Plasterk over decentralisaties sociaal domein

‘Elke generalist heeft recht op een team van specialisten’
artikel - 10 maart 2014
Afbeelding bij Plasterk over decentralisaties sociaal domein

Minister Ronald Plasterk heeft er alle vertrouwen in dat gemeenten hun nieuwe taken goed aankunnen. In gesprek met Movisie legt hij uit hoe hij de verantwoordelijkheid ziet van gemeenteraadsleden, welzijnswerkers en burgers. En wat vindt hij van het stokpaardje van Binnenlandse Zaken: de doe-democratie?

Participatiesamenleving, doe-democratie... Wat is het verschil?

'Ik denk dat het niet veel uitmaakt. Doe-democratie gaat over wat er in buurten gebeurt. De participatiesamenleving is veel meer een sociologische duiding. In de praktijk is het woord doe-democratie simpeler. Het is ook een mooi woord: het laat zien dat democratie niet alleen gaat over het kiezen van vertegenwoordigers aan wie we beslissingen overlaten.

Doe-democratie is meedoen

Wil je mede bepalen hoe bij jou in de buurt het park ingericht wordt? Zorg dan dat je op zaterdagochtend je laarzen aan hebt en meehelpt. De participatiesamenleving is zeker niet alleen op de zorg van toepassing. Ook dat gaat over mensen die zich met hun buurt bemoeien.’

Stelt de doe-democratie andere eisen aan de gemeenteraad?

‘Laten we geen tegenstelling creëren tussen de doe-democratie en de representatieve democratie via de gemeenteraad. Veel raadsleden zijn het gemeenteraadswerk ingerold via bijvoorbeeld het bestuur van de voetbalclub, het kerkewerk of lokale milieuorganisaties. Juist in de eerste bestuurslaag zitten veel mensen die ook actief participeren in de lokale samenleving. Wel moeten ze leren loslaten. Een wethouder moet durven zeggen: ‘Het had vanuit het stadhuis gedaan kunnen worden maar nu de burgers het doen, gaan we ze meer ruimte geven.’ In Almere zijn woonwijken ontstaan door particulier opdrachtgeverschap. Die vind ik veel spannender dan wanneer een woningbouwcorporatie met allemaal identieke huisjes was gekomen. Er zijn talloze voorbeelden dat het beter wordt wanneer je meer loslaat.’

Wat betekent de doe-democratie voor burgers?

‘Neem bijvoorbeeld burgers die meer verantwoordelijkheid nemen in de zorgtaken. Er is nu - mede onder druk van de Tweede Kamer en patiëntenorganisaties - een duidelijke knip gezet in medische of lijfgebonden zorg. Maar daarbuiten moeten we ons echt afvragen of bijvoorbeeld iedereen een rollator vergoed moet krijgen terwijl we onze fietsen ook zelf betalen. Of in het taxivervoer: natuurlijk moeten we er met z’n allen voor zorgen dat iemand die niet meer goed ter been is naar zijn vrijetijdsbesteding kan. Maar moet echt twee keer in de week een rijkstaxi komen? Misschien zijn er kennissen, buren of anderen die toch die kant op gaan. En dat kunnen gemeenten het beste van dichtbij beoordelen. Waar is het punt dat de overheid iets moet verschaffen en waar regelt het zich wel?’

Wat ziet u als belangrijke omslag?

‘Na de Tweede Wereldoorlog is de ontwikkeling erop gericht geweest mensen in staat te stellen zelfstandig te leven. De staat moest daarvoor zorgen. Voordien woonden stellen in bij hun ouders of woonde oma op zolder. Misschien is die afstand van de familiaire warmte nu wel heel erg groot geworden. Je ziet dat mensen nadenken over hoe ze oud willen worden. Dat je - als je straks niet goed meer ter been bent - toch je zelfstandigheid kunt behouden, desnoods met de hulp van anderen. De verandering naar meer eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid kost tijd. Natuurlijk zullen er gevallen zijn waar het verkeerd uitpakt. Dat moeten we signaleren en ten goede keren. Maar de oplossing kan niet zijn dat het allemaal toch weer statelijke arrangementen worden.’

Er zijn grenzen aan wat de omgeving kan doen

Uit onderzoek blijkt dat mensen met een verstandelijke beperking of met psychiatrische problemen maar heel beperkt aansluiting vinden in een wijk. ‘Institutionalisering is het meest onprettig voor de mensen zelf en ook het meest dure. Daar kunnen we niet naar terug. Het is beter en vanuit de kosten verstandig om toch in die buurt naar een arrangement te zoeken. Het budget en de verantwoordelijkheid gaan naar de gemeenten. Daar zit een bezuiniging bij, maar het grootste deel van het budget blijft in tact. En daarvoor kan nog steeds veel worden gedaan. Je moet dan per keer kijken hoe iemand zich in die buurt toch met wat ondersteuning kan handhaven. De afgelopen decennia zijn de mensen waar iets mee is uit het straatbeeld verdwenen en daarmee misschien ook de tolerantie voor die groep. Die tolerantie moet weer groeien.’

Ziet u grenzen aan mantelzorg?

‘Je houdt altijd een groep waar geen andere oplossing voor is dan professionele zorg. Daartegenover ken ik ook bijvoorbeeld een ouder stel waarbij de man wordt opgenomen omdat hij wat vergeetachtig wordt en slecht ter been is. Terwijl de vrouw het met een traplift en wat hulp nog best een tijdje met hem had kunnen redden. De opname kost € 50.000 per jaar en een traplift éénmalig € 5.000. Al kun je de opname maar een of twee jaar uitstellen, dat scheelt veel geld. Dus het is maar net welk voorbeeld je pakt. Natuurlijk zijn er ook gevallen dat je echt niet van mantelzorgers kunt vragen om het op te lossen. Dan moet de gemeente bijspringen.’

Heeft u er vertrouwen in dat de gemeenteraden die ondersteuning goed gaan regelen?

‘Ik heb er vertrouwen in dat gemeenten dat kunnen organiseren. Het is geen gemeenteraadslid die dit gaat doen: daar zit altijd een professional tussen. Het gemeenteraadslid kan aan de ene kant volksvertegenwoordiger zijn en tegen de wethouder zeggen ‘dit gaat niet goed’. Aan de andere kant -want hij komt in de wijken en hij hoort de verhalen- moet hij die zorg kunnen vertalen naar beleid. Dat is de grote uitdaging voor de komende tijd.’

Is het voor kleinere gemeenten lastiger?

‘Je kunt daar niet generaliserend over spreken. Ik weet bijvoorbeeld dat Han Noten, burgemeester van de gemeente Dalfsen met 27.000 inwoners, zegt dat zij de jeugdzorg prima zelf kunnen uitvoeren. Han Noten is een verstandige man, dus ik geloof hem. Natuurlijk zie je dat het in het algemeen in opwaartse zin wat extra druk oplevert om te kijken naar schaalvergroting. Vroeger ging het over de sportvelden en de verkeersstromen, nu gaat het over het sociaal domein. Je ziet dat men geneigd is om te kijken naar gemeenschappelijke regelingen. Dat is op zich niet ideaal omdat gemeenteraadsleden dan niet meer direct het college ter verantwoording kunnen roepen. Ze kunnen alleen vragen wat vanuit de gemeente is ingebracht in de gemeenschappelijke regeling. De democratische verantwoording is dan wat ingewikkelder om te organiseren.’

Bent u bezorgd of gemeenten het geld wel aan het sociaal domein gaan besteden?

Bijvoorbeeld aan de bekende lantaarnpalen? ‘Nee, sowieso kan het geld de eerste drie jaar niet aan andere zaken worden besteed. Het is vergrendeld. Ik denk dat de eerste bestuurslaag heel goed in staat is om te bepalen hoe het geld moet worden besteed. Ik denk dat de zorg van veel gemeenten de andere kant op gaat: dat zorg en ondersteuning het geld zullen wegzuigen dat nu voor andere voorzieningen beschikbaar is. En de stad moet natuurlijk ook verlicht worden.’

Kost het gemeenten meer geld als ze het goed doen en mensen langer thuis blijven?

‘Er is altijd het risico van perverse prikkels. Daarom willen we ook dat de gemeentelijke budgetten zoveel mogelijk worden ontschot. Dan kan men beter kijken wat voor een burger de beste ondersteuning is. We nemen dat heel serieus en gaan daar met de gemeenten extra regie op voeren.’

Wat kunnen welzijnsorganisaties doen om gemeenten te ondersteunen?

‘Samenwerken! Deze verandering lukt alleen maar als we allemaal samenwerken. Rijk met gemeenten en de gemeente met alle maatschappelijke partners. Het gaat om veel geld. En de decentralisaties brengen een fikse verantwoordelijkheid met zich mee. Het zal niet vanzelf goed gaan. Dat  lukt alleen met goede samenwerking. Overal waar ik in het land kom, is men daarmee bezig. Veel mensen zijn enthousiast. Ik was laatst bij een gemeente waar iemand zei: ‘Ik was eerst schuldhulpverlener en nu ben ik generalist.’ Die komt bij de mensen thuis, kijkt breed en vraagt: Hoe gaat het hier, waar gaat het hier mis en wat kunnen we daaraan doen? Dat kan alleen maar als er achter die generalist een team staat met specialistische kennis op deelterreinen.’

Kan een generalist ook veiligheid garanderen bij kindermishandeling of huiselijk geweld?

‘In dat team zit ook de politie en mensen die aan de justitiële kant zorgen dat de kanalen helemaal open staan. Soms moet er gewoon hard worden  ngegrepen. Daar waar men al in wijkteams werkt, is men enthousiast. Mensen moeten natuurlijk wel goed worden opgeleid. Dat geldt ook voor gemeenteraadsleden, zij zullen ook expertise moeten opdoen. De VNG is daarmee bezig, met de vereniging voor raadsleden en met steun van Binnenlandse Zaken.’

Dit artikel is afkomstig uit ons gratis relatieblad Movisies. Nog geen abonnee? Meld u nu aan!

Reacties

Reageer op dit artikel

6 + 4 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.