Pikt gezondheidszorg het welzijnswerk in?

Risico op terreinverlies sociaal werk aan gezondheidszorg
artikel - 25 november 2015
gezondheidszorg en sociaal werk

Het risico bestaat dat zorgverleners zich ontwikkelen in een richting waarin sociaal werkers expert zijn. Dr. Lisbeth Verharen sprak over dit risico in de Marie Kamphuis Lezing 2015. Zij pleit voor een 'dialogische uitwisseling'. In gewonemensentaal: het gesprek staat voorop in plaats van het resultaat.

Verharen: ‘In de recente ontwikkelingen zien we sociaal wijkteams waarin sociaal werkers en wijkverpleegkundigen naast elkaar werken. Toch meen ik dat er voor het sociaal werk ook een risico schuilt in deze ontwikkelingen binnen de zorg. Het risico om terrein te verliezen aan zorgverleners die zich ontwikkelen in een richting waarin sociaal werkers expert zijn. Ook dát zou niet voor het eerst zijn.’

Breder, dieper en meer gelaagd

Verharen ziet drie thema’s die behoren tot het specialisme van sociaal werkers en waarmee zorgprofessionals zich nu ook bezig gaan houden:

  • integraal werken;
  • begeleiding;
  • en empowerment.

Als het gaat om integraal werken kijken sociaal werkers breder dan in de zorg doorgaans gebeurt. Niet alleen het fysieke en het immateriële (contact, zingeving) zijn van belang maar zeker ook het materiële (huisvesting, inkomen, schulden). Bij begeleiding gaat het volgens Verharen om het hanteren van relaties, een vaardigheid die het hart is van sociaal werk. Dit is meer dan contact leggen en een ontmoeting organiseren. Tot slot gaat het bij empowerment om een multilevel benadering waarbij oog is voor persoonlijke, omgevings- en maatschappelijke (on)mogelijkheden. Sociaal werkers zijn gewend om in te grijpen op al deze niveaus.

Samenkracht

Dat zorgverleners zich meer in het sociale domein begeven creëert mogelijkheden om samen te werken. Het leidt ook tot concurrentie. De bezuinigingen en marktwerking dragen daar toe bij. Verharen verwijst naar Richard Sennett’s boek Together wanneer ze pleit voor dialogische uitwisseling in de samenwerking in plaats van de momenteel gangbare dialectische uitwisseling.

'Bij dialogische uitwisseling staat het gesprek voorop in plaats van het resultaat'

Dialectische uitwisseling is gericht op het komen tot een overeenkomst, terwijl bij dialogische uitwisseling het gesprek voorop staat in plaats van het resultaat. Met dialogische uitwisseling hebben sociaal werkers veel ervaring in hun contact met hun doelgroepen. Deze vaardigheid kunnen ze meer inzetten in hun contact met professionals uit andere domeinen, waaronder de gezondheidszorg.

Lisbeth Verharen

Lisbeth Verharen is lector Jeugd, Gezin & Samenleving bij Avans Hogeschool en associate lector Acute Intensieve Zorg bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Daarnaast is zij als lector betrokken bij een nieuw op te richten lectoraat Jeugd bij NTI Hogeschool. Lisbeth Verharen is opgeleid als maatschappelijk werker, studeerde Algemene Sociale Wetenschappen en promoveerde op een onderzoek in het medisch maatschappelijk werk aan de Universiteit voor Humanistiek.

Marie Kamphuis Lezing
De Marie Kamphuis Stichting organiseert elke twee jaar de Marie Kamphuis Lezing over een onderwerp op het snijvlak van maatschappelijk werk en maatschappelijke ontwikkelingen. Inspirerende sprekers worden uitgenodigd die vanuit een specifieke invalshoek het professioneel maatschappelijk werk in een breder kader plaatsen. De eerste lezing vond plaats in 1999, het jaar waarin de oudste school voor maatschappelijk werk 100 jaar bestond.

Bent u benieuwd naar de hele Marie Kamphuis Lezing 2015? U vindt de hele lezing hier (pdf).

Reacties

Ja kan ook denken dat welzijn verschuift naar facilitaire dienstverlening. Facilitair ligt ook dichtbij alles regelen en verzorgen van de mens en werk. CMV en FD ligt dichtbij en heeft ook alles te maken met verbinden.

Dit fenomeen kan spelen inderdaad. Het risico is ook hoger met inzet van wijkverpleegkundigen, wat een medicalisering van welzijn kan meebrengen. Zo is 'gespecialiseerde thuiszorg' de laatste jaren al steeds meer een vorm geworden vanuit thuiszorgorganisaties die meer welzijnszorg behelst dan iets anders. De trek van de specialistische lijn naar voren met allerlei outreachende vormen kan ook nog leiden tot diffuse activiteiten. Dat kan een keuze zijn maar met al die hybride vormen en tegelijkertijd de neiging tot het opnieuw ordenen van de samenleving door beleidsmakers, welzijnsorganisaties vanuit hun profileringsbehoefte (en noodzaak) en financiers, komt dat een helder zicht voor de cliënt niet ten goede. Dan moeten we daar weer aparte ondersteuners voor hebben.......
Wellicht is de energie die gestopt wordt in het verbinden van domeinen ten tijde van het vorm geven van een nieuwe zorg- en welzijnsveld nu nog te hoog gegrepen als ambitie en moet er wellicht eerst energie gestopt worden in het goed 'ruiken aan elkaar' om te komen tot een echt 'voelen dat we samen voor een opdracht staan'. De discussie over wie wat moet doen is natuurlijk nog erg vanuit het institutionele denken ingegeven. Het optuigen en opkomen van nieuwe welzijnsstichtingen met een saus van 'kantelen, innovatie en integraal' bevestigt dat nog eens. Kortom: we zijn er nog niet echt. Het zich bewust zijn van dat alles is echter een eerste stap.....

Beste mevrouw of meneer Kremers,

Hartelijk dank voor uw bijdrage. Onze ervaring is dat er momenteel veel snelheden zijn in het verbinden van zorg en welzijn. Steeds vaker wordt er aan elkaar geroken. Soms worden stellingen betrokken. En meer en meer zien we voorbeelden van constructieve vormen van samenwerken. Voor een echt andere manier van werken waarin zorg en welzijn werkelijk verbonden zijn, of wellicht zelfs versmolten, is meer tijd nodig. Vanuit Movisie schetsen wij graag een vergezicht.

Vriendelijke groet,
Aletta Winsemius

Reageer op dit artikel

9 + 6 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.