Het recht van burgers om gemeenten uit te dagen

artikel - 21 mei 2015

In de Wmo 2015 is het ‘Right to challenge’ opgenomen, dat de doe-democratie meer kracht gaat geven. Gemeenten kunnen dit recht als bestuursmaatregel inzetten en moeten hier zelf invulling aan geven. Daarmee krijgen burgers het recht om de overheid uit te dagen wanneer zij menen een dienst beter te kunnen aanbieden.

Het recht om uit te dagen

Right to Challenge is een concept uit Engeland en maakt daar deel uit van het localism-act. Het Landelijke Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) heeft deze buurtrechten naar de Nederlandse situatie vertaald en houdt ook de ontwikkelingen bij rond het Right to Challenge binnen de Nederlandse gemeenten.

In 2014 zijn in Amsterdam, Arnhem, Eindhoven, Rotterdam, Utrecht en andere gemeenten moties met betrekking tot Right to Challenge aangenomen. In Utrecht kunnen burgers de gemeente al uitdagen en Amsterdam en Rotterdam onderzoeken de mogelijkheden. Voor het gehele overzicht van het LSA met o.a. de stand van zaken Right to Challenge kunt u hier terecht.

Wat kunnen burgers met het Right to Challenge?

Bewoners en/of wijkondernemers kunnen door middel van het Right to Challenge aangeven dat zij bepaalde (bestaande) publieke taken willen overnemen van de overheid. Hier moeten zij wel argumenten voor kunnen aanvoeren; hoe de uitvoering bijvoorbeeld efficiënter en goedkoper of kwalitatief beter kan.

'Stel dat buurtbewoners zelf meer zeggenschap willen over het groenbeheer dan kunnen zij die zeggenschap opeisen'

De exacte criteria zullen maatwerk zijn en de beoordeling daarvan kan door zowel de gemeente als door bewoners zelf gebeuren. Daarnaast kan zowel aanspraak op het uitvoeren van taken als op de regie/opdrachtgeverschap gemaakt worden. Stel dat buurtbewoners zelf meer zeggenschap willen over het groenbeheer dan kunnen zij die zeggenschap opeisen maar ook de uitvoering zelf ter hand nemen. Het is voor burgers belangrijk om zoveel mogelijk draagvlak in hun buurt te creëren voor wat zij willen ‘uitdagen’.

Mochten buurtgenoten of wijkondernemers nog weinig weten over het Right to Challenge dan is het verstandig om daar eerst over te communiceren en vanuit de gemeente te overleggen welke criteria van belang kunnen zijn. Alles is nog in ontwikkeling, dat wil niet zeggen dat burgers moeten afwachten. In tegendeel, er zijn al veel initiatieven die al zijn gestart zonder het RTC concept maar wel in samenwerking met de gemeente en betrokken partijen. Hieronder volgt daar ook een praktijkvoorbeeld van (Archipel).

Welke stappen ondernemen burgers?

  • Stap 1: Zij maken hun uitdaging bekend bij de gemeente. De gemeente is dan verplicht daarop te reageren.
  • Stap 2: De gemeente nodigt de uitdagers uit om een plan van aanpak te presenteren. De burgers vermelden met welke middelen zij een dienst of taak willen overnemen en hoeveel de kosten daarvan zullen zijn. Daarnaast is het van belang dat de burgers de sociale/maatschappelijke meerwaarde duidelijk benoemen. Wat is de meerwaarde als burgers deze taak oppakken?

Praktijkvoorbeeld in Amsterdam Oost: het buurthuis Archipel

Het buurthuis Archipel in Amsterdam Oost opent 15 juni zijn deuren en is een praktijkvoorbeeld van hoe actieve betrokken bewoners samen met de gemeente een buurtinitiatief startten. Aanvankelijk was het een buurthuis die gerund werd door een welzijnsinstelling en was alleen bedoeld voor kwetsbare groepen. De actieve betrokken bewoners wilden graag een buurthuis die voor iedereen was en wilden meer verbindingen leggen in de buurt tussen kwetsbare en weerbare burgers. Het afgelopen jaar hebben ze al hun ideeën met betrekking tot het buurthuis (visie, doelen, kostenplaatje en activiteiten die ze willen gaan ondernemen) in een plan verwerkt.

Wat kan de verantwoordelijke bij de gemeente doen?

Ziet uw gemeente de veranderende samenleving en de veranderende rol van de overheid en wil uw gemeente niet achterblijven bij deze ontwikkeling? Zorg dan dat de rol van facilitator en netwerker aandacht krijgt en creëer ruimte voor initiatieven van buitenaf. De dialoog hierover aangaan is een begin. Nu kan er gekeken kan worden onder welke voorwaarden publieke taken en diensten (deels) overgenomen kunnen worden. De inwoners kunnen dan (co)producent worden en beter inspelen op lokale behoeften.

Wat doen we vanuit Movisie?

Vanuit Movisie zijn we al langere tijd bezig met projecten gericht op doe-democratie en buurtkracht. Het concept Right to Challenge is hier een onderdeel van. Op dit moment zijn we bezig om samen met het LSA een project te starten rondom verschillende wijkplatforms die met het Right to Challenge concept in de startfase zitten. Wij zullen een aantal wijkplatforms gaan volgen en kijken naar het samenspel en verhouding van actieve bewoner, wijkplatform en gemeenten. Daarbij is het doel om meer inzicht te krijgen in welke stappen actieve bewoners moeten zetten en wat daar de specificaties en implicaties van zijn. Verder trachten we in de toekomst ook meer inzicht te kunnen bieden op vragen als: ‘welke effecten hebben buurtrechten op het samenspel tussen doeners, beslissers en denkers?

Reacties

Een vraaggericht model voor het leerlingenvervoer, waarbij ouders met persoonsgebonden budgetten zelf vervoer inkopen bij lokale taxibedrijven. Hierbij financieren gemeentes het vervoer, maar regelen ouders de inkoop zelf zodat er geen aanbesteding nodig is. Deze oplossing leid naar mijn inzicht tot een beter, efficiënter & betaalbaarder doelgroepenvervoer. Dit bespaart de gemeente een hoop overhead.
“Het huidige aanbodgerichte model voor doelgroepenvervoer leidt tot problemen. De branche zit op een dood spoor. Ze maken elkaar af. De prijzen blijven dalen met alle maatschappelijke gevolgen van dien. En de kwaliteit wordt er niet beter op, maar de klant heeft niets te kiezen”.
Tegelijkertijd vindt er bij de overheid ook een verandering plaats. Die is meer gericht op een participerende samenleving en een terugtrekkende overheid. De overheid wordt steeds kleiner. Moet je het dan wel willen om bijvoorbeeld een regiecentrale op te tuigen? Dit wakkert de discussie over het doelgroepenvervoer aan die onnodig complex gemaakt wordt. Om het vervoer goed te regelen is het niet altijd nodig om een aanbesteding te starten. “In WMO zit het recht om uit te dagen.” De ouders mogen de gemeenten uitdagen. De wetgeving is duidelijk; de gemeente is niet verantwoordelijk voor het organiseren van vervoer. De wetgeving geeft ruimte voor een andere organisatiemodel, alleen de bekostiging is een taak voor de gemeente.
De gemeente geeft de ouders de mogelijkheid om met het persoonsgebonden budget van hun kind het vervoer zelf te organiseren. Mijn organisatie wil dan optreden als tussenpersoon i.p.v. de gemeente & ondersteunt bij de inkoop tussen de ouders, Overigens staat het dan de ouders vrij om zaken te doen met wie zij zelf willen. Volgens mij is dit initiatief goed voor de branche. Er ontstaat een langdurige relatie tussen de taxionderneming & de klant. De klant heeft belang bij continuïteit en stabiliteit in de vervoerssituatie. Dit is waar mijn organisatie voor staat, bovendien kan de klant zelf kiezen wie het vervoer van zijn kind uitvoert; hij hoeft niet verplicht in zee te gaan met de goedkoopste aanbieder bij een aanbesteding. Als je mensen budgetten geeft, dan kan ik als taxiondernemer daar een passend aanbod aan geven. Na verwachtingen kiest de klant voor de beste aanbieder, voor overheden heeft het volgens mij ook voordelen. Tegelijkertijd wordt hiermee invulling gegeven aan de beleidsdoelen van de overheid, namelijk dat de rol van de overheid meer faciliterend dan organiseren wordt. Het bespaart een hoop kosten en capaciteit om vervoer aan te besteden.

Hoe zit het met de financiering? Ik kan mij voorstellen dat burgers ook financieel hun steentje zouden willen bijdragen aan een gemeenschappelijk project. Maar dan bekostigen zij mede de behartiging van een algemeen belang waarvoor anders de overheid zou zorgen. Het zou m.i. in ieder geval moreel onjuist zijn wanneer die private (mede) financiering van projecten van algemeen belang niet leidt tot een lagere belastingheffing.

Reageer op dit artikel

1 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.