Opbloeien in een basisbaan of verwelken in de bijstand?

8 december 2020

Is de basisbaan een goed alternatief voor de bijstand, of een fopbaan die hoogstens een goed gevoel geeft? Over die vraag gaan de deelnemers aan het Kerstdebat van Movisie op 18 december met elkaar in gesprek. Onderligger bij het debat is het Jaarboek van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken ‘Streng maar onrechtvaardig’ dat op dezelfde dag wordt gepresenteerd.

Monique Kremer, hoogleraar Actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam, vindt evenals de overige auteurs van het TSV-jaarboek de basisbaan een geschikt alternatief voor de bijstand. ‘Een structurele, betaalde baan voor mensen die niet vanzelfsprekend werk vinden op de reguliere arbeidsmarkt’ komt volgens haar tegemoet aan de wens van de meeste mensen om te willen werken en van een uitkering verschoond te blijven.  

Passende banen

Ze benadrukt dat basisbanen, anders dan de Melkertbanen (1994) en de instroom- en doorstroombanen (1999), niet per se een doorstroom naar regulier werk moeten beogen. Frans Kuiper, expert in arbeidsmarktregelingen bij Stimulanz, merkt op dat de Melkertbanen oorspronkelijk ook geen doorstroomdoelstelling hadden. ‘Ze waren bedoeld als structurele uitbreiding van banen in de non-profit sector. Dat veranderde toen het tweede Paarse kabinet de marktwerking verdere invulling gaf en de in- en doorstroombaan invoerde.’

De basisbaan hoéft, aldus Kremer, niet te leiden tot betaald werk, maar behoort er vooral te zijn ‘voor mensen die geen perspectief meer hebben op de reguliere arbeidsmarkt en anders langdurig uitkeringsafhankelijk blijven.’

Zij stelt, in navolging van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, dat basisbanen idealiter bestaan uit aanvullende werkzaamheden in de private en publieke sector. En, heel belangrijk, passen bij de kwaliteiten van mensen zelf. Ze denkt daarbij aan assistent-tramconducteur of assistent-verkoper. Daarnaast kunnen vrijwillige activiteiten die mensen nu nog verrichten als ‘tegenprestatie’ voor een bijstandsuitkering omgezet worden in een basisbaan. Basisbanen bestaan uit waardevol werk, en leiden niet tot verdringing van reguliere arbeid.

Er lopen, verspreid over het land, al enige proefprojecten met basisbanen, zoals de STiP-banen in Den Haag en de Werkbrigade in Amsterdam. Het grote nadeel ervan is dat ze tijdelijk zijn en gericht op uitstroom uit de bijstand.

Voorop staat dat de basisbaan bijdraagt aan het welzijn van de mensen zelf

Groningen als goed voorbeeld

Groningen doet het anders. In die stad is afgelopen juni een project met basisbanen gestart dat het uitstroommodel heeft losgelaten. De Groningse wethouder onderwijs, werk en participatie, oude wijken Carine Bloemhoff propageert de basisbaan als een antwoord op de veranderende arbeidsmarkt. Ook wil ze de ‘klassieke bijstandsgerechtigde’ de aandacht geven die hij verdient, maar tot dusver niet gekregen heeft.

Voorop staat, wat Bloemhoff betreft, dat de basisbaan bijdraagt aan het welzijn van de mensen zelf en aan de leefbaarheid van de wijken.

Om dat te kunnen realiseren, heeft het college van B&W een aantal randvoorwaarden geregeld. Voor elke werknemer in een basisbaan is er werkbegeleiding en persoonlijke ondersteuning. Ook is er aandacht voor de armoedeval. ‘We willen dat alle mensen er in alle situaties in netto besteedbaar inkomen op vooruit gaan.’ En ten slotte, om verdringing te voorkomen kiest Groningen ervoor ‘om in de basisbaan werkzaamheden te laten uitvoeren waarvoor nu niet wordt betaald’.

Overall houdt Groningen nauwlettend in de gaten of en wat het experiment oplevert voor mens en maatschappij. De eerste ervaringen zijn positief. Bloemhoff: ‘Tachtig procent van de deelnemers wil echt graag aan de slag en is zó blij om eindelijk een echt loonstrookje krijgen. De basisbaan biedt hen sociale contacten, een kans om te emanciperen en zich nuttig te voelen.’

Het succes van het Groningse experiment met de basisbaan is op termijn ook afhankelijk van extra structurele financiering door het Rijk. De gemeente, zoals vele andere gemeenten, zit sowieso krap bij kas, door grote tekorten op de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein.

Daarnaast is er het nog altijd voortdurende debat over de basisbaan zelf. De wethouder en andere voorstanders wijzen op de positieve ervaringen tot nu toe, maar hun opponenten in de Groningse  gemeenteraad vinden dat de gemeente geen banenfabriek moet zijn, en dat geld voor basisbanen beter uitgeven kan worden aan een vrijwilligersvergoeding of scholing. En, en als iemand gesubsidieerd als conciërge aan de slag kan, dan kan hij dat toch ook ongesubsidieerd doen?

Argumenten die misschien ook te horen zullen zijn als de Groningse wethouder Carine Bloemhoff en haar Amsterdamse collega Rutger Groot Wassink in gesprek gaan met de Utrechtse Evelien Tonkens, en VVD-Kamerlid Judith Tielen over de stelling dat een basisbaan iedereen een kans biedt op een goed bestaan tijdens het Kerstdebat.

Meld je aan voor het Kerstdebat