Racisme in de sport: cijfers en mogelijke aanpakken voor gemeenten

25 augustus 2022

Voetbalwedstrijden waarbij racistische leuzen worden geroepen. Of racistische scheldpartijen bij de plaatselijke hockeyclub. Discriminatie en racisme in de sport komt voor op verschillende niveaus. Op interpersoonlijk niveau, bijvoorbeeld tussen sporters onderling en tussen toeschouwers en de sporters, maar ook op institutioneel niveau, bijvoorbeeld verschillen in kansen en beloning op basis van afkomst en kleur. Wat kan je daaraan doen als gemeente? In dit artikel zetten we de tips op een rij.

Cijfers racisme in de sport 

Uit onderzoek is anno 2022 het volgende bekend:

  • 37 procent van de sporters met migratieachtergrond(1*)  heeft wel eens te maken met negatieve uitingen. Deze negatieve uitingen lopen uiteen van microagressies, onbegrip, uitschelden, uitsluiting en fysiek geweld, zo laat de factsheet Sportgedrag en ervaren racisme etnische minderheden van het Mulier Instituut (2021) zien. Van de Nederlanders met een migratieachtergrond die zijn aangesloten bij een vereniging is dit percentage hoger, namelijk 47 procent. Ook geeft 17 procent van de verenigingssporters met een migratieachtergrond aan wel eens te maken te hebben gehad met ‘grappen’ of andere opmerkingen over hun huidskleur, herkomst of geloofsovertuiging. 
  • De monitor Sportakkoord ‘Sport verenigt Nederland’ (2020) laat zien dat 15 procent van de bestuurders van sportverenigingen aangeeft dat er binnen de vereniging wel eens ‘grappen’ en opmerkingen worden gemaakt vanwege iemands huidskleur en/of herkomst. En 10 procent geeft aan dat dit wordt gedaan vanwege iemands religieuze achtergrond of overtuiging. 
  • In dezelfde monitor komt naar voren dat 66 procent van de sportverenigingen geen antidiscriminatiebeleid heeft. De verenigingen die dit wel hebben, besteden veelal geen specifieke aandacht aan racisme. En 88 procent heeft in de 12 maanden voorafgaand aan de monitor geen aandacht besteed aan het tegengaan van discriminatie.
  • 4 op de 10 profvoetballers stellen dat discriminatie/racisme regelmatig voorkomt in het betaald voetbal. Daarnaast heeft een kwart van de spelers met een migratieachtergrond hier zelf mee te maken gehad, zo staat in de factsheet Racisme in het betaald mannenvoetbal van het Mulier Instituut (2021). 
  • De KNVB kreeg tussen april 2019 en november 2020 93 discriminatiemeldingen binnen. Een aanzienlijk deel hiervan heeft een racistische grondslag.(2*) 
  • Op sociale media hebben betaald voetballers ook met regelmaat te maken met discriminatie. Bijna 92 procent van de respondenten in het onderzoek Online discriminatie in het voetbal geeft aan wel eens discriminerende berichten over een voetballer in Nederland op sociale media te zien. Deze berichten gaan voornamelijk over iemands herkomst. 
  • In het promotieonderzoek van Gijs van Campenhout (Erasmus Universiteit) kaartte hij de dubbele standaard binnen de voetbalwereld aan, waardoor voetballers met een migratieachtergrond anders (negatiever) worden behandeld dan andere spelers. 

Mogelijk groter probleem dan meldingen doen vermoeden

Maatschappelijke ontwikkelingen en incidenten duiden erop dat discriminatie in de sport mogelijk een groter probleem is dan uit onderzoek en de meldingen blijkt. Denk hierbij aan het racistische incident bij een jeugdteam uit Vleuten, de ingezonden brief aan een Nederlandse Olympische atleet, sporters die zich uitspreken over racisme, het incident met een voetballer van Excelsior in Den Bosch en de racistische bejegening van een speler van FC Dordrecht van MVV-‘supporters’. Spreekkoren kunnen ook discriminerend of racistisch zijn wanneer dit niet direct de bedoeling is van de ‘supporters’ (zie onderzoek Verwey-Jonker instituut naar antisemitisme uit 2015). 

Mogelijke aanpakken om discriminatie in de sport tegen te gaan

Om discriminatie in de sport tegen te gaan, kunnen gemeenten verschillende aanpakken inzetten. De mogelijkheden die we hieronder beschrijven, zijn voornamelijk gebaseerd op het Nationaal Sportakkoord, het Jaarverslag 2020 van het Centrum Veilige Sport Nederland en de Agenda Sporten en Bewegen van gemeente Amsterdam. In deze aanpakken zit een duidelijke volgorde: het ligt voor de hand om als gemeente te beginnen met een normstelling en daarna pas sportorganisaties te gaan ondersteunen met het vormgeven van hun beleid. Als dat gebeurd is, kan de gemeente eisen en consequenties gaan verbinden aan het beleid van sportclubs en de uitvoering ervan. 

Stap 1: Een norm stellen

De gemeente kan een duidelijke sociale norm uitdragen; namelijk dat racisme en discriminatie in de sport onacceptabel zijn. Een stevige sociale norm op dit gebied vergroot de kans dat mensen zich inspannen om niet te discrimineren (zie het dossier Wat werkt bij het verminderen van discriminatie? van Movisie). Gemeenten kunnen een sociale norm tegen racisme en discriminatie in de sport op verschillende manieren uitdragen: 

  • Uitspreken bij racistische incidenten in de sport. Als een wethouder of burgemeester zich uitspreekt over een racistisch incident in de sport, wordt voor inwoners duidelijker dat racisme en discriminatie in de sport niet normaal zijn en niet worden geaccepteerd. 
  • In het lokaal sportakkoord vaststellen dat sportclubs zich moeten inzetten om discriminatie/racisme in de vereniging en onder supporters tegen te gaan. De gemeente kan de lokale sportaanbieders stimuleren om te voldoen aan de Code Goed Sportbestuur. Hierbij kan de gemeente ook gebruik maken van het ‘Fyjas Discriminatie en Racisme Keurmerk’.
  • Namen & famen. De gemeente kan sportaanbieders die voldoen de Code Goed Sportbestuur ‘namen & famen’ (voor een toelichting op ‘naming & faming’, zie het KIS-artikel Arbeidsmarktdiscriminatie aanpakken door ‘naming & faming’). Wanneer voetbalclubs zichtbaar alert zijn op racisme en bijvoorbeeld een wedstrijd stilleggen vanwege racistische uitlatingen, kan het gemeentebestuur hen daarvoor prijzen (een voorbeeld hiervan komt van de directeur betaald voetbal van de KNVB). Ook daarmee geeft de gemeente een signaal dat racisme niet toelaatbaar is.
  • Inzetten rolmodellen. Om meer aandacht te vragen voor discriminatie/racisme in de sport en de sociale norm te versterken dat discriminatie/racisme in de gemeente niet getolereerd wordt, kan de gemeente rolmodellen inzetten voor het uiten van deze boodschappen. Denk hierbij aan bekende, succesvolle sporters die afkomstig zijn uit de eigen gemeente en/of er binding mee hebben. Het is belangrijk om daar niet alleen rolmodellen van kleur voor te vragen maar juist ook witte rolmodellen. Door zich duidelijk uit te spreken tegen racisme, geven zij het goede voorbeeld aan andere witte sporters.
  • Cijfers verzamelen van ervaringen met discriminatie in de sport. Door cijfers te verzamelen krijgt de gemeente beter zicht op de reikwijdte van het probleem en kan zij nog beter de sociale norm uitdragen dat deze discriminatie niet door de beugel kan. De gemeente kan aan de hand van cijfers namelijk duidelijk maken dat er een aanpak wordt ontwikkeld om deze aantallen omlaag te krijgen en eventuele streefcijfers noemen. Bovendien kan door periodiek cijfers te verzamelen het beleid gemonitord worden.
  • Afspraken over racistische spreekkoren. Racistische spreekkoren rondom voetbalwedstrijden zijn geen onbekend verschijnsel. De gemeente kan daar met voetbalclubs afspraken over maken: op welke momenten er ingegrepen moet worden, én plannen ontwikkelen om voetbalracisme preventief aan te pakken. Hiervoor kan bijvoorbeeld Het Spreekkorenproject van de Anne Frank Stichting en RADAR worden ingezet (zie kader hieronder). 

Goed voorbeeld

De Anne Frank Stichting en RADAR hebben Het Spreekkorenproject ontwikkeld. Met dit educatieve programma worden ‘voetbalsupporters’ bewust gemaakt van discriminerende acties op de voetbaltribune, met als doel racistische leuzen te bestrijden. Dit project is nu voornamelijk gericht op antisemitische spreekkoren, maar kan als voorbeeld gebruikt worden voor andere vormen van discriminatie/racisme in de sport.

Stap 2: Beleid en kennis stimuleren bij sportorganisaties

Om ervoor te zorgen dat sportclubs een stevig beleid kunnen voeren tegen discriminatie, kan de gemeente de volgende aanpakken overwegen: 

  • Ondersteuning antidiscriminatiebeleid sportorganisaties. Om ervoor te zorgen dat sportorganisaties weten hoe zij antidiscriminatiebeleid vorm kunnen geven, zouden zij ondersteuning kunnen ontvangen van een organisatie met expertise op dit terrein (bijvoorbeeld een antidiscriminatiebureau). Deze organisatie kan helpen om het beleid te formuleren, bedenken hoe dit het beste gemonitord kan worden, aangeven welke trainingen er ingezet kunnen worden et cetera. 
  • Netwerkvorming ondersteunen. Een onderdeel van dergelijke ondersteuning kan netwerkvorming zijn; sportorganisaties die in de gelegenheid worden gesteld onderling kennis en goede voorbeelden uit te wisselen op het terrein van antidiscriminatie. De gemeente kan deze ondersteuning subsidiëren, zodat er voor sportorganisaties geen drempel is om er gebruik van te maken. Betrek hierbij bijvoorbeeld de alliantie ‘Sporten en bewegen voor iedereen’. Dit netwerk kan ook worden betrokken bij het door de gemeente te ontwikkelen en uit te voeren antidiscriminatiebeleid in de sport. Door sportaanbieders hierbij te betrekken, ontstaat er draagvlak voor het beleid. Daarnaast is het aan te raden ook mensen die discriminatie/racisme hebben ervaren te betrekken bij het beleid. Hun ervaringsdeskundigheid kan een waardevolle inbreng opleveren en kan het draagvlak voor het beleid vergroten.
  • Trainingen stimuleren. De gemeente kan voor bestuurders, trainers en vrijwilligers trainingen stimuleren en faciliteren over bijvoorbeeld stereotypering in de sport (zie ook de e-learnings van Centrum Veilige Sport Nederland). Hierbij kan de gemeente samenwerkingen aangaan met (lokale) maatschappelijke organisaties die effectieve trainingen aanbieden. Deze trainingen kunnen worden aangeboden in bijeenkomsten van het (te vormen) lokale netwerk van sportaanbieders. Het kan gaan om verschillende typen trainingen. Bijvoorbeeld trainingen gericht op het leren ingrijpen bij discriminatie (‘bystandertrainingen’; voor informatie over ingrijpen bij grensoverschrijdend gedrag, zie het stappenplan Omstanders activeren van Movisie). Maar ook trainingen om het vrijwilligers-/personeelsbestand diverser en inclusiever te maken. Daarnaast kan de gemeente sportverenigingen stimuleren om gebruik te maken van het Stimuleringsbudget Inclusief Sporten en Bewegen. Succesvolle aanpakken kunnen vervolgens weer met elkaar worden gedeeld. Bij al deze trainingen is het belangrijk dat ze zowel worden ingezet in clubs met volwassenen, als in clubs met kinderen en jongeren (zie bijvoorbeeld de Trainingen Sport en Gedrag van HALT), en zowel onder professionals als onder amateurs. 

Stap 3: De vrijblijvendheid voorbij

Naast bovenstaande aanpakken kan de gemeente inzetten op een minder vrijblijvende aanpak: 

  • In de subsidie-eisen. In de eisen om in aanmerking te komen voor subsidie, kan de gemeente opnemen dat de sportclub aandacht moet besteden aan de preventie en aanpak van discriminatie en racisme. In de verantwoording van de besteding van de subsidie kan de gemeente vragen om een toelichting op de manier waarop dit is gebeurd. 
  • Monitoring en evaluatie. Aan te raden is om als gemeente te monitoren welke ervaringen sporters hebben met discriminatie en racisme bij de sportclubs in de gemeente. Wanneer uit deze monitoring naar voren komt dat bij bepaalde sportaanbieders veelvuldig discriminatie en racisme wordt ervaren, kan de gemeente met die sportclubs het gesprek aangaan over hoe dit te verbeteren en hier concrete afspraken over maken. Vervolgens is het aan te raden deze afspraken te evalueren (voor tips zie de Beleidswijzer Sport & Bewegen van Kenniscentrum Sport). De gemeente kan ook consequenties verbinden aan het niet-nakomen van afspraken op dit terrein. Zo heeft in Amsterdam de wethouder al aangekondigd dat Amsterdamse sportclubs hun huisvesting kunnen verliezen wanneer zij niet daadkrachtig optreden bij discriminatie/racisme. 

Overige maatregelen

Als aanvulling op bovenstaande kan de gemeente de volgende aanpakken overwegen: 

  • Buurtsportcoaches. Vrijwillige (jeugd)trainers en teambegeleiders zonder opleiding kunnen begeleiding krijgen van buurtsportcoaches. De gemeente kan daar een rol in spelen door de buurtsportcoaches te ondersteunen met een trainingsaanbod over diversiteit en inclusie. Buurtsportcoaches kunnen daarnaast ingezet worden voor het stimuleren van diversiteit in de sport. Om daar op grotere schaal gebruik van te (laten) maken, kan de gemeente meer buurtsportcoaches plaatsen of aantrekken.
  • Campagne voeren. De gemeente kan campagne voeren om bewustzijn te creëren over discriminatie/racisme in de sport, bijvoorbeeld met een campagne zoals ‘Blijf je stil of praat je erover?’ 
  • Het meldingssysteem optimaliseren. De gemeente kan de meldingsbereidheid vergroten door de informatievoorzieningen voor sporters die discriminatie/racisme ervaren, te verbeteren. Denk aan het promoten van de DiscriminatieMelder voor het melden van racisme en discriminatie in het stadion. Ook verenigingen kunnen bewust worden gemaakt van tuchtmogelijkheden en de mogelijkheden om als vereniging een melding te maken. Daarnaast kan de gemeente ervoor zorgen dat verenigingen (eenvoudiger) advies kunnen verkrijgen over hoe om te gaan met discriminerende/racistische incidenten. De gemeente kan ook de opleidingskosten voor vertrouwenscontactpersoon vergoeden, zodat elke sportvereniging er een heeft. Let wel: het vergroten van meldingsbereidheid alleen is niet voldoende, gemeenten moeten er ook voor zorgen dat de meldingen goed worden opgepakt en dat waar nodig er vervolgstappen worden ondernomen.

1* In de factsheet van het Mulier Instituut wordt het begrip migratieachtergrond gebruikt voor Nederlandser met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond.

2*  KNVB ziet toename meldingen over discriminatie | Trouw