Outcome meten van inclusief beleid, hoe doe je dat?

8 februari 2021

Het ontwikkelen van inclusief beleid is voor veel gemeenten een uitdaging. Movisie ontwikkelt samen met gemeenten, ter ondersteuning, een stappenplan. In dit artikel licht expert Ceronne Kastelein de stap ontwikkelen en uitvoeren van beleid toe.

In veel gemeenten die aan de slag gaan met inclusief beleid speelt de vraag: hoe weten we nu of het werkt? Hoe meten we of de inzet tot het gewenste resultaat leidt? Movisie ontwikkelde de afgelopen jaren het Kwaliteitskompas, een instrument om met outcomemeting aan de slag te gaan.

Stappen zetten naar inclusief beleid

Movisie publiceerde de afgelopen tijd meerdere artikelen over de ontwikkeling van inclusief beleid door gemeenten en de stappen die je kunt zetten om daar te komen. Wil je meer weten over de andere processtappen? Lees dan de artikelen die jou daarbij helpen.

Denkkader

Dit Kwaliteitskompas is een denkkader. Uitgangspunt is dat je - voordat je iets kunt monitoren of meten - eerst moet bepalen wát je precies wilt meten. Pas als dat helder is kun je aan de slag met de vraag: hóe gaan we dat precies meten? De focus ligt op de gezamenlijk te bereiken maatschappelijke resultaten. Daarna wordt de outcome in beeld gebracht. Dat gebeurt aan de hand van 6 stappen. Een uitvoerige beschrijving van het Kwaliteitskompas vind je in het artikel Kwaliteitskompas geeft richting aan het sociaal domein’.

Kort gezegd werkt het Kwaliteitskompas als volgt. Eerst stel je met elkaar de ambities en gewenste maatschappelijke resultaten vast. Daarna ga je in gesprek over welke activiteiten bijdragen aan dat maatschappelijke resultaat. Vervolgens bespreek je de kwaliteit van de input: wat moeten bijvoorbeeld de trainers in het traject kunnen en wanneer zijn zij goed geïnstrueerd? Moeten zij ‘Wat Werkt-kennis’ inzetten?
De resultaten van alle activiteiten kun je vervolgen monitoren, waarna je kunt meten welke outcome de activiteiten hebben. Ten slotte is het belangrijk om de outcome te evalueren: wat is er nodig om de outcome nog verder te verbeteren? Het antwoord op die vraag helpt je om de gewenste maatschappelijke resultaten bij te stellen en opnieuw te beginnen aan de cyclus. 

Bij het zichtbaar maken van resultaten is het belangrijk om onderscheid te maken tussen output en outcome. Bij output gaat het bijvoorbeeld om het aantal mensen dat aan een initiatief heeft deelgenomen en het aantal activiteiten dat is georganiseerd. De outcome gaat het om welk effect die bijeenkomsten en activiteiten hebben gehad.

Monitoren, meten en interpreteren

Om een beeld te krijgen hoe het er in je gemeente voorstaat met een thema als inclusie, kun je gebruik maken van cijfers uit onderzoeken, zoals de acceptatiemonitor, veiligheidsmonitor en de discriminatiemonitor. Het is wel cruciaal om die cijfers goed te duiden. Zo kunnen cijfers over een stijging van de ervaren discriminatie meerderde dingen betekenen. Het kan zijn dat er meer gediscrimineerd wordt en dat is dan natuurlijk negatief. Maar misschien zijn mensen – bijvoorbeeld als gevolg van een campagne om meer bekendheid te geven aan het lokale discriminatiemeldpunt – beter op de hoogte dat je klachten kunt melden, wat positief is.
Het is daarom belangrijk om naast de kwantitatieve metingen altijd een kwalitatieve check te doen, bijvoorbeeld door middel van interviews. Zo creëer je context, objectiviteit, begrip en handelingsperspectief. 

Bij het monitoren, meten en interpreteren is het goed jezelf altijd de volgende vragen te stellen:

  • Is helder wat we precies willen meten?
  • Is er voldoende capaciteit beschikbaar om zowel kwalitatieve als kwantitatieve data te verzamelen voor een goed, onderbouwd onderzoek naar de outcome van beleid? En zo nee, is er een alternatief bedacht? Denk aan het inzetten van universiteiten en hogescholen om een deel van het onderzoek uit te voeren. 
  • Is nagedacht over hoe de resultaten gerapporteerd zullen worden?
  • Is het meet- en evaluatieproces zo ingericht dat het continue is en onafhankelijk is van de politieke wind en actualiteit?

Knelpunten en mogelijke oplossingen

Diversiteitsvlechtwerk

Meten of inclusief beleid werkt is een lastige zaak, want het is een groot en nogal abstract onderwerp.

Inclusief beleid is doorgaans niet in een keer te monitoren of te meten. Daarom is het belangrijk een heldere visie te hebben op wat inclusief beleid is en welk doel het dient. Het werkt in de praktijk het best om op deelonderwerpen gewenste maatschappelijke resultaten en acties te formuleren. Het is aan te raden om hiervoor het diversiteitsvlechtwerk te gebruiken. Met dit instrument kun je per diversiteitsfactor ambities en maatschappelijke resultaten formuleren, die zich samen vertalen in inclusief beleid. 

Neem factor ‘taal en geletterdheid’. Een ambitie zou kunnen zijn dat over 4 jaar x% van de mensen die op dit moment onvoldoende taalvaardig is om gebruik te maken van de gemeentelijke faciliteiten, bezig is met de verbetering daarvan, of dat al voldoende hebben verbeterd. Mogelijke bijbehorende acties zijn: taalmaatjes inzetten, taalles op verschillende niveaus organiseren, investeren in schrijfles en digitale vaardigheden, et cetera. 
Door te werken met het diversiteitsvlechtwerk in plaats van met doelgroepenbeleid, voorkom je dat maatregelen met betrekking tot taalvaardigheid alleen gericht worden op specifieke groepen in de samenleving.

Continu monitoren en onderzoeken

Steeds meer colleges en ministeries vinden het belangrijk om beleid te voeren waarvan de impact duidelijk is. Door te monitoren en te evalueren kun je daarin voorzien. Het is van belang om de outcome van inclusief beleid voortdurend te blijven monitoren en onderzoeken, onafhankelijk van de politieke wind die er waait. Het is daarom aan te raden om samen met gemeenteraad, het college van B&W, en/of ministerie, een plan voor de borging van inclusief beleid op te stellen. Wanneer de continuïteit van monitoring binnen jouw domein nog niet geborgd is, zoek dan naar e mogelijkheden om aan te sluiten bij de monitoring in andere domeinen. Denk aan vragen die je kunt toevoegen over het beleid in bijvoorbeeld de veiligheidsmonitor, de discriminatiemonitor of de jeugdmonitor.