Preventie kindermishandeling gemeenten kan beter

Reactie NJi en Movisie op onderzoek Kinderombudsman

21 mei 2014

Het Nederlands Jeugdinstituut en Movisie hebben het recente onderzoek van de Kinderombudsman naar de preventie van kindermishandeling in gemeenten met belangstelling gelezen. Het feit dat meer dan de helft van de gemeenten aan het onderzoek hebben meegewerkt is positief. De Kinderombudsman vraagt met dit onderzoek aandacht voor een van de meest kwetsbare groepen in onze samenleving, waardoor dit onderwerp stevig op de agenda staat.

Het rapport geeft inzicht in de maatregelen die gemeenten treffen om kindermishandeling te voorkomen en wat daarin nog beter kan. De uitkomsten zijn herkenbaar en in lijn met wat wij al enige jaren benadrukken: er moet nog veel gebeuren om ervoor te zorgen dat kinderen veilig kunnen opgroeien.

Positief is dat het merendeel van de gemeenten beleid heeft dat specifiek gericht is op de preventie van kindermishandeling. Tegelijkertijd heeft slechts een kleine minderheid de tien effectief veronderstelde doelstellingen, waarop gemeenten bevraagd zijn door de kinderombudsman, in het beleid opgenomen. Veel gemeenten blijken geen zicht te hebben op de doelgroepen die ze bereiken. Ook vindt er nauwelijks monitoring plaats van de ingezette programma’s en de effecten ervan.

Monitor Aanpak Kindermishandeling

Gelukkig zijn er inmiddels methoden en kennis beschikbaar om gemeenten te ondersteunen bij het verbeteren van hun aanpak. Zo kunnen gemeenten met de Monitor Aanpak Kindermishandeling hun beleid monitoren, vergelijken met dat van andere gemeenten en op grond daarvan aanscherpen. Deze zomer organiseren het Nederlands Jeugdinstituut en Movisie samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Federatie Opvang regionale bijeenkomsten voor gemeenten en ketenpartners om samen te werken aan een betere aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Onderzoek verbreden en structureel uitvoeren

Het onderzoek van de Kinderombudsman zou een startpunt kunnen zijn om de aanpak van kindermishandeling structureel te monitoren en te verbeteren. Gemeenten zouden zich in de toekomst niet moeten beperken tot het in kaart brengen van de genomen maatregelen, maar ook de effecten daarvan moeten meenemen. Met het oog op de vorming van Advies- en Meldpunten Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK) is ook een uitbreiding van monitoring met het thema huiselijk geweld wenselijk.

Inzetten op preventie is noodzakelijk, maar niet voldoende voor een effectieve en efficiënte aanpak van kindermishandeling

Integraal en ontschot lokaal beleid

Inzetten op preventie is noodzakelijk, maar niet voldoende voor een effectieve en efficiënte aanpak van kindermishandeling. Er is ook beleid en inzet nodig op goede diagnostiek en hulpaanbod, zodat mishandelde kinderen en hun ouders passende hulp krijgen om het geweld of de verwaarlozing te stoppen en herhaling te voorkomen. Daarnaast is het van belang in samenhang te kijken naar huiselijk en seksueel geweld naast kindermishandeling. Er is veel overlap in de problematiek. Om (kosten-) effectief te werk te gaan moet naar het hele gezin gekeken worden. Met de transitie van de jeugdzorg naar gemeenten is dat een logische volgende stap. Preventie van kindermishandeling moet ingebed zijn in een lokaal sociaal beleid, zodat risicofactoren als armoede, criminaliteit, drugsproblematiek en zwakke sociale verbanden worden bestreden. Ook zouden de hulpinstellingen meer gezamenlijk moeten werken aan duurzame veiligheid achter de voordeur.

Monitoring als beleid- en sturingsinstrument

Structureel onderzoek naar de aanpak van kindermishandeling en de effecten daarvan biedt gemeenten de kans om hun nieuwe rol en beleid actief vorm te geven. Zo’n onderzoek dat bijvoorbeeld jaarlijks plaats vindt geeft ze inzicht in de vraag of de getroffen maatregelen daadwerkelijk leiden tot het voorkomen en stoppen van kindermishandeling. Monitoring stelt gemeenten bovendien in staat hun beleid bij te sturen en in lijn daarmee kwaliteitseisen te stellen aan de betrokken instellingen.

Verantwoordelijkheid Rijksoverheid blijft

De decentralisatie van de zorg voor jeugd ontslaat de Rijksoverheid niet van haar verantwoordelijkheid in de aanpak van kindermishandeling. Het Rijk heeft zich immers gecommitteerd aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind en is stelselverantwoordelijk. Dat betekent dat het Rijk zicht moet houden op de aanpak van kindermishandeling in de gemeenten. Dit zou opgenomen moeten worden in de systematiek van beleidsinformatie/rapportage.

Faciliteren

De Rijksoverheid kan daarnaast gemeenten faciliteren bij de uitvoering van het beleid en monitorgegevens bij elkaar te brengen, op landelijk niveau prevalentie-onderzoek doen, signaleren waar lacunes zitten in de aanpak van kindermishandeling en maatregelen stimuleren om deze lacunes aan te pakken. Het Rijk kan ook faciliteren dat plaatselijke experimenten en innovatieve praktijken goed geëvalueerd worden en waar mogelijk landelijk gedeeld.

Verantwoordelijkheid van iedereen

Dit onderzoek richt zich op de aanpak van kindermishandeling binnen gemeenten. Het is goed dat hier aandacht voor is. Uiteindelijk is de aanpak van kindermishandeling echter geen exclusieve aangelegenheid van gemeenten maar een verantwoordelijkheid van de hele samenleving. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van een ieder om de thema’s kindermishandeling en huislijk geweld blijvend te agenderen.