De participatiesamenleving: de vrouw de klos?

artikel - 28 januari 2014
Afbeelding bij De participatiesamenleving: de vrouw de klos?

Koning Willem-Alexander maakte de term participatiesamenleving razendsnel tot een begrip en zelfs tot hét woord van 2013. Leuk, maar wat betekent het concreet? Moeten vrouwen straks het grootste deel van de verantwoordelijkheden op hun schouders nemen? Of is dat een clichébeeld?

'De klassieke verzorgingsstaat verandert langzaam maar zeker in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving’, zei koning Willem-Alexander in september bij zijn eerste troonrede. Maar hoe ziet die participatiesamenleving er eigenlijk uit? Wikipedia: ‘omdat het woord recent werd geïntroduceerd kent het nog geen vastomlijnde definitie’.

Meer mantelzorgen en meer vrijwilligerswerk

Iedereen maakt dus zijn of haar eigen definitie van participatiesamenleving. Bijvoorbeeld: iedereen moet meedoen in de maatschappij. Wie dat kan zorgt voor zichzelf, de naasten, de buurt en de maatschappij. En wie hulp nodig heeft spreekt eerst de ‘eigen kracht’ aan, zorgt voor een netwerk dat bijspringt en schakelt pas daarna de overheid in. Concreet betekent het dat alle burgers meer moeten gaan mantelzorgen en meer vrijwilligerswerk moeten gaan doen.

De nuance lijkt te ontbreken

Maar die participatiesamenleving bestaat grotendeels al. Nederland telt zes miljoen vrijwilligers en anderhalf miljoen mantelzorgers die meer dan acht uur per week en langer dan drie maanden voor een naaste zorgen. In de toekomst moet dat alleen intensiever en minder vrijblijvend. Er verandert dus minder dan sommige critici denken. In de discussie lijkt de nuance überhaupt soms te ontbreken en dat is jammer. Het doet namelijk ook geen recht aan al die burgers die de participatiesamenleving allang vorm geven en die nu niet gezien en gehoord lijken te worden.

Er verandert minder dan sommige critici denken

Op welke schouders?

De grote vraag die de komende tijd beantwoord moet worden is op welke schouders de extra lasten van mantelzorg en vrijwilligerswerk terechtkomen. Op jonge of oude schouders? Van de werkenden of de niet-werkenden, mannen of vrouwen, de sterkste schouders of de schouders die juist dreigen te bezwijken? Als we de nieuwe taken optellen bij de bekende combinatie van arbeid en zorg dan komt het voor de gezinnen met kinderen al gauw tot een behoorlijk takenpakket. En dan dringt zich de vraag op: ‘Zijn het de vrouwen die de zwaardere lasten gaan dragen? Vrouwen doen immers al het grootste deel van de zorgtaken in huis en zullen ongetwijfeld ook het meeste gaan doen in mantelzorg en vrijwilligerswerk. Dat zal in de participatiesamenleving alleen maar meer worden. Maar de cijfers over mantelzorg en vrijwilligerswerk laten wel een stevige nuancering zien.

Eenzijdig beeld

Het is een cliché dat vooral vrouwen mantelzorg verlenen en mannen het laten afweten. Onderzoek van het SCP uit 2009, door Saskia Keuzenkamp en Alice de Boer, laat zien dat dat een te eenzijdig beeld is. Onder de 65-plussers is er namelijk geen verschil tussen mannen en vrouwen: zij zorgen even vaak voor een zieke of hulpbehoevende naaste. Ook mannen jonger dan 65 hebben een substantieel aandeel in de mantelzorg: in die leeftijdscategorie wordt door 32 procent van de mannen en 52 procent van de vrouwen mantelzorg verleend. Mannen verlenen dus wel minder mantelzorg dan vrouwen maar de verschillen zijn minder groot dan wellicht op voorhand gedacht. Ook is het niet zo dat vrouwen eerder hun baan opzeggen om mantelzorg te verlenen: mannen en vrouwen doen dat even vaak. Volgens het CBS doet 43 procent van de mannen vrijwilligerswerk en 41 procent van de vrouwen. En die mannen zijn een kwart meer tijd actief dan vrouwen. Wel is er een traditionele man-vrouw verdeling zichtbaar. 1 miljoen mannen zijn actief in de sport; 700.000 moeders voor de school van hun kinderen en 50.000 vrouwen in de zorg. 

Het is een cliché dat vooral vrouwen mantelzorg verlenen en mannen het laten afweten

Overbelasting ligt op de loer

Vrouwen moeten veel. Van Emancipatieminister Bussemaker moeten ze economisch zelfstandig worden of zijn. Ze zorgen nog steeds meer dan mannen voor de kinderen en het huishouden. Wat betreft de participatiesamenleving en wat die van ons vraagt lijkt er meer balans: mannen doen meer in mantelzorg en vrijwilligerswerk dan soms gedacht. Feit blijft dat overbelasting op de loer ligt  in en door de participatiesamenleving. Zeker voor de gezinnen die arbeid en zorg combineren. Reden genoeg voor een brede vraag. Hoe gaan mannen en vrouwen in de participatiesamenleving de taken op het gebied van betaalde arbeid, zorg voor kinderen, mantelzorg, vrijwilligerswerk en de besteding van – schaarse - vrije tijd, zo goed en eerlijk mogelijk verdelen? En hoe zorgen we er voor dat het ook leuk blijft?

Wil Verschoor, Manager Programma Participatie Movisie

Reacties

Nou Willem ; Verbeter de wereld begin bij jezelf . Het gehele Koningshuis kan Nederland financieel redden . Help het arme volk!

Waarschijnlijk Nederland laten beinvloeden door het fascistische Argentinie vd jaren 70. Daar moeten de kinderen voor de armere ouders zorgen; wegens gebrek aan sociale voorzieningen voor armeren en mensen met linkse ideeen werden daar levend en gedrogeerd uit vliegtuigen gegooid. Die kinderen konden helaas niet voor hun moeders zorgen;de moeders; die nog altijd huilend op Placo de Mayo bijeen komen op zoek naar hun verdwenen kinderen. De nazaten van dat regime met al hun invloeden en ideeen krijgen we hier, en RuttAss is daar het hondje van.

De nuance lijkt te ontbreken

Participatie samenleving, wat een mooi container begrip. Wat is dit nu concreet en hoe speel je hier op in. Wij als vrijwilligersorganisatie, die niet anders doen. B.V. Onze vrijwilligers dit zijn hoofdzakelijk Nuggers niet uitkeringsgerechtigde. Dat zijn niet alleen asielzoekers zoals vele denken. Maar ook kleine zelfstandige, migratie vrouwen. En niet te vergeten mannen en of vrouwen die vroeger werkte en nu niet meer, maar waarvan de partner werk heeft. Deze groep nuggers zijn mensen die juist graag willen werken. En dus ook iets op de participatielader van de maatschappij iets kunnen maar vooral willen betekenen. Wij hebben het hier over een groepering van 1.3 miljoen. Ik zelf noem het werken met "sociale overwaarde", iedereen heeft wel iets in huis wat hij weg kan geven. Dat kan zijn, expertise, handjes, of goederen. We gaan meer en meer :terug" naar de deelmaatschappij. Het gaat vooral oom bewustwording bij het volk, begin vooral bij je zelf.
Denk ook dat dit de boodschap was is van Alexander.

Beste Wil, hetgeen ik zojuist lees op de Movisie website over vrouwen en hun aandeel in de participatiesamenleving houdt mij zeer bezig en niet alleen mij. Ook in de Volkskrant is dit onderdeel van de discussie over emancipatie tussen enkele vrouwelijke opiniemakers geworden.
Reeds toen ik Jos van der Lans hoorde spreken n.a.v. zijn boek 'Er op af' heb ik mijn zorg uitgesproken over overbelasting van vrouwen.
De bron ligt in de privesfeer, in de rol-/taakverdeling in het gezin. Vrouwen zijn dan wel (parttime) gaan werken, mannen maken niet noemenswaardig meer tijd vrij voor het gezin.
Voor vrouwen geldt: parttime werk, zorg voor kinderen en huishouden, mantelzorg en vrijwilligerswerk. Vrijwilliger zijn bij sportactiviteiten (mannen) kan vooral in de weekenden plaatsvinden. Vrijwilligerswerk op school (vrouwen) gebeurt door de week, naast alle andere taken. Ik weet uit de praktijk dat dit veel vrouwen in een lastig parket brengt.
Heb ik het nog niet over gebrek aan carrierekansen voor vrouwen omdat ze overwegend parttime werken. Er moet nog meer veranderen: gelijke taakverdeling in het gezin, beide ouders werken parttime, ook met parttime werken kun je carriere maken. Ik spreek uit eigen ervaring ...

Dank voor je mail en ik geloof dat we het zeer met elkaar eens zijn. Ik heb gisteren ook een ingezonden brief naar de Volkskrant gestuurd naar aanleiding van de discussie die daar gaande is, met eenzelfde strekking als jouw mail. Geen idee of die geplaatst wordt; wat mij betreft houden we de discussie gewoon gaande...........

Dank dat je het cliche hebt weerlegd. Je eindigt met twee indringende vragen. Het antwoord wordt en zal daarop worden gegeven in de praktijk in al zijn diversiteit. Het voorkomen van overbelasting is een uitdaging. Ik denk dat er behoefte bestaat aan een lokale laagdrempelige infrastructuur waar de mensen terecht kunnen voor ontmoeting, klankbord, ondersteuning en ontspanning. In die infrastructuur zouden enkele professionals op gebied van coaching, maatschappelijk werk, intervisie enz enz goed werk kunnen doen.

Dag Carolijn,

Dank voor je reactie. En voor het meedenken in praktische oplossingen; zover was ik nog niet gekomen! Naast die laagdrempelige infrastructuur zit ik ook te puzzelen op hoe het gesprek tussen partners aan ''de keukentafel'' meer resultaat op kan leveren; daar moet toch ook nog winst te behalen zijn.

Vriendelijke groet,
Wil Verschoor

Reageer op dit artikel

3 + 17 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.