Rapport over oudermishandeling brengt het veld in beweging

artikel - 3 april 2014
Afbeelding bij Rapport over oudermishandeling brengt het veld in beweging

Op 8 februari 2014 presenteerden TNO en Movisie het rapport: Huiselijk geweld door kinderen en jongeren tegen hun ouders. Op 13 maart 2014 presenteerden Annemiek Goes (Movisie) en Remy Vink (TNO) de resultaten aan het platform van de Steunpunten Huiselijk Geweld. Dit platform wordt georganiseerd door GGD Nederland, Federatie Opvang en MOgroep. Met de aanwezige managers van de SHG’s is gediscussieerd over de uitkomsten, conclusies en aanbevelingen.

Het verkennend onderzoek naar aard, omvang en preventie en hulpverlening omvat een literatuuronderzoek, vragenlijstonderzoeken onder de SHG’s en politie, focusgroepen, interviews met professionals en interviews met enkele ouders die slachtoffer zijn. Er was veel aandacht voor het rapport en de folder, vanuit de radio, tv en landelijke pers.

Duidelijke definitie en afbakening van de doelgroep

Een van de aanbevelingen is een duidelijke definitie en afbakening van de doelgroep. Die aanbeveling werd gedeeld door de steunpunten. Opgemerkt werd dat de leeftijdgrens tot 23 jaar niet absoluut getrokken moet worden. Er zijn thuiswonende kinderen ouder dan 23 jaar die hun ouders mishandelen, waarbij de ouders jonger zijn dan 65 jaar. Er is er ook sprake van oudermishandeling door niet meer thuiswonende kinderen.

Agressief gedrag ontwikkelt zich vaak tussen de 12-14 jaar. Kinderen ervaren in die periode belangrijke veranderingen.

Herkenning

De volgende resultaten van het onderzoek worden herkend door de meeste steunpunten:

  • Uit politieregistratie blijkt dat circa 10% van de meldingen betrekking heeft op oudermishandeling. Ook bij de meldingen bij het SHG ligt het rond 10-12% van de meldingen.
  • Meestal zijn de plegers  jongens (87%);  meestal is biologische moeder het slachtoffer.
  • Circa 10% van de plegers heeft een licht-verstandelijke beperking.
  • Fysiek geweld (78 %), psychisch geweld (70%) en financiële uitbuiting (11%) komen het meest voor.
  • Agressief gedrag ontwikkelt zich vaak tussen de 12-14 jaar. Kinderen ervaren in die periode belangrijke veranderingen.
  • De Sociaal Economische Status van het gezin blijkt niet van invloed op de ontwikkeling van dit probleemgedrag bij jongeren; het komt overal voor.
  • Een kwart van de plegers lijdt aan psychische problemen (zoals ADHD, PPD-nos, Borderline). Ook andere problemen in het gezin, zoals huiselijk geweld, zijn  vaak een sterke indicator voor de ontwikkeling van agressie richting de ouder.
  • Verschillende problemen kunnen oudermishandeling veroorzaken of het risico op oudermishandeling versterken. Dit vraagt verder onderzoek, evenals naar profielen van slachtoffers en plegers.

Geen specifiek aanbod oudermishandeling

Over de hulpverlening concluderen de onderzoekers dat er een aantal systeemgerichte interventies en benaderingen bestaan die algemeen gericht zijn op geweld in huiselijke kring, niet-specifiek voor oudermishandeling. Het aanbod is vooral gericht op 18-. Voor 18+ wordt het lastiger om nog iets te doen. Er is geen dwang mogelijk, alleen justitieel ingrijpen. De steunpunten vinden dat er een aanpak voor deze groep ontwikkeld moet worden. Het gaat hier om een complexe problematiek en een relatief grote groep van jeugdige geweldplegers.

Verwijzing en toegang tot zorg verbeteren

Verwijzing en toegang tot zorg is vaak problematisch en behoeft verbetering wat betreft financiering en snellere toegang tot reguliere GGZ. Eén SHG meldt hier al actief mee bezig te zijn. Zij zoeken naar oplossingen met het CJG, ook voor de doelgroep 18+.

Aanbevelingen en acties

Andere aanbevelingen die kunnen worden gevolgd door acties, zijn:

  • De jeugdgezondheidszorg kan meer aandacht besteden aan het thema bij het consult voor  de 2e klassers van het Voortgezet Onderwijs. Aangezien kinderen in de leeftijd van 12-15 jaar risicofactoren kunnen vertonen.
  • Het onderwijs kan deze problematiek bij leerlingen signaleren door kennis te nemen van het onderzoek en de risicofactoren. Hier ligt een taak voor decanen en zorgadviesteams.
  • De SHG’s bevelen aan om deze problematiek op te nemen in de Jeugdmonitor (EMOVO). GGD Nederland wil hier aan meewerken.

Het onderwerp is geagendeerd. Nu is het zaak om het op de agenda te houden en verder uit te werken.

Blijvend op de agenda

Het onderwerp is geagendeerd. Nu is het zaak om het op de agenda te houden en verder uit te werken, ook in de SHG-regio’s in overleg met kernpartners. Tosca Hummeling van GGD Nederland pleit ervoor om gezamenlijk op te trekken en een aanpak te ontwikkelen. Zo zou het aanwijzen van aandachtsfunctionarissen voor deze hardnekkige problematiek een eerste stap kunnen zijn. De onderzoekers willen binnenkort met de ministeries om de tafel om de conclusies en aanbevelingen te bespreken. Ook de rijksoverheid kan veel betekenen voor de agendering van het thema.

Taboe doorbreken

Het taboe bij slachtoffers en publiek moet worden doorbroken. Hulpverleners moeten vroegtijdig signaleren en met kennis van zaken reageren. Mogelijk kan het thema meegenomen worden in de landelijke publiekscampagne huiselijk geweld en de toekomstige training van de AMHK’s.

Meer informatie

Rapport en kernbevindingen: Huiselijk geweld door kinderen en jongeren tegen hun ouders. Meer informatie bij Annemiek Goes.

Reacties

Reageer op dit artikel

6 + 14 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.