Ouders gebaat bij meer kennis over seksuele- en genderdiversiteit  

Over terminologie en het voeren van gesprekken

21 oktober 2020

In aanloop naar Coming out-dag op 11 oktober liet het ministerie van VWS een onderzoek uitvoeren naar de kennis van ouders over seksuele- en genderdiversiteit. Dit onderzoek deden zij onder Nederlandse ouders met kinderen in de leeftijd van 12 t/m 25 jaar. Dit artikel biedt inzicht in de kennis van ouders over LHBTI en de mate waarin zij dit onderwerp met hun kinderen bespreken.

Wat weten ouders over de terminologie? 

Eerst gaat het onderzoek in op de bekendheid van ouders met LHBTI-gerelateerde terminologie. Acht op de tien ouders weten dat LHBTI staat voor Lesbisch, Homoseksueel, Biseksueel, Transgender en Intersekse. Wat deze termen precies inhouden weet meer dan de helft niet. Slechts één op de vijf ouders weet wat een cisman is. Bijna een kwart van de ouders weet wat panseksualiteit inhoudt en ongeveer vier op de tien ouders weten dat iemand die non-binair is zichzelf niet 100% identificeert als man of vrouw. Ook vier op de tien ouder weten dat intersekse mensen zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken heeft. Minder dan de helft van de mensen weet dat aseksuele mensen wel verliefdheidsgevoelens kunnen hebben. 6 op de 10 ouders hebben geen idee wat queer betekent. 

60% praat weleens over seksuele oriëntatie met hun kinderen, maar niet regelmatig 

In gesprek over seksuele oriëntatie 

Daarnaast focust het onderzoek op in hoeverre ouders seksuele oriëntatie met hun kinderen bespreken. Zes op de tien ouders denken genoeg te weten over seksuele oriëntatie om met hun kinderen hierover het gesprek aan te gaan. Bijna zes op de tien ouders met kinderen tussen de 12 en 25 jaar hebben wel eens nagedacht over de seksuele oriëntatie van hun kinderen. Evenveel ouders hebben hier ook wel eens met hun kinderen over gepraat. Dit gebeurt echter niet regelmatig. Uit het onderzoek blijkt dat moeders hierover vaker nadenken dan vaders en ook vaker dan vaders met hun kinderen praten over seksuele oriëntatie. Ruim 8 van de 10 ouders geven aan te weten dat hun kind hetero is. 

Praten 

Hoewel een groot deel van de ouders wel open staat voor gesprekken met hun kinderen over seksuele oriëntatie, denkt ruim de helft van hen dat hun kinderen hier geen behoefte aan heeft. Over genderidentiteit praten veel minder ouders met hun kinderen. Dat heeft te maken met dat twee derde van hen denkt dat hun kinderen daar geen behoefte aan hebben. In beide gevallen vinden ouders twaalf of dertien jaar een geschikte leeftijd om hierover te praten. Ruim de helft denkt dat hun kinderen het niet moeilijk vinden om zo’n gesprek aan te gaan.

💡 Een website met informatie voor ouders en verzorgers

Veel jongeren zijn erbij gebaat als hun ouders niet alleen meer weten over de thematiek, maar ook zelf gesprekken hierover initiëren. Ook wanneer ouders een open houding hebben en denken nooit aanleiding te hebben gegeven om te doen vermoeden dat zij LHBTI-zijn afkeuren, kunnen kinderen het toch moeilijk vinden om zich hierover te uiten.  Op de website www.iedereenisanders.nl is veel informatie over te vinden over de terminologie. Maar ook is er een pagina opgenomen speciaal voor ouders, met informatie over hoe je in gesprek kunt gaan met kinderen en steun kunt bieden. 

Bekijk iedereenisanders.nl

3 op de 10 ouders zeggen wel eens te hebben nagedacht over de genderidentiteit van hun kind

Genderidentiteit

Naast seksuele oriëntatie wordt ook gevraagd naar in hoeverre ouders me hun kinderen praten over genderidentiteit. Uit het onderzoek blijkt dat ouders vaker met hun kinderen praten over seksuele oriëntatie dan over genderidentiteit. Drie op de tien ouders zeggen wel eens te hebben nagedacht over de genderidentiteit van hun kinderen. Een even grote groep heeft het er ook wel eens over gehad met hun kinderen. Ook voor dit onderwerp geldt dat dit niet regelmatig gebeurt. En net als bij seksuele oriëntatie het geval is, wordt genderidentiteit vaker besproken door moeders dan door vaders. 9 van de 10 ouders denken dat de genderidentiteit van hun kind overeenkomt met hun geboortegeslacht. Zes op de tien ouders denken hun kinderen goed te ondersteunen als het gaat om genderidentiteit en geven aan de leeftijd van 12 of 13 geschikt te vinden om het over genderidentiteit te hebben. 

Ouders van Loena over hun ervaring: