Onafhankelijke cliëntondersteuning voor inwoners met een migratieachtergrond

9 december 2020

Binnen het Koploperproject groeit de aandacht voor specifieke doelgroepen, waaronder mensen met een migratieachtergrond. Movisie signaleert vragen rondom de bekendheid en het gebruik van onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) onder deze doelgroep. Hoe kunnen we OCO zo inrichten dat het ook voor mensen met een migratieachtergrond passende ondersteuning biedt en bijdraagt aan preventie? We delen een aantal aandachtspunten en geven 6 tips.

Uit een verkennend onderzoek van het Kennisplatform Integratie & Samenwerking (KIS) blijkt dat mensen met een migratieachtergrond relatief weinig gebruik maken van preventieve ondersteuning, terwijl intensieve hulpverlening verhoudingsgewijs vaak wordt ingezet. Met name de eerste generatie migranten ervaren een hoge drempel bij het aangaan van ondersteuning. Oorzaken worden gezocht in het bereiken van de doelgroep en de mate waarin zorg en ondersteuning passend en toegankelijk voor hen zijn. Als we kijken naar OCO voor mensen met een migratieachtergrond lijken actuele vraagstukken zich vooral te richten op (voormalige) arbeidsmigranten. Statushouders maken vaak al gebruik van voorzieningen specifiek gericht op nieuwkomers met een vluchtelingenachtergrond gedurende hun eerste jaren in Nederland. 

Waarom zou een gemeente meer aandacht moeten hebben voor OCO voor mensen met een migratieachtergrond 

Volgens de huidige cijfers van het CBS heeft 24,6% van de huidige Nederlandse bevolking een migratieachtergrond. Meer dan de helft hiervan heeft een niet-westerse afkomst. De praktijk leert dat mensen met een migratieachtergrond zich in een kwetsbare positie bevinden. Een cliëntondersteuner die tijd neemt om een vertrouwensband op te bouwen én vaardig is in cultuursensitief werken door eigen ervaring of training, kan van grote waarde zijn in het proces naar passende ondersteuning. De cliëntondersteuner denkt vanuit het perspectief van de cliënt en maakt deze wegwijs binnen het complexe systeem van wet- en regelgeving en de route richting de juiste organisatie(s). Dit werkt niet alleen preventief in het belang van de cliënt, maar voorkomt ook het tijdsintensief inzetten van niet-passende ondersteuning en onnodige overlap in werkzaamheden. 

Wat is onafhankelijke cliëntondersteuning? 

Onafhankelijke cliëntondersteuning is een gratis gemeentelijke voorziening bestemd voor iedereen met vragen over diverse levensdomeinen. Een cliëntondersteuner is onafhankelijk en denkt in het belang van de inwoner. Cliëntondersteuning is voor gemeenten en samenwerkingspartners een middel om het stelsel van zorg en welzijn persoonsgerichter, betrouwbaarder en toegankelijker in te richten.

Aandachtspunten vanuit de koplopers 

Movisie ging in gesprek met een aantal koplopergemeenten over het thema. Daaruit kwamen een aantal terugkerende aandachtspunten naar voren waar de koplopers mee te maken hebben in de praktijk:

  • Taalbarrière: de taal blijft ook na een langere periode in Nederland vaak een belemmerende factor voor communicatie tussen cliënt en ondersteuner. Dit speelt met name bij de eerste generatie migranten. 
  • Wet- en regelgeving: het Nederlandse systeem is complex ingericht. Zelfstandig invullen van formulieren, omgaan met regelingen en weten waar aan te kloppen is ingewikkeld. Mensen met een migratieachtergrond zijn extra kwetsbaar voor het ontstaan van betalingsachterstanden en dergelijke.
  • Schaamte rondom hulp vragen: veel mensen met een migratieachtergrond spreken niet gemakkelijk extern over problematiek en zijn gewend hulp binnen de eigen familie- en vriendenkring te vragen. 
  • Vertrouwensband: intakegesprekken worden gevoerd met behulp van een standaard vragenlijst . Door gebrek aan een vertrouwensband is de cliënt amper gebonden aan de ondersteuner en ligt de drempel voor de cliënt laag om vervolgafspraken niet na te komen.
  • Inzet sleutelpersonen: het belang van sleutelfiguren uit de eigen gemeenschap wordt onderstreept. Zij weten de doelgroep te bereiken, leggen verbinding, hebben kennis van de culturele context en taal en moedigen de cliënt aan om een hulpverlener in vertrouwen te durven nemen. 
  • Training professionals: train domeinoverstijgend autochtone professionals in cultuursensitief werken. Dit vermindert handelingsverlegenheid en draagt bij aan bewustwording van doelgroepspecifieke uitdagingen. 
  • Gebruik diversiteit: maak gebruik van diversiteit om van elkaar te leren. Breng cliëntondersteuners mét en zonder een migratieachtergrond met elkaar in contact om kennis en ervaring uit te wisselen.

6 tips voor onafhankelijke cliëntondersteuning voor migranten

Net als iedere andere inwoner moet iemand met een migratieachtergrond gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning op een manier die aansluit bij de behoeften van de cliënt. Bovengenoemde aandachtspunten dragen bij aan bewustwording rondom uitdagingen en geven inzicht in het passend kunnen inrichten van de ondersteuning. Ter aanvulling hierop geeft Movisie nog een aantal tips voor de cliëntondersteuner die werkt met mensen met een migratieachtergrond:

  1. Communiceer toegankelijk en inclusief
    Investeer in manieren om toegankelijk te communiceren over regelingen en routes naar ondersteuning. Denk hierbij ook aan het gebruik van afbeeldingen, pictogrammen en videomateriaal. Het beleid van de overheid en meeste gemeenten om schriftelijke communicatie in het Nederlands te geven wordt beschouwd als stok achter de deur om de taal te leren, maar staat soms het doel van het overbrengen van een boodschap in de weg. Een manier van communiceren waarbij de lezer zich geïncludeerd voelt draagt bij aan verbinding en het gevoel erbij te horen. 
  2. Werk aan intercultureel vakmanschap
    Wees je er als professional van bewust dat o.a. verwachtingen rondom hulpverlening, presentatie van hulpvragen en ideeën over aanpak gekleurd worden door iemands culturele achtergrond. Dit vraagt om bewustwording en het trainen van specifieke vaardigheden. Een voorbeeld van een interventie ter deskundigheidsbevordering is de gratis e-learning Intercultureel vakmanschap van KIS. Het is een toegankelijk startpunt vol casuïstiek ter vergroting van inzicht en reflectie op eigen handelen. 
  3. Gebruik het (eigen) informele netwerk
    Maak gebruik van het eigen informele netwerk van de cliënt om bekendheid over OCO te vergroten en het vertrouwen hierin te versterken. Zoek daarnaast actief de samenwerking op met vrijwilligers binnen migrantenzelforganisaties en de eerder genoemde sleutelpersonen. Wees op de hoogte van elkaars expertise en versterk deze wederzijds. Een inspirerend voorbeeld van vrijwillige inzet is de telefonische lijn voor senioren, opgericht door KBO-PCOB en NOOM tijdens het ontstaan van de coronacrisis. Ouderen met een migratieachtergrond kunnen hierbij in de eigen taal te woord worden gestaan door vrijwilligers en vragen om advies of een luisterend oor. 
  4. Omgaan met wantrouwen
    Veel mensen zijn afkomstig uit een land waar een algemeen wantrouwen richting overheidsorganisaties bestaat. Dit gevoel kan diepgeworteld zijn en lastig te beïnvloeden. Negatieve ervaringen met hulpverlening in Nederland van iemand zelf of anderen met een migratieachtergrond kunnen dit gevoel versterken. Rondom de aanpak van deze uitdaging is een grote rol weggelegd voor sleutelfiguren uit de eigen gemeenschap.
  5. Wees je bewust van eigen perspectief en dat van de cliënt
    Van een cliëntondersteuner wordt verwacht om zich in het perspectief van de cliënt te verplaatsen. Dit kan een uitdaging zijn wanneer opvattingen over normen en waarden haaks staan op eigen ideeën. Anderzijds kan het voor de cliënt een uitdaging zijn te spreken over bijvoorbeeld ‘schaamtegevoelige’ onderwerpen. Iemand kan worden overvallen door een professional die hier direct en weinig terughoudend over praat.
  6. Denk na over borging
    Hoe zorg je voor een duurzame inzet van de aanpak op de langere termijn? Hoe kun je datgene wat is opgebouwd vasthouden na afloop van financiering voor het Koploperproject? Het is belangrijk hierop voort te borduren om te voorkomen dat verwachtingen ontstaan bij cliënten en samenwerkingspartners die niet kunnen worden gerealiseerd.