Het ondersteunen van mantelzorgers met verschillende culturele achtergronden

11 juni 2021

Mantelzorgers met een andere culturele achtergrond, bijvoorbeeld de Turkse en Marokkaanse cultuur, bieden vaak intensieve hulp en zijn relatief vaak (zwaar) belast, blijkt uit recent onderzoek. Ook weten zij minder goed waar ze terecht kunnen met vragen over ondersteuning. Tegelijkertijd neemt de vergrijzing toe, waardoor het aantal mantelzorgers kleiner wordt en het aantal zorgvragers juist groter.

Dit zijn ontwikkelingen waardoor het bereiken én ondersteunen van mantelzorgers met verschillende culturele achtergronden in iedere gemeente een plek hoog op de agenda verdient. Movisie verzamelt goede voorbeelden, bestaande wetenschappelijke kennis en gaat samen met de praktijk leren hoe mantelzorgers beter bereikt én ondersteund kunnen worden. 

Wist je dat…

  • Vrouwen gemiddeld meer uren mantelzorg verlenen dan mannen?
  • En deze verdeling bij mantelzorgers met een migratieachtergrond nog schever ligt? 
  • Mantelzorgers met een migratieachtergrond gemiddeld intensiever hulp verlenen?
  • Dat 12% van deze groep mantelzorgers aangeeft overbelast te zijn? 
  • Zij vaak vanaf jonge leeftijd hulp verlenen binnen de familie? 
  • Dat 38% van deze mantelzorgers aan geeft niet te weten dat er ondersteuning voor hen is? (Bron: SCP)

Culturele verschillen

Net als alle mantelzorgers zorgen mantelzorgers met een andere culturele achtergrond vaak met veel liefde voor hun familielid of naaste en ervaren hier geen negatieve gevolgen van. Het zorgen voor een familielid of naaste kan veel voldoening geven en wordt gezien als vanzelfsprekend. 

Wel blijkt uit onderzoek dat de reden waarom men mantelzorg verleent verschilt tussen de groepen mantelzorgers met en zonder migratieachtergrond. Zo verlenen mantelzorgers met een migratieachtergrond vaker hulp omdat dit expliciet aan hun gevraagd wordt. Dit wordt ook wel excentrieke motivatie genoemd. Dit kan voortkomen uit cultuurverschillen. Voornamelijk in de Turkse of Marokkaanse cultuur is het zorgen voor ouderen binnen je familie erg belangrijk en vanzelfsprekend. Uit eerdere verkennende interviews van Movisie gaven verschillende mantelzorgers met een migratieachtergrond aan dat het zorgen voor een familielid iets is wat je hoort te doen. Hulp vragen bij de zorg wordt gezien als zwakte, waardoor er door de gemeenschap op je neer gekeken kan worden. Zeker wanneer het gaat om het zorgen voor een familielid of naaste met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Hier rust vaak een taboe op, waardoor er niet buiten de familie over problemen en zorglast wordt gepraat. De zorg voor een familielid of naaste wordt daardoor alleen gedragen en wordt zo veel mogelijk binnen de familie opgelost. Dit heeft als gevolg dat vooral vrouwelijke mantelzorgers zwaar belast worden, die over het algemeen het meeste mantelzorg verlenen. Zo gaf één van de in het eerder geïnterviewde mantelzorgers aan dat zij het contactpersoon is voor de school, de huisarts en het ziekenhuis en daarnaast nog alle administratie doet voor iedereen in haar familie voor wie zij zorgt. 

Gerelateerd aan cultuurverschillen bestaan er vaak andere opvattingen over de vraag wat goede zorg is, tussen deze groep mantelzorgers en de gemeente. Hierdoor ontbreekt het aan vertrouwen in de  formele zorg in Nederland. Ook eerdere negatieve ervaringen met zorg en het gevoel niet begrepen te worden, vanwege de andere culturele achtergrond of taal, vormt een reden om binnen de familie de zorg op te vangen.  

Het bieden van hulp en ondersteuning aan een familielid of naaste wordt dus als normaler ervaren binnen deze groep mantelzorgers én er wordt minder openlijk over gesproken. Hierdoor lijkt het alsof er relatief weinig mantelzorgers zijn met een migratieachtergrond. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat wanneer mensen zichzelf niet identificeren als mantelzorger of hier openlijk over durven te praten,  zij ook niet meedoen aan onderzoeken over mantelzorg of ondersteuning bij hun zorgtaken zoeken. 

Diversiteit

De grootste groepen klassieke migranten in Nederland zijn van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse afkomst. Dit zijn de zogenoemde klassieke migrantengroepen. Daar komen de meer recente groepen bij, afkomstig uit Afghanistan, Iran, Eritrea of Syrië. Uit recent onderzoek van de WRR ‘Samenleven in verscheidenheid’ wordt extra benadrukt dat groepen nieuwkomers in Nederland meer divers zijn dan ooit op het gebied van herkomstland maar ook in motieven van migratie en verblijfsduur in Nederland.

Er wordt in onderzoeken vaak geschreven over een groep migranten alsof het een homogene groep is met dezelfde achtergrond en kenmerken. Daarom is het van belang om te bedenken dat niet alleen deze groepen van elkaar verschillen, maar ook personen binnen de groep. 

Vragen om ondersteuning bij mantelzorgtaken

Niet iedereen heeft ondersteuning nodig in de mantelzorgtaken, maar deze hulp is wel beschikbaar vanuit de gemeente voor mantelzorgers. Uit het SCP onderzoek en de verkennende interviews Movisie blijkt dat door de vanzelfsprekendheid om voor familie of naasten te zorgen of de schaamte en taboes die hangen rondom ziektes en beperkingen, deze groep mantelzorgers minder om ondersteuning vraagt. 

‘’Religieuze opvattingen maken het soms dat mensen denken dat een beperking of ziekte een straf is. Dit leidt ertoe dat mensen zich kunnen schamen voor een zieke naaste en het zorgen zien als iets wat zij zelf in afzondering van anderen moeten doen.’’ – Stichting lezen en schrijven

Daarnaast weet deze groep mantelzorgers vaak niet dat er ondersteuning beschikbaar is en waar dat te vinden is (38%). De weg naar ondersteuning die vanuit de gemeente geboden kan worden is niet altijd duidelijk. Zo is de informatie die nodig is om ondersteuning te krijgen lastig wanneer iemand de Nederlandse taal niet machtig is omdat deze vaak niet vertaald worden óf niet beschikbaar zijn in pictogrammen voor laaggeletterden. Ook kan gebrek aan kennis van het Nederlandse zorgstelsel een belemmering vormen. Dit kan ervoor zorgen dat de mantelzorger niet kan beginnen aan het proces voor het aanvragen van ondersteuning of tussentijds afhaakt. Oplossingen die hiervoor worden gegeven is om migrantenorganisaties, hulpverleners en gemeenten meer te laten samen werken om de groep beter te begrijpen. Daarnaast kan het bieden van informatie in andere talen voor nieuwe migrantengroepen in Nederland een groot verschil maken, net als het aanbieden van informatie in pictogrammen of filmpjes. 

Dementie

Opvallend is dat ouderdomsziekten zoals hart- en vaatziekten of dementie vaker voorkomen bij ouderen met een migratieachtergrond. Dementie is bij veel migrantengroepen een relatief onbekend verschijnsel. Zorg wordt door familie of naasten overgenomen die door gebrek aan kennis van dementie of schaamte over de ziekte niet de juiste hulp zoeken voor zichzelf of de persoon voor wie zij zorgen. Daarnaast is het bekend dat mantelzorgers die zorgen voor een naaste met dementie vaak zwaar belast zijn. 

Het ondersteunen van mantelzorgers met migratieachtergrond

Uit een eerdere verkenning naar dit onderwerp vanuit Movisie gaven mantelzorgers met een migratieachtergrond aan dat het fijn is wanneer een professional begrip heeft voor de waarden en normen binnen de cultuur en daarmee bekend is. Dit leidt er toe dat de mantelzorger zich meer gehoord voelt en gesteund in het proces van mantelzorg. Daarnaast is het ook belangrijk dat de professional kijkt naar de individuele situatie en zich niet al vooraf baseert op culturele aannames. Ook wordt aangegeven dat er hulp nodig is met de formele regelkant in het krijgen van ondersteuning. De hoeveelheid bureaucratie die komt kijken bij de aanvraag van bijvoorbeeld het PGB maakt dat veel mantelzorgers afhaken. Als de mantelzorger dan ook nog de Nederlandse taal niet goed machtig is, bestaat er een grotere kans dat deze aanvragen worden afgewezen. 

Een voorbeeld van deze benodigde cultuursensitiviteit zit in het verschil in assertiviteit tussen mantelzorgers met een migratieachtergrond en mantelzorgers zonder migratieachtergrond. Dat wil zeggen dat mantelzorgers zonder migratieachtergrond vaak mondiger zijn, vanuit zichzelf meer zoeken naar mogelijkheden en durven besluiten van professionals te bevragen. Hierdoor wordt er meer mogelijk in het krijgen van ondersteuning. Mantelzorgers met een migratieachtergrond doen dit minder in het proces, waardoor de ondersteuning die zij ontvangen achter kan blijven. Door als professional  bewust te zijn van dit verschil kan hierop worden ingespeeld. 

‘’Veel mensen met een migratieachtergrond durven hun naaste niet naar een dagbesteding of verzorgingshuis te sturen: ‘Straks houden ze bijvoorbeeld geen rekening met het eten’ of ‘Wat zullen andere mensen hier wel niet van zeggen?’. Dat is echt een taboe in Nederland onder mantelzorgers met een migratieachtergrond.‘’- Ervaringsdeskundige

Er zijn al praktische tips beschikbaar voor gemeenten om mantelzorgers met een migratieachtergrond beter te kunnen helpen. Deze factsheet van het Kennisplatform Integratie en Samenleving geeft bijvoorbeeld als tip het aanbieden van de informatie in verschillende talen of in pictogrammen of het vroeg signaleren van overbelasting gedurende het inburgeringsproces. Samenwerken met mantelzorgers en migrantenorganisaties is hierin ook belangrijk, net als het organiseren van lotgenoten contact en het signaleren van jonge mantelzorgers. 

Vervolg

Er is al het een en ander bekend over de ervaringen en moeilijkheden van mantelzorgers met een migratieachtergrond bij het zoeken naar passende ondersteuning. Echter, er wordt door het SCP aangegeven dat deze kennis niet voldoende is en er meer onderzoek moet worden gedaan. Deze groep mantelzorgers blijkt lastig te bereiken voor gemeenten en zorgorganisaties. Vanwege het aandeel mantelzorgers met een migratieachtergrond, de toenemende vergrijzing en de intensiviteit van de zorg die zij verlenen, is het van belang om meer te weten te komen over deze specifieke groep. Alleen dan kan de weg naar ondersteuning verbeterd worden. Daarom neemt Movisie samen met de gemeente ‘s-Hertogenbosch, Steunpunt mantelzorg Farent en de dialoogleiders van het project ‘Opvoeden in dialoog’ het initiatief voor een verbetertraject Inclusieve Mantelzorg in de gemeente ’s-Hertogenbosch. In het verbetertraject zet een diverse groep van lokale partners zich in om mantelzorgers met een andere culturele achtergrond beter te bereiken en te ondersteunen. Het uitgangspunt daarbij is dat gebruik wordt gemaakt van wetenschappelijke kennis én de kennis van mantelzorgers en professionals. Irene Koster, beleidsadviseur gemeente ’s-Hertogenbosch: ‘De eerste bijeenkomst hebben we net achter de rug en ik vind het erg mooi om te zien dat we met zo’n brede groep betrokkenen aan de slag gaan in dit verbetertraject. We zien hier de meerwaarde van het inzetten vanuit verschillende perspectieven. Vanuit een informeel én professioneel kader, maar ook specifiek vanuit diversiteit en inclusie. We leggen hier nadrukkelijk de verbinding rondom dit inhoudelijke thema, ieders kennis en ervaring draagt zo bij aan onze ambitie om mantelzorgers met een andere culturele achtergrond beter te bereiken en ondersteunen.’