Reclasseren in de buurt, kan dat?

Op zoek naar de optimale mix tussen zorg en veiligheid

16 november 2021

Reclassering Nederland en Movisie werkten samen in het traject ‘Reclasseren in de buurt’. Hoe leer je een delinquent goed kennen en betrek je de directe omgeving bij het verminderen van crimineel gedrag? De sleutel? Samenwerken!

In de jaren negentig belandde zowat iedereen met een psychische stoornis in een tbs-kliniek. Dat vertelt Klaus Drieschner in een interview met NRC op 2 september 2021. Drieschner was destijds therapeut. Toentertijd vond hij dat veel te veel mensen in een gesloten inrichting werden opgenomen. In zijn ogen zouden zij meer gebaat zijn bij behandeling in een kliniek of vanuit huis. En deze wens ging in vervulling. Van alle delinquenten met een stoornis wordt nog maar 4 procent in een tbs-kliniek behandeld. Daarnaast is een heel palet aan intramurale en ambulante behandeling georganiseerd: dus zowel in de kliniek als thuis. Inmiddels is Drieschner onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hij onderzocht hoe vaak delinquenten met een psychische stoornis tijdens hun behandeling weer in de fout gaan. En dat viel niet mee. 

Wat blijkt?

Het gemiddelde ligt flink hoger dan het gemiddelde recidivecijfer van alle delinquenten in Nederland. 5 procent betrof zeer ernstige vergrijpen en ook dit deel is hoger dan het gemiddelde. Het zijn het soort delicten dat wijken en buurten flink in beroering brengt. Wat daarbinnen nog opvalt, is het relatief hoge aantal ernstige delicten door delinquenten die vanuit huis worden behandeld. Zij ontvangen de lichtste zorg met het minste toezicht. Maar ze plegen tijdens hun traject tweemaal vaker ernstige delicten dan degenen die in een kliniek worden behandeld.

Drieschner is nog steeds voorstander van de zorg vanuit huis of deels thuis. ‘Maar misschien wordt nu soms net te makkelijk gekozen voor behandeling thuis. Misschien ook omdat het goedkoper is en makkelijker te organiseren dan een plek met meer toezicht.’ Hij voegt eraan toe: ‘Relatief veel van de recidive vindt plaats tussen het vonnis en de daadwerkelijke plaatsing in behandeling. Daar zitten soms weken, maanden tussen. Die tijd zou je moeten verkorten.’

Reclassering Nederland

De mensen waar Drieschner het over heeft, zijn cliënten van reclassering. Reclasseren is een moeilijk vak. Bij Reclassering Nederland, 1 van de 3 grote reclasseringsorganisaties, weten ze er alles van. Het doel van Reclassering Nederland is het voorkomen en verminderen van crimineel gedrag. Voortdurend maken medewerkers afwegingen tussen het risico dat de samenleving loopt en het beste traject voor de cliënt. Zij geven adviezen over daders en verdachten aan het Openbaar Ministerie en de rechtbanken. Ze begeleiden mensen die onder toezicht staan en ze zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van werkstraffen. Daarbij werkt Reclassering Nederland nauw samen met onder meer de forensische zorg. Hoe nauw dit alles komt, blijkt uit het onderzoek van het WODC.

Reclassering Nederland en Movisie hebben anderhalf jaar samengewerkt in het traject ‘Reclasseren in de buurt’. Reclassering heeft verstand van de op- en afbouw van criminele carrières.

'Delinquenten die de lichtste zorg krijgen, plegen relatief vaak een ernstig delict'

Vanuit die expertise werkt ze samen met veel partijen in het veiligheids- en sociaal domein. Denk bijvoorbeeld aan de politie, het Zorg- en Veiligheidshuis, de ggz en de gespecialiseerde forensische zorg. De laatste tijd komt ook het wijkteam steeds meer in beeld als samenwerkingspartner. Door samen te werken, krijgen daders en verdachten optimale ondersteuning. Tegelijkertijd houdt reclassering in de gaten of er geen onnodige risico’s zijn op nieuw slachtofferschap van criminaliteit.

Reclassering Nederland steekt hier veel energie in omdat zij beseft dat in de directe omgeving van de cliënt vaak duurzame oplossingen gevonden kunnen worden die professionals alleen niet kunnen bieden. De directe omgeving van cliënten kan vaak een stabiele basis bieden voor de cliënt. Reclassering Nederland wil samen met de cliënt werken aan een leven zonder criminaliteit.

Lessen

In 9 experimenten zijn lessen geleerd over het optimaliseren van gebiedsgericht werken. Hoe bouw je aan een stevige samenwerking vanuit de eigen kernexpertise van reclassering? Hoe leer je de cliënt goed kennen en betrek je de directe omgeving bij het verminderen van crimineel gedrag? Wat is eigenlijk ‘de buurt’, welke mogelijkheden biedt die en hoe boor je die  mogelijkheden aan? Met de hulp van leerprocesbegeleiders en onderzoekers hebben de gebiedsgerichte teams nagedacht over welke verandering zij met de ‘buurt’ willen bewerkstelligen.

Met de onderzoeker is een concrete onderzoeksvraag geformuleerd. Hierdoor zijn de experimenten meer gericht op specifieke lokale vraagstukken. Vervolgens zijn hieruit meer algemene werkzame elementen benoemd. Op elke locatie is een eigen onderzoeksrapport gemaakt. In Den Haag deed Movisie zelf het actieonderzoek (Storms, 2021). Movisie heeft het onderzoek en het leerproces begeleid en een overkoepelend rapport geschreven (Rensen, Kooiman en Storms, 2021). Op die manier is algemene kennis over de werkzaamheid van reclasseren in de buurt beschikbaar gemaakt voor Reclassering Nederland. 

Vallen en opstaan

Onderbouwde kennis is belangrijk, maar het proces daar naartoe is minstens zo belangrijk. Door tegelijk te doen en te leren, werd duidelijk wat echt tot verandering kan leiden en waar nog belemmeringen zitten. Lang niet alle acties in de experimenten zijn geslaagd. Maar er is met vallen en opstaan veel geleerd. Een mooi voorbeeld is de ontwikkeling van de interventie ‘Samen’ in Noord-Nederland. Doel was om een aanpak te ontwerpen op basis van de uitgangspunten van eigen kracht en het versterken van het positieve netwerk rond de cliënt. De aanpak is nog verre van uitgekristalliseerd. Maar wel is duidelijk dat het voor de cliënt helder moet zijn hoe ‘samen’ zich verhoudt tot het toezicht op de strafuitvoering. In meerdere experimenten konden lessen worden getrokken over de ideale mix tussen werken in een gedwongen kader en werken in een vrijwillig kader.

Positieve conclusie

De conclusie die uit de 9 experimenten kan worden getrokken, is positief. Het is goed om daders en hun omgeving te leren kennen en zo een genuanceerd advies uit te kunnen brengen. Dit draagt bij aan een kwalitatief hoogwaardige rechtsgang met passende straf en waar nodig zorg. Zorg is vaak voorliggend aan crimineel gedrag. Door samenwerking met partijen als de ggz en het sociaal wijkteam, of zelfs door directe kennis van de omgeving van de cliënt, is het mogelijk om het Openbaar Ministerie een plan van aanpak te bieden waar straf geen onderdeel van uitmaakt. Er kan dan direct aan de slag worden gegaan met partijen die de juiste zorg kunnen bieden. Zo wordt onnodig straffen voorkomen. 

Daarnaast kan gebiedsgericht werken nuttige informatie opleveren over de buurt als plek waar criminaliteit kan ontstaan en kan worden tegengegaan. Door samenwerking met de wijkagent is het mogelijk om de gangen van cliënten in de buurt te volgen. Staan zij wel of niet in contact met criminele groepen? Dergelijke kennis kan ook bijdragen aan een passend advies en een passende straf die de cliënt weghoudt van negatieve invloeden. Bijvoorbeeld door concurrerende jeugdgroepen niet met elkaar te mengen op locaties waar wijkstraffen worden uitgevoerd. Op den duur zou gebiedsgericht werken ook kunnen bijdragen aan het tegengaan van ondermijnende krachten in de buurt.

Winkeldiefstal

In de lokale rapporten van de gebiedsgerichte teams en het rapport van Movisie worden veel praktijkvoorbeelden gegeven van de positieve werking van reclasseren in de buurt. Winkeldiefstal kan op het eerste gezicht worden gezien als een klein misdrijf dat straf verdient. Totdat duidelijk wordt dat de verdachte oudere dame aan beginnende dementie leidt.

Ook ernstige vergrijpen kunnen sterk samenhangen met zorgbehoefte. In het WODC-rapport stellen Drieschner en Tollenaar voor om vervolgonderzoek naar recidive uitdrukkelijk te richten op de zorg- behoefte van recidivisten. ‘Om de recidive beter te begrijpen, zou het belangrijk zijn de recidive na forensische zorgtrajecten te koppelen aan gegevens over reguliere zorg en eventueel onvervulde zorgbehoeften’, zo stelt hij voor.

Medicijn

Voor het sociaal domein, inclusief de ggz en de forensische zorg, ligt er een grote uitdaging om met reclassering samen te werken. Hoe kunnen straf en zorg ook bij hoge risico’s optimaal worden gecombineerd? Hoe kan het sociaal domein reclassering helpen om risico’s te verminderen? Snelle adequate zorg is in deze gevallen vaak het voorliggende ‘medicijn’ tegen ernstige misdrijven. Met alle gevolgen van dien voor slachtoffers en daders die hun hele leven worden geconfronteerd met een daad die ze veelal niet opzettelijk en bij vol bewustzijn hebben gepleegd.

Daarbij gaat het niet alleen om mensen met psychische en psychiatrische problematiek, maar ook om mensen met een lichte verstandelijke beperking die zonder gezond netwerk niet in staat zijn de gevolgen van hun daden te overzien. Ze vormen een makkelijke prooi voor criminelen die deze personen bij vol bewustzijn inzetten voor ernstige delicten.

'Hoe kunnen straf en zorg ook bij hoge risico’s optimaal worden gecombineerd?'

Samenwerking

Tijdens de experimenten is gebleken dat belangrijke partijen in het veiligheids- en sociaal domein de waarde van samen- werking met reclassering inzien. Kennis over het afbouwen van criminele carrières wordt goed ontvangen. Professionals in het sociaal domein zijn niet gewend om risico’s in te schatten en te werken in gedwongen kaders. In één van de experimenten verliep de samenwerking met het sociaal wijkteam aanvankelijk nogal stroef. Sociaal
werkers in dat team vonden de cliënten van reclassering ‘een beetje eng’. Maar na een kennismaking op de kernexpertises kwam er toch al snel samenwerking op gang en konden de eerste successen met cliënten geboekt worden.

Extramuralisering en vermaatschappelijking zijn positieve ontwikkelingen. Delicten worden niet opgevolgd door nodeloos zware straf én zorg, zoals in de jaren negentig. Maar deze ontwikkeling maakt samenwerking tussen het veiligheidsdomein en het sociaal domein in de buurt wel des te urgenter.

Meer weten over reclassering? Lees ook het interview met Sabine Steijger, projectleider reclasseren in de buurt.

Meer lezen?