‘Professionele moed en lef hoeven niet groots en meeslepend te zijn’

Huiselijk geweld en kindermishandeling

21 juni 2022

Professionele moed en lef zijn nodig bij het signaleren van en handelen bij huiselijk geweld en kindermishandeling. Maar waar hebben we het precies over? Nelleke Westerveld, senior projectleider sociale veiligheid bij Movisie, praat hierover met Debbie Maas en Barbara Romijn van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond.

Wat doet Veilig Thuis?

Debbie Maas: ‘Het belangrijkste is voor ons dat iedereen een veilig thuis heeft. Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Iedereen die te maken heeft met een vermoeden hiervan, kan contact opnemen voor advies en ondersteuning of het doen van een melding. Wij kunnen interventies plegen, onderzoek doen en zorgen dat hulpverlening wordt ingezet rond het huiselijk geweld en de kindermishandeling. Er wordt samengewerkt met professionals, bijvoorbeeld met wijkteams, om de veiligheid te borgen en de benodigde hulpverlening te organiseren.’

Barbara, waar richt jij je op als ervaringsdeskundige bij Veilig Thuis?

Barbara Romijn: ‘Ik denk vanuit cliëntperspectief mee bij beleid en visie. Beleid wordt vaak geschreven door mensen achter een bureau, terwijl een ervaringsdeskundige meedenkt vanuit de cliënt. Op deze manier kan ik cliënten een stem geven. Daarnaast ondersteun ik cliënten, slachtoffers die verblijven bij de vrouwenopvang, bij Filomena (centrum huiselijk geweld en kindermishandeling) en ambulant. Ook ben ik sparringpartner voor professionals die bijvoorbeeld vastlopen in een casus en tips of advies nodig hebben. Ten slotte geef ik voorlichting op scholen, maar ook aan professionals. Ik ben breed inzetbaar als ervaringsdeskundige.’

Als je moed en lef durft te tonen aan cliënten, kom je dichterbij

Wat hebben professionele moed en lef te maken met de aanpak van huiselijk geweld?

Romijn: ‘Als je als professional moed en lef durft te tonen aan cliënten, kun je dichterbij komen. Professionele moed en lef staan voor mij voor een open en transparante houding waar wederzijdse kwetsbaarheid mag bestaan. Cliënten zijn vaak in de veronderstelling dat er in het leven van een professional niks misgaat. Terwijl dat natuurlijk niet waar is. Ik vind dat je moed en lef toont wanneer je je als professional kwetsbaar durft op te stellen. Zo kom je in verbinding met je cliënt.'

Maas: ‘Professionele moed en lef kunnen overkomen als iets wat buiten je comfortzone ligt, alsof je om alle protocollen heen moet werken. Terwijl we het volgens mij kleiner kunnen maken. Als je het hebt over je eigen normen en waarden en als je jezelf durft te laten zien, zoals Barbara zegt, dan gaat het meer om het gevoel van nabijheid. In de opleidingen kan gefocust worden op ‘afstand’, maar daar juist wat vanaf durven stappen, vergt professionele moed en lef. Zo kun je beter zien wat de ander nodig heeft en mag je ook je eigen twijfels en gevoelens uiten. En uiteindelijk samen naar een oplossingsrichting werken. Professionele moed en lef hoeven niet altijd groots en meeslepend te zijn. Het kan in kleine dingen zitten, zoals ’s avonds nog even een cliënt terugbellen, of dat ene pak luiers langsbrengen. Veel professionals doen dat al, maar mensen koppelen dat niet aan de moed- en leffactor, terwijl het dat wel is.’

Wat zijn professionele moed en lef?

Professionele moed en lef zijn niet weg te denken uit de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ze komen naar voren bij een lastige uitdaging, bij een moreel dilemma. Het gaat over wikken en wegen, risico’s en kansen, imagoschade en succes. Over kennis, veiligheidsprotocollen en willen bereiken wat het beste is voor mensen. Het gaat over het lef om besluiten te nemen als het ongemakkelijk voelt. En over verantwoordelijkheid nemen als het spannend is, over kwetsbaarheid en daar als professional niet voor weglopen. Professionele moed en lef gaan over doen wat het beste is. Meer weten? Ga naar movisie.nl/moedenlef.

Barbara, hoe heb jij in jouw eigen traject moed en lef vanuit professionals ervaren?

Barbara Romijn: ‘Ik herinner mij een mannelijk psychiatrisch verpleegkundige. Hij luisterde echt naar mijn pijn en verdriet. Hij was er voor mij. Hij zag en hoorde mij. Er speelde destijds veel in mijn leven en hij gaf mij moed en lef om die dingen aan te gaan. Maar ik heb mij helaas ook vaak onbegrepen gevoeld door professionals die het gesprek met mij niet aangingen of dat op een destructieve manier voerden.’

Praten over geweld vraagt dus al moed en lef?

Maas: ‘Ja, zonder meer. Geweld bespreekbaar maken is buitengewoon complex. Wij spreken dagelijks mensen die advies vragen: hoe praat je over geweld? Mensen zijn onzeker of ze signalen van geweld wel goed herkennen, of ze er iets van mogen vinden en wat ze ermee moeten. Ik probeer mensen mee te geven dat ze het vermoeden kunnen benoemen dat het niet goed gaat met iemand. Je hoeft niet te zeggen: “Ik denk dat je mishandeld wordt”, maar benoem wat je ziet en wat je voelt. Daarmee sla je een brug, zodat de ander voelt dat je oprecht naar iemand luistert. Ik vind het absoluut noodzakelijk dat professionals dat leren. Ieder mens is verantwoordelijk voor het gegeven dat je iets doet als je je zorgen maakt. En iedereen kent wel iemand over wie je je zorgen maakt. Begin daar eens en zeg waarom je je zorgen maakt. Geef de ander de ruimte om een verhaal te doen. Stap over je eigen onzekerheid heen. Dat is professionele moed tonen. Als we dat doen, maakt dat al een wereld van verschil, denk ik.’

Hoe vertalen professionele moed en lef zich bij jouw medewerkers, Debbie?

Debbie Maas: ‘Ik zie iedere dag voorbeelden van medewerkers die werken vanuit: wat kan er wél? Vaak zijn dat creatieve oplossingen. Soms zijn medewerkers onzeker omdat ze iets af en toe niet helemaal volgens het protocol doen. Maar ze doen vaak precies waar we voor zijn en wat de bedoeling is van Veilig Thuis. Het vraagt ook bestuurlijke moed en lef: dat je medewerkers de ruimte geeft om te doen wat zij denken dat nodig is en dat je dat steunt.’

Actieprogramma Verandertraject Huiselijk Geweld Rotterdam

Vanuit de Rotterdamse gemeenteraad kwam het verzoek om onderzoek te laten doen naar de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in Rotterdam. Het Verwey-Jonker Instituut voerde dit onderzoek uit en formuleerde een aantal aanbevelingen voor de Rotterdamse aanpak. De gemeente Rotterdam en zogenaamde ‘beschermpartners’, waaronder Veilig Thuis, hebben zich vervolgens gecommitteerd aan een samenwerking om aan de slag te gaan met het Actieprogramma Verandertraject Huiselijk Geweld Rotterdam. Op tal van onderwerpen moet een fundamentele omslag worden gemaakt. Er wordt vanuit het verandertraject bijvoorbeeld gewerkt aan de toegang voor slachtoffers binnen wijkteams, betere organisatie van de hulp en collectief leren. Professionals en ervaringsdeskundigen zijn in het verandertraject expliciet in de lead.

Welke moed en lef hebben jullie als nieuw team in Rotterdam laten zien?

Romijn: ‘Een nieuwe organisatie binnentreden is altijd spannend. Voor mij met name omdat iedereen weet wat mij is overkomen. Ik weet dat niet van de andere professionals. Op zo’n moment heb ik daar zelf wel even moed en lef voor nodig.’ Wat vinden jullie van de stelling dat grondige kennis over geweld een voorwaarde is voor professionele moed en lef?

Stap over je eigen onzekerheid heen. Dat is professionele moed tonen

Maas: ‘In gesprekken over geweld met cliënten kan het zijn dat er veel naar boven komt. Vaak zien we dat mensen trauma’s hebben uit het verleden. Als je je daar niet bewust van bent of niet weet hoe ingewikkeld het is om patronen te doorbreken, dan loop je een risico. Dus er moet wel degelijk kennis en kunde aanwezig zijn als je gesprekken voert met gezinnen waar geweld speelt. Dit gaat dus verder dan zorgen bespreekbaar maken.’

Welke adviezen willen jullie meegeven?

Maas: ‘Voer het gesprek over moed en lef met elkaar. Wat verstaan we eronder en hoeveel ruimte ervaar je? Zet het onderwerp op de agenda en ontwikkel met elkaar taal en ruimte om erover te praten. En: voer het gesprek over je eigen ervaringen met geweld. Dan ga je ontdekken dat heel veel mensen daar ervaring mee hebben. Het is belangrijk dat cliënten zich kwetsbaar naar jou op durven te stellen. Maar dat betekent ook dat je zelf een stukje kwetsbaarheid moet laten zien. En je moet het aan kunnen geven als iets te spannend is of te dichtbij komt. In Rotterdam hebben we het  gesprek over moed en lef met bestuurders van de gemeente en met netwerkpartners gevoerd. Ik raad elke regio een dergelijk gesprek aan, het is zo mooi om dat met elkaar te doen. Je komt op een ander niveau met elkaar in gesprek over de aanpak van geweld. Vanuit menszijn verbinden op samenwerking gaat veel makkelijker dan dat we op functie met elkaar verbinden.'

Romijn: ‘Ik vind het van moed getuigen dat professionals samen willen werken met ervaringsdeskundigen. Ik kan in een gesprek met een cliënt best indringende vragen stellen. Omdat ik vanuit mijn levenservaring weet dat ik die vraag zelf gesteld had willen krijgen om een opening te creëren. Vaak voel ik het als er ‘iets’ onder of achter een antwoord van een cliënt zit. Als de opening er dan is, kan de professional daar weer verder mee. We hebben elkaar nodig in dat proces van verbinding maken.’

Foto bovenaan: Debbie Maas (links, door Rhalda Jansen Fotografie) en Barbara Romijn

Debbie Maas is bestuurder bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en bij Filomena, het centrum van huiselijk geweld en kindermishandeling in Rotterdam Rijnmond.

Barbara Romijn is als senior ervaringsdeskundige in dienst bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond voor het project Ervaring in Huis. Ervaring in Huis heeft een pool van opgeleide ervaringsdeskundigen die breed ingezet kunnen worden in het netwerk van organisaties die zich bezighouden met huiselijk geweld. Barbara is voormalig slachtoffer.

Dit artikel verscheen eerder in MOVISIES, juni 2022. Ons relatieblad MOVISIES verschijnt drie keer per jaar en een abonnement is gratis.

Aanmelden MOVISIES