Outcome is het toverwoord

Doelen stellen, checken, bijstellen en opnieuw meten
artikel - 17 februari 2017

Om aan te tonen of het nieuwe Wmo-beleid het gewenste maatschappelijk effect heeft in de gemeente, moet je weten wat je wil bereiken en hoe je dat kunt meten. Dat klinkt logisch, maar blijkt nog lastig in de praktijk. Movisie helpt bij het verhelderen en meten van outcome.

Sinds 2015 zijn gemeenten wettelijk verplicht om ieder jaar de resultaten van hun Wmo-beleid te meten. Het gaat niet langer om output: hoeveel gesprekken er met hulpverleners zijn geweest of - zoals een ambtenaar het gekscherend noemde – hoeveel koppen tomatensoep er zijn uitgeserveerd bij een activiteit. Immers, gemeenten weten met deze cijfers niet of een inwoner wel echt geholpen is. Het gaat sinds de transities om outcome.

Te vage doelen

‘Het gewenste maatschappelijke effect dat je als gemeente nastreeft’, zo legt Karin Sok, senior adviseur Participatie en Actief Burgerschap bij Movisie, het begrip uit. Nu zijn zelfredzaamheid, eigen kracht en participatie vrij abstracte begrippen die zich lastig laten meten. Dat zien veel gemeentelijke rekenkamers ook; ze concludeerden dat hun gemeenten zichzelf nog te vage doelen stellen waardoor het moeilijk te bepalen is of die doelen ook echt worden gehaald.

Samen werken aan outcome

Movisie ondersteunt gemeenten om helder te krijgen wat die gewenste outcome voor hen is. En hoe je die dan meet. Karin Sok is betrokken bij een aantal trajecten met gemeenten die werken aan outcome. ‘Om te beginnen is onze filosofie dat je niet in je eentje aan outcome werkt’, vertelt Sok. ‘Het behalen van het gewenste maatschappelijk effect is niet de verantwoordelijkheid van één organisatie. Dat doe je samen. Tijdens het traject gaat de gemeente in gesprek met professionals, cliënten en vrijwilligersorganisaties. Samen zoeken ze naar wat ze in de gemeente concreet willen bereiken als het gaat om participatie, eigen kracht en zelfredzaamheid. Vervolgens bepalen ze welke activiteiten ze gaan inzetten en hoe ze kunnen meten of ze hun doelen bereiken’, vertelt Sok.

'Onze filosofie is dat je niet in je eentje aan outcome werkt'

Inwoners betrekken

Annette van den Bosch is senior adviseur Effectiviteit en Vakmanschap bij Movisie en onderstreept het belang van dat samenspel. ‘Het is belangrijk inwoners mee te nemen in deze zoektocht. Zeker omdat iedereen een ander beeld kan hebben van een begrip als participatie. Wat betekent dat eigenlijk voor een inwoner? Dat gaan we tijdens die gesprekken samen verkennen. Door inwoners bij dit proces te betrekken zie je duidelijker wat nodig is.’

Schieten met hagel

Het is nog niet zo eenvoudig om die gewenste maatschappelijke effecten scherp te krijgen, zo heeft Judith Compagner ervaren. Zij is strategisch beleidsadviseur en programmamanager Transformatie Sociaal Domein bij de gemeente Kampen. ‘Wij keken wel naar hoe we de dingen in de gemeente deden, maar eigenlijk niet naar wat we nu precies wilden bereiken. Iedereen in het sociaal domein deed zijn eigen ding. Met alle goede bedoelingen natuurlijk, maar eerlijk gezegd schoten we met hagel.’

De gemeente Kampen is een zogenaamde nadeelgemeente met budgettekorten. Vanaf 2018 moet ze het echt met minder geld doen, dus de urgentie is hoog om dat te doen wat ook echt effect heeft, legt Compagner uit. In twee werkateliers hebben we onder begeleiding van Movisie met aanbieders uit Kampen ‘geoefend’ met het samen formuleren van maatschappelijke resultaten, indicatoren en activiteiten. Tijdens die werkateliers bleek o.a. dat een relatief grote groep jongeren met een licht verstandelijke beperking niet goed meekomt in de gemeente. ‘Om die groep beter te ondersteunen, is het belangrijk om concrete doelen vast te stellen’, legt Sok uit. ‘Bijvoorbeeld: we willen dat over twee jaar dertig procent van de jongeren met een licht verstandelijke beperking een steunend netwerk heeft en minstens één keer per week meedoet aan een passende activiteit. Daarmee maak je je doel duidelijk en meetbaar’, aldus Sok. ‘Vervolgens bepaal je met elkaar welke activiteiten worden ingezet om die doelen te behalen, je meet de effecten, stelt eventueel je activiteiten bij en gaat dan weer meten.’

Samen formuleren van maatschappelijke resultaten, indicatoren en activiteiten

Gemeente Kampen zit echt nog in de beginfase als het gaat om werken aan outcome, benadrukt Compagner. ‘We zijn nog bezig met het samen formuleren van maatschappelijke resultaten en welke activiteiten we daaraan koppelen. Als experiment willen we dat mogelijk voor drie wijken in de gemeente gaan doen en ook met inwoners van de wijk in gesprek gaan.'

Cultuurverandering

Op deze manier werken aan outcome, vraagt om een cultuurverandering volgens Annette van den Bosch. En dat is een echte uitdaging. ‘De vastgestelde doelen komen niet altijd als vanzelfsprekend in het beleidsplan van de gemeente terecht. Dat maakt het lastig om er aandacht voor te houden. De plannen moeten levend blijven en niet in een la terecht komen.’ Ook Karin Sok herkent deze valkuil. ‘Werken aan outcome vraagt om een gezamenlijke investering van tijd, inzet en opvolging. Je moet met elkaar betrokken blijven. Het is een cyclus van: doelen vaststellen, bepalen wat je gaat inzetten om die doelen te behalen, checken of het werkt, eventueel je aanpak of doelen bijstellen, dat weer meten, enzovoorts. Vooral dat bijstellen is lastig. Daar hapert het vaak nog in de cyclus. Zo’n proces gaande houden, vraagt om volharding.’

Vertrouwen en vastigheid

Ook gemeente Haarlem deed drie trajecten met Movisie, al was dat niet het enige traject in de gemeente. ‘We bewandelen meerdere wegen in onze zoektocht naar werken aan outcome’, vertelt Frank van Hattem. Hij is senior beleidsmedewerker welzijn, gezondheid en zorg bij de gemeente Haarlem. ‘Een grote les die ik tijdens de werksessies heb geleerd, is dat alle betrokkenen een heel eigen beeld hebben van wat bijvoorbeeld eigen kracht is. Dus het is goed om het daar samen over te hebben.’ In Haarlem zijn de doelstellingen onder meer het bevorderen van zelfredzaamheid, goede ondersteuning voor mantelzorgers en het verbeteren van vrijwillige inzet. ‘Ik zal niet ontkennen dat deze doelstellingen redelijk hoog over gaan’, zegt Van Hattem. ‘Maar ik denk ook dat je niet té concreet moet zijn. In de formulering van de doelstelling moet je ruimte laten in de manier waarop je die wilt behalen.’

'Heeft dat wat we doen effect? Merken we een bepaalde ontwikkeling?’

Haarlem gaat in de komende jaren samen met vaste aanbieders resultaten benoemen en meten, legt de beleidsmedewerker uit. ‘Voorheen had de gemeente subsidieafspraken van een jaar. Vanaf 2016 gelden die afspraken voor vier jaar, zodat we een substantiële relatie met de aanbieders in het sociaal domein kunnen opbouwen. Als we in deze transformatieperiode resultaten willen meten, dan is dat fijn om dat vanuit vastigheid en vertrouwen te doen. In 2019 willen we al wel zien wat de resultaten zijn. Hiervoor blijven we het hele jaar door in gesprek met onze aanbieders. Daarbij vragen we ons af: heeft dat wat we doen effect? Merken we een bepaalde ontwikkeling?’

Vraagtekens

Toch zet Van Hattem ook vraagtekens bij het werken aan outcome. ‘Het blijft de vraag welke invloed de gemeente heeft bij het behalen van bepaalde resultaten. Zo financieren we veel preventieprojecten die te maken hebben met een gezonde leefstijl. Maar zodra er bij de McDonalds weer een hamburger in de aanbieding is, dan beïnvloedt dat bij wijze van spreken de resultaten van onze preventieprojecten. Ik wil maar zeggen: er zijn zoveel factoren die invloed hebben op het welzijn van de inwoners. We geven er veel geld aan uit, maar er ligt ook veel buiten de macht van de gemeente. Daarom willen we zoveel mogelijk kijken naar de inzet waarvan je met enige zekerheid positieve effecten sorteert.’

Kinderschoenen

Het werken aan outcome staat nog in de kinderschoenen, weten Sok en Van den Bosch. Zij merken dan ook dat er meer wegen naar Rome leiden. ‘Gemeenten werken op verschillende manieren aan outcome’, zegt Van den Bosch. Toch blijft het bij effectmeting volgens Sok het belangrijkst om de essentie te pakken te krijgen. ‘Gemeenten meten heel veel, maar weten vervolgens niet goed wat ze ermee moeten. De kunst is juist selectief te zijn. En dat kan pas als je samen hebt vastgesteld: dit is ons probleem en dat willen we bereiken.’

De InstrumentWijzer wijst de weg

Er bestaan veel instrumenten om de effecten van de zorg en ondersteuning in de gemeente te meten. Denk bijvoorbeeld aan de Zelfredzaamheid-matrix waarmee je de mate van zelfredzaamheid kan vaststellen. Of de Effectencalculator om het effect van individuele ondersteuning te meten. De InstrumentWijzer wijst je de weg naar welk instrument je het beste kan gebruiken. Afhankelijk van welke soort informatie je nodig hebt, welk bepaald type onderzoek je wilt doen en welke doelgroep je wil bevragen. De InstrumentWijzer is ontwikkeld door Sociaal Werk Nederland, Movisie, Atrivé en Jochum Deuten en is te vinden op www.instrumentwijzer.nl.

Dit artikel verscheen in MOVISIES - februari 2017. MOVISIES is ons relatieblad en verschijnt drie maal per jaar. Neem nu een gratis abonnement door u aan te melden.

Kennisdossier

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 17 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.