Radicale keuze nodig voor de toekomst van waardevol werk

Van bestaanszekerheid naar ontwikkelingsperspectief

11 juni 2021

Mensen die aan de kant staan worden ‘geactiveerd’ richting betaald werk. Dat is immers het summum van participatie. Maar die arbeidsmarkt blijft voor te veel mensen onbereikbaar. In een serie van vier online bijeenkomsten belicht Divosa met Movisie vanuit verschillende perspectieven de waarde van werk, met als afsluiter de Participatielezing op 17 juni. Tijdens de derde bijeenkomst scherpte hoogleraar Margo Trappenburg de discussie aan.

Josien Arts en Anja Eleveld bepleitten tijdens de vorige bijeenkomst dat betaald werk wat minder het hoogste goed zou moeten worden. En onbetaald werk, waaronder zorg voor naasten en vrijwilligerswerk, zou meer waardering moeten krijgen. Margo Trappenburg, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek en hoofddocent aan de Universiteit van Utrecht, stelt daar een radicalere visie naast. Of eigenlijk: een radicale keuze. ‘We kunnen twee kanten op. Of we koesteren het vrijwilligerswerk, óf we creëren meer betaalde banen.’ 

Vrijwilligerswerk koesteren

Trappenburg heeft het vrijwilligerswerk sinds de decentralisaties in 2015 een enorme vlucht zien nemen. Steeds meer uitvoerend werk wordt vrijwilligerswerk. Voorstanders sommen moeiteloos een rij voordelen op. Vrijwilligerswerk is bijvoorbeeld goedkoper voor de maatschappij, het is een mooie participatiemogelijkheid voor de kwetsbare medemens en wellicht ook beter voor de dienstverlening. Want vrijwilligers zijn altijd beschikbaar, ze hoeven zich niet aan protocollen te houden en kunnen een langdurige verbinding aangaan omdat ze geen carrière hoeven te maken.

Als we doorgaan met het omzetten van betaald werk in vrijwilligerswerk, dan moeten we volgens Trappenburg serieus gaan nadenken over een basisinkomen. Wat haar betreft zouden ook hogere functies omgezet kunnen worden: ‘Alles wat mensen gratis willen doen kan vrijwilligerswerk worden.’ Er blijven in deze situatie twee soorten betaald werk over. Aan de ene kant van het spectrum banen die extreem ingewikkeld en gespecialiseerd zijn, zoals chirurg of accountant. Aan de andere kant werk dat niemand gratis wil doen, zoals vuilnisman of uitbener in een slachthuis. 

Bijkomend voordeel van vrijwilligerswerk met een basisinkomen is dat mensen zonder betaald werk geen minderwaardig gevoel meer hoeven te hebben. Maar er kleven ook nadelen aan deze optie. Trappenburg maakt zich vooral zorgen over de jongeren met een mbo-opleiding en veel nieuwe Nederlanders, die op deze manier een betaalde baan wel op hun buik kunnen schrijven.

Werk verplicht

Dat nadeel weegt zwaar voor Trappenburg. Zij neigt zelf meer naar de tweede optie voor de toekomst: inzetten op zoveel mogelijk betaalde banen. Bij dit tweede spoor dienen er ook betaalde banen te komen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt: iemand met een IQ van vijftig, met ggz-problematiek of een lichamelijke beperking.’ Veel werk dat nu vrijwillig wordt gedaan, bijvoorbeeld door 65 plussers, zou kunnen worden omgezet in betaald werk voor deze groepen.

Trappenburg noemt twee waardevolle aspecten van echt betaald werk. Het eerste is dat het verplichtende voorwaarden schept. ‘Je hebt je aan de afspraken te houden. Je moet op tijd komen, resultaat leveren. Dat is niet altijd leuk, maar wel goed.’ Het tweede kenmerk is dat het gelijkwaardigheid schept. ‘Met betaald werk hoor je erbij, we moeten allemaal wat doen voor ons geld. We hebben het in Nederland immers niet zo op de Sywert van Liendens die zonder te werken negen miljoen binnen harken.’

Het creëren van extra betaalde banen zal vooral een verantwoordelijkheid zijn van de overheid, stelt Trappenburg. ‘De huidige constructie, waarin de private sector het moet doen, is een heilloze weg met al die perverse prikkels.’ Met dit tweede spoor rek je het begrip werk op, stelt Divosa voorzitter Erik Dannenberg. ‘Nu is dat beperkt: je moet jezelf terugverdienen, je eigen kosten opleveren. Met meer betaalde banen zegt de overheid eigenlijk: “Wat jij doet is belangrijk, we betalen je fatsoenlijk uit.” Het lijkt op de constructie van een basisbaan.’ 

Gedachten vormen

De kosten van al die extra banen vormen wel een vraagstuk, brengt Dannenberg in. Hij leidt de levendige discussie die in de chat ontstaat. Hoewel de betaalbaarheid voer voor economen lijkt, zullen ook die er verschillend naar kijken. Een van de deelnemers vraagt zich verder af of mensen die nu dagbesteding doen, met een betaalde baan straks in een regime van sancties terecht komen. ‘Als iemand met een IQ van vijftig liever de hele dag gaat gamen, hoe ga je daar dan mee om?’ 

Bij de keuze voor het eerste spoor stelt iemand de vraag of er dan ook nul-uren contracten komen in het vrijwilligerswerk. Die vraag lijkt in eerste instantie misschien wat ludiek, maar kent wel degelijk een ernstige ondertoon: krijgen alle mensen straks wel voldoende kansen op een zinvolle dagbesteding? Of blijven er dan ook nog steeds mensen ongewild aan de kant? Ook speelt bij dit spoor het risico op personeelstekorten bij werk dat niemand gratis wil doen. Hier zou een heel aantrekkelijk loon uitkomst moeten bieden.

Hoewel Trappenburgs voorkeur dus uitgaat naar de tweede optie, is de keuze niet evident. Ze erkent ook dat ze het tweesporen beleid best zwart wit voorspiegelt. ‘Maar dat helpt om de gedachten te vormen op weg naar een samenleving waarin iedereen mee mag doen.’

Tekst: Tea Keijl

Reeks bijeenkomsten 'Van bestaanszekerheid naar ontwikkelingsperspectief'

Dit artikel gaat over een onderdeel van de reeks bijeenkomsten ‘Van bestaanszekerheid naar ontwikkelingsperspectief’, georganiseerd in samenwerking met Divosa en Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Lees meer over de andere bijeenkomsten die geweest zijn: