Opleiding en welvaartsniveau bepalen invulling vrijwilligerswerk

19 juli 2018

Het CBS presenteerde op 17 juli nieuwe cijfers over vrijwilligerswerk. Vrijwilligers die enkel de basisschool hebben afgerond besteden wekelijks bijna zeven uur aan vrijwilligerswerk. Terwijl afgestudeerden van hogeschool en universiteit minder dan vier uur uittrekken voor anderen. Matthijs Terpstra, Movisie-expert vrijwillige inzet, over deze verschillen: ‘Laagopgeleiden doen vaker vrijwilligerswerk in georganiseerd verband en hoopopgeleiden hebben de voorkeur voor flexibel vrijwilligerswerk.’

Voorkeuren

Op verzoek van VWS en in samenspraak met de Nederlandse Organisatie Vrijwilligerswerk (NOV)  heeft het CBS in 2017 een aantal vragen over vrijwilligerswerk toegevoegd aan het onderzoek ‘Sociale samenhang en Welzijn 2017’ om een meer gedetailleerde beeld te krijgen van de vrijwilligers en het soort vrijwilligerswerk in Nederland. Dit rapport ‘Vrijwilligerswerk: activiteiten, duur en motieven’ werd op 17 juli gepresenteerd. Bijna de helft van de Nederlanders van 15 jaar en ouder gaf in 2017 aan zich minstens een keer per jaar ingezet te hebben als vrijwilliger. Drie op de tien zeiden in de vier weken voorafgaand aan het interview nog vrijwilligerswerk te hebben gedaan. Deze aantallen zijn al sinds 2012 vrij stabiel. Gemiddeld besteedt een vrijwilliger 4,5 uur per week aan vrijwilligerswerk.

Voorkeuren

Matthijs Terpstra in dagblad Trouw: ‘Laagopgeleiden doen vaker vrijwilligerswerk in georganiseerd verband. Denk bijvoorbeeld aan het trainen van een jeugdteam van de lokale voetbalclub. De trainingen vinden vaak plaats op vaste momenten in de week. Er wordt verwacht dat je elke week met je voetbalschoenen om 18:00 uur op het veld staat. Terwijl hoogopgeleiden de voorkeur hebben voor flexibel vrijwilligerswerk. Denk dan bijvoorbeeld NL doet of werk op een festival. Iets eenmaligs waar ze veel plezier uit halen.’ Terpstra ziet vrijwilligerswerk ook als een uiting van het welvaartsniveau: ‘In Nederland hebben we vaak de luxe om vrijwilligerswerk  naast het werkende leven te kunnen doen. Ook de tijden veranderen. Vroeger deed je vrijwilligerswerk binnen je eigen zuil. Tegenwoordig vragen mensen zich meer af wat ze zelf leuk vinden.’

Vrijwilligerswerk hoort er bij

Hoogopgeleiden zetten zich volgens het CBS vaker vrijwillig in. In 2017 ging het om bijna zestig procent van de mensen met een afgeronde hbo- of wo-opleiding. Bij burgers die alleen de basisschool afgerond hebben is dat aandeel twee keer zo klein. De meeste vrijwilligers zijn te vinden bij sportverenigingen, gevolgd door scholen, verzorging of verpleging, jeugdwerk en de kerk of moskee. Vooral het hoge aantal vrijwilligers bij sportclubs en scholen wekt de vraag in hoeverre het om vrijwillige inzet gaat. Terpstra: ‘Wanneer je elke week wordt verwacht op het sportveld, kun je je afvragen in hoeverre vrijwilligerswerk nog ‘vrijwillig’ is. Op scholen worden ouders zelfs wel eens ingeroosterd. Het is dan ook een grijs gebied. Wanneer je kind bij de sportclub gaat wordt er soms van je geacht actief te worden, denk aan kantinedienst of het wassen van de shirtjes. Voor veel mensen hoort het er een beetje bij. Dat is ook wel typisch Nederlands, want het percentage mensen dat zich zonder meer vrijwillig inzet is al jaren ongeveer hetzelfde gebleven.’