Een oerwoud aan kennis veranderen in een overzichtelijk bos

14 juli 2021

Afgelopen jaar was er veel waardering voor de Kennis- en Onderzoeksagenda Sociaal Werk. Eindelijk stonden de onderwerpen en vraagstukken die binnen het sociaal werk een extra kennisimpuls nodig hebben helder bijeen en werd duidelijk omschreven wat sociaal werk uniek maakt. Intussen wordt met veel verschillende partijen gewerkt aan de volgende stap, bouwstenen voor een Kennishuis Sociaal Werk. Wat gaat er precies gebeuren? Een gesprek met onafhankelijk projectleider Erna Hooghiemstra, Lex Staal (Sociaal Werk Nederland) en Mariël van Pelt (Movisie).

Hoe is de agenda ontvangen?

Mariël van Pelt: ‘De agenda is heel goed ontvangen. Zowel in Den Haag bij het ministerie van VWS, als bij allerlei partijen in het veld: denk aan hbo- en mbo-opleidingen sociaal werk, werkgevers, gemeenten en professionals, en heel belangrijk - ook bij verstrekkers van onderzoeksubsidies als Regieorgaan SIA en ZonMW. Er is waardering voor de duidelijke focus die echt gezamenlijk wordt gedragen. Een hele prestatie in een veld met zoveel verschillende belangen en perspectieven.’

Lex Staal: ‘Die waardering is er ook, omdat de Agenda in het eerste deel ingaat op wat de kern en het unieke van sociaal werk is. Uniek in de zin van wat sociaal werk onderscheidt van andere beroepsgroepen en vakgebieden die uiteraard ook betrokken zijn bij dezelfde soort sociale vraagstukken: politieagenten, verpleegkundigen, leerkrachten, woningbouwers etc. Die kern is heel goed verwoord en dat dat helpt om de gemeenschappelijke deler van sociaal werk uit te dragen.’

Erna Hooghiemstra: ‘Het unieke van dit traject is dat het gezamenlijk met alle betrokkenen tot stand is gekomen. Het is geen agenda vóór beleid, onderwijs en praktijk, het is een agenda van beleid, onderwijs en praktijk. Het ministerie van VWS heeft de trajectbegeleiding betaald en daarmee het proces gefaciliteerd. Ze waren onder de indruk van het resultaat, zowel het proces (de gezamenlijke aanpak) als de inhoud. De directeur DMO benadrukte hoe belangrijk ook de bijvangst was: een compacte omschrijving van - zoals zij het zo mooi benoemde- de common-ground van sociaal werk en zag dit als een goede basis om kennis vanuit al die verschillende betrokkenen te gaan versterken.’

De sociaal werkers zelf vinden werken aan sociale inclusie heel belangrijk

Welke vraagstukken die een investering nodig hebben vinden jullie het belangrijkst?

Lex: ‘We hebben nu vier pijlers en binnen die pijlers een aantal kernpunten waarvoor meer kennis nodig is in de praktijk. Soms moet die kennis nog ontwikkeld worden door onderzoek. In andere gevallen is die kennis er al maar vraagt dat een betere vertaalslag naar en benutting door de sociaal werkers, beleidsmakers en sociaal werk-organisaties. Dus inzetten op al deze pijlers is van belang. De sociaal werkers zelf vinden werken aan sociale inclusie heel belangrijk: de tweede pijler dus. En dat is goed te begrijpen: de kern van sociaal werk is immers eraan bijdragen dat ieder mens kan meedoen aan de samenleving op een manier die hem of haar recht doet. Dat gaat in wezen dus over inclusie.’

Mariël van Pelt: ‘Het is natuurlijk een beetje een flauw antwoord, maar ook ik vind ze allemaal even belangrijk. We hebben eerst aan stakeholders en professionals gevraagd wat nu zo uniek is aan sociaal werkers. Daar kwamen drie unieke kenmerken uit: nabij zijn, verbindend werken en versterken. Vervolgens hebben we gevraagd bij welke vraagstukken sociaal werkers van onbetwiste meerwaarde zijn. Dat waren deze vraagstukken.’

Erna: ‘De belangrijkste opgave van het traject om te komen tot de kennisagenda was om focus aan te brengen in die grote hoeveelheid kenmerken van sociaal werkers en vraagstukken waar ze aan werken. Er komt veel op sociaal werkers af, te veel bijna. We zochten telkens naar "de grootste meerwaarde", "het meest unieke". Dus eens met Mariël en Lex dat ze allemaal even belangrijk zijn. Wat wel goed is om te vermelden: dit zijn de kenmerken en vraagstukken voor sociaal werk waar de behoefte aan kennis groot is, dus waarbij kennis wordt gemist.’

Waarom is het versterken van de (wetenschappelijke) onderbouwing van het sociaal werk nodig?

Mariël: ‘Als we kijken naar de internationale definitie van sociaal werk dan is sociaal werk zowel een wetenschappelijke discipline of anders geformuleerd een vakgebied als een professie. Versterken van sociaal werk gaat dus per definitie ook om het versterken van de wetenschappelijke discipline. Maar die wetenschappelijke discipline is er ook op gericht om het onderbouwen van wat sociaal werkers dagelijks in de praktijk doen, dus hoe zij hun werk zo goed mogelijk kunnen doen en hun beroep zo goed mogelijk kunnen uitoefenen.’

Als sociaal werker moet je permanent blijven werken aan actuele kennis over wat werkt

Lex: ‘Sociaal werkers hebben voor hun dagelijkse werk kennis nodig in hun rugzak. Kennis over sociale problemen, kennis over samenleven, kennis over effectieve aanpakken. In de opleiding krijgen zij veel methodiek aangereikt. De dynamiek in het sociaal werk en de omgeving is dusdanig dat dat niet genoeg is; als sociaal werker moet je permanent blijven werken aan actuele kennis over wat werkt en wat waarde toevoegt. Daarnaast helpt kennis bij het reflecteren in de dagelijkse praktijk op of je de goede dingen doet en ze ook op de goede manier doet. En bij het verantwoorden van je werk naar zowel inwoners toe als naar opdrachtgevers en de overheid. Je kunt beter uitleggen waarom je iets op een bepaalde manier aanpakt en wat dat oplevert of kan opleveren als je dat met kennis onderbouwt.’   

Erna: ‘Ja waarom is versterken van onderbouwing voor welk vak dan ook nodig? Omdat we het beste willen voor de mensen waar we het voor doen. Omdat we te veel energie (en tijd en geld) besteden aan goede intenties zonder te weten of het ook echt werkt. Dat is frustrerend voor de werkers, die zich dagelijks inzetten. Sociaal werk is vergeleken bij vele andere takken van zorg veel minder goed onderbouwd. We lopen enorm achter. Terwijl er steeds meer wordt verwacht van de effectiviteit. Daarbij komt dat de kennisontwikkeling nauwelijks landelijk wordt aangestuurd, zeer versnipperd is en er geen bundeling plaatsvindt. Er is echt een kennisimpuls nodig om de potentiele waarde van sociaal werk (die weer eens bevestigd is in dit traject) echt te benutten.’

Hoe kun jij de Kennis- en Onderzoeksagenda gebruiken?

De Kennis- en Onderzoeksagenda Sociaal Werk biedt richting voor toekomstige keuzes in onderzoeksprogramma’s, verspreiding-, implementatie en professionaliseringsactiviteiten. De agenda kan ook vertaald worden naar beleidsmaatregelen en curricula van opleidingen. Download hier de volledige publicatie

De afzenders van de agenda zijn onder andere Movisie, BPSW, Sociaal Werk Nederland, Lectorenplatform Sociaal Werk, Werkplaatsen Sociaal Domein, Divosa, verschillende gemeenten, het ministerie van VWS, opleidingen voor Sociaal Werk, cliëntenvertegenwoordigers en Tranzo (academische werkplaats Sociaal Werk).

Hoe gaan jullie nu verder?

Mariël: ‘Dat was natuurlijk ook heel spannend aan dit jaar. Nu ligt er een mooie eerste Kennisagenda, maar die moet doorontwikkeld worden en we moeten gezamenlijk aan de slag met de kennisimpulsen die erin staan. Mooi was dat we al snel merkten dat dit op allerlei manieren ook al gebeurde. Zo gingen de opleidingen de agenda naast hun opleidingsprofiel leggen om te kijken hoe ze in de toekomst het profiel daarmee kunnen herijken. Movisie heeft een interne groep opgericht om te inventariseren welke activiteiten er al gedaan worden bij welke impulsen en waar we – gezamenlijk met andere partijen - in de toekomst meer op in kunnen zetten. We zien ook in onderzoeksvoorstellen dat er verwezen wordt naar de Agenda.

Erna: ‘En de werkplaatsen sociaal domein en de tientallen lectoren die actief zijn in het sociaal domein gaan de agenda ook gebruiken om kennis te bundelen.’

Lex: ‘Maar er moet meer gebeuren. Daarom zijn we ook gestart met het doordenken met elkaar hoe dat vervolg er qua proces en resultaten uit moet komen te zien. Er is een regiegroep opgericht die overzicht houdt en zorgt dat er voortgang geboekt gaat worden. Maar die ook bewaakt dat de focus blijft. De neiging bestaat namelijk in het sociaal werk om alles belangrijk te vinden en weer allerlei onderwerpen en vragen toe te voegen aan de agenda. Terwijl dat nu net niet de bedoeling is: eerst gaan we werken aan deze gezamenlijk vastgestelde pijlers en kennisimpulsen. Ieder lid van de regiegroep is daarnaast trekker van een bouwsteen. Rondom iedere bouwsteen werkt een aantal stakeholders samen en daarvoor maken ze samen een actieplan. Hierin staan de doelen en resultaten voor dit jaar, maar ook voor de langere termijn.’     

Erna: ‘Mariël en ik nemen in deze fase wat afstand en dragen de verantwoordelijkheid voor de implementatie over aan een kleine divers samengestelde regiegroep. Dit is een enthousiaste en doelgerichte uitsnede van de stakeholdersgroep. Zij zien het echt als een kans en een momentum om nu door te pakken. Ze inspireren elkaar met ideeën en delen hun netwerken om aan de slag te gaan.’

Mariël: ‘Erna en ik zijn dit jaar nog actief om het proces te ondersteunen, maar wij maken ons daarna overbodig zodat partijen vanaf 2022 gezamenlijk verder werken aan een stevig kennishuis sociaal werk. Dit is echter echt een langere termijn doel, waar je – gezien waar we vandaan komen – wel 20 jaar mee bezig bent.’

Lex: ‘Ook voor Sociaal Werk Nederland geldt dat wij onze bijdrage uiteindelijk overbodig willen maken. Dat is nu te vroeg: het schip moet van wal en dat vraag tijd. Maar als de agenda eenmaal bekender is geworden en mede wordt gedragen door de sociaal werkorganisaties in het land, is wat ons betreft het doel, behaald.

'Sociaal werk heeft een unieke meerwaarde, bleek tijdens de coronacrisis. Wie zien dat nu nog te weinig, dus wat is er nodig om dat te veranderen?'

Jullie willen ‘bouwstenen maken voor een Kennishuis Sociaal Werk’. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Mariël: ‘We hebben gekozen voor de metafoor ‘Kennishuis met bouwstenen’ om een aantal dingen uit te dragen. Allereerst om te laten zien dat het werk in uitvoering is waarbij je steeds verder bouwt. Vorig jaar en dit jaar leggen we het fundament, maar van daaruit moeten we gezamenlijk verder werken. Maar ook om duidelijk te maken dat het niet alleen gaat om kennis, maar tevens om een passende kennisinfrastructuur.’

Erna: ‘We gaan dit jaar alvast met 5 bouwstenen aan de slag: bouwsteen "visie": dat is eigenlijk het inhoudelijk fundament; bouwsteen "kennisbenutting": hoe zorgen we dat al bestaande kennis gebundeld en vertaald wordt naar praktijk en onderwijs; bouwsteen "kennisontwikkeling": dit zijn eerste stappen op weg naar het ontwikkelen van nieuwe kennis binnen de bestaande kaders van iedereen; bouwsteen "middelen": hier zoeken we gericht naar duurzame middelen om een stevig kennishuis te bouwen en bouwsteen "communicatie", waarin we het gedachtegoed en vooral ook de opbrengsten breed verspreiden.’

Lex: ‘Er is al zoveel kennis. Een van de betrokkenen zei: “Er is al een oerwoud aan kennis, maar we moeten zorgen dat dit een overzichtelijk bos wordt.” Het gaat er dus om ervoor te zorgen dat al die kennis goed ontsloten en vertaald wordt naar de praktijk en vervolgens daar ook daadwerkelijk benut kan en gaat worden. In die infrastructuur hebben allerlei onderdelen een plek: professionalisering, opleidingsbeleid, onderwijs, onderzoek, landelijke kennisdisseminatie, subsidies etc. ‘

Wanneer verschijnt Kennis- en Onderzoeksagenda Sociaal Werk 2.0 en wat vinden jullie belangrijk in dit vervolg?

Erna: ‘Deze verschijnt eind van dit jaar. Wat heel belangrijk is voor het vervolg, om de energie en het enthousiasme én de betekenis voor de praktijk vast te houden. Daarvoor zijn ook zichtbare eerste resultaten nodig. Daarom willen we dit jaar een eerste stap zetten met kennisbundeling: dus bij een kennisimpuls op een rij zetten welke kennis er al is. Een soort kennissynthese. Daarnaast moet de kennisagenda 2.0 naast een inhoudelijke kant, ook een activiteitenplan zijn met begroting voor wat er nodig is om die activiteiten ook daadwerkelijk uit te kunnen voeren.’      

Hoe voorkomen we dat het een papieren exercitie blijft en wat verwachten jullie daarbij van de verschillende partijen?

Mariël: ‘Hier zijn verschillende dingen voor nodig. Allereerst dat iedere betrokkene blijft kijken; wat kan ik met betrekking tot de agenda nu al gebruiken en doen in lijn met mijn eigen corebusiness. Of dat nu onderzoek, onderwijs, of werkgeverschap is. Vervolgens dat de regiegroep actief blijft na 2021 om de voortgang te blijven stuwen en volgen. Gelukkig zien we aan alle kanten dat die bereidheid er is.’

Lex: ‘Het is ook belangrijk dat de praktijk en beleid actief betrokken blijft worden en dat we de groep stakeholders die er tot nu toe betrokken was, geïnformeerd en gevoed blijft worden en bevraagd op ideeën en input. En dat we deze groep nog uitbreiden.’

Erna: ‘En dat we voor bepaalde activiteiten toch financiën krijgen: bijvoorbeeld om op korte termijn te kunnen starten met een kennissynthese. Tot slot moeten we ook steeds alert blijven op: hoe ondersteunen we hier nu de sociaal werker in zijn dagelijkse praktijk mee?’

Tekst: Paul van Yperen