Regels rond vrijwilligerswerk als tegenprestatie

artikel - 22 juli 2014
Afbeelding bij Regels rond vrijwilligerswerk als tegenprestatie

Vanaf 1 januari 2015 kunnen gemeenten mensen met een uitkering, op grond van de WWB, IOAW en IOAZ, verplichten tot een tegenprestatie. Het is niet ondenkbaar dat zij dan vrijwilligersorganisaties vragen of ze interesse hebben in het bieden van vrijwilligerswerk aan mensen met een uitkering. Dit betekent wel dat er andere regels gaan gelden. Mensen die vrijwilligerswerk doen als tegenprestatie zijn formeel geen vrijwilligers. Ze vallen niet onder de vrijwilligersverzekering, kunnen geen vrijwilligersvergoeding ontvangen en hebben een opdrachtgever/opdrachtnemersverhouding met de gemeente.

Hoe hiermee om te gaan? 

Organisaties die gaan werken met uitkeringsgerechtigden die een tegenprestatie moeten leveren, doen er goed aan om duidelijke afspraken te maken met de gemeente over:

  1. De verzekering. De VNG ontwikkelt voor deze groep mensen een nieuwe verzekering: de participatiepolis. Deze polis moet door de gemeente afgesloten worden, niet door de organisaties. De gemeente is immers de directe opdrachtgever die de uitkeringsgerechtigde verplicht een onbetaalde activiteit te doen in het belang van de samenleving.
  2. De vrijwilligersvergoeding. Uitkeringsgerechtigden kunnen volgens de Wet verplicht worden naar vermogen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten. Hierdoor – en omdat ze dus formeel geen vrijwilligers zijn – vervalt het recht op de vrijwilligersvergoeding. Uiteraard is het niet de bedoeling dat mensen die zich maatschappelijk nuttig maken daar extra kosten voor moeten maken. De daadwerkelijk gemaakte kosten kunnen gewoon vergoed worden.
  3. Het soort vrijwilligerswerk en de omvang. Hierover zegt de Wet dat de werkzaamheden verricht moeten worden naast of in aanvulling op de reguliere werkzaamheden en dat ze geen betaalde arbeid mogen verdringen. De omvang en duur van de werkzaamheden mogen slechts beperkt zijn. Onduidelijk is wat die beperkte omvang en duur precies inhoudt. Er wordt gesteld dat die kan verschillen naar gelang personen tijdelijk ontheven zijn van een of meer van de verplichtingen in de wet.
  4. De controle. Op welke wijze vindt die plaats en wie heeft hier een rol in? Het ligt niet voor de hand dat vrijwilligersorganisaties die taak krijgen, omdat ze belang hebben bij de inzet van de uitkeringsgerechtigde.

De nieuwe regels vergen dus een nieuwe manier van werken: vrijwilligersorganisaties maken afspraken over de inzet met de gemeente en niet, zoals ze gewend zijn, alleen met de vrijwilligers zelf.

Het eigen vrijwilligerswerk is geen tegenprestatie

Maar hoe wordt het vrijwilligerswerk beoordeeld dat iemand al deed voor de bijstandsuitkering en verplichte tegenprestatie? Hierover zijn in de Kamer vragen gesteld. Staatssecretaris De Krom antwoordde:

‘Vrijwilligerswerk vindt plaats op eigen initiatief. De tegenprestatie is niet vrijwillig. Het college draagt de tegenprestatie op. De tegenprestatie kan alleen worden verlangd bij uitoefening van het recht op een uitkering. Daarvan hoeft bij vrijwilligerswerk geen sprake te zijn.’

Met andere woorden: het eigen vrijwilligerswerk kan niet worden ingezet als tegenprestatie. Dat betekent dat het vrijwilligerswerk waar iemand met een uitkering zelf voor heeft gekozen, wel onder de vrijwilligersverzekering valt en dat hij/zij daarvoor een vrijwilligersvergoeding mag ontvangen. Let op: de maximaal toegestane vrijwilligersvergoeding is lager voor mensen met een bijstandsuitkering. Maximaal mogen mensen met een uitkering €95,- per maand ontvangen tot een maximum van €764,- per jaar.

Bekijk ook de Wegwijzer tegenprestatie met praktische handvatten voor gemeenten en lees het artikel over de soepelere regels voor vrijwilligerswerk naast een WW-uitkering