiteit in een van de buurthuizen in Overvecht waar in korte tijd zes mensen die extra aandacht nodig hadden bij aansloten. ‘Als dat er een of twee in een groep zijn, dan vangt de begeleiding en de rest van de groep het vanzelf wel op. Maar als de balans doorslaat, dan is er onvoldoende draagkracht in de groep.’ Los van de vraag hoe dit is voor de rest van de deelnemers, is er dan extra begeleiding nodig, maar die middelen zijn er doorgaans niet. Ook de vrijwilligerscentrale ziet een toenemende vraag als gevolg van de Samen Welkom bijeenkomsten, met name naar budgetmaatjes. Daardoor moeten er extra vrijwilligers toegerust worden en dat vergt tijd, training en ondersteuning.  

Uitvoeringskracht 

Daarmee komt het gesprek op de vraag wat er nodig is om ook in de rest van de stad Samen Welkom bijeenkomsten te kunnen organiseren. Wat is er nodig aan beleid en middelen? Noteborn bepleit dat de gemeente het collectieve werken in het beleid en in de samenwerkingsovereenkomst verder uitwerkt. En dat daar ook middelen bij meekomen. Op zich is Noteborn positief over de twee gemeentelijke projectleiders die het collectieve werken in het jeugddomein verder moeten brengen. Maar hij zegt ook: ‘Als je wil dat partijen echt samen andere werkzaamheden gaan doen, laat hén dan gezamenlijk een projectleider inhuren om dat voor elkaar te krijgen. Dan is er in elk geval wat uitvoeringskracht.’ Schrurs geeft aan dat het collectief werken door de gemeente ‘nogal hoog over’ is geformuleerd.  Hij is het eens met Noteborn voor wat betreft de gemeentelijke inzet van mensen en middelen: ‘De gemeentelijke projectleiders kunnen wel allemaal plannen bedenken, maar wij als uitvoeringsorganisaties moeten het uitvoeren, wij moeten het laten landen in de buurten. Maar we hebben daar vooralsnog de opdracht, dus de middelen, niet voor gekregen. Het zou goed zijn als het eigenaarschap van de opdracht om meer collectief te werken meer direct bij ons als uitvoeringsorganisatie terecht zou komen.’ 

Reflex  

Alle drie de samenwerkingspartners zien zeker de belofte, of – met het oog op de personeelstekorten – misschien wel de noodzaak van collectief werken. Timmermans: ‘Mensen zijn gewend geraakt om individueel professionele hulp te vragen, ook voor alledaagse vragen waar geen professionele hulp bij nodig zou hoeven te zijn.’ De reflex om direct voor professionele hulp aan te kloppen moet dus minder sterk worden. En daar hebben professionele partners, gemeente, andere partijen en de inwoners allemaal een rol in te spelen, denkt het drietal. Volgens Timmermans kan dat door mensen te laten inzien dat ze niet de enige zijn met hun specifieke vraag. ‘Het lotgenotencontact en de herkenning die mensen in groepen ervaren, is heel belangrijk voor het normaliseren van vragen.’  

Balanceeract 

De waarde van het lotgenotencontact en de herkenning raakt echter wel aan het vraagstuk van de samenstelling van de groep, met in verhouding veel deelnemers met een rugzak. In feite gaat het over het streven naar inclusiviteit en dat is een ware balanceeract. Dat laat een voorbeeld uit een buurthuis elders goed zien. Door een samenwerking met een organisatie die mensen met een licht verstandelijke beperking ondersteunt, ontstond bij de yogales een toeloop van mensen uit deze groep. Op een gegeven moment werkte dat niet meer omdat de lessen vaak te onrustig werden. De vraag in dit soort gevallen is hoe je er als organisatoren voor kunt zorgen dat iedereen zich welkom blijft voelen. In het geval van de yogalessen zat de oplossing in het opsplitsen in twee groepen: een voor gevorderden, waarbij duidelijk omschreven staat dat de lessen in rust verlopen, en een voor beginners. Deze beide groepen worden nog steeds geleid door de buurtbewoner van de oorspronkelijke groep. Dat het op deze manier lukt is mooi, maar het markeert ook dat er grenzen zitten aan de samenwerking met inwoners en andere  vrijwilligers. En dat professionele middelen, denkkracht en organiserend vermogen nodig zijn om de veerkracht binnen groepen op peil te houden. Dat is echt een voorwaarde om de belofte en de waarde van collectief werken waar te maken. 

Tekst: Tea Keijl

Dit artikel is onderdeel van een tweeluik. Lees hier het andere verhaal over collectief werken in Utrecht. 

Naar het andere verhaal