Outcomegericht werken: de zoektocht van Tilburg

artikel - 20 december 2016

In 2015 concludeerde de raad van de gemeente Tilburg dat zij de transformatie in het sociale domein goed wil kunnen volgen, controleren en bijsturen. Om dit goed te kunnen doen, formuleerde de raad een zestal waarden waarop zij wil sturen. Beleidsmedewerker Donald Kwint vertelt over de zoektocht van Tilburg om te sturen op kwaliteit in het sociale domein.

Zes waarden als leidraad

'Het is een enorme zoektocht. Welke informatie heb je nu nodig om maximaal te leren? En als je uitgaat van de bedoeling, hoe stuur je dan op effecten?' Aan het woord is Donald Kwint, beleidsmedewerker zorg en ondersteuning en verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling van de sociale wijkteams, ook wel de Tilburgse Toegang. In de eerste helft van 2015 stelde de raad in een aantal sessies zes waarden vast:

  • civil society (meer in de 0-de lijn oplossen)
  • samenhang in de drie decentralisaties
  • één gezin,  één plan, één regisseur)
  • toedeling van hulp (hulp is op tijd, terecht en effectief)
  • aantal verwijzingen (minder doorverwijzingen naar 2e lijns zorg)
  • verdeling van directe en indirecte tijd van professionals.

Deze waarden vormen de leidraad om te monitoren. In een raadsvoorstel uit 2015 staat aangegeven wat het resultaat moet zijn, hoe dat gemeten wordt, wat de criteria zijn en welke meetmethode wordt toegepast. De raad gaf de gemeente opdracht om kwalitatief onderzoek te doen naar het effect van de Tilburgse Toegang. Daarnaast stelde ze de dag van verantwoording in.

In oktober 2015 is er proefgedraaid met de dag van de verantwoording. Op deze dag werden ’s ochtends de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Met die bagage in het achterhoofd ging de raad ’s middags in gesprek met de medewerkers van de Toegang over het werk en werd ’s avonds met een klankbordgroep (bestaande uit bewoners die de raad zelf had uitgenodigd) over de resultaten doorgepraat. Verder zijn de waarden gebruikt om eind 2015 een transformatieagenda op te stellen.

De raad wordt in informele sessies betrokken bij de voortgang. 'Deze opzet is redelijk intensief', vertelt Kwint. 'In zo’n sessie informeren we bijvoorbeeld de raad over de doorontwikkeling van Toegang, vervolgens wordt erover gediscussieerd.' De waarden geven richting, maar het blijft lastig. 'Want hoe verhoudt ‘doen wat nodig is’ zich met een waarde als ‘we willen sturen op verwijsgedrag in Toegang, dat er minder maatwerkvoorzieningen komen’?' Het vergt een enorme bevlogenheid van de raadsleden om met deze materie aan de slag te gaan en te bedenken welke conclusies ze verbinden aan alle onderzoek en discussies.

Hoe verhoudt ‘doen wat nodig is’ zich met een waarde als ‘we willen sturen op verwijsgedrag in Toegang, dat er minder maatwerkvoorzieningen komen’?

Effectencalculator

Voor het doen van het kwalitatief onderzoek naar de Tilburgse Toegang is in eerste instantie gekozen voor het inzetten van de Effectencalculator. Over de periode van een half jaar zijn casussen in kaart gebracht en geanalyseerd. In deze casussen stonden huishoudens centraal met een meervoudige vraag die werden ondersteund vanuit de Toegang. Voor elke casus is een groepsgesprek gevoerd met betrokken professionals van binnen en buiten de teams en (in 50% van de casussen) met de betrokken bewoner(s). In sommige gesprekken schoven ook raadsleden aan om te ervaren hoe zo’n gesprek gaat en wat het oplevert. De analyse werd opgebouwd rondom de zes benoemde waarden.

'Bij de Effectencalculator is het gesprek zelf heel bijzonder, het helpt om dit met collega’s te doen en van elkaar te horen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Het geeft een mooi beeld van de weerbarstigheid van de praktijk', vertelt Kwint. De resultaten waren input voor de Dag van verantwoording in mei 2016. De analyse toonde aan dat Tilburg er na anderhalf jaar vrij rooskleurig voorstaat. Maar er zijn ook een aantal verbeterpunten. Ook dit keer werden de resultaten besproken tijdens bezoeken aan de medewerkers van de Toegang en ’s avonds met een klankbordgroep van verschillende organisaties.

Actieonderzoek

Naast de Effectencalculator is Tilburg gestart met actieonderzoek in samenwerking met het Instituut voor Publieke Waarden (IPW). Daarin worden in 20-25 casuïstieken regels versus de bedoeling gespiegeld. Wat is een goede aanpak? Hoe kunnen we door gebruik te maken van de 0-de lijn en minder maatwerkvoorzieningen toch dicht bij de bedoeling blijven? En wat betekent dat voor de samenwerking met andere partijen en regelgeving? Het leidt tot interessante discussies over vragen als: wat vinden we nou van het ‘even niet stopzetten van de uitkering, omdat er iets speelt met een jeugdzorgsituatie’ of ‘het ontmantelen van een hennepkwekerij, maar die mevrouw in dit geval geen boete geven’? Als vervolg op het onderzoek vinden er nu drie maatwerksimulaties plaats. Hierin doorlopen beleidsmedewerkers en professionals met elkaar casussen en gaan ze na waar ze elkaar nodig hebben en kunnen vinden, van beleid tot uitvoering. En bekijken ze welke gevolgen dat heeft voor elkaars werkwijze. 'In deze besprekingen leren we echt met elkaar. Zo kunnen we stappen maken in de transformatie', aldus Kwint.

De gemeente vraagt nu aan de Toegang om meer te verantwoorden dan voorheen. Daar zit registratiedruk

Registratiedruk

Eerder werd niet op deze schaal (kwalitatief) verantwoord in het sociale domein. De organisaties waar de gemeente Tilburg mee samenwerkt, hadden allemaal gescheiden opdrachten. De gemeente vraagt nu aan de Toegang om meer te verantwoorden dan voorheen. Dat komt omdat er niet alleen indicaties worden afgegeven, maar ook lichte ondersteuning wordt geboden. Daar zit registratiedruk. Want waar bestaat die ondersteuning uit? Hoeveel tijd kost dat? En wat is het effect? Het doel is om 90% van de lichte (kortdurende) ondersteuning te laten eindigen in de sociale basis: bij mensen zelf. Het inzichtelijk maken daarvan vraagt wel wat van rapportage en verantwoording én registratie in verschillende systemen. De gemeente wil de Toegang organiseren met resultaat gestuurde inkoop. Men is nu aan het nadenken hoe die resultaatafspraken en het toetsen en monitoren van het resultaat eruit moet komen te zien.

Grip krijgen op situatie

'Je leert vooral door elkaar aan te spreken, niet zozeer over wat er niet goed gaat, maar juist als je een collega professional bij jouw vraagstuk betrekt, als je elkaar vragen gaat stellen. Daarnaast hebben we onderzoeksgegevens nodig om te kunnen sturen', zegt Kwint. 'Eigen bevindingen, (casus)gesprekken, advies van de raad, punten van politieke partijen, onderzoeksrapporten. Dat alles hebben de gemeente en de praktijk nodig om grip te krijgen op de situatie. Die praktijk is namelijk zo complex: er zijn zoveel organisaties in de periferie van een Toegangsteam die de transformatiegedachte moeten omarmen om te kunnen samenwerken, en alles te laten kloppen. Dat haal je niet uit één enkel rapport.'

De gemeente doet volgend jaar in principe wederom kwalitatief onderzoek naar de zes waarden. Op welke manier staat nog niet vast. De gemeente is op de goede weg. 'In deze fase heeft de Effectencalculator en met name de casuïstiekbespreking met het IPW veel opgeleverd. Volgend jaar kunnen we bijvoorbeeld gewoon vijftig dossiers doorlopen, of met een groep bestaande uit mensen die iets hebben met het sociaal domein of juist ook helemaal niet (bijvoorbeeld een manager bij een zorgverzekeraar, een autofabrikant en een sociaal ondernemer) dossiers doorlopen en hen vragen: wat vind je daar nou van?' Volgens Kwint gaat het om het zoeken naar hoe je bewijslast kunt opbouwen. En het is een manier om op vernieuwende wijze bewoners te betrekken bij deze enorme reorganisatie van de gemeente. Want op een gegeven moment krijgen we daar allemaal op een of andere manier mee te maken.

Werken aan outcome

Outcome meting staat volop in de belangstelling. Om vorm te geven aan de transformatie willen veel gemeenten op een andere manier omgaan met sturing en verantwoording. Meer in termen van outcome in plaats van output en met meer ruimte voor verhalen van bewoners en professionals. Het streven is ook dat het proces leerzaam is voor alle betrokkenen. Welke visie hebben gemeenten hierbij? En hoe geven zij invulling aan dit proces om maatschappelijke resultaten in kaart te brengen? Dit artikel is het vijfde artikel in een  serie over hoe gemeenten werken aan outcome. Bekijk ook de andere artikelen:

Eerder publiceerden we de brochure Concrete outcome, gedragen resultaten met de outcome aanpak van Movisie. Op dit moment werken we aan een handreiking voor gemeenten over outcome. Ook aan de slag met outcome? Neem contact op!

Reacties

Reageer op dit artikel

1 + 6 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.